vak & mens thema: sociale advocatuur

Warm hart voor de underdog

Zes advocaat-stagiairs, werkzaam in de sociale advocatuur, vertellen over hun intrinsieke motivatie.

Subsidie voor stageplaatsen

Advocatenkantoren die een advocaat-stagiair aannemen die cliënten op toevoegingsbasis gaat bijstaan, kunnen vanaf januari 2021 aanspraak maken op de subsidie vanuit de subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten van de Raad voor Rechtsbijstand. In 2021 hebben advocatenkantoren hier 175 keer gebruik van kunnen maken. In 2022 is de regeling verlengd, waardoor weer 175 subsidies kunnen worden verstrekt. De totale kosten van de beroepsopleiding (in 2022 een bedrag van 11.708 euro) worden met de subsidie gedekt.

De instroom in de sociale advocatuur mag dan onder druk staan, ze zijn er wel degelijk: jonge advocaten die uit overtuiging voor het vak kiezen. Zes jonge helden leggen uit wat hen drijft. Ze vertellen over mensen met een huurachterstand die vanwege pech uit huis gezet dreigen te worden. Over ouders die hard geraakt zijn door de Toeslagenaffaire en van wie het leven op z’n kop staat. Burgers die kampen met complexe multiproblematiek en die in de samenleving op achterstand staan. Het zijn deze mensen waar jonge sociaal advocaten voor in de bres springen.

Het is een meerwaarde om je als advocaat bezig te houden met de gesubsidieerde rechtspraktijk en het houdt je met beide benen op de grond, zeggen ze. Daarnaast voelen ze zich niet alleen advocaat, maar soms ook maatschappelijk werker of hulpverlener. Zoals Dina al Dulaimi het zegt: ‘Het gaat vaak niet alleen om het recht, maar ook om de emotionele kant van het verhaal. Het bieden van een luisterend oor en het nemen van de juiste stappen kan dan een wezenlijk verschil maken in iemands leven.’ Of Lisa Mooijekind: ‘Ik merk dat mijn cliënten het fijn vinden dat er iemand is die het voor ze opneemt. Dat zijn ze niet gewend.’

Jurist én hulpverlener

Als beginnend advocaat voelt Marc-Vincent Spanjersberg (29) zich aangetrokken tot de sociale advocatuur. ‘Je hoort al tijden dat de sociale advocatuur onder druk staat. En daarmee de rechtsstaat en de toegang tot het recht. Steeds minder advocaten kiezen ervoor. Daarom wilde ik vanaf het moment dat ik advocaat werd zowel betalende cliënten bijstaan als cliënten die geen cent te makken hebben. Vanuit een soort verantwoordelijkheidsgevoel.’

Hij werkt sinds januari 2021 als advocaat-stagiair bij Bos van der Burg Advocaten in Zoetermeer. Daar is hij onder meer actief in het huurrecht en ondernemingsrecht.

Zijn kantoor maakt gebruik van de subsidieregeling voor de sociale advocatuur. Daarvoor moet hij in drie jaar tijd ten minste zestig zaken op toevoegingsbasis doen. Die heeft hij in zijn eerste anderhalf jaar al afgerond. Daarnaast draait hij een commerciële praktijk.

Spanjersberg is blij dat hij vanaf het begin van zijn carrière in de advocatuur al zoveel sociale zaken heeft gedaan. ‘Daardoor ben ik in korte tijd in aanraking gekomen met uiteenlopende soorten geschillen en cliënten.’ De ‘David tegen Goliath-zaken’ geven hem veel voldoening. ‘Ontruimingen, bijvoorbeeld. Mensen met een huurachterstand, die vanwege pech uit huis gezet dreigen te worden. Uiteindelijk weten ze de weg naar een advocaat te vinden en vragen ze radeloos om hulp. Dan blijkt er in veel gevallen juridisch veel meer mogelijk dan men van tevoren dacht.’

