vak & mens

Vice Versa

Overstappen van het Openbaar Ministerie naar de advocatuur gebeurt in Nederland maar mondjesmaat. De animo om van advocatuur naar OM te gaan, is nog geringer. Maar ze zijn er wel, mensen die de beroepsmatige linie slechten. Twee portretten.


‘Niet achter iedere stap van het OM zit een snood plan’

Daniëlle Goudriaan werkte veertien jaar bij het OM aan fraude- en corruptie­zaken, maar is sinds september partner bij Ivy Advocaten. Ze is verrast over wat de beroepscodes voor advocaten in de praktijk inhouden.

De overstap van Goudriaan (50) van het Openbaar Ministerie naar de advocatuur is gefaseerd verlopen. Drie jaar geleden ging ze al van het Functioneel Parket, waar ze Landelijk officier corruptiebestrijding was, naar het Europees Openbaar Ministerie in Luxemburg. Ze werd er, op voordracht van de ministerraad, ook lid van het College, de ‘board’.

‘Afgelopen zomer zat mijn termijn van drie jaar bij het Europese Openbaar Ministerie er weer op, en na veel nadenken besloot ik dat ik niet meer terug wilde naar ‘het oude’, naar het OM hier in Nederland. Ik wilde op een andere manier mijn ervaring gaan gebruiken. Bovendien leek het me fijn eigen baas te zijn.’

Vanzelfsprekend was haar overstap naar de advocatuur niet. Ze had altijd een voorkeur voor de staande magistratuur, maar wenste nu ook ‘de kant van de cliënt te beleven’. ‘Als officier van justitie krijg je daar maar een deel van mee, je weet toch niet precies wat er achter de schermen speelt.’

Een oud-collega bij het Functioneel Parket, met wie ze de vastgoedfraude had gedaan, Robert Hein Broekhuijsen, begon in 2012 al Ivy Advocaten, samen met Jacqueline van den Bosch, advocaat in de vastgoedfraude. Dat kantoor had inmiddels een goede reputatie opgebouwd. Dat maakte dat Goudriaan al snel bij Ivy uitkwam. ‘Dat ik jarenlang met Robert Hein bij het OM had samengewerkt, gaf vertrouwen in een nieuwe samenwerking. Het werkgebied van ons kantoor, “corporate defence” en “investigation”, ligt ook in het verlengde wat ik al deed. Hier bekijken we zaken principieel en dat spreekt me aan.’ Goudriaan noemt Ivy Advocaten een boetiek, een kleiner, gespecialiseerd kantoor met korte lijnen, en dat vindt ze ook prettig.

Tegenpartij

Veel negatieve reacties op haar overstap naar de advocatuur kreeg ze niet. ‘Er zijn wel mensen binnen het OM die minder begrip hebben, maar ik vind mijn overstap niet strijdig met mijn verleden als officier van justitie. We hebben een rechtsstaat en daarin zijn advocaten ook heel belangrijk. Iedereen moet bijstand kunnen krijgen, dat hoort er gewoon bij.’

Haar overstap wil niet zeggen dat het OM nu meteen voor haar de tegenpartij is. ‘Ik treed vooral op voor bedrijven die intern en extern geconfronteerd worden met fraude.’ Voorlopig is Goudriaan bij Ivy Advocaten vooral bezig met advisering en onderzoek. Ze heeft nog niet in de rechtszaal gestaan voor een client, ‘maar dat gaat nog wel gebeuren’.

Via haar internationale contacten heeft ze gemerkt dat het in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk ‘volstrekt normaal is’ dat mensen overstappen van het OM naar advocatuur en vice versa. Als dat hier ook gebruikelijker wordt, zou dat goed zijn voor de verhouding tussen OM en advocatuur, denkt ze. ‘Dan heeft men meer begrip van elkaars positie en rol. Als advocaat met een officiersachtergrond heb je natuurlijk voor de cliënt waardevolle kennis en ervaring van hoe het er bij het OM aan toegaat.’

Van verharding in de relatie tussen Openbaar Ministerie en de advocatuur heeft ze op haar terrein overigens niet veel gemerkt. ‘In fraude- en corruptiezaken speelt dat niet zo. Misschien ligt dat wel aan het soort zaken. Het gaat over andere cliënten, vaker bedrijven dan personen. Ook is er soms sprake van zelfmelders of meewerkende bedrijven. Ik heb bij het Functioneel Parket trajecten met schikkingen gedaan. Advocaten en officieren praten dan op professionele wijze om een zaak buiten de rechtszaal af te doen.’

