vak & mens

Ook bij rechtshulp is de drempel voor vrouwen hoger

Voor een groeiende groep vrouwen blijkt de weg naar juridische hulp ingewikkeld. De vrouwen­rechts­winkel probeert te helpen, met steun van advocaten.

Nathalie Dijkman

‘Uit de Nota gendergelijkheid van de gemeente Amsterdam (2019-2022) weten we dat vrouwen minder snel juridische hulp zoeken, terwijl ze veel rechts­problemen ervaren,’ zegt Nathalie Dijkman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Rechtswinkels. ‘Vrouwen blijken niet dezelfde toegang tot het recht te hebben als mannen. De drempel is hoger – cultureel, psychologisch, maar soms ook praktisch door taalbarrières of afhankelijkheid van een partner. Vrouwen blijven meer onder de radar.’

De rechts­winkel ontstond in de jaren zestig als initiatief van universiteitsstudenten, sociaal advocaten en de zogeheten rechtshulploketten. De eerste specifiek op vrouwen gerichte rechts­winkel werd opgericht in de jaren tachtig in Nijmegen. Waar algemene rechts­winkels zich richten op een breed publiek, focussen vrouwenrechts­winkels zich expliciet op vrouwen. Inmiddels zijn verspreid over Nederland vijf vrouwenrechts­winkels: Amsterdam, Nijmegen, Maastricht, Leiden en Utrecht.

‘De vrouwenrechts­winkel bedient een heel belangrijke en grote doelgroep. Vrouwen kampen met specifieke rechtsproblemen rond echt­scheidingen en huiselijk geweld –⁠ volgens de Nota gendergelijkheid heeft 45 procent van de Nederlandse vrouwen in hun leven fysiek of seksueel geweld ervaren – maar ook met ontslag en discriminatie op het werk. Een van de meest gestelde hulpvragen in een stad als Amsterdam gaat bijvoorbeeld over afhankelijk verblijfsrecht. Vrouwen zijn bang om hun recht in Nederland te blijven te verliezen als ze scheiden van hun man. Ook vragen over huiselijk geweld komen veel voor, net als vragen van vrouwen die bang zijn om de voogdij te verliezen bij echt­scheiding.’

Laagdrempelig

De problematiek waarmee juist vrouwen komen, is vaak complex en raakt meerdere rechts­gebieden tegelijk. ‘Hoewel vrouwenrechts­winkels openstaan voor iedereen, blijkt een deel van de doelgroep extra kwetsbaar. Persoonlijke begeleiding blijft daarom cruciaal. Je kunt tegen een vrouw wel zeggen dat ze het recht heeft om van haar man te scheiden, maar je moet ook meedenken waar ze vervolgens kan wonen. Spreekuren vinden bewust plaats in wijken waar de behoefte het grootst is. Er is veel animo om vrouwen in hun eigen taal te woord te staan, door vrouwelijke adviseurs. In steden als Amsterdam werken vrouwenrechts­winkels bewust met vrijwilligers die meerdere talen spreken. Dat verlaagt de drempel.’

Anders dan het Juridisch Loket, dat voornamelijk adviseert en doorverwijst, zijn rechts­winkels naar eigen zeggen extra laagdrempelig en gaan ze vaak een stap verder. ‘De vrijwilligers zijn rechtenstudenten en nemen de tijd om een zaak uit te zoeken,’ zegt Dijkman. ‘Ze schrijven bezwaarschriften, gaan soms mee naar zittingen en begeleiden cliënten gedurende het proces, want je hebt natuurlijk niet altijd een advocaat nodig. En er geldt geen inkomensgrens zoals bij het Juridisch Loket – iedereen kan binnenlopen. Ik heb niet het idee dat we in elkaars vaarwater zitten. We zitten ook in overleggen met elkaar en we proberen elkaar aan te vullen. Samen met sociaal raadslieden vormen we de drie belang­rijkste eerste­lijnsrechtshulpverleners.’

Advocaten adviseren soms op de achtergrond en komen in beeld als er moet worden doorverwezen. ‘Dat is dan doorgaans naar sociaal advocaten die ervaring hebben met het familierecht, arbeids­recht of sociale­zeker­heids­recht. De vrouwenrechts­winkels kunnen sommige advocaten ook bellen voor advies. Of er commerciële kantoren zijn waarnaar wordt doorverwezen? Niet dat ik weet, maar het zou geweldig zijn – mits met de juiste expertise. Er zijn wel commerciële kantoren die trainingen aanbieden.’

