vak & mens cover
Diverse kantoren hadden begin dit jaar een bestuurswissel. Aan tafel met drie nieuwbakken managing partners. ‘Niet iedereen is van nature geschikt om te managen.’
Het moet passen in de fase waarin je advocatenpraktijk zit, je mag het vooral niet zien als corvee en je dient je beperkingen te kennen. Bij Leendert Kruidenier (58) (ondernemingsrecht- en arbeidsrechtadvocaat bij Wijn & Stael in Utrecht) zit dat wel goed. Hij bestuurt het Utrechtse kantoor nu voor de derde keer sinds hij zijn carrière daar begon in 1991.
Tafelgenoten Alexandra Danopoulos (44) (bestuursrecht- en omgevingsrechtadvocaat bij Ploum in Rotterdam) en Chantal Bakermans (40) (advocaat IT-recht en intellectueel eigendom bij Penrose law in Amsterdam) zijn vergeleken met Kruidenier nog groentjes. Samen maken de drie advocaten de eerste balans op na vier maanden besturen.
Hoe hebben jullie de eerste maanden ervaren?
Kruidenier: ‘Als vertrouwd. Ik vind het leuk om met een team van jonge mensen thema’s op te pakken. Daar zit voor mij de uitdaging, dus daar ben ik weer volop mee bezig. Daarnaast draai ik mijn praktijk er volledig naast. Ik ben en blijf primair advocaat en geen manager. Dat kan alleen maar omdat we een goede staf hebben die het dagelijks bestuur vanuit de eigen expertise ondersteunt. Daar hebben we de laatste jaren flink in geïnvesteerd. We zijn met 75 mensen op kantoor, van wie 45 advocaten. Dat werkt heel efficiënt en daar draait het kantoor op.’
‘Het integreert met je overige werk, dat maakt het dynamisch en houdt het leuk en luchtig’
Bakermans: ‘Wij zijn sinds twee jaar een coöperatie. Na de overgang van bv-structuur naar coöperatiemodel hebben de oprichters van Penrose het bestuur nog op zich genomen, mede gelet op de praktische afwikkeling. Nu was het tijd voor een wissel. Ik ben managing partner geworden omdat ik het leuk vind om betrokken te zijn bij de nieuwe structuur die we nu hebben en ook voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Juist omdat we een coöperatie zijn, doen we het met onze leden, de acht advocaten. We bespreken alles samen, geven iedere advocaat zijn eigen taken en verantwoordelijkheden en hebben ondersteuning van een officemanager. Daardoor is de last minder en kunnen we de druk verdelen. Het is goed te doen naast mijn volledige praktijk en mijn gezin met jonge kinderen.’
Danopoulos: ‘Ik heb ook een goede balans gevonden. Ploum is de laatste jaren enorm gegroeid. Een groter kantoor zorgt voor meer bestuurswerk. Daarom is besloten een derde managing partner aan de twee bestuurders toe te voegen. Ik heb inmiddels een fijn team om me heen gebouwd in mijn praktijk. We zijn goed op elkaar ingespeeld en daardoor kan ik dit erbij doen. De werklast neemt natuurlijk wel toe, maar je bent het al gewend om veel uren te maken.’
Kruidenier: ‘Klopt. Naast de reguliere bestuurstaken komt er veel ad hoc binnen. Thema’s die opspelen waar je wat van moet vinden. Je managet on the job. Ik zie het als een praktijk erbij. Je doet niet even een middagje dagelijks bestuur. Het integreert met je overige werk. Dat maakt het dynamisch en houdt het leuk en luchtig.’
Danopoulos: ‘Zo zie ik het ook. Een keer per week hebben we een bestuursvergadering met de stafmanagers erbij. Wanneer iets ad hoc gebeurt, weten ze mij te vinden. Dat gaat automatisch. Naast het ad-hocwerk is het belangrijk om koers te houden op het beleid dat je als bestuur hebt ingezet. Wij houden steeds het punt op de horizon in de gaten en toetsen daar alle beslissingen aan.’
Waar is dat beleid op gericht?
