actueel

Journalisten ervaren meer druk van advocaten

Nederlandse journalisten ervaren een toenemende juridische druk die hen in hun redactionele vrijheid beperkt. Advocaten moeten zich beter realiseren dat dreigen met procedures de onafhankelijke journalistiek schaadt, stelt Free Press Unlimited (FPU).

FPU is een internationaal opererende non-profitorganisatie, die vanuit Amsterdam de persvrijheid wil bevorderen. De organisatie deed in Nederland onderzoek naar de mate waarin juridische druk op de Nederlandse journalistiek voorkomt en wat de impact daarvan is. Daartoe werden gesprekken gevoerd met tientallen journalisten en negen media-advocaten.

De meerderheid van de journalisten stelt dat hun werk steeds vaker juridische acties uitlokt. Landelijke dagbladen zeggen maandelijks een tot twee advocatenbrieven te ontvangen. Actualiteitenrubrieken van omroepen krijgen twee brieven per drie uitzendingen. Het blijft echter niet bij een brief, aldus de onderzoekers. ‘De vaakst genoemde voorbeelden van middelen die voor media de grens bepalen tussen een reguliere advocatenbrief of dagvaarding en juridische druk zijn: het persoonlijk dagvaarden van journalisten, het eisen van hoge (immateriële) schadevergoedingen, het uitoefenen van (gelijktijdige) druk op bronnen, klokkenluiders en betrokken deskundigen en het ongefundeerd aangifte doen voor smaad of laster tegen journalisten bij het Openbaar Ministerie.’

Ook uit eerder onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Journalisten en PersVeilig bleek dat hoofdredacties zich geregeld geconfronteerd zien met juridische dreigementen. Vooral vermogende individuen of kleine(re) private partijen die beducht zijn voor reputatieschade schakelen verhoudingsgewijs vaak een advocaat in. Het betreft dan met name onderzoeken naar financiële misdrijven, (lokale) corruptie en grensoverschrijdend gedrag.

De perceptie van journalisten komt overigens niet overeen met die van advocaten. De onderzoekers van FPU spraken met negen advocaten gespecialiseerd in het mediarecht. Sommigen staan alleen media bij, anderen meestal eisers in zaken tegen media. De meerderheid heeft een ‘gemengde’ praktijk met cliënten aan beide kanten. Alle geïnterviewde advocaten benadrukten het zwaarwegende belang van de mogelijkheid om media en journalisten aan te kunnen spreken op ongefundeerde beschuldigingen of onrechtmatigheden in publicaties. Twee stelden dat zij juridische druk op media in hun praktijk vonden toegenomen, zeven vonden dat er geen sprake was van een toename of zagen juist een afname.

Raad voor de Journalistiek

Menig journalist beklaagde zich tegenover FPU over de manier waarop de Raad voor de Journalistiek wordt ingezet als ‘voorportaal’ voor juridische procedures. De Raad heeft naar aanleiding van deze kritiek zijn procedures recent aangepast, met als het motto ‘wie voor de Raad kiest, kiest niet voor de rechter’. Van klagers wordt nu verwacht dat ze na een conclusie van de Raad niet ook nog naar de rechter stappen. ‘Advocaten blijven welkom, maar worden aangemoedigd om zich terughoudend op te stellen’, aldus de Raad. Advocaat Jens van den Brink (Kennedy Van der Laan) is blij met het nieuwe beleid. ‘Mensen met klachten over journalisten kunnen zich melden bij de Raad voor de Journalistiek. Die bestaat weliswaar deels uit (oud-)rechters, maar grotendeels uit leken, die soms niet overzien wat ze doen, simpelweg omdat ze geen opleiding hebben op dit gebied en uit een compleet andere hoek komen. En anders dan de rechter, die kijkt naar rechtmatigheid, beoordeelt de Raad het journalistiek-ethisch handelen. Terwijl de rechter een casus in zijn totaliteit beoordeelt, beoordeelt de Raad de klacht punt voor punt. Daardoor krijg je bij de Raad veel eerder een veroordeling.’