Vrouwenrechts­winkels opereren met minimale middelen. Spreekuren vinden vaak plaats in bibliotheken of buurthuizen – er is doorgaans geen kantoor dat van negen tot vijf is geopend. Veel initiatieven draaien volledig op vrijwilligers en hebben een klein jaarbudget, bijeengebracht door subsidies of donaties. ‘Maar dat is afhankelijk van financiering en capaciteit. Het opzetten van een nieuwe rechts­winkel kost tijd en geld.’

De behoefte is er in ieder geval. Sterker nog: volgens Dijkman groeit die. ‘We leven in een tijd waarin de positie van vrouwen weer onder druk staat. Er zijn niet voor niets Dolle Mina’s die aandacht vragen voor de groeiende manosphere die vrouwen bewust in een onderdrukte positie plaatst. Juist nu is het belangrijk dat er plekken zijn waar vrouwen terecht­kunnen voor onafhankelijke hulp. Het is heel mooi dat er een plek bestaat waar vrouwen zich heel veilig voelen en onafhankelijk juridisch advies kunnen krijgen.’

Rechtswinkels

De rechts­winkels, ongeveer tachtig (niet alle rechts­winkels zijn even actief), verspreid over 87 locaties in Nederland, helpen jaarlijks volgens eigen schatting 55.000 mensen met gratis juridisch advies. De rijksoverheid ondersteunt de rechts­winkels met een totale jaarlijkse subsidie van 515.000 euro. Rechtswinkels ontvangen een basissubsidie van 2.500 euro per jaar. Als ze extra taken uitvoeren, zoals vrouwenrechts­winkels doen, kunnen ze een hogere subsidie aanvragen. Ook gemeenten en universiteiten bieden financiële steun. Er zijn meer rechts­winkels met specifieke doelgroepen: voor migranten, gedetineerden, kinderen of vluchtelingen, maar ook per onderwerp zoals belastingrecht of straf­recht.


‘Hun enthousiasme werkt aanstekelijk’

Via een vrouw die dakloos was geworden, kwam sociaal advocaat Lina Veenman een jaar geleden in contact met de Vrouwen­rechts­winkel Leiden.

‘Toen ik haar zaak bekeek, bleek dat ze al bij de Vrouwenrechts­winkel Leiden was geweest. Ik heb contact met hen gelegd. De vrijwilligers waren zo gedreven en gemotiveerd dat ik persoonlijk kennis met hen ben gaan maken. Ik werkte al met veel organisaties en vanaf toen ook met de vrouwenrechts­winkel. Hun enthousiasme werkt echt aanstekelijk. Wat begon als één zaak, groeide uit tot een structurele samen­werking.’

Lina Veenman

Veenman, die kantoor houdt in Zierikzee, richt zich onder meer op zaken die vallen onder de Wet maat­schappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugdwetzaken. Haar cliënten zijn vaak kwetsbaar: alleenstaande moeders die uit een geweldssituatie zijn komen, slacht­offers van mensenhandel of vrouwen die dakloos dreigen te raken. ‘Het zijn vrouwen die vaak op meerdere fronten problemen hebben. Ik wil het niet bagatelliseren, want ik sta ook heel kwetsbare mannen bij, maar ik heb de overtuiging dat vrouwen net een andere positie hebben in onze maatschappij. Er is een intrinsieke motivatie om hen te helpen en hun positie te versterken.’

Veenman procedeert regelmatig namens cliënten van de vrouwenrechts­winkel, maar net zo vaak blijft ze op de achtergrond. ‘Dan kijk ik mee met een dossier. Als je te vroeg als advocaat aan tafel zit, kan dat escaleren. Dan wordt het meteen juridisch zwaar, terwijl het soms nog laagdrempelig opgelost kan worden.’

Rolverdeling

Sinds Veenman samenwerkt met de vrouwenrechts­winkel, heeft ze een tiental zaken voor hen gedaan. Gemiddeld is ze er een dag per week aan kwijt, al wisselt dat per periode. ‘Financieel is het geen noodzaak: ik zit eerder te vol dan dat ik op zoek ben naar nieuwe zaken. Als de vrouwenrechts­winkel alleen advies vraagt, vraag ik natuurlijk geen geld. Er zijn ook advocaten die vinden dat elk uur moet worden betaald, maar goed, dan moet je niet in de sociale advocatuur gaan werken. Al doe ik niet alleen zaken op toevoeging: ik heb ook betalende cliënten.’

Tegelijk probeert Veenman te waken voor rolvervaging. ‘Een advocaat is geen maat­schappelijk werker. Juist daarom vind ik de samen­werking met organisaties als de vrouwenrechts­winkel essentieel: zij vangen op, begeleiden, signaleren en schakelen door wanneer juridische bijstand nodig is. Die rolverdeling blijkt effectief: de zaak waarmee onze samen­werking begon, werd succesvol afgerond. Na een procedure kreeg de vrouw alsnog een traject bestaande uit onderdak en begeleiding. In die zin vullen de vrouwen­rechts­winkel en ik elkaar aan. Zij doen het voorwerk, en ik pak waar nodig door.’

