vak & mens

Goedmoedige spotprijs

Advocaat Raimond Dufour speurt elk jaar bij wijze van hobby naar de langste zin uit de ECLI-database: een taalkundige krachttoer waarin de punt ver weg lijkt. Kort schrijven in de rechtspraak blijft een uitdaging.

Een uit de hand gelopen hobby, zo noemt advocaat insolventie­recht Raimond Dufour (Coda Advocaten) de vermakelijke (en soms serieuze) taal- en data­onderzoekjes die hij op rechtspraak.nl loslaat. Daaronder ook die van de langste zinnen. ‘Het begon in 2016, toen ik met behulp van gratis software faillisse­ments­gegevens wilde verzamelen omdat ik benieuwd was naar de omvang van faillissementen in Nederland. Ik bouwde tools om data te ontsluiten, bijvoorbeeld een toepassing die analyseert of een rechter zich in een uitspraak vooral baseert op feiten of op het recht. Maar ik raakte ook geïnteresseerd in de taal van uitspraken – iets wat bij insolventiezaken minder opvalt. Een paar jaar geleden dacht ik ineens: wat zou de langste zin op rechtspraak.nl zijn? Ik bouwde een tool, filterde citaten eruit en tenlaste­leggingen, want officieren van justitie schrijven vaak zinnen met veel althansen en oeverloze opsommingen.’

De langste zin noemt hij ‘spielerei’, maar het bleek wel een onderwerp dat de aandacht trok. In 2021 publiceerde hij op LinkedIn de eerste winnaar: een zin van 222 woorden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De uitspraak ging over de vraag of obligaties voor investeringen in windturbines consumenten voldoende beschermden. Het CBb loofde vervolgens intern een doos scharreleieren uit voor degene die de zin leesbaar wist te herschrijven.

Een jaar later werd het record verbroken. Het gerechtshof Den Haag produceerde een zin van 251 woorden, afkomstig uit een arrest over de ontruiming van een huurwoning.

Dubbele ontkenningen

Wie hoopt dat de rechterlijke macht na jaren van taalprojecten inmiddels korter van stof is, komt bedrogen uit. Ook voor 2024 en 2025 selecteerde Dufour de langste zinnen uit de ECLI-database. Die uit 2024 telt 174 woorden en is afkomstig van het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch. Het hof boog zich hierbij over een zaak waarin een motorcrosser willens en wetens door een stiltegebied had gereden.

‘Nu de verdachte de zorgplicht heeft geschonden zowel ten aanzien van het zich ervan vergewissen dat het hem als motorrijder toegestaan was zich (op bepaalde plaatsen) in het als stiltegebied aangewezen natuurgebied “Ullingse Bergen” te begeven, als ten aanzien van zijn plicht als motorrijder om voldoende bedachten oplettend te zijn op voor hem bestemde (aanwijzings-)borden – waardoor hij het daar aanwezige bord “stiltegebied” en vervolgens ook het verboden toegangsbord is gepasseerd doch niet heeft opgemerkt dan wel daarvan niet de betekenis tot zich heeft genomen – terwijl hij bovendien heeft verklaard dat hij wist dat hij met een motor niet in een stiltegebied mocht komen maar ook niet op de borden heeft gelet, is naar het oordeel van het hof sprake van voorwaardelijk opzet – in de zin dat verdachte ten minste, gezien de aard van de gedraging en de omstandig­heden waaronder deze is verricht, bewust de aanmerkelijke kans op de koop toe heeft genomen – op het zich met een motorvoertuig bevinden in het aangewezen stiltegebied Ullingse Bergen buiten voor gemotoriseerd verkeer opengestelde wegen of terreinen.’ (ECLI:​NL:​GHSHE:​2024:2985)

