juridisch even opfrissen

Eisen aan bewijsaanbod

Bewijsaanbod in een civiele procedure moet ter zake doen en voldoende gespecificeerd zijn. Wat houdt dat in?

Als civiele cassatieadvocaat zie ik soms dat een procedure is gestrand omdat een voldoende gespecificeerd en ter zake dienend bewijsaanbod ontbreekt. Onvoldoende is bijvoorbeeld dat eiser ‘alle stellingen wenst te bewijzen met alle middelen rechtens, in het bijzonder door middel van het horen van getuigen’.

De rechter komt slechts aan bewijzen toe indien aan de voorwaarden van artikel 166 Rv is voldaan

Artikel 166 Rv eerste lid bepaalt dat indien bewijs door getuigen bij de wet is toegelaten de rechter een getuigenverhoor beveelt 1) wanneer een van de partijen het verzoektnoot 1 en 2) de door haar te bewijzen aangeboden feiten betwist zijn en 3) tot de beslissing van de zaak kunnen leiden. Uit het woord ‘beveelt’ volgt dat de rechter gehouden is getuigenbewijs op te dragen wanneer dat wordt aangeboden. Voorwaarde is dan wel dat het bewijsaanbod ter zake dienend en voldoende gespecificeerd is. Wat dat concreet inhoudt, valt af te leiden uit HR 9 juli 2004, NJ 2005, 270 m.nt. DA, dat overigens ziet op een bewijsaanbod in hoger beroep:

3.6. Uitgangspunt bij de beoordeling van het middel is dat, ingevolge het bepaalde in art. 166 lid 1 in verbinding met art. 353 lid 1 Rv, een partij in hoger beroep tot getuigenbewijs moet worden toegelaten indien zij voldoende specifiek bewijs aanbiedt van feiten die tot beslissing van de zaak kunnen leiden. Het antwoord op de vraag of een bewijsaanbod voldoende specifiek is, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij de rechter, mede in verband met de eisen van een goede procesorde, zal moeten letten op de wijze waarop het processuele debat zich heeft ontwikkeld en het stadium waarin de procedure verkeert. In hoger beroep zal van een partij die bewijs door getuigen aanbiedt, in beginsel mogen worden verwacht dat zij voldoende concreet aangeeft op welke van haar stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zouden kunnen afleggen, doch zal in het algemeen niet mogen worden verlangd dat daarbij ook wordt aangegeven wat daarover door getuigen zal kunnen worden verklaard. Indien reeds getuigen zijn gehoord of schriftelijke verklaringen van getuigen zijn overgelegd, zal de eis dat het bewijsaanbod voldoende specifiek en ter zake dienend moet zijn, kunnen meebrengen dat nader wordt aangegeven in hoeverre de getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al hebben gedaan. De rechter mag echter niet op grond van zijn waardering van de reeds afgelegde verklaringen of de inhoud van de schriftelijke verklaringen, aan een bewijsaanbod voorbijgaan, omdat hij daarmee ten onrechte vooruit zou lopen op het resultaat van de bewijsvoering die nog moet plaatsvinden.

Een partij die opnieuw dezelfde getuigen wil laten horen die al eerder in de procedure zijn gehoord, moet volgens Asser in zijn noot bij deze uitspraak aangeven waarom dit geen dubbel werk is. Voor getuigen waarvan een schriftelijke verklaring is overgelegd, geldt in zijn visie het argument van het dubbele werk niet.

Tegenbewijs

Een aanbod tot het leveren van tegenbewijs behoeft in beginsel niet gespecificeerd te worden.noot 2 Wel moet een partij die wil worden toegelaten tot tegenbewijs de feiten waartegen het tegenbewijs zich richt, voldoende gemotiveerd hebben betwist. Wanneer er al schriftelijke verklaringen zijn en/of er zijn in eerste instantie al getuigen gehoord, dan stelt de rechtspraak ook hogere eisen aan het bewijsaanbod en moet worden aangegeven wat het horen toevoegt.

Noten

  1. Hij kan ook ambtshalve bewijs opdragen maar dat komt zelden voor.

  2. Bijvoorbeeld: HR 9 januari 1998, NJ 1999, 413 (m.nt. HJS) vaste rechtspraak, zie recentelijk HR 9 juli 2004, NJ 2005, 78 en HR 17 december 2004, JOL 2004, 683.