Hij is ervan overtuigd dat het van meerwaarde is om je als advocaat bezig te houden met de gesubsidieerde rechtspraktijk. ‘Al doe je tien of twintig toevoegingszaken per jaar, naast je commerciële praktijk. Ik denk dat iedere advocaat dat zou moeten doen. Voor de afwisseling. Ter inspiratie. Om met beide benen op de grond te blijven staan, en niet alleen te weten hoe de wereld van bijvoorbeeld multinationals in elkaar steekt.’

Voor het argument dat de sociale praktijk een specialisme is, en dat je dat er niet even naast doet, voor een paar zaken per jaar, is hij niet gevoelig. ‘Vooral de omgang met cliënten is anders, bijna vriendschappelijk. Sommige cliënten bellen eerst dagelijks, of ze whatsappen liever dan dat ze mailen. En af en toe is het flink puzzelen. Bij zaken op toevoegingsbasis sta je nu eenmaal geen directeuren van grote banken bij, wiens bedrijfsjurist het probleem al in kaart heeft gebracht. Het zijn mensen die je overal treft, met problemen die soms om creatieve oplossingen vragen.’

Een aantal van zijn toevoegingscliënten heeft te kampen met complexe multiproblematiek. ‘Ik help dan met de juridische problemen, en verwijs cliënten incidenteel naar een psycholoog of naar de gemeente.’ Laatst heeft hij een cliënt onder bewind laten stellen. Die stemde daar volmondig mee in. ‘Als ik zie dat mijn cliënt duizenden euro’s aan een vriendje leent, waarvan eenieder aan zijn water aanvoelt dat hij dat nooit meer terugkrijgt, dan grijp ik in. Als sociaal advocaat ben je een schakel. Je bent jurist, en soms ben je hulpverlener.’

Ten strijde in Toeslagenaffaire

Asiye Güngörmez (37) legde een lange weg af voordat ze als sociaal advocaat aan de slag ging. Die voerde via het mbo naar de opleiding hbo-rechten. Vervolgens deed ze de premaster en master Nederlands recht met een specialisatie in het strafrecht en criminologie.

Nadat ze was afgestudeerd, werkte ze bij een incassobureau, een bank en als partij-jurist van de VVD-vereniging. Begin 2021 ging haar wens om advocaat te worden in vervulling, bij het sociale Rotterdamse A.c.s. Advocatenkantoor. Güngörmez houdt zich hier onder meer bezig met woonrecht, arbeidsrecht en sociale verzekeringen. Maar de meeste affiniteit heeft ze met de herstelzaken Kinderopvangtoeslag waarin ze gedupeerden van de Toeslagenaffaire bijstaat. ‘Als je met de gedupeerden praat, zie je hoeveel impact de Toeslagenaffaire op hen heeft gehad. Hardwerkende mensen werden opeens als fraudeur bestempeld door de Belastingdienst. Ze moesten ten onrechte heel veel geld terugbetalen, kwamen in de schuldsanering terecht en het ging steeds slechter met ze.’

Voordat Güngörmez aan de juridische procedure begint, hoort ze eerst het verhaal van haar cliënten aan. ‘Zodat ze hun hart kunnen luchten. Op zo’n moment ben je meer een maatschappelijk werker dan een advocaat.’

Güngörmez is geboren in Turkije en verhuisde op achtjarige leeftijd met haar ouders naar Nederland. Met haar voornamelijk Turkse cliënten praat ze zowel Turks als Nederlands.

Ze merkt dat haar cliënten grote moeite hebben om voor zichzelf op te komen, omdat ze daarmee geconfronteerd worden met de destructieve, angstige en verdrietige afgelopen jaren. ‘Als ik ze vraag voor de Commissie Werkelijke Schade in chronologische volgorde op te schrijven wat ze hebben meegemaakt, zeggen ze vaak dat ze het niet meer weten. Of ze vragen zich af wat het voor zin heeft dit allemaal op te schrijven.’ Dat maakt Güngörmez extra strijdbaar. Dan zeg ik: ‘“U bent ten onrechte beschuldigd. Gaat u nu de strijdbijl erbij neerleggen? Nee, natuurlijk niet! We kunnen niet goedmaken wat er is gebeurd. Maar we gaan ervoor zorgen dat men weet wat u heeft meegemaakt en wat het teweeg heeft gebracht.”’