Aantal tekens per instantie in 2025
Joyce Lie

‘De zin bevat veel dubbele ontkenningen – vier keer achter elkaar het woord “niet” – en kent een heel lange aanloop voordat de kernconclusie komt,’ stelt Joyce Lie vast. Ze is bestuurs­rechter bij de recht­bank Oost-Brabant en legt via @JudgeJoyce online juridische uitspraken in begrijpelijke taal uit. ‘Dat maakt de zin moeilijk te verstouwen en doet bij de lezer een groot beroep op het werkgeheugen. Bovendien staan er veel VVU’tjes in: Verschrikkelijke Voorzetsel Uitdrukkingen, zoals “ten aanzien van het zich ervan”. Die kun je altijd door eenvoudigere woorden vervangen. En dan zijn er nog archaïsmen als “doch”. Al die haperingen putten de lezer uit.’

Aantal lange zinnen per uitspraak (een lange zin heeft meer dan 25 woorden)

Lange zinnen, dubbele ontkenningen en jargon maken teksten wollig, met het risico dat lezers afhaken of de draad kwijtraken. Het probleem van lange zinnen is daarmee niet alleen stilistisch, maar raakt ook aan toegankelijkheid van het recht. Toch wil Lie het opnemen voor haar collega’s. ‘In het hoofd van de rechter vormt zich de redenering al schrijvend. Het denkproces wordt aan het papier toevertrouwd. Je weet misschien wat je conclusie zal zijn, maar de weg ernaartoe is nog niet uitgekristalliseerd. Het is een ontdekkingstocht op papier met het risico tekstueel uit de rails te lopen.’ Lie wijst erop dat uitspraken niet redactioneel worden nagelezen. ‘De uitspraak is van de rechter – en AI mogen we niet gebruiken. Soms gebeurt het bij grote mediagevoelige strafzaken dat een taalprofessional wordt ingeschakeld om te kijken of de tekst begrijpelijk is. Maar we moeten als rechters leesbare teksten natuurlijk zelf leren en zelf kunnen schrijven.’

Insolventiedata

Advocaat Raimond Dufour heeft niet alleen vermakelijke data geanalyseerd op eclimaster.nl, zoals de langste zin, maar ontsluit ook relevante data op zijn eigen gebied van het insolventie­recht. ‘Wat mij verwondert, is dat er zo weinig bekend is over grote getallen in uitspraken. Veel data is slecht ontsloten voor juristen. Daarom heb ik FailAlert.nl gemaakt om insolventiedata toegankelijker te maken.

Er is een insolventieregister waar iedereen in kan kijken. Maar er is heel weinig inzicht in de kwantitatieve analyses van insolventies. Dus men weet hoeveel faillissementen er zijn; dat wordt elke maand onder meer op nu.nl gemeld, maar ze weten niet wat ze inhouden, om welke bedragen het gaat of hoeveel werk­nemers er betrokken zijn. Die data heeft het CBS niet, ik wel.’

Pareltje

Ook in het kalenderjaar 2025 vond Dufour weer een pareltje, met dank aan de recht­bank Limburg. De zin telt 193 woorden en is afkomstig uit het personen- en familierecht. Een moeder wil verhuizen, maar de recht­bank beslist dat het kind bij de vader blijft wonen, daar naar school gaat en zijn moeder in de weekenden ziet.

‘Nu de moeder op de zitting nog eens duidelijk heeft gemaakt geen (stukje van haar) leven met [minderjarige] in [woonplaats 1] te willen hebben (met name is door de recht­bank tijdens de zitting op tafel gelegd als idee op donderdag en vrijdag in [woonplaats 1] waar de moeder ook haar woning nog heeft waardoor zij bij de school van [minderjarige] in [woonplaats 1] een belangrijke rol kan spelen en aansluitend aan de school op die vrijdag (of als er vrijdag geen school is op donderdag al) naar [plaats 1] kan vertrekken) maar in [plaats 1] met haar nieuwe gezin, waaronder [minderjarige] , te willen kunnen en blijven wonen (hetgeen de recht­bank heeft te respecteren), is er gezien de verzoeken van de vader en het advies van de raad slechts één beslissing voor [minderjarige] mogelijk: het hoofdverblijf van [minderjarige] wordt gewijzigd van zijn moeder naar zijn vader en de zorgregeling zoals de ouders die zijn overeen­gekomen wordt gewijzigd met ingang van het nieuwe schooljaar 2025/​2026 zoals door de raad is geadviseerd en de vader krijgt vervangende toestemming om [minderjarige] voor het nieuwe schooljaar 2025/​2026 in te schrijven op de [naam school] in [woonplaats 1].’ (ECLI:​NL:​RBLIM:​2025:5093)

