vak & mens cover
In december kijkt het Advocatenblad traditiegetrouw terug op de rechtszaken die het jaar hebben getekend. Voor elk rechtsgebied kiezen we één zaak die eruit springt en bespreken die met een advocaat die daar direct bij was betrokken. Daarnaast geven we een beknopt overzicht van twaalf uitspraken die het juridische landschap mede bepaalden.

Het Centraal Joods Overleg (CJO) spande op 15 september een kort geding aan tegen het Nijmeegse poppodium Doornroosje. Doel was om het concert van het Britse punk-rapduo Bob Vylan van die avond te verbieden. Advocaat Lotte van Schuylenburch (31) (Boekx Advocaten) stond Doornroosje bij.
Voor Van Schuylenburch begon die bewuste maandag als een gewone thuiswerkdag in de buurt van Amsterdam. Tot ze rond elven een dagvaarding inclusief producties van zo’n tachtig pagina’s in haar mailbox kreeg. De zitting stond die middag om twee uur gepland in Arnhem. ‘Ik heb ervaring met kort gedingen, maar dit was megaspoed. Dat maakte de zaak extra interessant en leuk.’
Van Schuylenburch had geen tijd om de dagvaarding te lezen en sprong direct in de auto. Onderweg belden collega’s haar over de inhoud van de dagvaarding, terwijl zij spreeknotities dicteerden. Aanleiding voor de procedure waren uitspraken over de Israëlische/Palestijnse kwestie die Bob Vylan enkele dagen eerder had gedaan tijdens een optreden in Paradiso in Amsterdam. Volgens het CJO waren die uitspraken opruiend en beledigend voor de Joodse gemeenschap. Het CJO wilde voorkomen dat Bob Vylan opnieuw een podium kreeg voor dit soort uitlatingen.
Het was een lastige positie voor het poppodium, die er eerder die week voor had gekozen om het concert door te laten gaan, vertelt Van Schuylenburch. ‘Doornroosje programmeert muziek in de breedste zin van het woord. Zij willen een podium bieden aan artiesten die aandacht schenken aan maatschappelijke misstanden. Een verbod zou in hun ogen leiden tot culturele censuur en daar wilden ze als poppodium geen instrument voor zijn.’

Censuurverbod
De zaak draaide om de vraag of de eerdere uitlatingen van Bob Vylan onrechtmatig waren en of er sprake was van preventieve censuur. ‘Alleen onder heel uitzonderlijke omstandigheden zou het concert verboden kunnen worden,’ vertelt Van Schuylenburch. ‘Het ging in dit geval om uitspraken uit het verleden, waarvan niet vaststond dat ze onrechtmatig waren en herhaald zouden worden. De drempel voor een verbod is dan hoog. Dat was ons uitgangspunt.’ De rechter ging daarin mee en wees de vorderingen af. Het concert verliep diezelfde avond rustig.
Dat de zaak veel aandacht kreeg, verraste Van Schuylenburch niet. ‘Dit ging om veel meer dan een popconcert. Het raakte aan een van de meest beladen maatschappelijke discussies van dit moment: de oorlog in Gaza, de polarisatie rond pro-Palestina en Israël, en de gevoeligheden rond antisemitisme en zionisme. De vraag wat een artiest in die context mag zeggen, leeft enorm.’
De impact van de zaak kwam bij Van Schuylenburch pas binnen toen ze ’s avonds op de bank zat. ‘Op het moment zelf had ik helemaal geen ruimte om erover na te denken. Dan behartig je de belangen van je cliënt en ben je continu aan het schakelen. Eenmaal thuis besefte ik hoe erg de zaak me raakte. Ik ben groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting en het censuurverbod.’
Gevoelige discussie
Van Schuylenburch vindt het belangrijk dat juist in tijden van maatschappelijke polarisatie culturele censuur voorkomen wordt. ‘Maar aan de andere kant is het een heel gevoelig en ingewikkeld onderwerp. Dat ik in de rechtszaal met de voorzitter van het CJO een discussie voer over de definitie van zionisme. Dat is heel bizar en voelt dubbel. Ik wil natuurlijk ook dat de Joodse gemeenschap zich veilig voelt.’
