vak & mens impact
Wesley Vader (44, bureau Brandeis) staat Stichting Consumer Justice (SCJ) bij in een collectieve actie tegen de tien grootste energieleveranciers wegens gebruik van oneerlijke prijswijzigingsclausules. ‘Dit soort zaken haalt bij mij de wil om te winnen naar boven.’
‘Binnen de Corporate & Commercial litigation praktijk voer ik het team Class actions bij bureau Brandeis aan. Die diversiteit in mijn praktijk, daar houd ik van. Grote zakelijke geschillen wisselen zich af met kort gedingen en beslagleggingen. Ik help graag cliënten die klem zitten. Bij collectieve acties werkt dat net iets anders. De materie is doorgaans wat abstracter, omdat je met name met stakeholders, stichtingen en gedaagden te maken hebt en niet met de mensen die daadwerkelijk nadeel hebben geleden. Toch geven collectieve acties me een enorme drive. Het fanatieke en competitieve dat in mijn persoonlijkheid zit – ik wil het liefst altijd winnen – komt in dit soort zaken bij me naar boven.
Net voordat de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) in 2020 van kracht ging, kwam ik in dienst bij bureau Brandeis. Met de WAMCA is het voor belangenorganisaties mogelijk om namens een grote groep gedupeerden schadevergoeding te eisen. Moesten gedupeerden zich eerder actief aanmelden om mee te doen – ook wel opt-in genoemd – nu doen zij automatisch mee tenzij ze opt-outen. Het doel daarvan is om de rechtsgang efficiënter en effectiever te maken. Ons kantoor is betrokken bij collectieve acties in het sjoemeldieselschandaal en treedt ook op tegen big tech, zoals TikTok en Oracle. Van daaruit kwam ook de zaak van SCJ tegen de energieleveranciers op ons pad.’
Onterechte prijsverhogingen
‘Miljoenen Nederlandse huishoudens en kleine bedrijven met variabele energiecontracten hebben sinds april 2017 te maken met oneerlijke prijsverhogingen. Mijn collega’s en ik hebben namens SCJ een collectieve massaclaim ingediend tegen de tien grootste Nederlandse energieleveranciers, waaronder Vattenfall, Eneco, Essent en Energiedirect, om gerechtigheid te eisen. Er is door middel van het prijswijzigingsbeding in de algemene voorwaarden van deze energieleveranciers – waarin gesteld wordt dat de tarieven van lopende contracten mogen worden aangepast zonder toestemming van de klant – collectief afgeweken van de regels opgesteld door de Autoriteit Consument & Markt. Dat beding brengt met zich mee dat leveranciers consumenten goed en tijdig moeten informeren over tariefwijzigingen. Bij variabele contracten moet dat minstens dertig dagen van tevoren en bij lange contracten moet er transparantie zijn. Naar de mening van SCJ handelen de energieleveranciers daarmee collectief in strijd. Klanten met een variabel energiecontract kregen daardoor te maken met plotselinge en forse prijsverhogingen, maar onduidelijk is en blijft waarom deze verhogingen werden ingevoerd en met hoeveel hun energierekening is gestegen. Ook werden afnemers van energie veel te laat of helemaal niet geïnformeerd over wijzigingen in de tarieven. Verschillende rechterlijke instanties hebben al bevestigd dat dergelijke clausules in strijd zijn met het Europese consumentenrecht. Desondanks blijven leveranciers volgens SCJ deze oneerlijke prijswijzigingsclausules gebruiken, waardoor de leveranciers nog steeds risico’s en kosten op hun klanten afwentelen. Een individuele zaak ligt nu bij de Hoge Raad.
Onze zaak is in oktober 2025 inhoudelijk van start gegaan. Dat wil zeggen: de energieleveranciers hebben zich geïntroduceerd en de verwachting is dat eerst over de ontvankelijkheid van de stichtingen wordt geoordeeld. We zitten dus nog in de voorfase.
‘Vooral als de druk hoog wordt en we binnen een bepaald tijdsframe moeten handelen, kom ik tot mijn recht. Dat vind ik ook leuk aan een procespraktijk.’
