vak & mens

gezien

Het geluid van de stilte

Inez Weski beschrijft in haar pas verschenen boek de nacht­merrie waarin ze belandde, na haar arrestatie vorig jaar. Advocaat Elpiniki Kolokatsi las het relaas.

Op 19 april verscheen Het geluid van de stilte - Een jaar leven in een voortrazende orkaan (Uitgeverij Lux, Amsterdam-Antwerpen 2024). Inez Weski beschrijft wat haar overkwam nadat het Openbaar Ministerie besloot tot haar aanhouding op 21 april 2023 op verdenking van deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met de handel in drugs en wapens. Haar deelneming zou bestaan uit het doorgeven van informatie van haar cliënt Ridouan Taghi aan de buitenwereld, terwijl hij in beperkingen zat.

In vijf hoofdstukken, voorafgegaan door een inleiding waarin ze ingaat op haar beweegredenen om het boek te schrijven, verhaalt Weski over haar belevenissen tijdens detentie en de omstandigheden waaronder zij werd vastgehouden. Ook schetst ze haar ‘zoektocht’ naar de eigen ziel en de reden waarom zij zich in de 45 jaren dat zij advocaat was zo toegewijd en compromisloos heeft ingezet voor haar cliënten en het recht.

En passant beschrijft Weski daarbij de achtergrond waartegen haar zaak zich afspeelt, te weten die van het ‘vergiftigde recht’. Weski ziet de behandeling die haar ten deel valt als exemplarisch voor het verval van de rechtsstaat. Tenslotte behandelt zij het beroepsgeheim en de gevolgen daarvan voor haar proceshouding in de strafzaak die tegen haar loopt.

Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim omschrijft Weski als de plicht om al datgeen wat aan de advocaat is toevertrouwd ‘geheim te houden, te bewaken en te verdedigen tegen aanvallen van buiten’. Het aan het beroepsgeheim gekoppelde verschonings­recht waarborgt dat iedereen die een advocaat inschakelt ervan uit moet kunnen gaan dat wat besproken wordt met de advocaat vertrouwelijk is en blijft. Zelfs met toestemming van de cliënt heeft de advocaat de zelfstandige plicht af te wegen of die geheimhouding al dan niet kan worden doorbroken.

Als het geheim ‘de veiligheid van levens’ kan raken, dient de geheimhouding hoe dan ook gerespecteerd te blijven, aldus Weski, die stelt eigenlijk al heel haar leven het lot van zwijger te dragen. Ook voordat zij advocaat werd, was zij al ‘doordrenkt van de noodzaak, van het levensbelang van zwijgen bij gevaar voor anderen’. Zij doelt hier op haar familie­geschiedenis vol voorouders die ‘generaties lang’ geconfronteerd werden met onrecht en leed. Dat gegeven is haar met de paplepel ingegoten en inspireerde haar om tot het bittere eind door te gaan met haar werk als ‘beschermer van cliënt, rechtsprincipes, de eerlijkheid van een proces en het voortbestaan van de rechtsstaat’.

Over haar eigen strafzaak merkt Weski op dat het bij het OM bekend moest zijn dat zij zich door haar geheimhoudingsplicht op geen enkele manier kan verdedigen. Laat staan dat zij de haar tijdens detentie aangeboden ‘soort van’ kroongetuigendeal (door haar een ‘terminaal giftig quasi bewijsmiddel’ genoemd) zou accepteren.

Weski wijst op de eenzame en kwetsbare rol van de geheim­houder ‘die voortkomt uit de inrichting van een democratische rechtsstaat met bescherming van een individu tegen de macht van de staat’. Zij wijst erop dat het beroepsgeheim en de geheim­houder door diezelfde staat gewaarborgd en beschermd dienen te worden.

Volgens Weski lijkt haar zaak te worden gebruikt om de advocatuur met allerlei maatregelen en wetgeving ‘voorgoed de mond te kunnen snoeren’. Daar wringt de schoen en niet alleen in haar zaak, getuige bijvoorbeeld de verwikkelingen rondom het verschonings­recht in de Box-zaak, waarbij het OM zich vrij toegang verschafte tot ruim drieduizend e-mails van en naar advocaten van Stibbe. Het ging niet om een misser van het OM, maar om een doelbewust gekozen testcase ter inperking van het (afgeleid) verschonings­recht, waarbij zelfs het indienen van een tuchtklacht tegen een van de betrokken advocaten (en de forensisch accountants) niet geschuwd werd. Inmiddels is het OM in die zaak teruggefloten door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de Hoge Raad, maar het heeft jaren geduurd voor het zover was.