Danopoulos: ‘De ambitie is verdere groei en professionalisering. We zijn met zo’n honderd advocaten, notarissen en merkengemachtigden, van wie 27 partners, inmiddels het grootste kantoor in Rotterdam. We hebben al een behoorlijke groep jonge partners. Dat willen we uitbreiden. Achter elke oudere partner moet een jongere partner staan om de continuïteit te borgen. Internationale samenwerking is voor ons ook belangrijk. Dat willen we uitbouwen. Verder zetten we in op duurzaam ondernemen en inclusie. Daarbij blijven we wel een echt Rotterdams kantoor met de hands on-aanpak dicht bij de business.’
Kruidenier: ‘Wij hebben nu tien partners. Het doel is om overal een dubbele partnerbezetting te hebben. Als dat lukt, zullen we inclusief leverage de komende jaren verder groeien.’
Bakermans: ‘Wij hebben eveneens groeiambitie, waarbij het ook vooral belangrijk is om de continuïteit te behouden. Daarom streven we ernaar de komende twee tot drie jaar naar zo’n vijftien advocaten (minimaal twee ervaren advocaten per praktijk) te groeien. We proberen (senior) partners of medewerkers met een gevestigde praktijk, maar ook medewerkers met een beginnende praktijk aan te trekken.’
Hoe trek je de juiste mensen aan en hoe hou je ze binnen?
Bakermans: ‘De wat meer ervaren advocaat is lastig te bereiken. We willen dat geleidelijk voor elkaar krijgen door mond-tot-mondreclame. Het binnenhouden is volgens mij de combinatie van leuk werk en een goede sfeer. De klik is het belangrijkste bij ons. Wanneer iemand interesse in ons toont, zijn we kritisch. Alle advocaten gaan met diegene praten en iedereen moet het gevoel hebben dat die persoon goed bij de club past. Dat hoeft zeker niet iemand te zijn met dezelfde achtergrond of cultuur.’
Kruidenier: ‘Bij Wijn & Stael hebben we ingezet op goed werkgeverschap en diversiteit. Een extern bureau helpt ons bijvoorbeeld met generatiediversiteit. Waar krijgt welke generatie energie van? Waar loopt iemand juist op leeg? Hoe kun je elkaar stimuleren en beter begrijpen? Ik heb me daarin verdiept en je kunt er veel van leren, persoonlijk en voor kantoor. Ik test het op mijn inmiddels studerende kinderen. Wat is hun spanningsboog? Hoe gaan ze om met feedback? Wat is hun langetermijnvisie? Waardoor raken ze gemotiveerd? Het helpt als je die vragen beter kunt beantwoorden. Daarnaast hebben we advies ingewonnen om onze sollicitatieprocedure te verbeteren. Iedereen is bij ons welkom, maar wordt dat door de markt zo gezien? We zijn de mogelijkheid aan het onderzoeken hoe je bijvoorbeeld anoniem kunt solliciteren, de vacatureteksten zijn aangepast en we zijn wat meer zichtbaar op andere banenmarkten dan de traditionele.’
Danopoulos: ‘Wij zetten in op modernisering, zodat ons kantoor aantrekkelijk blijft. We werken voor bijzondere cliënten en bieden uitdagend werk. We hebben daarnaast goed oog voor de work-life balance. Een voorbeeld daarvan is dat het sinds corona bij ons mogelijk is om honderd procent thuis te werken. Dat resulteerde er overigens in dat bijna iedereen toch vaak op kantoor komt. Vrijheid en verantwoordelijkheid geven werkt goed en wordt gewaardeerd. Verder stimuleren we andere activiteiten naast de praktijk. Zo is er ruimte voor doceren, voorlichting geven op basisscholen en start-ups bijvoorbeeld. We doen veel op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) en Environmental, Social & Governance (ESG). Dat soort initiatieven spreekt jongere mensen aan.’
‘Je kunt met AI de standaardprocessen versnellen, maar de human in the middle blijft zeker nodig’
Kruidenier: ‘Zeker, als je wilt groeien, moet je als kantoor laten zien dat je meer doet dan alleen advocatuur. Jonge mensen vinden het terecht heel belangrijk dat je je ook op andere dan puur juridische thema’s kunt ontplooien. Dat maakt je een volwaardiger advocaat, draagt bij aan je skills. Denk aan maatschappelijke betrokkenheid, oog voor de zwakkeren in de samenleving, projecten rondom mvo, ESG of de mogelijkheid van promotieonderzoek. Je moet daarvoor ruimte bieden. In de tijd dat ik begon, was ik een echt klassieke advocaat, uitsluitend gericht op mijn cliënten. Dat is in de loop der jaren breder geworden. Dat is een goede ontwikkeling en daar moet je in mee. Je moet je als kantoor breder profileren.’
