actueel weski

‘Het is niet langer werkbaar’

Strafpleiter Christian Flokstra van Ficq & Partners reageerde half mei tijdens een Marengo-zitting in een emotioneel betoog op de arrestatie van zijn collega Inez Weski. De belangrijkste boodschap: de grens is bereikt.

De aanhouding van ‘onze zeer gewaardeerde collega’ voegt een nieuwe zwarte bladzijde toe aan het boek van Marengo, treurde Flokstra in wat formeel zijn dupliek was. Flokstra staat met zijn collega Nico Meijering Mohamed R. bij, één van de zeventien Marengo-verdachten. ‘Net als de andere gitzwarte bladzijden in Marengo raakt ook deze bladzijde de samenleving, rechtsstaat, de strafrechtspleging, dit strafproces en bovenal de strafrechtadvocatuur. Of nog concreter, het raakt de strafrechtadvocaat nu en in de toekomst in zijn functioneren en daarmee in zijn rechtsstatelijke functie.’

Volgens Flokstra is er sprake van een patroon. Hoe zwaarder de criminaliteit, hoe harder de overheid optreedt. ‘Het betekent dat de kerntaak en functie van de strafrechtadvocaat steeds moeilijker wordt. Dat de equality of arms (…) steeds verder onder druk komt te staan.’ Als raadsvrouw van Ridouan Taghi ervoer Inez Weski dat als geen ander, zei hij. ‘Zij had de meest complexe advocatenrol, taak en functie van ons allen in dit proces dat qua verharding geen gelijke kent’.

Christian Flokstra

Volgens Flokstra is de advocatuur met het Marengo-proces in een nieuwe realiteit beland, daarbij onder meer verwijzend naar de moord op Derk Wiersum. De aanhouding van Weski is slechts het zoveelste exces, zei hij. Ook de openlijke verdachtmakingen van het OM aan het adres van advocaten in het 26Koper-pv – ‘onzorgvuldig, nodeloos en disproportioneel’ – en het schaduwen van de advocaten Meijering en Van Kleef in Dubai in 2019 passen in dat patroon.

Flokstra zei niet weg te willen kijken van de veroordeling van de voormalig advocaat Youssef Taghi, maar vreest dat de reactie daarop advocaten te veel beperkingen oplegt. ‘En juist dat is onze grote zorg en daarover luiden wij de noodklok. Dat de belangrijke taak en functie van een advocaat, juist in dit soort processen als Marengo, blijvend uit het oog wordt verloren.’

Het moet voor een advocaat wel werkbaar blijven, aldus Flokstra, die scherpe kritiek uitte op het Openbaar Ministerie dat ‘stoïcijns en met oogkleppen op’ te werk zou gaan. Met name het vasthouden aan het middel van de kroongetuige ‘als de heilige graal van de opsporing’ ondermijnt het vertrouwen van de advocaat in het OM. ‘Enige zelfreflectie is nergens te bespeuren.’

Het OM zit op dood spoor en op dat doodlopende spoor willen wij als advocaat niet meer meerijden, stelde Flokstra. ‘Immers, op dat spoor zal het ook in de toekomst nog steeds volledig opportuun zijn om een kroongetuigedeal te sluiten die voorzienbaar zal werken als een lont in het kruitvat en waarmee alle criminele dynamieken van buiten voluit het strafproces in worden getrokken.

Op dat spoor zitten in de toekomst niet alleen de rechtbank, het OM en de advocaten van de kroongetuige in een vorm van bescherming, beveiliging of zelfs anonimiteit, maar ook de advocaat van de verdachte zelf. En op dat spoor is een effectieve verdediging die daadwerkelijk voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM niet langer mogelijk.’

Volgens Flokstra is er geen enkel vertrouwen dat de nabije toekomst verandering brengt. ‘Het is daarom dat wij als kantoor hebben besloten dat wij niet meer zullen optreden voor een verdachte in dit soort zaken waarin het OM een kroongetuige inzet. Het is niet langer werkbaar, het is niet langer verantwoord.’