vak & mens
Hoe neem je als advocaat beslissingen in morele kwesties? Het is een vraag die Annemiek Louwrier mateloos boeit. Ze gaat de boer op met een methode om weloverwogen besluiten te nemen.
Annemiek Louwrier houdt kantoor in een oud pakhuis aan een Amsterdamse gracht. Heel wat anders dan Stibbe, waar ze haar carrière in 1989 begon. Tussentijds werkte ze jarenlang bij adviesbureau Governance & Integrity. In 2018 introduceerde Louwrier als hoofddocent ethiek bij de Beroepsopleiding een methode om ethische kwesties te ontrafelen en beargumenteerd tot een beslissing te komen. Alle beginnende advocaten maken in hun tweede jaar kennis met de tool, in de wandelgangen weleens ‘de methode Annemiek’ genoemd.
Je voelt naar eigen zeggen de missie om deze tool in de hele advocatuur onder de aandacht te brengen. Waarom?
Met een lachje: ‘Toen ik ging studeren wilde ik nog pastoor of missionaris worden. Niet omdat ik de wijsheid in pacht heb, maar omdat ik mensen wil helpen om na te denken hoe ze in het leven staan, hoe ze een samenleving kunnen vormen – en ik zie hoe de tool advocaten daarbij helpt. Ik studeerde eerst filosofie, maar vond vooral ethiek interessant. Na mijn kandidaats stapte ik over naar rechten vanwege de onrechtmatige daad.’
2022-heden: lid Hof van Discipline
2021-heden: advocaat HM Law
2016-heden: trainer morele oordeelsvorming en adviseur integriteit bij overheidsadviesbureau Governance & Integrity
2013-heden: hoofddocent en trainer beroepsattitude en -ethiek bij de Beroepsopleiding Advocaten
1996-2021: bedrijfsjurist, juridisch adviseur en advocaat
1989-1996: advocaat Stibbe
Hoezo ‘vanwege de onrechtmatige daad’?
‘Dat leerstuk over wat wij in de maatschappij niet acceptabel vinden, zit heel dicht tegen ethiek aan. Net als “een goed huisvader”, of “een behoorlijk advocaat”. Eigenlijk normen van niks natuurlijk, open normen waarin je van casus tot casus een lijn probeert te vinden. Dat vind ik superinteressant.’
Artikel 46 Advocatenwet zegt dat je je als advocaat níét mag gedragen zoals een behoorlijk advocaat níét betaamt. Ben jij met jouw methode ook op zoek naar het gebied boven dat minimum?
‘Zeker. Die bepaling zegt: je mag niet door het ijs zakken. Daarboven heb je nog een hele ruimte die je kunt invullen. Je zit dan op het terrein van de “aspiratieve moraal”, het streven naar een zo goed mogelijk advocaat te zijn.’
En wat doet jouw methode concreet?
‘Het is géén beslisboom, maar een manier om bij een dilemma alle argumenten te wegen, door ze op te schrijven en te ordenen [red.: zie kader]. Ik heb de methode niet zelf ontwikkeld, maar wel uitgewerkt voor de advocatuur, met name wat betreft het labelen van de argumenten. Er zijn vier soorten: rechten, belangen, feiten en smoezen. Rechten moet je eerbiedigen of compenseren, belangen moet je wegen. En sommige argumenten zijn flutargumenten, maar trekken jou wel een bepaalde kant op omdat het voor jou de makkelijkste oplossing is – dat zijn smoezen.’ Ze lacht. ‘Die herken je snel als je ze opschrijft hoor. En het is enorm belangrijk dat je ze herkent, anders houden ze hun aantrekkingskracht.’
Ook ‘feiten’ moet je volgens het model herkennen. Wat bedoel je daarmee?
‘Feiten lijken soms argumenten, maar zijn het eigenlijk niet. Stel dat je zegt: ik moet dit doen want er is een contract. Dat er een contract is, is een feit, geen argument. Maar wat is de consequentie? Dat iemand daaraan een bepaald recht kan ontlenen. Dát is het argument. Emoties zijn trouwens ook feiten. Je bent boos, daar kunnen we niks van zeggen. Maar waarom ben je boos? Staat er een waarde op het spel? En is dat dan jouw persoonlijke waarde of een professionele?’
Bedoel je dat je je niet al te veel moet aantrekken van je persoonlijke waarden?
‘Tja, je moet een afweging maken vanuit je rol als advocaat, dat is waar ik mensen in opleid. Als dan je persoonlijke waarden telkens in de knel komen, kun je je afvragen of je wel op je plek zit. Bijvoorbeeld: je bent heel erg begaan met het milieu, maar je moet bij jouw kantoor cliënten bijstaan zoals Tata Steel. Of je bent tegen Big Pharma, of er spelen politieke kwesties zoals bij Russische cliënten. Die partijen kunnen gerechtvaardigde belangen hebben om hier zaken te doen of te procederen, dan heb je dat binnen de kaders van de wet te doen, vind ik. Als je daar moeite mee hebt, zit je misschien niet goed bij jouw kantoor, of zelfs in de advocatuur.’
