vak & mens
gezien
Al een kwarteeuw fileert mediarechtadvocaat Matthijs Kaaks in zijn columns de eigenaardigheden van de advocatuur. De markantste stukken zijn nu verzameld in het boek ‘Ridders in toga’.
‘Pissebedden’ uit 2000 is de allereerste column en volgens Kaaks (Boekx Advocaten) nog altijd actueel. ‘Het gaat over advocaten die publiciteit zoeken of krijgen. De rol van de media heeft de afgelopen 25 jaar een enorme vlucht genomen: er is meer publieke belangstelling voor rechtszaken dan ooit. Er zijn advocaten die overal op afrennen. Maar wie dit werk goed wil doen, kan niet continu in beeld zijn om zaken uit te leggen. Nog los van de vraag of dat in het belang van de cliënt is. De meeste advocaten doen hun werk als pissebedden onder een zware stoeptegel die zelden wordt gelicht. Dat uitgangspunt geldt nog steeds.’

Hoe de 58-jarige Kaaks een kwarteeuw geleden bij het Advocatenblad belandde, weet hij niet meer precies. ‘Ik denk dat het ermee te maken had dat ik naast de advocatuur parttimejournalist bij het juridisch tijdschrift Amice was.’ Inmiddels heeft Kaaks in het Advocatenblad ongeveer honderdvijftig columns gepubliceerd, waarvan er zeventig zijn opgenomen in het boek ‘Ridders in toga’ dat deze maand verschijnt bij WJS Uitgevers. Het zijn eigenzinnige bijdragen over advocaten en hun ego’s, over excessief declareren of over soevereinen. Maar ook over een brisant document voor de Belastingdienst dat door een verkeerd ingetoetst nummer in de fax op de redactie van een grote krant belandde. De tekeningen in het boek zijn van huisillustrator Floris Tilanus.
Procureur-generaal Rinus Otte
Sommige columns lijken wat gedateerd, maar Kaaks heeft met zijn keuze vooral een tijdsbeeld willen schetsen. ‘Elektronisch kantoorarrest’ uit 2006 gaat over het gebruik van de BlackBerry. ‘Pels Rijcken maakte er zelfs reclame voor in een KPN-flyer – ook de landsadvocaat maakt graag een barterdeal: “Hoe BlackBerry de advocatenpraktijk vooruithelpt”. In die column beschrijf ik hoe ik in de trein naar Zutphen twee mannen met hun BlackBerry in de weer zag. Ik moest er niet aan denken dat ik in de trein zou worden lastiggevallen door kantoor: ik vond het een dystopisch idee. Maar het kantoor is inmiddels via de telefoon als een soort grote stalen kogel aan de enkels geklonken.’
De meeste reacties kreeg Kaaks op een column uit 2024 over de voorzitter van het college van procureurs-generaal Rinus Otte. Kaaks schreef: De nieuwe baas van het OM pronkt graag met zijn rechtlijnigheid. En hij belijdt zijn opvattingen zonder spoortje twijfel. Strafrecht draait om vergelding. De wet moet naar de letter worden uitgelegd. Het recht huist in het hoofd, niet in het hart. Dat zijn de vuistregels van Rinus. ‘Die bijdrage ging over de vraag: pas je de wet toe of pas je het recht toe? Wetstoepassing is iets anders dan rechtstoepassing, en daar hoort bovendien twijfel bij: is dit een rechtvaardige oplossing? Daar kwamen veel reacties op. Niet van Rinus Otte overigens.’
Inspiratie voor de columns haalt hij uit websites met advocatennieuwtjes, kranten of uit kort gedingen op Rechtspraak.nl. ‘Daar kom je de gekste verhalen tegen, wat bijvoorbeeld leidde tot “Het paradigma van de flutzaak” uit 2010. Aanleiding was een kort geding over konijn Punkie. Eiseres wilde na haar echtscheiding, op straffe van een dwangsom, informatie van haar ex blijven ontvangen over de levensomstandigheden van het konijn. De ex weigerde dat. Je kunt zeggen: deze flutzaak gaat nergens over. Tegelijkertijd gaat het voor de mensen in deze zaak wel degelijk ergens over. Net zoals er zaken worden gevoerd over een omgangsregeling met de hond.’