Het geeft haar een gevoel van voldoening om een steentje te kunnen bijdragen aan het verzachten van het leed dat gedupeerden gedurende jaren is aangedaan. ‘Mijn cliënten zien vaak door de bomen het bos niet meer. Ze krijgen zoveel brieven. Van sommigen hoor ik dat ze die niet eens durven te openen. Anderen spreken de Nederlandse taal niet.’

Voor het familierecht

Anneloes van der Welle (27) kwam tijdens haar hbo-rechtenstudie in aanraking met de sociale advocatuur. Sinds haar stage bij Rauwerda Advocaten wist ze dat ze hierin verder wilde. ‘Het sociale aspect, het menselijke, past mij heel goed. Soms ben je bijna een maatschappelijk werker. Dat je er kunt zijn voor mensen die in een moeilijke situatie zitten, emotioneel, financieel, en hen kunt helpen door de situatie juridisch goed te regelen. Dat geeft me veel voldoening.’

Na haar stage bleef ze plakken bij het Leeuwarder kantoor, eerst als secretaresse, later als juridisch medewerker. Ondertussen rondde ze haar studie af en volgde ze een premaster en een master civiel recht. Sinds februari 2021 werkt ze als advocaat-stagiaire. Dat zat al in de planning, maar de subsidie van de Raad voor Rechtsbijstand was welkom.

Ze staat voornamelijk cliënten bij op toevoegingsbasis binnen haar personen- en familierechtpraktijk. Het rechtsgebied spreekt haar enorm aan. ‘Mensen die bij mij komen, staan met hun problemen op en gaan ermee naar bed. Er zijn vaak kinderen in het spel, het dierbaarste dat mensen hebben.’ Van der Welle vindt het waardevol om hen te kunnen helpen. ‘Iemand die in een scheiding zit, zit eigenlijk in een rouwproces. Tegelijkertijd moet diegene allerlei beslissingen nemen met grote gevolgen, ook financieel. Dat mensen hun problemen op tafel kunnen leggen en ervaren dat er iemand is die met ze meedenkt, dat vind ik heel belangrijk.’

Een zaak die haar in het bijzonder heeft geraakt, ging over een moeder met twee kinderen die onder toezicht waren gesteld. Ze kreeg een nieuwe vriend en raakte opnieuw in verwachting. Jeugdzorg wilde het ongeboren kind ook onder toezicht stellen. Daar stak Van der Welle een stokje voor. ‘Omdat de andere twee kinderen onder toezicht stonden, ging automatisch een onderzoek lopen naar ots voor de ongeboren vrucht. Dan sta je eigenlijk al met 2-0 achter. Als advocaat moet je dan goed kijken of er wel voldoende grond voor is. In dit geval stelde mijn cliënt dat de situatie was veranderd. De rechter stelde haar ook in het gelijk.’

In haar vrije tijd is Anneloes van der Welle regelmatig in het bouwbedrijf van haar vader te vinden. Een welkome afwisseling op haar vijfdaagse werkweek. ‘Dan gaan mijn grote schoenen en vuile broek aan, en smeer ik cementvloeren in badkamers. Het is fysiek zwaar werk. Ik vind het heerlijk om af en toe met mijn handen bezig te zijn.’

Tegen de machtige staat

De Toeslagenaffaire was voor Pejman Bahreman (33) de directe aanleiding om in de zomer van 2021 te gaan werken als sociaal advocaat. ‘Het toeslagenschandaal deed me zo veel. De machteloosheid van de gedupeerden. De argumenten vanuit de politiek. Ik merkte dat ik soms tegen de televisie aan het schreeuwen was, als ik tijdens een nieuwsitem of het vragenuurtje weer zo’n onzinargument hoorde. Daarom besloot ik dat ik iets met de sociale advocatuur moest gaan doen.’

Direct na zijn rechtenstudie koos Bahreman voor het onderwijs. Hij werkte acht jaar als wetenschappelijk docent op de Rechtenfaculteit van de Erasmus Universiteit. Daar doceerde hij in publiekrechtelijke en wetenschappelijke vakken als strafrecht, bestuursrecht, rechtsfilosofie en rechtssociologie.