Zijn er ook beroepsregels waar stagiairs an sich al moeite mee hebben, los van de te bedienen cliënt of de zaak? Vroeger moest je je wederpartij een seintje te geven als die een termijn leek te gaan vergeten, dat is niet erg aantrekkelijk.
‘In dat opzicht is de advocatuur verhard, althans verzakelijkt: die regel bestaat niet meer. Maar je kunt natuurlijk altijd meer doen dan de gedragsregels eisen. En de gedragsregels schrijven wel nog steeds welwillendheid voor ten opzichte van je collega’s. Bovendien moet je rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. De vraag is alleen: wat doet het met de positie van jouw cliënt? Die heeft er recht op dat je partijdig bent, dat je handelt in zijn gerechtvaardigd belang. En je moet ook het systeem van het recht meewegen, dat mag je niet willens en wetens frustreren. Dit zou een heel mooie kwestie zijn om af te pellen in de methode.’
In een notendop ziet het stappenplan er als volgt uit.
- Formuleer het pijnpunt en stel vast of jij degene bent die moet beslissen.
- Zo ja, zet op een rij: wie worden door mijn beslissing geraakt?
- Inventariseer eventueel ontbrekende feitelijke en juridische informatie.
- Formuleer twee handelingsopties.
- Bedenk de argumenten vóór en tegen beide opties.
- Kwalificeer de argumenten: een recht, een belang een feit of een smoes.
- Weeg de argumenten:
- Een recht móét je eerbiedigen; als twee rechten met elkaar strijden ‘wint’ het sterkste recht of het recht dat gecombineerd wordt met de sterkste belangen. Het andere recht moet dan gecompenseerd worden.
- Met belangen kún je rekening houden, je moet ze wegen.
- Feiten zijn geen argumenten, maar kunnen daar wel naar wijzen.
- Smoezen zijn dingen die je bedenkt om uit de wind te blijven, die wegen niet mee.
- Kies de optie die het meest recht doet aan de weging.
- Bedenk hoe je eventuele door jouw beslissing niet-gehonoreerde rechten kunt compenseren en andere negatieve gevolgen kunt verzachten.
De basis van dit stappenplan is gelegd door Nyenrode Business School en het is uitgewerkt door adviesbureau Governance & Integrity. Annemiek Louwrier heeft het verder ontwikkeld voor notarissen en advocaten.
‘Je onderbuik en je intuïtie sturen je in het dagelijks leven, maar daarop kun je niet helemaal vertrouwen’
Wat is er eigenlijk bijzonder aan de methode?
‘Veel methodes voor ethisch handelen gaan over: hoe doe je het juiste? Maar dan moet je wel weten wat het juiste ís, en dat weet je vaak helemaal niet. De methode dwingt je om van thinking fast naar thinking slow te gaan. Je onderbuik en je intuïtie sturen je in het dagelijks leven, maar daarop kun je in dit soort situaties niet helemaal vertrouwen. Je moet een stap terugdoen, uitvogelen: wat speelt hier nou? Wat is mijn rol? Je schrijft niet alleen de voors en tegens van jouw favoriete oplossing op, maar van beide handelingsopties. Je neigt naar één kant, maar wat is er voor de andere kant te zeggen? Daarmee leer je tegen jezelf in denken en neem je een weloverwogen beslissing die je achteraf ook kunt verantwoorden. Het helpt trouwens ook om het samen met anderen te doen, dan komen er aspecten boven waar je zelf niet aan dacht. Als je het inbedt in kantoor, komt het volledig tot zijn recht en kan je kantoor er beter van gaan draaien: zó vinden wij dat een behoorlijk advocaat zich gedraagt.’
Waarom spreek je van twee alternatieve handelwijzen? Er kunnen toch meer mogelijkheden bestaan?
‘Dat zijn vaak variaties op twee mogelijkheden, meestal verzachtingen van de gevolgen van een keuze voor een van beide opties. Die verzachtingen kun je later doen, eerst moet je de hoofdbeslissing nemen. In de Beroepsopleiding gebruiken we als voorbeeld dat een secretaresse jou vraagt haar bij te staan in een conflict met haar buren. Wat doet het met jouw positie op kantoor als je haar niet bijstaat? En wat betekent het voor je onafhankelijkheid als je het wel doet? Als je beslist om het niet te doen, kun je als verzachting haar helpen een andere advocaat te vinden die een schappelijk tarief rekent.’
Kun je een voorbeeld geven uit je eigen werk waarin je merkte dat het werkt?
‘Ik coachte een advocaat met een burn-out. Hij had jaren geleden een beroepsfout gemaakt, maar van zijn kantoor en de verzekeringsmaatschappij mocht hij de fout niet aan zijn cliënt toegeven, dat zat hem nog steeds vreselijk dwars. De cliënt had schade geleden, de advocaat had in twee instanties voor de tuchtrechter gestaan. Nu alles voorbij was, wilde hij alsnog zijn excuses aanbieden. Maar na een analyse stelden we vast dat hij, om zijn eigen ziel te verlichten, het voor de cliënt alleen maar erger zou maken door alles weer op te rakelen. Die onderbouwde conclusie gaf rust en deed hem heel veel goed.’