Dat is volgens haar meteen een belangrijk onderscheid met andere eerste­lijns­voorzieningen. ‘Waar ik van het Juridisch Loket vooral een summiere verwijzing krijg, wat begrijpelijk is, nemen de vrijwilligers van de vrouwenrechts­winkel uitgebreid de tijd voor een intake. Ze maken echt een verslag met feiten en hun bevindingen. Dat geeft mij als advocaat een voorsprong en bespaart tijd. Je weet sneller waar je in het proces zit en wat er nodig is.’


‘Behoefte om af en toe te sparren’

Onlangs gaven familie- en erf­rechtadvocaten Marie Louise Neuteboom en haar collega Birgitte Schelvis (RWV Advocaten) voor het eerst kosteloos een erf­recht­training aan rechten­studenten en mede­werkers van de Vrouwen­rechts­winkel Leiden.

‘We hadden slides gemaakt met praktische handvatten in erf­rechtelijke kwesties, bijvoorbeeld over het Centraal Testamentenregister (CTR), waarin staat wie een testament heeft opgemaakt, op welke datum en bij welke notaris,’ vertelt Neuteboom.

‘Daarnaast bespraken we waar je in het wetboek moet kijken om mensen verder te helpen, hoe je een uittreksel uit het boedelregister bij de recht­bank opvraagt en wat de praktische rol is van de notaris ten opzichte van de erf­rechtadvocaat. We hadden namelijk begrepen dat in de rechtenopleiding wel aandacht wordt besteed aan familierecht, maar dat erf­recht vaak onderbelicht blijft. Overigens willen we in het najaar een training familierecht aan de vrouwenrechts­winkel gaan geven.’

Marie Louise Neuteboom

Tijdens de training kwam een hoop vragen op de advocaten af. ‘Over onterving, de wettelijke verdeling en vorderingen die niet opeisbaar zijn. Wanneer loop je risico bij het zuiver aanvaarden van een erfenis en hoe voorkom je dat iemand onbewust privé aansprakelijk wordt voor schulden van een overledene? Maar ook: wat te doen met een flinke nalatenschap bij een bijstandsuitkering? Of basale vragen: je vriend overlijdt en er is niets geregeld. Waar moet je als vrouw dan wonen? Kortom: wat zijn je rechten, je plichten en waar moet je als vrouw allemaal aan denken? Het was echt een interessante middag, ook voor ons.’

Handvatten

Neuteboom las vorig jaar een artikel in het Leids Nieuwsblad over de toen net geopende vrouwenrechts­winkel in die stad. ‘Ik dacht meteen: misschien kunnen we wat voor elkaar betekenen. Bij mijn vorige kantoor hadden we een nauwe samen­werking met de Rechtswinkel Utrecht, maar het fenomeen vrouwenrechts­winkel kende ik nog niet. Samen met Birgitte ben ik een keer gaan praten: wat doen ze precies en wat komen ze zoal tegen in de praktijk? Daaruit bleek dat de vrouwenrechts­winkel behoefte had om af en toe te sparren met een deskundige advocaat om meer handvatten te krijgen in het erf­recht. Dat leidde tot de training die we onlangs hebben gegeven.’

Het kantoor van RWV Advocaten, gevestigd in Leiden, werkt op uurbasis en doet geen toevoegingen. ‘De vrouwenrechts­winkel zal dus niet veel cliënten naar ons door­verwijzen. Maar de juristen kunnen contact met ons opnemen voor overleg. We hebben daar overigens geen vastomlijnde afspraken over gemaakt. Tot nu toe hebben we nog maar een paar vragen gekregen, waaronder of het in een bepaalde zaak handig was om een procedure te starten. Wanneer zeg je tegen een cliënt: we hebben genoeg onderhandeld.’

De samen­werking met de vrouwenrechts­winkel past volgens Neuteboom binnen een bredere verant­woordelijk­heid als kantoor. ‘Juist omdat wij geen toevoegingen doen, is dit voor ons een manier om toch maatschappelijk bij te dragen en mensen vooruit te helpen. En natuurlijk speelt ook mee dat het onze naamsbekendheid vergroot. Niet zozeer voor cliënten – we hebben het druk genoeg – maar ook onder studenten die hier stage kunnen lopen. De vrouwenrechts­winkel is een mooi initiatief waar we graag aan bijdragen.’