Sommige advocaten maakten handig gebruik van de omweg langs de lekenjury, aldus Van den Brink. ‘Je zag dat grote partijen daar misbruik van maakten door eerst een uitspraak van de Raad te halen en daar vervolgens mee naar de rechter te stappen. Dat vormde wel een bedreiging voor de persvrijheid. Gelukkig is dat niet meer mogelijk.’

Niettemin moeten advocaten zich meer bewust worden van hun ‘poortwachtersfunctie’ en de mogelijke gevolgen van juridische acties, meent FPU. De organisatie adviseert de NOvA de bewustwording te vergroten door ‘een dialoog op te zetten binnen de beroepsgroep en te verkennen hoe deze impact beperkt kan worden en gesignaleerd kan worden binnen de advocatuur’.

FPU vindt daarnaast dat de Nederlandse wetgever regelgeving moet optuigen tegen zogeheten Strategic Lawsuits Against Public Participation. Deze SLAPP’s staan te boek als de hardste vorm van juridische intimidatie en doen zich steeds vaker voor. Tussen 2010 en 2022 ging het in de EU om zeker 820 gevallen. In Nederland deden SLAPP’s zich (formeel) nog niet voor. Na jaren onderhandelen is begin dit jaar op Europees niveau wetgeving aangenomen om deze vorm van juridische intimidatie te ontmoedigen. Aangebrachte zaken moeten aan veel hogere eisen voldoen en mogen niet langer overduidelijk (‘kennelijk ongegrond’ en ‘elementen van misbruik’) zijn bedoeld om een titel van publicatie te weerhouden.

Free Press Unlimited dringt er bij de Nederlandse overheid op aan om de Europese anti-SLAPP-richtlijn snel op te nemen in het Nederlands recht. Door meteen ook het wetsartikel rond misbruik van proces­recht (artikel 3:13 BW) te voorzien van een lex specialis, kunnen SLAPP-zaken al in een vroege fase worden geseponeerd.

‘Hier gebeurt het ook wel, bijvoorbeeld doordat grote bedrijven er vol ingaan en alles en iedereen rond een publicatie voor de rechter dagen’

Eén van de advocaten die deelnamen aan het FPU-onderzoek is Jens van den Brink, verbonden aan Kennedy Van der Laan. Van den Brink staat uitsluitend media bij in procedures. In zijn ervaring is het in Nederland zeker geen schering en inslag om media via juridische procedures aan banden te leggen. ‘Het gebeurt hier wel, maar in mindere mate dan in andere landen.’ In Angelsaksische landen is dat anders gesteld. ‘Daar gaan zaken ook gepaard met enorm hoge kosten en dat alleen al kan journalisten angst inboezemen en een chilling effect hebben, of ze gewoon tot schikken dwingen omdat ze simpelweg het geld niet hebben. Hier gebeurt het ook wel, bijvoorbeeld doordat grote bedrijven er vol ingaan en alles en iedereen rond een publicatie voor de rechter dagen, ook bijvoorbeeld deskundigen. Of doordat politici die onder vuur liggen vanwege vriendjespolitiek een persoonlijke aanval beginnen op een onderzoeksjournalist, en juridische procedures starten. Ook dat soort dingen heeft een chilling effect.’

De KVdL-advocaat onderschrijft de aanbeveling om een dialoog binnen de advocatuur op gang te brengen, maar meent dat ook de rechterlijke macht daarin dient te worden betrokken. ‘We hebben rechters nodig die durven. Tegenwoordig wordt nogal snel gewapperd met zogenaamde gouden argumenten, zoals privacy en veiligheid. Dat vergt een kritische blik van rechters, die heel zorgvuldig kijken. Niet slechts inzoomen op één casus, maar breder kijken. Je mag de persvrijheid niet zomaar opofferen voor één casus, tenzij daar echt heel zwaarwichtige redenen voor zijn.’

Een lex specialis voor artikel 3:13 vindt Van den Brink niet gewenst. ‘We hebben in Nederland niet echt persrechtwetgeving en dat is ook niet nodig. Jurisprudentie (ook van het EHRM) is naar mijn mening beter. Wetgeving wordt vaak met goede bedoelingen opgesteld, maar vervolgens te nauw uitgelegd waarmee het averechts kan uitpakken.’