Volgens de advocaat is het in dit soort situaties van belang om dicht bij het juridisch kader en de specifieke omstandigheden van de zaak te blijven. Maar dat neemt niet weg dat ze zich als advocaat mengt in een gevoelige discussie. Het leverde zelfs haatmails op na afloop. ‘Dat is lastig en spannend maar tegelijkertijd weet ik door mijn werk goed hoe het er online aan toegaat,’ zegt ze daarover. ‘Mensen stappen snel achter hun computer om kwalijke dingen rond te sturen. Dat zijn vaak mensen die bijvoorbeeld niet goed snappen hoe het rechtssysteem en de afweging van grondrechten werken.’
De advocaat had al de nodige ervaring met haatmails, want ze stond eerder Douwe Bob bij in het kort geding over de Jodenhaat-tweet van VVD-leider Dilan Yeşilgöz. ‘Ik probeer daar niet te veel over na te denken. Het hoort helaas bij de zichtbaarheid van mijn werk.’
De Vitessezaak
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden schorste begin september in een turbo-spoedappel de besluiten van de licentiecommissie en de beroepscommissie van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) om de proflicentie van voetbalclub Vitesse in te trekken. Ook moest de KNVB Vitesse direct weer toelaten tot de competities betaald voetbal. In augustus kreeg Vitesse nog van de rechtbank in Utrecht te horen dat de club definitief zijn proflicentie kwijt zou raken. De proflicentie werd afgenomen omdat de KNVB vindt dat de Arnhemse club het licentiesysteem jarenlang heeft omzeild en ondermijnd. Het hof gaat daar dus niet in mee, maar de zaak is nog niet ten einde. De KNVB liet in oktober weten in cassatie te gaan tegen de uitspraak van het hof.
Veroordeling klimaatactivisten
De Hoge Raad zette eind september een streep door de veroordeling van acht klimaatactivisten. De zaken draaiden om een betoging in de Tweede Kamer in 2019, een demonstratie in de hal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in 2020 en acties in panden van de ING in 2022. Het gerechtshof had de activisten eerder schuldig bevonden aan lokaalvredebreuk en het verstoren van een vergadering in de Tweede Kamer. Toch kregen ze geen straf, omdat politie en justitie volgens de rechter te ver waren gegaan in het inperken van het demonstratierecht. De verdachten vonden dat het hof zich niet aan uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) had gehouden. Dat oordeelde dat wie vervolgd wordt voor lokaalvredebreuk niet schuldig mag worden bevonden als het strafrechtelijk optreden te ver is gegaan en daarmee het demonstratierecht te veel is ingeperkt. De Hoge Raad ging daarin mee en verwees de zaken terug naar het hof.
Studiekostenbeding advocaat-stagiair
De Hoge Raad oordeelde eind september in antwoord op het hof dat een beding waarin is afgesproken dat studiekosten voor de Beroepsopleiding Advocatuur geheel of deels voor rekening van de advocaat-stagiair komen nietig is. Het gerechtshof Den Haag had prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld over de geldigheid van een tussen een werkgever en een werknemer overeengekomen studiekostenbeding. Aanleiding was een geschil tussen een advocatenkantoor en een advocaat-stagiair over de rechtsgeldigheid van zo’n beding. De Hoge Raad ziet de Beroepsopleiding Advocatuur als een noodzakelijke opleiding voor de functie van advocaat-stagiair. Het advocatenkantoor is daarom als werkgever op grond van de wet verplicht de advocaat-stagiair in staat te stellen deze opleiding te volgen.
