vak & mens interview

Van zijlijn naar speelveld

Documentairemaakster Ingeborg Jansen (57) maakte in 2020 de NPO-documentaire ‘De laatste Sociaal Advocaten’. Ze werkt nu bij het Advokatenkollektief dat ze volgde in haar documentaire. ‘Ik ben aartsnieuwsgierig.’

‘Cliënten zeggen vaak: “U heeft dat als advocaat waarschijnlijk allemaal al meegemaakt.” U moest eens weten, denk ik dan. Ik ben pas sinds een jaar werkzaam in de advocatuur en volg de beroepsopleiding met twintigers en dertigers. Best bijzonder misschien, maar ik denk dat het goed is om in je leven nieuwe dingen te proberen.

Toen de NCRV me in 2020 vroeg of ik een documentaire wilde maken over “iets activistisch” moest ik aan de sociaal advocatuur denken. Ik had tien jaar daarvoor mijn master Nederlands recht gehaald en had al eerder bij diverse sociaal advocatuur-kantoren aangeklopt of ik bij hen in opleiding kon. “We verdienen als sociaal kantoor te weinig om advocaat-stagiairs in dienst te kunnen nemen,” was het standaardantwoord. Ik had geen haast. Ik ben in 1991 afgestudeerd aan de filmacademie en maak al mijn hele werkende leven documentaires. Mijn studie rechten was als een soort van hobby ontstaan. Uit nieuwsgierigheid. En ik had er ook behoefte aan om naast mijn werk als documentairemaakster iets te doen dat mijn hersenen meer, of in ieder geval anders, deed kraken. Vroeger trok rechten me niet. Mijn medescholieren die rechten gingen studeren, leken daarvoor geen duidelijke motivatie te hebben. Maar door vriendinnen die op latere leeftijd rechten waren gaan studeren en daar nu interessante, zinnige dingen mee deden ging ik er anders tegen aankijken. Ik ging deeltijd studeren, eerst dus alleen uit interesse, maar toen ik eenmaal bezig was raakte ik gegrepen. In 2010 studeerde ik uiteindelijk af, in strafrecht.

Het feit dat sociaal advocaten werk doen dat essentieel is in een rechtsstaat, maar onderbetaald en ondergewaardeerd worden, vond ik een goed onderwerp voor een documentaire. Het idealisme van de sociaal advocaten sprak me ook aan, het doorzetten uit overtuiging dat het recht voor iedereen toegankelijk moet zijn. De NCRV ging akkoord met mijn voorstel en zo kon ik voor De laatste Sociaal Advocaten vijf advocaten van het Rotterdams Advokatenkollektief volgen. Sinds 1975 staat dat collectief mensen bij die niet zelf een advocaat kunnen betalen. Ik betitelde ze als de laatste sociaal advocaten, omdat de sociaal advocatuur dreigt te verdwijnen door de slechte financiering, het harde werk en daardoor de onaantrekkelijkheid voor jonge juristen. Wat mij als documentairemaakster tijdens het filmen opviel, was dat je als sociaal advocaat vaak bezig bent het verhaal van de cliënt te ontwarren. Wat is juridisch en wat niet? Nogal wat cliënten hebben weinig grip op hun leven door een taalbarrière of onvoldoende kennis of inzicht. Het raakte me hoe hard deze mensen de sociaal advocatuur nodig hebben.

‘Het viel me als documentairemaakster op dat je als sociaal advocaat vaak bezig bent het verhaal van de cliënt te ontwarren. Wat is juridisch en wat niet?’

Het werk was ook intenser dan ik dacht. Ik had eerder bij het Advokatenkollektief aangeklopt en gevraagd of zij mij wilden opleiden. Ik had me destijds niet gerealiseerd dat het één van de grote uitdagingen is om niet een soort maatschappelijk werker te worden. Cliënten leggen niet alleen hun juridische problemen aan je voor. Zeker bij cliënten waar je mee meevoelt, kun je de neiging hebben je ook tegen de andere problemen aan te bemoeien. Voor je het weet, ben je werk aan het doen dat een advocaat niet hoort te doen en waar je ook niet voor wordt betaald. Dat kan voor veel extra werkdruk zorgen. Je moet daarbij ook in staat zijn je werk ’s avonds los te laten.’