Complotdenken

Als een advocaat een ferm standpunt inneemt, wil dat voor Goudriaan nog niet zeggen dat er sprake is van gepolariseerde verhoudingen. ‘Een advocaat doet zijn werk, en het OM doet zijn werk. Je hebt respect voor elkaars positie en je begrijpt ook dat ieder zijn eigen rol heeft. Omdat ik oud-officier ben, sta ik misschien wel wat meer open naar het OM, maar dat wil niet zeggen dat ik niet voor mijn cliënt sta.’

Goudriaan oppert dat er binnen de advocatuur misschien te veel in complotten wordt gedacht. ‘Toen ik nog raio was, heb ik bijna twee jaar als straf­recht­advocaat gewerkt, en merkte ik al dat sommige advocaten achter iedere stap van het OM een snood plan vermoeden, terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Dingen gebeuren soms omdat het praktisch is of omdat er een gebrek aan capaciteit is. Daar zit dan geen bewuste strategie achter.’

Wel heeft ze na drie maanden bij Ivy Advocaten gemerkt dat het inderdaad vaak moeilijk is om een officier van justitie te pakken te krijgen. ‘Terwijl ikzelf toch altijd gewoon mijn telefoon­nummer aan advocaten gaf en makkelijk te bereiken was.’ Verder is haar nu duidelijker wat het in de praktijk betekent dat advocaten zich aan veel beroepscodes moeten houden. ‘Dat realiseerde ik me als officier niet zo. Ik vind het heel goed dat in de opleiding voor advocaten, die ik helemaal vanaf het begin moet volgen, zoveel aandacht is voor ethiek en dilemma’s.’

Een heikel punt in de verhouding tussen advocatuur en OM is het verschonings­recht. Als landelijk corruptie-officier van justitie had ze ermee te maken in het corruptieonderzoek tegen Shell. Ze wil over die specifieke kwestie niets inhoudelijk zeggen, maar heeft wel een duidelijke mening over het verschoningsrecht. ‘Nederland zou aansluiting moeten zoeken bij het verschoningsrecht zoals dat meer internationaal geldt. We zijn een buitenbeentje wat dat betreft.’ In Nederland is het verschoningsrecht vooral van de advocaat en minder van de cliënt. Cliënten zouden wat Goudriaan betreft een grotere zeggenschap mogen krijgen. ‘In het buitenland is het meer de cliënt die centraal staat bij de vraag of het verschoningsrecht kan worden vrijgegeven en of derden bepaalde stukken mogen zien.’


‘Ik probeer hier begrip te kweken voor de advocatuur’

Roel Kerckhoffs vond dat in de advocatuur zijn beste jaren achter hem lagen. Hij had al besloten om te stoppen, toen hij de mogelijkheid kreeg om voor het Functioneel Parket aan de slag te gaan.

Toen Kerckhoffs (58) zijn vertrek aankondigde bij zijn kantoor Hertoghs advocaten was hij niet van plan over te stappen naar het OM. Voor hem stond alleen maar vast dat hij stopte in de advocatuur. ‘Ik was 56 en had het gevoel dat mijn beste jaren als advocaat achter me lagen. Het werk daagde me niet meer uit, ik leerde niets meer bij.’

Hij wilde ook meer ruimte bieden aan anderen binnen Hertoghs advocaten. ‘Ik werkte met drie vaste medewerkers, dat waren echt getalenteerde advocaten. Ik vond het tijd dat ze ook partner werden en wilde ze niet in de weg zitten. Toen ik mijn vertrek aankondigde, beloofde ik mijn kantoor niet voor mezelf te beginnen. Ik zou een jaar niets doen.’

Kerckhoffs kwam in november 2021 min of meer bij toeval bij het OM terecht doordat iemand hem attendeerde op een OvJ-vacature bij het Functioneel Parket. ‘Ik dacht: dan kan ik mijn vakkennis en mijn ervaring gebruiken, maar ik leer ook iets nieuws.’ Hij ging koffiedrinken, werd enthousiast, en begon de dag na zijn vertrek bij Hertoghs advocaten al met de interne opleiding. ‘Het was training on the job. Ik ging al snel zittingen doen voor het arrondissements­parket hier in Rotterdam. Het is een heel divers palet van zaken dat dan op je afkomt: dronken rijders, de uithaalzaken in de Rotterdamse haven, geldezel-zaken, witwaszaken.’ Omdat hij als advocaat in de financiële hoek zat, kwam ook een grote faillissements­zaak op zijn pad. Momenteel is hij, bij het Functioneel Parket, bezig met een grote zaak met vijftien verdachten, waar hij verder niets over zegt.