De Erasmusschutter
De rechtbank Rotterdam veroordeelde in februari de 34-jarige Fouad L. tot een levenslange gevangenisstraf voor het doodschieten van een docent van het Erasmus MC, zijn buurvrouw en haar veertienjarige dochter. Omdat hij dat met een plan deed, is er in alle drie de gevallen sprake van moord, aldus de rechter. Daarnaast heeft hij in het Erasmus MC meerdere mensen bedreigd en heeft hij brandgesticht in zijn woning en in het studiecentrum van het ziekenhuis. De verdachte handelde uit wraak nadat hij van de Examencommissie van het Erasmus MC hoorde dat hij zijn artsendiploma niet zou krijgen. Fouad L., die wordt bijgestaan door Marlin Nolte en Pietrick Visser van SKE advocaten in Leiden, is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak.

De discussie over de wolf verdeelt al jaren dorpen, provincies en politiek Den Haag. In een spoedprocedure tekenden Stichting Faunabescherming en Stichting Animal Rights deze zomer bezwaar aan tegen de door de provincie Utrecht verleende afschotvergunning voor probleemwolf Bram. Mensenrechtenadvocaat bij Prakken d’Oliveira Larab Mohammad (29) stond de Faunabescherming bij.
Vooral Bram, de wolf met kenmerk GW3237m, hield de gemoederen het afgelopen jaar flink bezig. Twee incidenten, een aanval op een kind in 2024 en een beet in een been van een wandelaar in 2025, waren voor de provincie Utrecht voldoende om de afschotvergunning te verlenen. Het gaat Mohammad aan het hart. ‘Bram is de eerste mannelijke wolf die zich op de Utrechtse Heuvelrug heeft gevestigd en daar ook welpen heeft gekregen, in 2024 en in 2025. De roedel is echt gevestigd door hem. De afschotvergunning heeft grote impact op de hele roedel. Dat is voor de Faunabescherming een van de belangrijkste punten geweest in deze zaak.’
Mohammad heeft meerdere zaken rondom de wolf gedaan, maar deze was bijzonder omdat het om een spoedprocedure ging. ‘Je moet dan snel schakelen, snel contact leggen met deskundigen enzovoort. Bovendien gaf de media-aandacht de zaak een extra dimensie. Het gaf me veel energie en het is even wat anders dan de normale praktijk.’
‘Uiteindelijk moeten we er met elkaar voor zorgen dat we kunnen samenleven met de wolf’
Meer voorlichting
De Faunabescherming beriep zich in dit geval op het feit dat de wolf een strikt beschermde diersoort is op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Dat betekent dat wolven alleen mogen worden afgeschoten onder heel strikte voorwaarden. Zo moet er noodzaak zijn voor het doden van de wolf en moet de provincie aantonen dat er geen andere alternatieven zijn. Tot slot moet de provincie ervoor zorgen dat de vergunning de instandhouding van de wolf niet ongunstig beïnvloedt. ‘In dit geval heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht de openbare veiligheid gebruikt als de gestelde noodzaak om de wolf te doden,’ zegt Mohammad. ‘Maar volgens mijn cliënt was het bijvoorbeeld ook mogelijk geweest om het gebied af te sluiten. Bovendien was er volgens de Faunabescherming in dit geval sprake van defensief gedrag van de wolf door de welpen.’
Helaas voor Mohammad en haar cliënt pakte de uitspraak niet in hun voordeel uit. Er mag dus gebruik worden gemaakt van de vergunning. Toch is de zaak volgens haar niet voor niets geweest. ‘We hebben duidelijk naar voren gebracht dat het heel belangrijk is dat er veel meer voorlichting komt. Uiteindelijk moeten we er met elkaar voor zorgen dat we kunnen samenleven met de wolf. Dit soort zaken helpen daarbij.’
Polarisatie
Mohammad en haar cliënt kunnen vooralsnog opgelucht ademhalen, want Bram is nog niet doodgeschoten. Mohammad hoopt dat dat ook niet gebeurt voor 1 januari. Dat is het moment waarop de afschotvergunning afloopt. ‘Dat was een ander belangrijk punt voor de Faunabescherming. Het is heel moeilijk om leden van een roedel van elkaar te scheiden en daarom is de uitvoering lastig. Van de afschotvergunning voor wolf Hubertus, die leeft op de Veluwe, is ook nog geen gebruikgemaakt omdat hij nog niet is gevonden.’
