van de nova

uitspraken

Van de tuchtrechter

Recente uitspraken, geselecteerd en bewerkt door de Commissie Disciplinaire Rechtspraak, bestaande uit Maurice Mooibroek, Oscar Pluimer, Leonie Rammeloo en Robert Sanders.

Optreden in andere hoedanigheid

  • Hof van Discipline 31 oktober 2025, zaak nr. 250092, ECLI:​NL:​TAHVD:​2025:214.
  • Gedragsregel 9.
  • Advocaat niet transparant geweest over de hoedanigheid waarin hij optrad voor onder­neming?

Klager en B zijn gezamenlijk bestuurder van de onder­neming C. Om de problemen in de samen­werking tussen C en een klant te bespreken, vindt op het kantoor van die klant een bespreking plaats waarbij klager, B en mr. X aanwezig zijn. Voorafgaand aan dit gesprek is er whatsappcontact tussen klager en mr. X. Ook vindt ter voorbereiding een Teams-bespreking plaats tussen klager, mr. X en B, waarbij B zich op het kantoor van mr. X bevindt. Na het gesprek schrijft B zich uit als bestuurder van C. Mr. X laat aan klager, de overgebleven bestuurder van C, weten dat formeel zijn rol hiermee ten einde komt, maar dat hij het op prijs zou stellen als klager hem nog even laat weten hoe de zaak afloopt.

Klager meldt zich dan bij mr. X en vraagt zich daarbij af of de betrokkenheid van mr. X namens C was of niet, en aan wie hij zijn uren heeft gefactureerd. Mr. X schrijft klager dan dat B hem heeft gevraagd om de zaak op te pakken toen hij doorkreeg dat er boetes vervielen. Dat heeft B hem gevraagd ter beperking van zijn persoonlijke risico’s als bestuurder. Volgens mr. X loopt het persoonlijke belang van B volledig parallel aan het belang van klager als bestuurder en het belang van C. B is van mening dat de facturen door C betaald moeten worden. Nadien voegt mr. X daar nog aan toe dat hij opdracht­nemer is van B, reden waarom C geen opdracht­bevestiging en geen facturen heeft ontvangen.

Die reactie verbaast klager. Mr. X meldt hem immers dat hij C heeft vertegen­woordigd om de persoonlijke aansprakelijk­heid van B te beperken en die zou volledig parallel lopen met de (beperking van de) aansprakelijk­heid van klager. Klager meent dat mr. X de beide bestuurders samen heeft vertegen­woordigd namens C. B heeft zich terug­getrokken als bestuurder zonder klager daarover in te lichten en dat verhaal wordt door mr. X richting de leverancier(s) dan wel onderaannemer(s) dan wel opdracht­gevers ondersteund. Op dat moment lopen de belangen niet meer parallel en volgens klager had mr. X hem moeten informeren dat B eruit is gestapt.

Klager verwijt mr. X dat hij niet transparant is geweest over de hoedanigheid waarin hij optrad. Volgens de raad had mr. X in de richting van klager duidelijker kunnen en moeten communiceren. Daartegenover staat dat niet is gebleken dat mr. X bewust onduidelijk over zijn hoedanigheid is geweest, dat de bij klager ontstane onduidelijkheid slechts van korte duur was en dat niet is gebleken dat klager hierdoor in een belang is geschaad. Mr. X heeft volgens de raad wel in strijd met de letter van gedragsregel 9 gehandeld, maar zijn handelen is niet tucht­rechtelijk verwijtbaar.

In hoger beroep oordeelt het hof dat ten tijde van het optreden van mr. X reeds sprake van een conflict tussen klager en B over hun samen­werking in C. Mr. X was niet de vaste advocaat van C en had niet eerder opgetreden voor klager. Mr. X en klager hadden niet de inschakeling van mr. X als advocaat ten behoeve van C of klager besproken en er was geen opdracht­bevestiging van mr. X aan C of klager. Ook heeft mr. X niet aan C of klager gedeclareerd. Hoewel het hof vanwege de informele toonzetting in het whatsappbericht van mr. X aan klager het verstandig had gevonden als hij aan klager expliciet(er) had duidelijk gemaakt dat hij enkel optrad als advocaat voor B, heeft mr. X naar het oordeel van het hof niet de indruk gewekt dat hij (ook) als advocaat van klager optrad. Gezien de vastgestelde feiten en omstandig­heden kan niet worden gesteld dat mr. X een misverstand heeft laten ontstaan dat hij ook voor klager optrad tijdens de bespreking met de klant.

Intrekken in plaats van onttrekken

  • Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22 september 2025, zaak nr. 25-195/​AL//​OV, ECLI:​NL:​TADRARL:​2025:207.
  • Artikel 10a en 46 Advocatenwet.
  • Advocaat trekt verzoek ontbinding partnerschap in in plaats van zich te onttrekken aan de procedure.

Namens klaagster en haar ex-partner heeft mr. X een verzoekschrift tot ontbinding partnerschap ingediend bij de recht­bank. Nadat het mediationtraject niet tot resultaat leidt, wendt klaagster zich tot een andere advocaat, mr. Y, om haar bij te staan in de echt­scheidingsprocedure. Mr. Y verzoekt mr. X, nu partijen er niet uitkomen en gezien de woonplaats van partijen (B), te bewerkstelligen dat de recht­bank A de zaak op grond van artikel 46b RO verwijst naar de recht­bank te B. Het is voor partijen namelijk erg onpraktisch indien de zaak door de recht­bank te A verder wordt behandeld. Niet veel later verzoekt mr. B aan mr. X om bij de recht­bank Y een onttrekkingsbericht als advocaat van de vrouw in te dienen, daarna zal hij zich stellen. Mr. B zendt aan zowel de advocaat van de weder­partij als aan mr. X een kopie van het door hem bij de recht­bank Y ingediende F2-formulier. Mr. X laat daarop aan de recht­bank A weten dat partijen inmiddels ieder een eigen raadsman in de arm hebben genomen en verder procederen bij de recht­bank te B. Mr. X verzoekt het dossier door te halen, waarop intrekking van het gemeenschappelijk verzoek tot ontbinding partnerschap bij de recht­bank A plaatsvindt.

