actueel

Kerstbonus voor sociaal advocaten lost problemen niet op

Sociaal advocaten krijgen nog deze maand enkele duizenden euro’s van de Raad voor Rechtsbijstand. Gezien de tijd van het jaar lijkt het op een kerstbonus. Feitelijk gaat het om een compensatie voor misgelopen inkomsten.

In antwoord op een breed gesteunde Kamermotie heeft demissionair minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind 26 miljoen euro extra uitgetrokken voor een eenmalige compensatiemaatregel. Begin dit jaar gingen de puntentarieven voor toevoegingen met 0,67 procent omhoog, terwijl de inflatie in 2022 feitelijk tien procent bedroeg.

Na wat tegenstribbelen, ging Weerwind in november overstag. Hij koos echter niet voor het inflatiecijfer over 2022, maar het indexeringspercentage per 1 januari 2024. Dat bedraagt 5,29 procent. Trek daar de al toegekende 0,67 procent vanaf en je houdt 4,62 procent over. Waarom Weerwind de verkeerde ijkdatum heeft gekozen, is niet duidelijk. Mogelijk is dat een gevolg van de motie-Sneller, waarin wordt verwezen naar de gemiddelde consumentenprijsindexinflatie van 5,6 procent in 2023.

Hoeveel geld kan een advocaat in deze decembermaand feitelijk tegemoetzien? Dat hangt natuurlijk af van het aantal toevoegingszaken. Per reguliere toevoeging keert de RvR een bedrag uit van 56,05 euro inclusief btw. Voor lichte adviestoevoegingen wordt 13,71 euro per zaak uitgekeerd, voor geaccepteerde piketmeldingen 18,73 euro en voor toegekende extra uren 6,72 euro.

In zijn jaarverslag over 2022 meldt de RvR dat de ruim 6.100 advocaten die binnen het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand werken, gemiddeld 58 toevoegingen per jaar aanvragen. Volgens die rekensom kunnen deze advocaten gemiddeld rekenen op een bedrag van 3.250 euro.

In zijn uitleg aan de Tweede Kamer hanteert Weerwind een wat rooskleuriger rekensom. Hij noemt het voorbeeld van een advocaat die in een jaar tijd vijftig reguliere toevoegingen en tien lichte adviestoevoegingen heeft afgegeven. Ook heeft deze advocaat twintig piketmeldingen geaccepteerd én honderd extra uren toegekend gekregen. Al met al resulteert dat in een compensatiebedrag van bijna vierduizend euro.

Het mooie van het royale gebaar is dat het de minister geen cent kost. De totale kosten van 26 miljoen kunnen namelijk gewoon worden betaald uit het beschikbare budget voor rechtsbijstand over 2023.

Eerste stap

De beroepsorganisaties tonen zich voorzichtig positief over de ‘eerste noodzakelijke stap’ van de minister. De NOvA had eigenlijk gevraagd om een noodinvestering in de sociale advocatuur en een inflatiecorrectie van tien procent. Volgens NOvA-bestuurder Sanne van Oers is de compensatie niet genoeg om de druk op de sociale advocatuur te verlichten. ‘In de nabije toekomst dient de financiering van de sociale advocatuur dan ook fundamenteel te worden verbeterd, zodat de vergoedingen zullen meebewegen met de steeds wijzigende werkzaamheden. Daarmee wordt voorkomen dat elk jaar opnieuw een noodinvestering moet worden bedongen.’

Ook de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) zegt dat de compensatie lager is dan waarop was gehoopt. Deze eenmalige indexering lost de structurele problemen niet op, aldus de VSAN. Volgens de vereniging is de achterblijvende indexering vooral problematisch voor advocaten die werknemers in dienst hebben, zoals advocaat-stagiairs en paralegals. Deze kantoren hebben niet genoeg vlees op het bot om de lonen te indexeren, maar worden wel geconfronteerd met de krapte op de arbeidsmarkt. Per saldo is dat funest met het oog op de noodzaak tot jonge aanwas.

Ook de ambtenaren op het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn het niet helemaal eens met het besluit van Weerwind, blijkt uit de stukken die naar de Kamer zijn gestuurd. Ze wijzen erop dat toevoegingsadvocaten in 2024 nu per saldo mogelijk minder gaan verdienen dan in 2023. ‘Daarmee bestaat het risico dat er volgend jaar eenzelfde roep vanuit de sociale advocatuur komt om extra compensatie. De sociale advocatuur kan er dan op wijzen dat hun inkomen ten opzichte van 2023 is gedaald, terwijl de kosten in 2024 ten opzichte van 2023 gestegen zijn.’