Mohammad denkt dat het nog wel even gaat duren voor de discussie wat minder verhit raakt. De polarisatie is groot, met grote voorstanders en felle tegenstanders. ‘Het gaat in mijn ogen te vaak over het doden van de wolf of de problemen die de wolf zou hebben veroorzaakt en minder over welke beschermingsmaatregelen kunnen worden genomen op basis van de Habitatrichtlijn. Laat de discussie daar over gaan. De wolf is na een heel lange tijd terug in Nederland. Hopelijk raken de mensen in de toekomst wat meer gewend aan het idee dat de wolf een onderdeel vormt van de Nederlandse natuur. Tot die tijd blijf ik middels dit soort zaken mijn stem geven aan de natuur.’

Op 3 december werd bekend dat er op de Utrechtse Heuvelrug een wolf is doodgeschoten. Op het moment dat dit blad naar de drukker ging was nog niet duidelijk of het om probleemwolf Bram gaat.
De export van F-35-onderdelen
De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, en niet de rechter, moet beoordelen of de export van F-35-onderdelen naar Israël onaanvaardbare risico’s op schending van het humanitair oorlogsrecht oplevert. Tot dat oordeelde kwam de Hoge Raad begin oktober. Na de aanval van Hamas op Israël in 2023 en de reactie daarop van Israël in Gaza heeft de minister besloten niet in de bestaande uitvoervergunning in te grijpen en de uitvoer naar Israël door te laten gaan. Oxfam Novib c.s. hebben daarop in een juridische procedure gevorderd dat de rechter de Staat beveelt de uit- en doorvoer van F-35-onderdelen naar Israël te staken. De kortgedingrechter wees dit verzoek toe in tegenstelling tot het gerechtshof Den Haag. De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp kreeg zes weken de tijd voor een nieuwe toets.
De spermadonorzaak
De rechtbank Den Haag oordeelde in februari in een kort geding dat een spermadonor in het openbaar geen uitlatingen meer mag doen over zijn donorkinderen en de ouders van die kinderen. Het kort geding was aangespannen door de Stichting Donorkind en een moeder namens haar minderjarige zoon. De donor moet een aantal video’s van zijn YouTube-kanaal verwijderen waarin hij negatieve uitlatingen doet over ouders die hebben meegewerkt aan een Netflix-documentaire over de donor. De rechter oordeelt daarnaast dat de donor video’s moet verwijderen waarin het contact tussen hem en zijn donorkinderen en hun ouders aan de orde komt. De rechter veroordeelde de donor tot het betalen van dwangsommen als hij de video’s niet verwijdert, negatieve uitlatingen doet over de ouders of nieuwe video’s plaatst over de onderwerpen die hem zijn verboden.
Informatie boerenbedrijven
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur werd in september door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verplicht binnen twee weken informatie openbaar te maken over boerenbedrijven. Het gaat concreet om adressen van de bedrijfslocaties van alle veehouders in Nederland, het aantal geregistreerde landbouwhuisdieren en het staltype waarin de dieren gehouden worden. Journalisten van NRC, Follow the Money en Omroep Gelderland hadden de minister hierom gevraagd, omdat ze met deze informatie willen berekenen hoe effectief het stikstofbeleid van het kabinet is. De afdeling begrijpt de zorgen van veehouders over hun veiligheid en bedrijfsvoering, maar zet het uitgangspunt dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie voorop.
Afpersingszaak fruithandel Hedel
Het gerechtshof in Arnhem legde in april lange gevangenisstraffen op in de zaak over de langdurige poging tot afpersing van een fruitbedrijf in Hedel en de daarmee verband houdende woningaanslagen. De straffen variëren van twee jaar tot 26,5 jaar. In de zaken ging het om een poging tot de afpersing van de directie van het Brabantse fruitbedrijf. Na de ontdekking van een grote hoeveelheid cocaïne in een lading fruit bij het bedrijf werd de cocaïne in beslag genomen. Daarna werd via sms-berichten geprobeerd geld of bitcoins van het bedrijf los te krijgen. Vanaf het moment dat de afperser een personeelslijst van het bedrijf in handen kreeg, werden er aanslagen met vuurwerkbommen bij woningen van medewerkers gepleegd.

