van de nova
uitspraken
Van de tuchtrechter
Recente uitspraken, geselecteerd en bewerkt door de Commissie Disciplinaire Rechtspraak, bestaande uit Tjitske Cieremans, Maurice Mooibroek en Robert Sanders.
Voortprocederen, voorstel aan verkeerd adres
- Raad van Discipline Amsterdam 28 november 2022, nr. 22-503/A/NH, ECLI:NL:TADRAMS:2022:234.
- Gedragsregels 3, 5, 6, 8 en 12.
- Advocaat zendt schikkingsvoorstel aan niet meer bij zaak betrokken advocaat.
De advocaat in deze kwestie stond zijn cliënte bij in een procedure over een boedelverdeling. Het gaat om de toedeling van een auto, of de waarde ervan. Zijn cliënte werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechtbank meende dat er al overeenstemming was bereikt. De cliënte was het daar niet mee eens. Enige tijd later doet mr. X klager een voorstel voor een financiële afwikkeling en vordert een bedrag van klager. Mr. X zendt het voorstel ook aan de voormalig advocaat van klager, mr. R. Kennelijk twijfelde mr. X zelf al of mr. R klager nog bijstond. Hij schreef namelijk: ‘Een kopie dezes doe ik aan [mr. R] toekomen. Mogelijk dat hij uw belangen nog behartigt.’ Weer later gaat klager akkoord met het afwikkelingsvoorstel, in die zin dat hij aanbiedt de auto te verkopen en de bedrag van de verkoop over te zullen maken. Mr. X stelt intussen hoger beroep in. Op de zitting bij het hof bereiken klager en de cliënte van mr. X een schikking.
Dan komen de klachten tegen mr. X. Klager verwijt hem onder meer geen oog te hebben gehad voor het treffen van een regeling, niet doelmatig te hebben gehandeld door in hoger beroep te gaan en in strijd met de waarheid over de bedoeling van klager te hebben verklaard. Ook is sprake geweest van onzorgvuldigheid door een afwikkelingsvoorstel aan mr. R te hebben gestuurd die niet meer betrokken was, aldus klager.
De raad stelt het toetsingskader, optreden als advocaat van een wederpartij, voorop. En in dat kader had mr. X de vrijheid om zijn cliënte te adviseren om over de boedelverdeling te gaan procederen, ook in hoger beroep. Hij had ook nog een regelingsvoorstel gedaan, dus zo ondoelmatig was het allemaal niet gelopen. Of de onjuiste mededelingen waren gedaan, kon de raad niet vaststellen.
Wél een probleem voor mr. X is de brief aan mr. R. Die bevatte een financieel voorstel over de afwikkeling. Aangezien mr. X al enige tijd rechtstreeks correspondeerde met klager, had hij kunnen weten dat klager niet meer door mr. R werd bijgestaan. Het was dus niet louter slordig, maar gewoon onzorgvuldig om mr. R nog te benaderen met een financieel voorstel dat niet voor derden bedoeld was. Mr. X had op zijn minst eerst aan klager kunnen vragen of hij nog werd bijgestaan door mr. R.
De raad ziet dus een tuchtrechtelijk verwijt. Hier is de onzorgvuldigheid jegens klager onbetamelijk in de zin van artikel 46 Advocatenwet, aldus de raad. De klacht is daarom gegrond. En er volgt een maatregel, een waarschuwing, ook omdat mr. X tijdens de behandeling van de klacht geen blijk gegeven had van inzicht in het klachtwaardig handelen.
E-mail aan verkeerd adres
- Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21 november 2022, nr. 22-027/AL/OV, ECLI:NL:TADRARL:2022:299.
- Artikel 46 Advocatenwet.
- Herhaaldelijk toezenden van een bericht, ook aan mogelijke derden.
In deze zaak zond mr. X namens zijn cliënte een brief aan klager en diens partner. Het ging om de teruggaaf van een Big Green Egg XLarge. De brief kwam retour met daarop de mededeling: ‘verhuisd’. Mr. X raadpleegde daarop het kadaster en zag dat klager en diens partner niet waren verhuisd. Daarop zond hij de brief opnieuw, separaat aan klager en aan diens partner. Ook zond hij de brieven per e-mail aan het e-mailadres van de schoonouders van klager, de ouders van zijn partner.
Klager dient een klacht in. Volgens hem heeft mr. X verwijtbaar gehandeld door een brief met vertrouwelijke informatie toe te zenden aan derden die niets met de kwestie te maken hadden. Het is een schending van zijn privacy en mr. X zou daarmee ook druk hebben willen uitoefenen.
Mr. X maakt excuses, maar verweert zich tegen de aantijging van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Volgens mr. X was in zijn vakantie besloten de brief nog een keer toe te zenden, aan klager en aan diens partner, en ook aan de hem bekende e-mailadressen. Het gebruikte e-mailadres van de schoonouders van klager was een e-mailadres dat de cliënte van mr. X een paar keer had gebruikt om met de partner van klager te corresponderen.