Sinds ruim een jaar werkt hij nu bij het Rotterdamse sociale kantoor Op Zuid Advocaten. Het is bekend terrein. Zo’n negen jaar eerder had hij bij de rechtsvoorganger van dit kantoor, Advokatenkollektief Oud-Charlois, een bijbaan waarbij hij ondersteunend werk verrichtte. ‘Toen kwam ik erachter dat ik helemaal niet in de sociale advocatuur wilde werken. Ik was 23 jaar, ik denk dat ik te jong was om de problemen van de gemiddelde cliënt te kunnen managen.’

Bahreman vluchtte op vijfjarige leeftijd met zijn ouders vanuit Iran naar Nederland. Kort daarna begon de asielprocedure. ‘Ik begreep dat een advocaat ons zou kunnen helpen ons leven te verbeteren. Daarom wilde ik zelf ook advocaat worden. De bezwaren die ik tijdens mijn bijbaan had tegen de sociale advocatuur, zie ik niet meer. Nu is de cirkel rond.’

Als sociaal advocaat staat hij cliënten bij, onder meer op het gebied van strafrecht en bestuursrecht. ‘Een burger kan de meeste last hebben van de Staat. De Staat is het best voorbereid, heeft de meeste middelen, met alles erop en eraan. In een procedure staat de burger vaak al met 10-0 achter. Voor die burgers wil ik opkomen. Het zijn procedures die veel impact hebben op iemands leven. Een dagvaarding of boetebesluit bijvoorbeeld, daar liggen de meeste mensen wakker van. En op het moment dat je voor ze opkomt, zie je het effect. De resultaten zijn meetbaar. Dat motiveert enorm.’

Gedupeerden van de Toeslagenaffaire staat Bahreman niet bij. ‘Ik vraag me af of ik die zaken wel zou kunnen doen, omdat ik er zoveel bij voel. Ik vraag me af of dat me niet troebel maakt. Misschien kan een advocaat die iets meer distantie kan bewaken deze zaken beter oppakken.’ Maar dat hij als advocaat altijd in het sociale domein wil blijven werken, lijkt hem wel zo goed als zeker. ‘Omdat mij dat intrinsiek motiveert. Ik kan makkelijk twaalf uur lang in een sociaal dossier werken. Dossiers die een stuk zakelijker zijn, waar misschien ook meer geld in zit, kan ik denk ik niet op lange termijn volhouden.’

In moeilijke tijden

Van jongs af aan wil Lisa Mooijekind (25) advocaat worden. Het overtuigen van anderen sprak en spreekt haar aan. Het verbaast dan ook niet dat ze pleiten één van de mooiste aspecten van het advocatenvak vindt. Tijdens haar rechtenstudie in Tilburg deed ze mee aan pleit- en requireerwedstrijden.

Mooijekind deed een student-stage bij Dronkers & Dronkers Advocaten in Roermond. Vervolgens schreef ze haar scriptie bij dit sociale kantoor. Na het afronden van haar studie begon ze hier als juridisch medewerker, om in februari 2021 als advocaat-stagiaire aan de slag te gaan. Door de subsidieregeling van de Raad voor Rechtsbijstand kon ze een jaar eerder tot de balie toetreden dan verwacht. ‘De regeling kwam als een geschenk uit de hemel.’

Net zoals haar kantoorgenoten staat Mooijekind voornamelijk niet-betalende cliënten bij. ‘Daarmee heb ik affiniteit. Deze mensen hebben weinig inkomsten en vaak problemen op verschillende gebieden. Ze staan op veel fronten in de samenleving op achterstand. Zonder toevoegingen zouden ze geen advocaat kunnen betalen. Dat triggert mij om extra mijn best te doen. Ik merk dat mijn cliënten het fijn vinden dat er iemand is die het voor ze opneemt. Dat zijn ze niet gewend.’

