column

Van klacht naar thema: de kracht van onderwerp­gericht toezicht

In het noorden houden we van duidelijkheid. Geen omwegen, geen dikdoenerij. Die houding helpt ook in het toezicht op de advocatuur. In de commerciële praktijk van bedrijven is er marktwerking. Bij particuliere recht­zoekenden moet goed toezicht het gebrek aan effectieve marktwerking compenseren. Particulieren weten niet wat ze van een advocaat mogen verwachten. Sommigen stellen dus ook onmogelijke eisen, anderen nemen met (veel) te weinig genoegen. Particulieren vertrouwen erop dat ze goed geholpen worden.

Juist voor die groep voel ik verant­woordelijk­heid. Toegang tot goede rechts­bijstand mag niet afhangen van toeval of budget, maar is een fundament van onze rechts­staat. Daarom onderzoeken we in het deken­beraad hoe we de kwaliteit van dienst­verlening niet alleen achteraf –⁠ na klachten of signalen ⁠– kunnen beoordelen, maar ook vooraf kunnen versterken. We noemen dit onderwerp­gericht toezicht, waarmee het afgelopen jaar twee pilots zijn gestart.

Een van de pilots richt zich op, wat de Raad voor Rechtsbijstand noemt, de afhechtingspraktijk bij echt­scheidingen: de situatie waarin een advocaat tegen een vaste, vaak lage vergoeding slechts de formele afhandeling verzorgt van stukken die door een mediator zijn opgesteld. In de praktijk betekent dat soms dat de advocaat nauwelijks contact heeft met de cliënten en niet controleert of het convenant werkelijk aansluit bij hun wil en belangen. Daarmee schiet de zorgplicht tekort – terwijl juist de gevolgen voor cliënten groot kunnen zijn.

De pilot laat zien hoe waardevol het is om de kwaliteit van dienst­verlening op een deelgebied systematisch te onderzoeken. Niet met de bedoeling om te veroordelen, maar om te begrijpen waar risico’s ontstaan en hoe we onze beroeps­groep kunnen helpen die te beperken. Het bleek bovendien een uitdaging om kwaliteit te meten: niet alles laat zich immers vangen in protocollen of cijfers. Goede advocatuur zit ook in houding, vakman­schap en zorg voor de mensen achter het dossier.

Toezicht is wat mij betreft geen bureaucratisch proces, maar een vorm van zorg: voor cliënten én voor het beroep. Als dekens staan we naast de advocaten, niet tegenover hen. Door tijdig te signaleren waar het mis kan gaan, houden we samen de kwaliteit op peil en beschermen we het vertrouwen in de advocatuur.

Ik sta voor deze nuchtere aanpak van eerlijk benoemen en met hart voor de zaak verbeteren. Want goed toezicht is geen wantrouwen, maar betrokkenheid – vóór het vertrouwen in de advocaat en vóór de rechtzoekende.

Opleidings­punten: wacht niet tot het laatste moment

Het jaar loopt op zijn einde – zorg dat uw verplichte opleidings­punten op tijd zijn behaald. Iedere advocaat moet jaarlijks minimaal twintig punten behalen, waarvan per geregistreerd rechts­gebied tien juridisch-inhoudelijk. Voor Wwft-plichtige advocaten en hun mede­werkers gelden bovendien aanvullende opleidingseisen. Zo moeten Wwft-verantwoordelijken en compliance officers jaarlijks twee Wwft-punten behalen en Wwft-plichtige advocaten eens per twee jaar.

Meer informatie

Meer weten over de exacte opleidings­verplichtingen en adviezen van de dekens? Klik hier.

Toezicht op de advocatuur

Het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door de dekens van de elf arrondissementen, verenigd in het deken­beraad. De dekens voeren het toezicht onafhankelijk, transparant, uniform en effectief uit. Kijk voor meer informatie op www.toezichtadvocatuur.nl.