Hoe kijken jullie tegen artificial intelligence (AI) aan?
Bakermans: ‘Het gaat de advocatuur nog niet overnemen, maar het heeft wel impact op de manier van dienstverlening. Wij zijn geen frontrunner op dit gebied, maar we willen ook niet de laatste zijn. We experimenteren momenteel met een AI-tool. Dat is interessant. Je kunt ermee de standaardprocessen versnellen, maar de human in the middle blijft zeker nodig. Ik verwacht wel dat cliënten op den duur van ons verwachten dat je bepaalde overeenkomsten bijvoorbeeld makkelijker kunt ophoesten. Dat ze er niet meer mee akkoord gaan dat je acht uur rekent voor het opstellen van een overeenkomst.’
Kruidenier: ‘Dat is zeker waar. Wij proberen er stapje voor stapje mee te experimenteren. Intern hebben we een AI-commissie opgericht en er is een deskundig bureau ingeschakeld waarmee we een pilot draaien. We onderzoeken daarin of er een programma ontwikkeld kan worden voor ons eigen knowhowsysteem, zodat we eigen tools hebben voor het opstellen van contracten. Een andere vraag die speelt, is hoe wij omgaan met onze dienstverlening naar bedrijven die zich met AI en privacyaspecten bezighouden. Hoe kunnen we daarop inspelen? Het gaat impact hebben, maar ik denk dat het geleidelijk gaat. Er zijn veel processen waar het ook om strategische visie en de vertrouwensband gaat. Je bent toch een vertrouwelijk adviseur voor je cliënten en dat gaat niet via ChatGPT. Ik geloof echt in het goed leren kennen van je cliënten. Daarom ben ik advocaat geworden, het is mensenwerk. Ik moet er niet aan denken dat straks alles uit de computer rolt. Dat geloof ik ook niet. Bepaalde processen zijn te faciliteren, maar dat is meer het fundament van je dossier. Uiteindelijk zul je dat als basis gebruiken om je klant goed te adviseren.’
Danopoulos: ‘Advocaten doen specialistisch werk. Daar zijn en blijven mensenhanden bij nodig. We merken dat onze mensen wel benieuwd zijn naar AI. Alle mensen bij ons zijn al getraind. Er is veel oprechte nieuwsgierigheid en enthousiasme om aan cursussen en pilots mee te doen. Ik gebruik het zelf nog niet in mijn werk. Binnen het milieurecht gaat het vaak om het samen uitdenken van een strategie. Dat is de toegevoegde waarde die je als advocaat brengt. Er spelen zoveel meer belangen die je meeweegt bij een bepaald advies. Het gaat om keuzes maken en het nastreven van een bestendige cliëntrelatie. Daarvoor word je benaderd. Natuurlijk moet je niet blind zijn voor AI. Laten we vooral kijken waar het kan helpen. Dat is mooi meegenomen.’

Hoe kijken jullie tegen de nieuwe toezichtplannen aan?
Danopoulos: ‘Wij kunnen ons vinden in de plannen rond de Onafhankelijk Toezichthouder Advocatuur (OTA). Er is goed over nagedacht en het lijkt me een verstandige ontwikkeling. We hebben er zelf belang bij om het goed te regelen.’
Kruidenier: ‘Mijn collega Else Loes Pasma gaat per 1 juli de algemene raad van de NOvA in en zal zich onder meer met toezicht gaan bezighouden. We hebben het daar op kantoor veel over. Ik ben uiteraard voor onafhankelijk toezicht in de zin van kwalitatief goed toezicht. Ik geloof dat het in het belang van de orde is om ook zelf naar zijn advocaten op te treden en de kwaliteit hoog te houden. Ik zie dat niet als een slager die zijn eigen vlees keurt. Vanuit de expertise die we hebben binnen de orde denk ik dat we een heel eind kunnen komen. We zijn goed in staat om regulerend op te treden. Ik zie de Raad van Discipline niet als afhankelijk. Ik snap vanuit de maatschappij gezien wel dat ook extern toezicht goed is. We moeten niet de indruk wekken dat we het allemaal onderling oplossen. Het gaat om de juiste combinatie, het hoeft van mij niet zwart-wit te zijn.’