‘De dossiers die advocaten behandelen, vormen een schat aan informatie, maar vooral de mensen en verhalen erachter vind ik interessant’
Intimiderende sommatiebrief
Ander opvallend voorbeeld: ‘Hallemannetjes’ uit 2022 over De Brauw die net na de inval van Rusland in Oekraïne zijn publieke steun aan Oekraïne uitsprak, tegen de Russische agressie. En vervolgens gaf De Brauw aan niet meer voor Russische staatsbedrijven te zullen werken. Maar het kantoor procedeerde al jaren tégen de Russische staat. Het was wat schijnheilig om te zeggen: “Kijk, we staan aan de goede kant.” Terwijl het ze geen euro omzet kostte.’ Fatsoensmarketing, noemt Kaaks deze belijdenis. ‘De Brauw lijkt op een groenteboer die verklaart dat zijn producten voortaan diervriendelijk en vegetarisch zijn.’
‘Achter elke publieke controverse schuilt vaak een fascinerende toedracht. Vergelijk het met een paddenstoel die na een regenbui opkomt: daaronder zit een schimmelnetwerk van advocaten dat niemand ziet. De dossiers die advocaten behandelen, vormen een schat aan informatie, maar vooral de mensen en verhalen erachter vind ik interessant. Inspiratie krijg ik wanneer ik ergens vrolijk van word, verwonderd raak of verontwaardigd ben. De verontwaardiging neemt wel toe met alle debatten over de rechtsstaat en politici die op de stoel van de rechter gaan zitten. We leven in een grimmigere tijd dan 25 jaar geleden.’
Als voorbeeld haalt hij een column uit 2022 aan: ‘Losse Flodders’. ‘Geert Wilders werd boos omdat opiniemaker Özcan Akyol vaststelde dat de PVV met een wetsvoorstel het stemrecht van moslims wilde beperken. Volgens Wilders was het lasterlijk om de PVV hiervan te betichten. Hij liet zijn advocaat Geert-Jan Knoops een sommatiebrief opstellen, die Wilders vervolgens zelf triomfantelijk twitterde. Het is vals en intimiderend. En een advocaat moet zich daarvoor niet laten lenen. Ik vind het nodig om daar dan scherp op te reageren. En daarmee wil ik nog lang doorgaan – wie schrijft, die blijft.’
‘Ridders in toga’, Matthijs Kaaks (WJS Uitgevers)
Tulpje in Rusland

Marc Wintgens, advocaat bij AKD, werd midden jaren negentig vanuit NautaDutilh gedetacheerd in Moskou bij een Russisch commercieel advocatenkantoor. Hij kwam terecht in een nieuw Rusland, vol onrust, onzekerheid en geweld.
In Tulpje in Rusland (Calidris, 2025) tekent hij zijn ervaringen op. Boris Jeltsin was destijds aan de macht, Vladimir Poetin nog niet in beeld. Een hernieuwd Rusland zette de eerste stappen op weg naar een democratie. Grote internationale advocaten- en accountantskantoren daalden in Moskou neer, nieuwsgierig naar de mogelijkheden.
In korte verhalen en anekdotes beschrijft Wintgens de internationale advocatengemeenschap in Moskou, het Nederlandse expatwereldje en het Russische leven in die dagen. Hij vertelt hoe buitenlanders vaak neerkeken op Rusland en de Russen, hoe bedrijven werden gechanteerd door Russische criminelen en over de treinreis die hij in hartje winter maakte met de Transsiberië Express. Het is het relaas van een jonge, ambitieuze advocaat die zonder al te veel kennis en ervaring het Rusland van 1994 binnenstapte. Het boek geeft een mooi tijdsbeeld van het toen nog democratische Rusland en de internationale advocatuur in het Moskou van die tijd. Als lezer krijg je ook nog een inkijkje hoe het is om als advocaat van een groot kantoor naar het buitenland uitgezonden te worden. Een vlot geschreven boek dat makkelijk wegleest, ook al besluit de auteur niet met een happy end. ‘Dertig jaar geleden ging iedereen ervan uit dat Rusland een welvarende democratie zou worden en dat de chaos en economische ellende in de jaren negentig groeipijnen waren die hoorden bij de transitie van een communistische dictatuur naar een op westerse maatstaven gebaseerde democratie. Nu weten we beter.’