Vlammetje

Kerckhoffs begon in 1994 bij Hertoghs advocaten. ‘Het kantoor was aanvankelijk heel fiscaal georiënteerd, maar al vrij vlot kwamen daar fraude, witwassen, oplichting en valsheid in geschrifte bij. We zagen dat het OM die zaken steeds meer oppikte, dus je moest je als advocaat ook veel breder oriënteren. Als kantoor spanden we ons enorm in om zaken buiten de zittingszaal af te doen, zodat cliënten niet in de publiciteit zouden komen. We werden ermee geconfronteerd dat het OM meer zaken naar zitting bracht, dus moesten wij daar ook staan.’

Grote zaken die hij heeft gedaan zijn onder andere de Hiddink-zaak, waarin hij de belastingadviseur van de voetbalcoach bijstond. Zijn laatste zaak voor Hertoghs advocaten was de corruptiezaak van het OM tegen de Haagse politicus Richard de Mos en medeverdachten, waarin hij een Haagse vastgoedondernemer bijstond. ‘Ik heb die overgedragen aan kantoorgenote Judith de Boer. Zij heeft de zaak, gezien de vrijspraak, met succes opgevolgd.’

Kerckhoffs trok veel tijd uit om afscheid te nemen van zijn cliënten. ‘Bij sommigen stonden grote belangen op het spel. Ze hadden een advocaat nodig die voor hen door het vuur ging, zei ik ze, niet eentje waarbij het advocatenvlammetje langzaam doofde. Ik stuitte op weinig onbegrip over mijn overstap. Als cliënten naar een ander kantoor wilden, dan heb ik ze daarin ook begeleid.’

Kerckhoffs zegt zelf weinig last te hebben van de polarisatie van de verhoudingen tussen advocatuur en OM, maar voor sommige huidige collega’s ligt dat anders. ‘Voor de collega’s die niet uit de advocatuur komen, is het soms moeilijk advocaten te vertrouwen. Ze vinden het lastig als de verdediging de boosheid van de cliënt over de bühne brengt. Verdachten kunnen zich oneerlijk behandeld voelen en verwachten dan dat hun advocaat er met gestrekt been ingaat. Daar probeer ik hier intern begrip voor te kweken.’

Kerckhoffs vindt dat er ‘ontzettend veel kwaliteit’ is bij het OM. ‘De discussies met collega’s zijn juridisch van hoog niveau. Het is een aangename verrassing voor mij dat je echt met elkaar kunt sparren over zaken.’ Maar hij is ‘wel een beetje geschrokken’ van de angst binnen het OM om fouten te maken. Dat leidt er volgens Kerckhoffs toe dat ‘de creativiteit’ binnen het OM onder druk staat. ‘Terwijl we dat hier toch nodig hebben om te kunnen innoveren.’

De angst fouten te maken, is in zijn ogen niet zozeer te wijten aan de interne cultuur binnen het Functioneel Parket. ‘Ik ervaar hier geen onveilige werkomgeving.’ De druk van de media is hoog voor officieren, dat speelt een rol. De gepolariseerde verhouding tussen het OM en advocatuur helpt ook niet. ‘Kijk naar die discussie over het verschoningsrecht. Daarin is tegen twee collega’s bij het OM aangifte van strafbaar handelen gedaan.’

Kerckhoffs doelt op de aangifte door een advocaat van Stibbe, die uiteindelijk niet tot vervolging van de twee betrokken officieren heeft geleid omdat ze volgens de Hoge Raad immuniteit genoten. ‘Ik ga er nu verder geen commentaar op geven, maar de impact daarvan op de verhoudingen tussen OM en advocatuur is ook groot.’

Diepe zakken

Officier van justitie is een ‘uitdagende job’, meent Kerckhoffs. ‘In grotere fraudezaken heb je te maken met verdachten die over heel diepe zakken beschikken en een groot team aan advocaten op zo’n zaak kunnen zetten. Die advocaten weten heel veel dingen te bedenken om het leven van de officier moeilijk te maken. Dan zit ik hier in mijn uppie met een secretaris aan een zaak te werken.’

Wat dan weer scheelt is dat hij kan anticiperen op het pleidooi van de advocaat. ‘Ik weet wat voor de verdediging een zwakke plek in het dossier kan zijn en dan probeer ik de advocaat in mijn requisitoir het gras voor de voeten weg te maaien. Daar kan ik dan ook lol in hebben.’