De raad ziet geen tuchtrechtelijk verwijt. Een advocaat moet uiterst zorgvuldig zijn bij het gebruik van (e-mail)adressen. Maar als het een keer fout gaat, levert dat niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijt op. Mr. X heeft erkend dat het fout is gegaan en heeft excuses aangeboden. De brief bevatte niets anders dan het eerdere verzoek om teruggaaf, dat ook aan de partner was gedaan, en in elk geval geen privacygevoelige informatie. Van opzet is niet gebleken. Dit alles afwegende, is de onzorgvuldigheid jegens klager niet onbetamelijk in de zin van artikel 46 Advocatenwet, aldus de raad. De klacht is daarom ongegrond.
Verhoogde zorgplicht bij beroepsfout
- Raad van Discipline Den Haag 7 november 2022, zaak 22-551/DH/DH, ECLI:NL:TADRSGR:2022:186.
- Gedragsregels 1, 12 en 16.
- Advocaat heeft door haar gemaakte beroepsfout niet tijdig ontdekt.
In een namens klager hoger ingesteld hoger beroep op nader aan te voeren feiten heeft mr. X niet binnen de door het gerechtshof gegeven termijn de memorie van grieven ingediend. Vervolgens ontvangt zij van de advocaat van de wederpartij een schikkingsvoorstel. Dat voorstel stuurt zij door aan klager, met het verzoek daarop zo spoedig mogelijk te reageren, echter zonder melding te maken van het feit dat de termijn voor indiening van de memorie van grieven reeds was verstreken. De reactie van klager op het voorstel heeft mr. X weer aan de advocaat van de wederpartij overgebracht. Het gerechtshof heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering in hoger beroep omdat daarvoor geen gronden waren aangevoerd en niet tijdig de memorie van grieven was ingediend. Mr. X heeft klager over het arrest geïnformeerd en daarbij aangegeven dat hij haar desgewenst aansprakelijk kon stellen. Zij heeft ook haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van haar fout op de hoogte gesteld. Nadat zij door klager aansprakelijk was gesteld, heeft de verzekeraar van mr. X aansprakelijkheid van mr. X gemotiveerd afgewezen.
Klager dient de klacht in omdat zij heeft verzuimd tijdig grieven in te dienen bij het gerechtshof, waardoor klager niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep. Voor de Raad van Discipline staat vast dat mr. X niet tijdig een memorie van grieven heeft ingediend, met als gevolg dat het hoger beroep van klager niet-ontvankelijk is verklaard. De raad acht dat nalatig en overweegt dat in het geval een advocaat een beroepsfout maakt, het van het grootste belang is voor het vertrouwen in zowel de individuele advocaat als de advocatuur in haar geheel dat de advocaat een adequate oplossing zoekt voor het regelen van de gevolgen van die fout. Dat heeft mr. X na ontvangst van het arrest van het hof volgens de raad ook gedaan.
Van mr. X had echter ook verwacht mogen worden dat zij de door haar gemaakte beroepsfout al eerder had ontdekt en daarvan al eerder, namelijk in de correspondentie over het schikkingsvoorstel, aan klager melding had gemaakt. Op dat moment waren als gevolg van het niet-indienen van de memorie van grieven de kansen in het hoger beroep immers verkeken en daarmee was het belang van klager bij een schikking aanzienlijk geworden. Mr. X had daar alert op moeten zijn, had klager daarover moeten informeren en hem in de ontstane situatie op het belang van een mogelijke schikking moeten wijzen.
Volgens de raad heeft mr. X met haar handelen en nalaten niet voldaan aan de eisen van professionaliteit en zorg die van haar als advocaat verwacht mogen worden. Zij heeft een door haar gemaakte beroepsfout niet tijdig ontdekt en daarmee het vertrouwen in de beroepsgroep en de belangen van klager geschaad. In het voordeel van mr. X houdt de raad er rekening mee dat zij na het ontdekken van haar fout om de termijn voor grieven te laten verlopen deze heeft erkend, en adequaat jegens klager en haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar heeft gehandeld en haar excuses heeft aangeboden. Bovendien heeft zij voorgesteld klager kosteloos bij te staan wanneer er handelingen verricht zouden moeten worden inzake de tenuitvoerlegging van het vonnis waartegen het hoger beroep zich richtte. Ten nadele van haar geldt dat mr. X de schade voor klager niet mogelijk heeft beperkt, door hem tijdig te wijzen op het belang van een schikking in de ontstane situatie.
Berisping.

Luister naar de derde aflevering van de podcast Passend en geboden.
In een halfuur praten advocaten Tjitske Cieremans en Robert Sanders u bij over recente uitspraken in tuchtzaken. Passend en geboden is te vinden in Apple Podcast, op Spotify en via de website van het Advocatenblad.