Nog twee andere stichtingen zijn ook bezig met een vergelijkbare claim. In de zomer van 2025 werd bekend dat Stichting Eerlijke Handelspraktijken eenzelfde soort claim als eerste indiende. Op zo’n moment ontstaat er een bijzondere dynamiek. Er gaat een termijn van drie maanden lopen en als onze stichting ook een actie wilde starten dan moest dat binnen die termijn gebeuren. Dan komt er druk op de ketel. Zetten we door? En zo ja, hoe komen we zo goed mogelijk beslagen ten ijs en kunnen we er tegelijkertijd voor zorgen dat we ons onderscheiden zodat de rechtbank ons als exclusief belangenbehartiger zal aanwijzen? Uiteindelijk zal de rechter in beginsel één stichting aanwijzen die de belangen van de hele groep (of een deel daarvan) exclusief gaat behartigen. Op dat soort momenten komt mijn drive naar boven. Ik was op vakantie in Italië met mijn gezin en brak tijdens het voetballen met mijn kinderen mijn enkel. In de ambulance was ik vooral bezig met telefonisch overleg over het verkrijgen van uitstel van de termijn om een actie te starten. Mijn collega’s en ik hoopten nog een paar maanden extra te krijgen. Dat uitstel kregen we uiteindelijk niet. Desondanks is het ons gelukt de dagvaarding op tijd af te krijgen.’
Economische schade
‘Het projectmatige werken aan dit soort zaken trekt me. Even geen uurtje-factuurtje, maar systematisch werken met budgetten en een tijdlijn. Vooral als de druk hoog wordt en we binnen een bepaald tijdsframe moeten handelen, kom ik tot mijn recht. Dat vind ik ook leuk aan een procespraktijk. Bij M&A draait het bijvoorbeeld met name over het vinden van overeenstemming. Maar in een procespraktijk sta je lijn recht tegenover elkaar, al dan niet “vijandig”. Dat komt het competitieve in mij naar boven, en krijg ik energie om die extra mijl te nemen.
In tegenstelling tot de andere stichtingen in deze zaak vertegenwoordigt SCJ niet alleen consumenten, maar ook kleine ondernemingen. Zij vormen het fundament van de Nederlandse economie en hebben ook te maken met dezelfde plotselinge prijsstijgingen en verdienen dezelfde consumentenbescherming. Door het zowel voor consumenten als kleine ondernemingen op te nemen alsook meer leveranciers aan te spreken die gebruikmaken van dezelfde clausules, weerspiegelt de collectieve actie van SCJ zo veel mogelijk de werkelijke omvang van de economische schade die de hele samenleving heeft geleden. Het doel is finaliteit voor benadeelden en veroorzakers.
Daarnaast baseren wij ons als enige stichting op zowel het consumentenrecht als op het mededingingsrecht. Gelukkig hebben wij bij bureau Brandeis ook die expertise in huis. SCJ kwam er namelijk achter, en stelt ook in de procedure, dat de leveranciers onderling hun feitelijke handelwijze hebben afgestemd en zo in feite de concurrentie hebben beperkt als gevolg waarvan afnemers van energie ook zijn benadeeld. Deze bredere aanpak versterkt onze collectieve actie en benadrukt het systematische karakter van de onrechtmatige handelspraktijk. SCJ eist zowel compensatie voor de geleden en te lijden schade als een gebod om zo snel mogelijk een einde aan deze oneerlijke handelspraktijken te maken, die het vertrouwen in een eerlijke Nederlandse energiemarkt ondermijnen.
Tot nu toe heeft de WAMCA nog niet tot snellere uitkomsten geleid. Sterker nog, de voorfase van deze procedures neemt veel tijd in beslag. Maar we hebben een lange adem. Als ik me ergens in vastbijt dan laat ik niet los.’
In de rubriek Impact vertelt een advocaat over een zaak die bovengemiddeld veel indruk maakte, daarmee het maatschappelijke belang van de advocatuur onderstrepend. Heeft u een soortgelijke ervaring die u wilt delen, stuur dan een e‑mail naar redactie@advocatenblad.nl.