Bakermans: ‘Zo zie ik het ook, maar het moet wel volledig helder zijn wanneer je naar de OTA gaat en wanneer naar de deken. Zo’n extra orgaan moet wel echt iets toevoegen. Neem de affaire rondom Khalid Kasem. Ik vond de uitkomst van het onderzoek van de Amsterdamse deken wat gematigd. Ik kan me voorstellen dat de buitenwereld het gevoel heeft dat hem een hand boven het hoofd wordt gehouden.’
Kruidenier: ‘Dat is een goed voorbeeld. Het onderzoek kan best goed en integer zijn gedaan, maar de buitenwacht ziet het als iets dat de advocatuur toch weer zelf intern regelt.’
‘We hebben er zelf belang bij om het toezicht goed te regelen’
Danopoulos: ‘Het had denk ik geholpen als een onafhankelijk orgaan tot deze conclusie was gekomen. Dan was er meer draagvlak geweest en had het de schijn van afhankelijkheid wat weggenomen. In die zin kan de OTA goed uitpakken.’
Kruidenier: ‘Daarbij kan de OTA een protocol maken met beleid hoe om te gaan met dit soort zaken. Ik maak me zorgen over de reputatie van de advocatuur. Het is in ons aller belang dat die reputatie goed blijft.’
Danopoulos: ‘Wij steken veel inspanning in het hoog houden van de goede naam van ons kantoor. Het is zonde als dit soort incidenten het vak schaadt. Het is daarom heel goed dat de beroepsopleiding veel aandacht besteedt aan ethiek en de gedragsregels. Wij geven daar zelf intern ook een cursus over.’
Hebben jullie tips voor andere managing partners?
Kruidenier: ‘Blijf voortdurend kijken naar de langetermijnvisie, ook wat betreft maatschappelijke ontwikkeling. Opkomende markten als ESG en AI, daar moet je als advocaat oog voor hebben. Zie het als een uitdaging. Dat maakt ook dat je aantrekkelijk blijft voor mensen in het kader van de groeiambitie. En betrek jongeren in je visie en missie. Geef iedereen inspraak en denk out of the box.’
Bakermans: ‘Dat onderschrijf ik. De jaarlijkse heisessie is bij ons onmisbaar. Voor nu leer ik vooral veel van mijn medebestuurder. Net als vroeger van mijn patroon. Hij kon het hele gesprek stil zijn en luisteren en dan één dingetje zeggen. Dat was dan meteen spot on. Dat de cliënt dan zei: dit is precies waarom ik jou heb ingeschakeld. Je hoeft niet veel te zeggen, maar luister goed en zeg op de juiste momenten de juiste dingen. Haak in op het moment dat je denkt dat je toegevoegde waarde kunt leveren.’
Kruidenier: ‘Dat geldt voor de bestuurdersrol an sich. Niet iedereen is van nature geschikt om te managen. Het moet je liggen om te besturen en aan de knoppen te draaien en je moet het gevoel hebben dat je wat kunt toevoegen. Idealiter vind ik dat iedere partner via het roulatiesysteem een keer in het bestuur moet. Al is het maar om te ervaren hoeveel werk het is om een kantoor te runnen. Het is daarom dat wij alle partners bij ons verantwoordelijkheden geven. Zo blijven ze aangelijnd. Wij coördineren en regisseren, maar ze kunnen niet zomaar alles bij ons over de schutting gooien. Het is een collectieve verantwoordelijkheid en wij voeren het dagelijkse bestuur.’
Danopoulos: ‘Mijn tip is om koers te houden. Volg je beleid en thema’s op maar hou daarbij de algemene lijn in het oog. Het vereist een goede strakke planning en je praktijk moet echt staan als een dijk. Mijn kinderen zijn al ouder, één studeert en de ander zit op de middelbare school. Ik zorg altijd dat ik thuis eet en kan daarna mijn laptop nog even openklappen als het nodig is. Maar het allerbelangrijkste is dat je het leuk moet vinden. Dan krijg je er energie van in plaats van dat het je energie kost.’