‘Deze zin zit vol haakjes, met weer haakjes tussen die haakjes,’ zegt Lie. ‘En dan heb ik het niet over de vierkante haakjes voor anonimisering. Ook deze zin heeft een erg lange aanloop voordat uiteindelijk duidelijk is wat wordt beslist. Er zijn veel voegwoorden die de zinnen aan elkaar plakken – nog, en, maar – en veel losse lidwoorden. Tijdens de taalworkshops en schrijfcursussen die ik geef, vertel ik dat een lange zin niet per definitie slecht hoeft te zijn. Met goede leestekens en de juiste signaalwoorden kun je de lezer weer bij de hand nemen. Maar bij deze zin wordt de lezer gedropt in een donker woud.’

Lie durft de stelling wel aan dat het aantal lange zinnen in uitspraken het afgelopen decennium is afgenomen. Dufours kleine taalonderzoekje nuanceert dat beeld: binnen het privaat- en publiekrecht zijn zinnen de afgelopen tien jaar inderdaad korter geworden, maar in het straf­recht juist langer. Ter illustratie: de ranglijst van instanties met de langste zinnen (de meeste tekens) wordt aangevoerd door de gerechtshoven, gevolgd door recht­banken en overige instanties. De kortste zinnen? Die schrijft de Hoge Raad. Dufour benadrukt terug­houdend te zijn in het trekken van conclusies. ‘Het verzamelen van data is al ingewikkeld, maar het interpreteren nog meer. Daar ben ik voorzichtig mee. Al vraag ik me soms af hoe effectief taalprojecten werkelijk zijn.’

Volgens Lie is het jammer, maar niet vreemd dat uitspraken hardnekkig lang en vol jargon blijven. ‘Van oudsher was het de norm om via taal gezag in te boezemen en werd het als geleerd en chic ervaren als je een zekere afstand schiep tot de lezer. Dat hielden we zelf in stand. Ik weet nog dat toen ik begon als rechter in het systeem ging kijken hoe andere rechters hun vonnissen hadden opgeschreven. Ik dacht: zo moet het dus. Iedereen kopieerde elkaar: de macht der gewoonte. Ik schrijf inmiddels geen uitspraken met ingewikkelde woorden en lange zinnen meer, maar voor veel rechters is het wel de manier waarop ze zijn opgeleid. Een jaar of tien, vijftien geleden zijn er taalinitiatieven op gang gekomen en is er langzaam kabbelend een verandering gaande om uitspraken toegankelijker te maken. Die verandering is inmiddels in een stroomversnelling terechtgekomen. Het kost tijd om het op een andere manier te doen.’

De recordhouders

Peter Frénay is senior rechter (personen- en familierecht) bij de recht­bank Limburg en schrijver van de langste zin in 2025. Hij laat in een reactie weten: ‘Die zeer lange zin had natuurlijk in meer zinnen moeten worden geknipt. De ultralange zin sluit aan bij mijn poging op de zitting om dit geschil tussen ouders op te lossen. Dat is helaas niet gelukt. Ik zal me het komende jaar, indachtig dat ik dit jaar de langste zin heb geschreven, ter harte nemen om geen herhaling te laten plaatsvinden.’

Het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch (langste zin 2024) wil alleen reageren via een woordvoerder: ‘Als hof streven we altijd naar een duidelijke en begrijpelijke uitspraak, maar soms is een zaak ingewikkeld en dat vraagt dan meer toelichting.’