citaat

‘Zolang hij tijdens zijn detentie met fluwelen handschoenen wordt aangepakt en de huidige president niet klaagt over de huidige soevereiniteits­schending zal Maduro in het morsige souterrain van de (Amerikaanse) rechtspraak naar alle waarschijnlijkheid geen geslaagd beroep op de schending van het internationale recht kunnen doen. Het straffeloos kunnen schenden van dit inter­nationale recht, waarop de Verenigde Staten gelet op zijn militaire ingrepen in onder meer Nicaragua en Panama een zeker patent heeft, leidt onherroepelijk tot de slotsom dat dit stuk recht als een fata morgana te kwalificeren valt.’

Gerard Spong geeft in NRC commentaar op de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro door de VS.


tuchtcast

Passend en geboden

Luister naar de zesentwintigste aflevering van de podcast Passend en geboden.

In de maandelijkse podcast Passend en geboden bespreekt presentator Hidde Bruinsma tucht­uitspraken met advocaten Robert Sanders en Noa de Leon-van den Berg.

In deze aflevering onder meer:

  • Klaagster overlijdt vlak voor hoger beroep
  • Wraking van het hele Hof van Discipline
  • Advocaat onttrekt zich zes dagen voor comparitie
  • Familierechtadvocaat fel richting weder­partij
  • Verzoek om tuchtonderzoek naar deken afgewezen en verzet mogelijk
  • Tuchtzaak in context van onderzoek Castor en het verschonings­recht

De ‘tuchtcast’ Passend en geboden is te beluisteren via Spotify, Apple Podcast en via de website van het Advocatenblad.

column

Openbaarheid

Openbaarheid is een fundamenteel element van onze rechts­staat. Ook voor toezicht op de advocatuur is transparantie een begrijpelijke wens. Voor de deken als toezicht­houder botst die wens echter met een ander rechtsstatelijk fundament, te weten de kernwaarde vertrouwelijkheid. Het toezicht ziet doorgaans op informatie die de advocaat in zijn hoedanigheid heeft verkregen. Het beschermen van die geheim­houders­informatie is cruciaal voor een goede rechtsbedeling en voor het vertrouwen van cliënten; het weegt, zo heeft de Hoge Raad meer dan eens geoordeeld, zwaarder dan de waarheids­vinding. De cliënt moet ervan uit kunnen gaan dat hij zonder vrees alles met zijn advocaat kan delen.

Daarom rust op de deken niet alleen een van de onder toezicht staande advocaat afgeleide geheim­houdings­plicht (artikel 45a lid 2 Advocatenwet), maar ook een eigen plicht tot vertrouwelijkheid over het dekenaal onderzoek en de daaruit volgende conclusies. Gedragsregel 29 bepaalt dat een advocaat zich ten opzichte van de deken niet achter zijn geheim­houdings­plicht kan verschuilen, maar die beperking voor de advocaat maakt het onderzoek van de deken nog niet openbaar. Integendeel: zoals de Hoge Raad eind 2024 bevestigde in een zaak waarin het OM het onderzoeks­rapport van de Haagse deken vorderde, blijft het dekenonderzoek vertrouwelijk. De praktische consequentie is dat de deken zijn keuzes doorgaans slechts in algemene termen kan toelichten: hij kan iets vertellen over hoe een onderzoek plaatsvindt en welke stappen daarbij in algemene zin worden of zijn genomen.

Die beperking wringt in het publieke debat, zeker in spraakmakende dossiers. De buitenwereld ziet hooguit, en dan pas na verloop van tijd, dat een dekenklacht is ingediend en dat daarover tucht­rechtelijk is beslist; de motieven en afwegingen achter het toezicht blijven doorgaans buiten beeld. Dat kan soms behoorlijk frustrerend zijn (zowel voor de deken als voor het publiek en de media) en voedt het idee dat de advocatuur een gesloten bastion zou zijn. Maar het behoud van vertrouwelijkheid is essentieel om te waarborgen dat cliënten open met hun advocaten kunnen communi­ceren en advocaten open met de deken kunnen communiceren zonder vrees voor openbaar­making.

Waar openbaarheid geen optie is, borgt de deken kwaliteit en legitimiteit van het toezicht door interne toetsing en validatie, onder meer door overleg met andere dekens. Zo worden keuzes getoetst, her­over­wogen en waar nodig bijgesteld. De spanning tussen transparantie en vertrouwelijkheid verdwijnt daarmee niet, maar wordt op verantwoorde wijze gemanaged: het publiek krijgt verantwoording via tucht­uitspraken, terwijl de vertrouwelijkheid die de rechtsbedeling draagt intact blijft.