Klaagster maakt mr. X het verwijt dat hij het door hem namens haar en haar ex-partner ingediende verzoek ontbinding partnerschap heeft ingetrokken in plaats van zich te onttrekken aan de procedure, zoals uitdrukkelijk de bedoeling was. Het gevolg hiervan is dat het verzoek opnieuw moet worden ingediend en klaagster een halfjaar aan toeslagen van de Belasting­dienst misloopt.

De raad stelt vast dat mr. X ten onrechte de zaak van klaagster heeft ingetrokken, terwijl hij zich aan de zaak had moeten onttrekken. Mr. X erkent op de zitting van de raad dat hij deze fout heeft gemaakt. Hij verklaart dat hij het formulier van mr. Y verkeerd heeft geïnterpreteerd en ten onrechte dacht dat een nieuwe procedure in B was aangevangen. Daarom heeft hij de zaak ingetrokken bij de recht­bank A, terwijl hij zich had moeten onttrekken, aldus mr. X. De raad is van oordeel dat verweerder hiermee tucht­rechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

De raad legt evenwel geen maatregel op. Mr. X heeft op de zitting zijn fout erkend en hij heeft uitgelegd dat hij de zaak abusievelijk heeft ingetrokken nadat hij een formulier verkeerd had geïnterpreteerd. Nadat hij op zijn fout was gewezen, heeft mr. X zijn beroeps­aansprakelijk­heidsverzekeraar op de hoogte gesteld. De verzekeraar heeft de aansprakelijk­heid erkend en zal overgaan tot betaling aan klaagster. Hoewel in beginsel een waarschuwing passend is, volstaat de raad gelet op de correcte afwikkeling van deze fout door mr. X en de omstandigheid dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, met de constatering van het gegrond tucht­rechtelijke verwijt.

Niet excessief gedeclareerd

  • Raad van Discipline, 29 september 2025, ECLI:​NL:​TADRSHE:​2025:136.
  • Artikel 10a lid 1 sub d Advocatenwet, gedragsregel 25.
  • Niet ontoelaatbaar is tariefafspraak waarbij extra kosten alleen in rekening worden gebracht als zaak wordt gewonnen en vergoeding wordt ontvangen, en slechts tot het bedrag van die vergoeding.

Klager werd op staande voet ontslagen en schakelde mr. X in als advocaat. De rechts­bijstands­verzekeraar van klager zou maximaal € 6.000 aan advocaatkosten vergoeden. Mr. X sprak met klager af dat eventuele extra kosten alleen bij klager in rekening zouden worden gebracht als klager de zaak zou winnen en een vergoeding zou ontvangen, en slechts tot het bedrag van die vergoeding. Mr. X vocht namens klager het ontslag aan en vorderde onder meer achterstallig loon en vakantiegeld. In dit geschil oordeelde de kantonrechter dat het ontslag onterecht was en kende diverse vergoedingen toe. Klager ontving in totaal meer dan € 12.000 netto en kreeg met terugwerkende kracht recht op een Ziektewetuitkering. Klager stelde hoger beroep in met een andere advocaat, maar trof uiteindelijk een regeling met zijn ex-werkgever. Daarna ontstond een declaratie­geschil tussen klager en mr. X. Mr. X vorderde betaling van een honorarium, overeenkomend met het bedrag dat klager uit de procedure had ontvangen. In de incassoprocedure wees de kantonrechter deze vordering toe. De kantonrechter achtte het in rekening gebrachte bedrag, gelet op de omvang van de werkzaamheden, niet buitensporig. Klager stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Ondertussen stuurde mr. X, althans de financiële administratie van haar kantoor, een e‑mail, een whatsapp­bericht en een brief aan klager, waarin hij is verzocht om aan de uit het vonnis voortvloeiende betalings­verplichting te voldoen. De e‑mail is door mr. X cc naar klagers advocaat verstuurd.

Ondertussen diende klager ook een tuchtklacht in tegen mr. X. waarbij hij haar onder meer verweet buitensporig te hebben gedeclareerd, dat haar werkzaamheden niets hadden opgeleverd en dat zij hem herhaaldelijk rechtstreeks had benaderd terwijl zij wist dat hij door een advocaat werd bijgestaan.

De raad overwoog dat de tuchtrechter geen declaratie­geschillen beslecht, maar alleen toetst of sprake is van excessief declareren. Daarvan was geen sprake. De kantonrechter had de declaratie reeds beoordeeld en toewijsbaar geacht. Ook het verwijt dat de werkzaamheden niets hadden opgeleverd werd verworpen, nu klager vergoedingen had ontvangen en het ontslag onterecht was verklaard. Dat de opbrengst volledig moest worden aangewend voor advocaatkosten vloeide voort uit de gemaakte tariefafspraak, die volgens de raad niet ontoelaatbaar was. Wel slaagt het klachtonderdeel met betrekking tot het rechtstreeks benaderen. Mr. X benaderde klager rechtstreeks per e‑mail, whatsapp en brief, terwijl zij wist dat hij werd bijgestaan door een advocaat. Volgens gedragsregel 25 had zij moeten volstaan met communicatie via diens advocaat. Door klager toch rechtstreeks aan te schrijven, handelde zij tucht­rechtelijk verwijtbaar, aldus de raad. Een waarschuwing volgt.