Eenzelfde ontwikkeling is gaande in wetgevingsland, getuige het recent door de Tweede Kamer geamendeerde wetsvoorstel tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet. Naast visueel is nu ook auditief toezicht (opnames van advocaat-cliëntgesprekken) in de Extra Beveiligde Inrichtingen en Afdelingen Intensief Toezicht van andere gevangenissen in het wetsvoorstel opgenomen. De Afdeling advisering van de Raad van State noemt die extra beperkingen inmiddels ‘onverenigbaar met de Grondwet, het EVRM en het Unierecht’.

Bunker

Weski’s detentieomstandigheden zijn ronduit schokkend te noemen, met name tijdens de periode na haar voorgeleiding bij de rechter-commissaris. Haar voorarrest wordt verlengd, waarop zij niet (zoals te doen gebruikelijk) naar een regulier huis van bewaring gaat, maar (onverwacht) naar een kennelijk recent gebouwde en door haar ‘ingewijde’ ondergrondse bunker wordt afgevoerd.

Op die plek wordt zij volledig geïsoleerd van de buitenwereld vastgehouden op een voor haar, haar advocaten en familie onbekende plek in Nederland. Alle functionaliteiten van de bunker (deuren, licht, lucht, verwarming en communicatie tussen Weski en haar bewakers) worden door derden buiten het gebouw bediend. Zelf maakt zij de gelijkenis met het verblijf in een couveuse.

Een registratienummer krijgt zij niet, informatie over wie daar de directeur is c.q. onder welke gevangenisdirectie de bunker valt evenmin. Als ‘no name’ wordt Weski daar opgesloten en omgeven door een leger aan steeds wisselende bewakers, gehuld in ‘allerlei soorten uniformen’.

Ondanks de soms hilarische wijze waarop Weski de praktische details beschrijft van haar geïmproviseerd verblijf aldaar, ‘waar niets goed geregeld was’, is de impact van de extreme detentieomstandigheden groot. Bij Weski dienen zich associaties aan met buitengerechtelijke processen door de eeuwen heen. Verder maakt zij zich, mede gezien haar kennelijk fragiele gezondheid, ernstig zorgen over wat er gebeuren zal als zij onwel wordt in die ‘luchtdichte, geluiddichte, steeds benauwdere val’. Geen wonder, want zo te lezen hapert de communicatietechniek regelmatig, met lang wachten tot gevolg. Hier lijkt inderdaad sprake van gevaarzetting.

Weski gaat nog een stap verder en refereert aan zichzelf als ‘lijdend voorwerp’ van een ‘soort groepsgewijze planmatig disfunctionerende aanpak van de detentie’. Hoe dan ook, deze door Weski beschreven vorm van detentie is in ieder geval in strijd met mensen­rechten­verdragen en het penitentiaire recht.

Een dag voor haar eerste raadkamerzitting, waar geoordeeld wordt over verdere continuering van het voorarrest, wordt Weski na acht dagen in de bunker overgeplaatst naar een leegstaande vleugel van de vrouwengevangenis te Nieuwersluis, waar zij tot haar invrijheidstelling op 1 juni 2023 blijft.

Eenmaal buiten wacht Weski nu ‘de kwelling die een proces heet’, waar zij ‘als geheim­houder helemaal niets kan uitleggen’ en ‘slechts lijdzaam’ toe mag zien. De geheim­houdings­code als ‘onherroepelijk noodlot voor de geheim­houder zelf’.

Ondanks ‘buitengerechtelijke ondermijningstechnieken’ in de vorm van media- en overheidspersberichten die weinig heel laten van de onschuldpresumptie en het vonnis reduceren tot ‘een gedoemd nagerecht’, overleeft Weski naar eigen zeggen op de belofte aan haar naasten om ‘te blijven leven, te overleven’. Gesterkt door de verhalen uit haar jeugd over ‘de perfiditeit van de macht en de mensheid’. ‘Kennis vergaren, de ratio en de ziel niet verliezen. En vooral doorvechten’ is haar devies.

Elpiniki Kolokatsi is strafrechtadvocaat en redacteur van dit blad.