Vinger aan de pols

‘“Wil je nog steeds opgeleid worden?” vroeg één van de advocaten van het Advokatenkollektief me na het draaien van de documentaire. Ze waren inmiddels zelfstandig geworden en als ik als stagiair-ondernemer zou starten, konden ze mij wel opleiden. Ik werk al mijn hele leven als zelfstandige, dus dat leek me geen enkel probleem. Wel moest ik nadenken over de vraag. Wilde ik het echt? Wilde ik een heel ander werkend leven gaan leiden dan ik als documentairemaker deed en zou ik het uithouden in wat toch min of meer een kantoorbaan is? Mijn nieuwsgierigheid won het: hoe zou dat zijn? Je bent in de sociaal advocatuur heel daadkrachtig bezig: je kunt concreet iets voor mensen betekenen. Geen dikke contracten uitpluizen en kapitaalkrachtige klanten advies geven, maar naast juridisch ook praktisch en oplossend denken. Daarbij houd ik van procederen. Daar krijg ik dezelfde adrenaline van die ik ook van filmen krijg. Een andere gemene deler is dat je tijdens zittingen snel moet kunnen inspelen op dingen die je niet had verwacht en dat het belangrijk is om de mensen met wie je te maken hebt te “lezen”. Wat betreft het inkomen is het zoals ik al vermoedde: ik was als documentairemaker al gewend om niet veel te verdienen en ben er niet op achteruitgegaan.

Nu doe ik dus het werk dat ik eerst filmde. Ik moet vanzelfsprekend nog veel leren – ik ben nu een jaar beëdigd. Er zijn leuke zaken, maar ook zaken met dwingende cliënten. Of met cliënten die zelf steeds verkeerde keuzes maken, hoe begrijpelijk ook. Zo was er een vrouw die uit de schuldsanering dreigde te worden gezet omdat ze te weinig zou hebben gesolliciteerd. Ik heb toen meer gedaan dan ik als advocaat hoefde te doen, door met haar via internet gedane sollicitaties te verzamelen. Ik wilde helpen, ook omdat de klant jong was en zonder schuldsanering niet van een flinke schuld af zou komen. Uiteindelijk kreeg ze nog een laatste kans van de rechter. Die ze vervolgens niet benutte, zodat ze uit de schuldsaneringsregeling werd gezet. Dat was frustrerend. Zeker omdat de klant daarna in hoger beroep wilde en verontwaardigd was dat ik dat niet voor haar wilde doen, omdat ik inschatte dat dat geen enkele zin had. Achteraf vroeg ik me wel af of ik er zoveel werk in had moeten stoppen. Of dat ik juist meer een vinger aan de pols moeten houden, door bij die “herkansing” te checken of ze nu wel had gesolliciteerd. Die scheidslijn, dat vind ik lastig. Gelukkig geven de ervaren advocaten van het kantoor vaak advies. Je kunt niet alles oplossen, mensen moeten het ook zelf willen en doen.’

Bizarre overstap

‘Ik volg de beroepsopleiding met twintigers en dertigers. De docenten zijn regelmatig jonger dan ik ben. Dat is best grappig. In mijn huidige opleidingsgroep werkt maar één andere stagiair in de sociaal advocatuur. Dat vind ik wel jammer. Het accent bij de beroepsopleiding ligt mede daardoor misschien ook wat bij de commerciële advocatuur. Terwijl de sociaal advocatuur veel voldoening kan geven en vaak spannend en leuk is, net zo goed voor jonge mensen denk ik. Je bent als sociaal advocaat zelfstandig, regelt je eigen zaken en doet veel proceservaring op. Je wordt meteen in het diepe gegooid en daar leer je van.

Het lijkt misschien een bizarre stap: van documentairemaakster naar de advocatuur of in ieder geval naar een combinatie van die twee beroepen. Maar de keuze voelt goed. Ik merk dat ik door mijn leeftijd meer autoriteit en zelfvertrouwen heb.’

De laatste Sociaal Advocaten is terug te zien op 2Doc.