Voormalig Jumbo-topman Frits van Eerd werd deze zomer veroordeeld tot twee jaar cel. De rechtbank in Groningen acht bewezen dat hij schuldig is aan valsheid in geschrifte en witwassen en zich heeft laten omkopen. Een onbegrijpelijk vonnis, vindt zijn advocaat Robbert Jonk (47) (Cleerdin & Hamer Advocaten).
De strafzaak tegen de vermogende supermarktondernemer groeide uit tot een van de opvallendste dossiers van het jaar. Niet zozeer door de aard van de verdenkingen, maar vooral door de persoon van de verdachte, zegt Jonk. ‘Dit soort zaken komen vaker voor, maar de persoon van de verdachte heeft het een zaak gemaakt die heel veel mensen hebben meegekregen.’
Maar ook juridisch is de zaak interessant. Van Eerd heeft altijd ontkend dat hij zich door welk voordeel dan ook liet sturen en wees op zijn financiële positie. ‘De vraag of er opzet voor niet-ambtelijke omkoping in het spel was, is een lastige. In hoeverre is hij bewogen om iets te doen of te laten door een gift, als daar al sprake van was? Ook in dat kader speelt de persoon van de verdachte een grote rol. Hij is vermogend genoeg om zelf de dingen te kopen die hij nodig heeft, dus waarom zou hij zich laten verleiden tot bepaalde handelingen met het aannemen van geschenken of goederen op proef met een relatieve waarde?’ Ook de medeverdachte stelde dat hij vanuit een normale handelsrelatie handelde. Af en toe iets meegeven aan een klant, soms iets laten uitproberen. Volgens Jonk een niet-onredelijke verklaring. ‘Toch gaat de rechtbank ervan uit dat alles is gedaan om cliënten om te kopen. Dat oordeel had ik totaal niet verwacht.’
‘Mijn cliënt koos ervoor de strafbeschikking niet te accepteren, omdat hij dan schuld zou moeten erkennen’
Grote schok
De uitspraak was dan ook een grote schok voor Van Eerd en zijn advocaat. ‘De verbazing bij hem en bij mij was enorm. Er zitten natuurlijk elementen in het dossier die om uitleg vragen. Het geld bijvoorbeeld dat op ongebruikelijke plekken is gevonden. We hebben daar een uitgebreide verklaring voor gegeven, maar de rechtbank wees dit van de hand. Ik heb klanten die met nog niet de helft van deze uitleg komen en worden vrijgesproken.’
Zou Jonk een andere strategie hebben gekozen met de kennis van nu? ‘We hebben geen afslagen gemist. Terugkijkend is er één moment geweest dat voor een andere wending had gezorgd: de strafbeschikking die in een vroeg stadium werd aangeboden. Die viel aanzienlijk lager uit dan de uiteindelijke straf. Mijn cliënt koos ervoor die niet te accepteren, omdat hij dan schuld zou moeten erkennen.’
Hoewel de zaak veel aandacht trok, kozen Jonk en Van Eerd bewust voor een terughoudend mediabeleid. Er werd slechts gecommuniceerd op twee concrete momenten: toen de vervolging bekend werd en na de uitspraak. ‘Het is niet mijn vak en uiteindelijk is het aan de cliënt, maar alle aandacht geeft een zaak wel een andere dimensie. Het komt niet heel vaak voor dat je zo de gelegenheid krijgt om in normale mensentaal uit te leggen wat je bedoelt. Het is leuk om over zo’n strategie na te denken, maar mijn cliënt had er geen behoefte aan om verder in de schijnwerpers te staan. Dat bepaalde de lijn.’
Hoger beroep
Inmiddels heeft Van Eerd hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak. Dat traject gaat hij aan met een andere advocaat, namelijk Daan Doorenbos van Stibbe. ‘We hebben een goede samenwerking gehad en er is geen rancune,’ zegt Jonk daarover. ‘Het is een grotemensenwereld en zo kan het gaan. Dat neemt niet weg dat ik de zaak graag had afgemaakt.’