Mooijekind voert een algemene praktijk, met een focus op het strafrecht. Ze heeft een passie voor de dynamiek van dit rechtsgebied. Cliënten bezoeken in de gevangenis, veel pleiten in de rechtszaal. ‘En ik vind het bijzonder om iemands vertrouwenspersoon te zijn in zo’n moeilijke fase van zijn leven. Om voor diegene te vechten en zo goed mogelijk door het proces te loodsen.’

Toen ze pas was beëdigd, stond Mooijekind samen met haar patroon een verdachte bij in een moordzaak. ‘Bij zo’n zaak komt veel kijken. Het opbouwen van een band met je cliënt die wordt verdacht van zo’n ernstig feit, het indienen van onderzoekswensen, omgang met nabestaanden, slachtoffers. Erg leerzaam.’

In deze zaak vond er op verzoek van het OM op de plaats delict een reconstructie plaats. Alle procespartijen waren daarbij aanwezig. ‘Volgens mijn cliënt is daar een worsteling geweest. Hij heeft daarvan een gedetailleerde verklaring afgelegd. Tijdens deze reconstructie heeft hij dat in kleine stapjes uitgebeeld. Het was erg emotionerend voor hem.’

Tijdens de zitting had Mooijekind corona, waardoor ze haar cliënt op dat moment niet kon verdedigen. Haar patroon deed dat. De rechter veroordeelde haar cliënt tot achttien jaar gevangenisstraf en tbs. Daartegen loopt hoger beroep waarin Mooijekind haar cliënt opnieuw samen met haar patroon bijstaat.

Meertalig het verschil maken

Dina al Dulaimi (32) spreekt Nederlands, Arabisch en Engels. Na de middelbare school studeerde ze rechten in Groningen. ‘Ik wilde iets met mijn meertaligheid doen in combinatie met de advocatuur.’ Nadat ze was afgestudeerd, ging ze aan de slag als jurist bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en vervolgens bij een advocatenkantoor en een rechtsbijstandsverzekeraar. Sinds januari 2020 werkt ze als advocaat bij Meesters & Meer in Utrecht. Ze houdt zich met name bezig met het personen- en familierecht. ‘Het gaat vaak niet alleen om het recht, maar ook om de emotionele kant van het verhaal. Het bieden van een luisterend oor en het nemen van de juiste stappen kan dan een wezenlijk verschil maken in iemands leven.’

Ze zet zich graag in als sociaal advocaat. ‘Dat je bijvoorbeeld een cliënt die in aanmerking komt voor een toevoeging bij een echtscheiding, ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing kunt bijstaan. Dat je een kwetsbare, emotionele ouder kunt helpen en het belang van het kind kunt dienen.’ Een zaak die haar in het bijzonder is bijgebleven, ging over een uithuisplaatsing. Al Dulaimi stond een moeder bij wier kinderen van bijna een jaar en vier jaar met spoed uit huis waren geplaatst. Jeugdbescherming wilde de kinderen voor zes maanden bij een pleeggezin onderbrengen. ‘De moeder sprak de Nederlandse taal niet goed. Ze had bepaalde uitspraken gedaan die verkeerd bij Jeugdbescherming waren overgekomen. De kinderrechter had hier begrip voor en was het na toetsing ter zitting met me eens dat de kinderen per direct bij moeder teruggeplaatst moesten worden. Wat mij betreft, zijn dit zaken die er echt toe doen. Een uithuisplaatsing is zo ingrijpend in het leven van een ouder en een kind. Deugdelijke bijstand van een advocaat mag daarbij niet ontbreken.’

Al Dulaimi is van plan cliënten op toevoegingsbasis te blijven bijstaan. In de toekomst wil ze zich specialiseren in het asiel- en vreemdelingenrecht.

Haar meertaligheid helpt haar in haar werk. ‘Ik sta cliënten bij met een Nederlandse, Engelse en Arabische achtergrond. Ze kunnen in hun eigen taal met mij communiceren. Dat is een groot voordeel. Mijn cliënten geven aan dat ze zich echt gehoord voelen. Zo bouw je een sterke vertrouwensband op. Ze durven me veel te vertellen. Daardoor heb ik veel informatie en kan ik ze goed helpen.’