actueel

Weski schuldig, maar niet de cel in

Inez Weski is schuldig bevonden aan deelname aan een criminele organisatie, maar hoeft niet opnieuw de gevangenis in. De rechter legde Weski op 21 mei een onvoorwaardelijke celstraf op van 42 dagen, gelijk aan het voorarrest.

De recht­bank vindt dat Inez Weski inderdaad heeft gefungeerd als ‘doorgeefluik’ van de criminele organisatie rond Ridouan Taghi. Daarvoor bestaat een reeks concrete bewijzen, zoals chatberichten op de versleutelde telefoon van Weski waarmee zij in direct contact stond met Taghi’s zoon en zus. Langs die weg werden regelmatig drugstransporten en betalingen gecommuniceerd en bovendien instructies gegeven die de organisatie draaiende hielden.

Op die manier hield Weski op structurele wijze de communicatielijn in stand van een organisatie die zich op grote schaal bezighield met drugshandel en witwassen, stelt de recht­bank vast. Daarmee is overtuigend bewezen dat zij schuldig is aan deelname aan een criminele organisatie volgens de criteria van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Vergaande strafmatiging

Voor vergelijkbare misstappen als advocaat werd Taghi’s neef Youssef in 2023 veroordeeld tot vijfenhalf jaar gevangenis­straf. Wel was zijn belastende rol minder intensief dan die van Weski, meent de recht­bank. Het Openbaar Ministerie eiste tegen Weski vierenhalf jaar celstraf. De rechters kiezen ervoor de voormalig straf­advocaat niet terug te sturen naar de cel. Deze vergaande strafmatiging is ingegeven door een aantal bijzondere omstandig­heden.

Ten eerste constateert de recht­bank in de rechtsgang van het proces twee serieuze vormfouten. De geheim­houdersofficier van het OM heeft na de huiszoekingen in Weski’s kantoor en woning onterecht met meerdere collega’s een proces-verbaal gedeeld, waarin items worden vermeld die bleken te vallen onder het geheim­houdings- en verschonings­recht. Daarnaast werd het Weski tijdens haar veelbesproken detentie in Zeist opzettelijk onmogelijk gemaakt een klacht in te dienen.

‘Verstrekkende gevolgen’

Ook de kwetsbare gezondheid van Weski is reden voor strafvermindering. Zowel fysiek als mentaal is het met haar ‘ernstig gesteld’, aldus het vonnis. Daarnaast is Weski op het professionele vlak met ‘verstrekkende gevolgen’ geconfronteerd. De vermaarde straf­recht­advocaat is haar maat­schappelijke positie op ‘ontluisterende wijze’ verloren. Ze is noodgedwongen gestopt, zodat het argument van specifieke preventie niet opgaat. ‘Celstraf is daardoor geen reëel strafdoel’, vindt de recht­bank.

Tegelijk rekenen de rechters Weski de gebeurtenissen extra aan, juist vanwege haar ruime ervaring in vergelijkbaar strafzaken. Ze wist precies wat ze fout deed en had hulp kunnen zoeken bij de deken of andere instanties. Nu heeft ze als bekend boegbeeld door haar optreden het ‘algemeen vertrouwen’ in de advocatuur ‘beschaamd’ en de ‘kernwaarden van de advocatuur in het hart geraakt’.

Geen hoger beroep

Er komt geen hoger beroep in de zaak. Zowel het OM als de verdediging heeft besloten om het vonnis niet aan te vechten. Het OM is zeer tevreden dat de recht­bank ‘vrijwel al het bewijs dat het OM in deze zaak inbracht heeft overgenomen en het handelen van de verdachte in zeer krachtige bewoordingen heeft afgekeurd’. Het OM blijft van mening dat de opgelegde straf geen recht doet aan de door de recht­bank vastgestelde verwijten. Ook kan het OM zich niet vinden in alle in het vonnis genoemde argumenten voor deze lage straf.

‘Maar het goed gemotiveerde vonnis benadrukt ruimschoots de ernst van de straf­zaak, en zendt een onmiskenbaar signaal over wat de kernwaarden van de advocatuur zijn,’ reageert John Lucas, hoofdofficier van het Landelijk Parket. ‘Het OM heeft een norm willen stellen over de manier waarop informatie wordt doorgegeven tussen advocaten en hun cliënten, die norm is nu gesteld. Dat is erg belangrijk voor ons, net als het gegeven dat er nu een onomstotelijk vonnis is.’

Volgens de verdediging is het vonnis op fundamentele punten en op systematische wijze in strijd met juridische beginselen en principiële bewijsrechtelijke grondslagen. ‘Daarmee is onvoldoende recht gedaan aan de zaak,’ zeggen advocaten Geert-Jan Knoops en Carry Knoops-Hamburger. ‘De recht­bank heeft bovendien gedurende het gehele proces geweigerd de verdediging in staat te stellen onderzoek te doen naar het dossier. Het vonnis zou in hoger beroep geen stand behoren te houden. Weski heeft echter besloten dit proces niet nog jarenlang voort te zetten door middel van procedures in hoger beroep en eventueel in cassatie of bij het Europees Hof. Zij hoopt zich te kunnen concentreren op andere wegen naar recht, recht­vaardig­heid en mededogen, en op de kunst van het leven.’