Het geeft Jonk ruimte om na een periode van volledige focus op dit dossier weer verschillende zaken met kortere doorlooptijd op te pakken. ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel.’

Zwartboek Lentekriebels
Stichting Civitas Christiana moest in april per direct stoppen met het verspreiden van het Zwartboek Lentekriebels. Dat oordeelde de voorzieningenrechter in het kort geding tussen Stichting Rutgers en Stichting Civitas Christiana. Civitas mocht ook geen onrechtmatige uitlatingen meer doen over Rutgers en de Week van de Lentekriebels en kreeg een verplichting tot rectificatie opgelegd. In aanloop naar de Week van de Lentekriebels, een nationale projectweek waarin extra aandacht is voor relationele en seksuele vorming, publiceerde Civitas het zwartboek waarin Rutgers, organisator van de Week van de Lentekriebels, in verband werd gebracht met pedofilie. Ook werd gesteld dat Rutgers kinderen zou seksualiseren. Rutgers spande daarop een kort geding aan. Volgens de voorzieningenrechter zijn de geuite beschuldigingen in het zwartboek onrechtmatig.
De adoptiezaak
Het gerechtshof Den Haag oordeelde in maart dat de vordering van Bureau Clara Wichmann tegen de Staat namens moeders, die in de periode 1956-1984 hun kinderen ter adoptie hebben afgestaan, zich niet leent voor behandeling in een collectieve actie. De tegelijk door een afzonderlijke moeder ingestelde vordering is verjaard. Bureau Clara Wichmann wil dat het hof voor recht verklaart dat de Raad voor de Kinderbescherming onrechtmatig heeft gehandeld door de naar schatting dertienduizend vrouwen eenzijdig, onvolledig of onjuist te informeren over hun rechten of de praktische mogelijkheden om hun kind op te voeden. Net als de rechtbank concludeert het hof dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn. Het hof acht het niet mogelijk om in het algemeen een oordeel te geven over de vraag of de Raad voor de Kinderbescherming onrechtmatig heeft gehandeld tegenover alle moeders.
De zaak-Marco Borsato
Marco Borsato is begin december vrijgesproken van ontucht met een minderjarige. Het OM eiste eind oktober een celstraf van vijf maanden tegen de 58-jarige zanger voor ontucht met een vijftienjarig meisje. Borsato zou de inmiddels 26-jarige vrouw tussen september 2014 en januari 2015 meermaals hebben betast op de bovenbenen, borsten en vagina, zowel op als onder haar kleding. Ook zou ze de zanger op seksuele wijze hebben moeten aanraken. De rechtbank vindt dat hiervan onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. De rechtbank gaf bij de onderbouwing van het vonnis aan behoedzaam om te zijn gegaan met de aangifte van het meisje. Volgens de rechtbank was zij niet erg concreet over welke handelingen Borsato zou hebben verricht en wanneer precies. Ook het bewijs dat haar verklaring had moeten ondersteunen, was volgens de rechter niet overtuigend. Zo heeft geen van de getuigen ontuchtige handelingen gezien.
Discretionaire bevoegdheid minister van Asiel en Migratie
De minister van Asiel en Migratie heeft nog altijd de zogenoemde discretionaire bevoegdheid om een verblijfsvergunning te verlenen. Dat betekent dat de minister nog altijd zelf een verblijfsvergunning mag verlenen in schrijnende gevallen. Tot dat oordeel kwam de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State nadat de minister een aanvraag van een Iraakse man buiten behandeling had gesteld, omdat hij niet meer de discretionaire bevoegdheid zou hebben om een verblijfsvergunning wegens schrijnende omstandigheden te verlenen door een wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in mei 2019. Volgens de afdeling heeft deze wijziging de discretionaire bevoegdheid van de minister niet ingeperkt. Een bevoegdheid die bestaat op grond van hogere regelgeving, een wet, kan namelijk niet zomaar door lagere regelgeving, een algemene maatregel van bestuur, worden ingeperkt.