actueel
Zes van de tien Nederlandse advocatenkantoren gebruiken inmiddels AI-tools in de dagelijkse praktijk. Tegelijk aarzelt menig kantoor om AI in te zetten vanwege zorgen over privacy en besluitvorming. Dit blijkt uit de jaarlijkse benchmarkanalyse van Wolters Kluwer Legal Software.
Niet alleen zet 60 procent van de Nederlandse kantoren AI in, nog eens 19 procent is van plan om dit te gaan doen. Daarmee is ruim driekwart van de kantoren AI-minded. ChatGPT en andere generieke generatieve AI-tools worden het meest gebruikt: bij 86 procent van de kantoren. Ook wordt AI vaak toegepast voor juridisch onderzoek en documentbeheer. Mogelijke voordelen zijn meer efficiëntie, een grotere nauwkeurigheid en hulp bij besluitvorming. Solopraktijken lopen beduidend minder warm voor AI-tools: één op de drie gebruikt ze, tegen twee op de drie van de kleine en middelgrote kantoren.
Wolters Kluwer Legal Software peilde dit jaar wederom bij Nederlandse kantoren de stand van zaken op het snijvlak van technologie en financiën. De uitkomsten werden voor het eerst vergeleken met die van vijfhonderd advocatenkantoren binnen België, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië en Nederland. Over de grens werden vooral kleine kantoren en zelfstandige advocaten bevraagd, in Nederland ging het om een gelijke verdeling tussen kleine kantoren, eenpitters en grotere kantoren.
Ethische vraagtekens
Behalve enthousiasme zijn er ook aarzelingen over de inzet van AI. De kantoren die het niet gebruiken, worden geremd door de mogelijke risico’s.
De meest genoemde zorg betreft de waarborging van de privacy van cliëntgegevens, vooral bij het gebruik van generatieve modellen. Veel kantoren plaatsen vraagtekens bij de mate waarin deze technologieën voldoen aan de juridische en ethische normen die binnen de advocatuur gelden.
Daarnaast leven er zorgen over de rol die AI mag spelen in juridische beslissingen. De vrees bestaat dat automatische aanbevelingen te snel als gezaghebbend worden gezien, terwijl de werking van dergelijke modellen vaak niet volledig transparant is. Ook speelt onbekendheid een rol: bij diverse kantoren ontbreekt het aan praktische kennis en aan voldoende opleidingsmogelijkheden. De benchmark stelt dat deze kloof kan worden verkleind door intensiever AI-onderwijs, gecombineerd met robuustere veiligheidsmaatregelen.
Waar legal tech zich traditioneel richt op administratieve ondersteuning, wordt AI steeds vaker ingezet voor inhoudelijke taken: het analyseren van teksten, het opstellen van conceptdocumenten en het ondersteunen van juridische redeneringen. De bedragen die kantoren uitgeven aan AI-tools zijn nog beperkt. In 36 procent van de gevallen is dat minder dan 50 euro per gebruiker per maand, 19 procent gebruikt gratis toepassingen. De investeringen in technologie in algemene zin, zoals praktijksoftware, dossierbeheer en onderzoekstoepassingen, liggen beduidend hoger: 39 procent van de advocatuur investeert daarin meer dan 5.000 euro per jaar. 86 procent van de kantoren verwacht dat de uitgaven aan legal tech de komende drie jaar zullen stijgen.
Nederlandse kantoren productief
Die investeringen werpen voor Nederlandse kantoren hun vruchten af. Europees gezien ligt hun productiviteit hoog: bij 35 procent is 70 tot 90 procent van de uren declarabel. Dat is het hoogste percentage in de zes deelnemende landen. Het aandeel kantoren in Nederland dat minder dan de helft van de uren declareert, is relatief laag: 18 procent, tegen 40 procent van de kantoren in andere landen. Een belangrijke aanjager van meer productiviteit is dat een kantoor erin slaagt de administratieve taken te automatiseren. Dat vindt zijn weerslag in de jaarlijkse winst: die is bij 53 procent van de Nederlandse kantoren gestegen.