vak & mens
Naast de drukke advocatenpraktijk een bestuursfunctie binnen een vereniging? Het kost tijd, maar levert veel op, zeggen advocaten. ‘Het is goed voor je ontwikkeling dat je verder kijkt dan alleen je eigen kantoor, je eigen bureau en je eigen zaken.’
Familierechtadvocaat Glenda Raap (45) kan met recht een duizendpoot worden genoemd. Naast haar dagelijkse praktijk en het partnerschap bij Cleerdin & Hamer is ze nu ruim drie jaar voorzitter van de vereniging Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS), sinds 2016 trainer vaardigheden en vanaf 2021 hoofddocent leerpraktijk Familierecht bij de beroepsopleiding. Daarnaast traint ze twee keer per week het atletiekteam van haar elfjarige zoon en richtte ze achttien jaar geleden samen met haar zus Stichting Amani op voor arme gezinnen in Kenia. Nevenfuncties zijn daarmee een wezenlijk onderdeel van haar leven geworden en ze zou niet anders willen. ‘Je leert er ongelooflijk veel van en het verbreedt je blik.’
Die maatschappelijke betrokkenheid loopt als een rode draad door haar leven. ‘Ik heb altijd een sterk rechtvaardigheidsgevoel gehad. Dat is ook de reden dat ik rechten ben gaan studeren.’ Toen ze al werkte als familierechtadvocaat besloot Raap onbetaald verlof te nemen om vrijwilligerswerk te doen in een weeshuis in Kenia. Ze zag de armoede van dichtbij en wilde iets structureels doen. De stichting die toen werd opgericht, ziet op het stimuleren van zelfvoorzienendheid en ondersteunt daarvoor gezinnen. Door de kinderen onderwijs te laten volgen, van kleuter tot universiteit. Maar ook door bijvoorbeeld te helpen met het opzetten van kleine shops, zodat een eigen inkomen kan worden gegenereerd. ‘Als je dan ziet dat kinderen uiteindelijk een opleiding afronden en nu hun eigen gezin kunnen onderhouden, dan denk ik: dit heeft echt betekenis gehad.’
Volgens Raap ligt juist daar de waarde van nevenfuncties: ze halen je uit de dagelijkse praktijk. Dat geldt ook voor haar bestuurswerk binnen de advocatuur. Al vroeg werd zij actief binnen de plaatselijk jonge balie en later bestuurslid bij de Stichting Jonge Balie Nederland. Ook heeft ze in het college van afgevaardigden (CvA) gezeten. De voorzittersrol binnen de vFAS was, toen ze daarvoor werd gevraagd, dan ook een logische stap. ‘Ik vind het interessant om breder te kijken en te zien wat er speelt binnen de advocatuur. En ik vind het belangrijk om bij te dragen aan het maatschappelijk debat. Als je ergens een mening over hebt, of wilt dat er iets verandert, dan moet je ook bereid zijn om daaraan een bijdrage te leveren. Dan kun je niet alleen maar naar anderen kijken.’
Zichtbaarheid
Sportrechtadvocaat Frans de Weger (48), oprichter van BMDW Advocaten in Haarlem, is nog stelliger over het nut van nevenfuncties. Zijn nevenactiviteiten binnen de sport hebben hem enorm geholpen om zijn netwerk uit te breiden, kennis op te doen binnen het sportrecht en zijn advocatenpraktijk te laten groeien. ‘Sportrecht bestond twintig jaar geleden nog amper binnen de advocatuur,’ zegt hij daarover. ‘Dan moet je zelf zichtbaar worden in dat vakgebied.’
De Weger is tegenwoordig een gevestigde naam in het sportrecht. Hij is voorzitter van de Vereniging voor Sport en Recht (VSR) en medeoprichter van het wetenschappelijk tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken. Ook is hij al meer dan tien jaar arbiter bij het hoogste internationale arbitragehof voor de sport, het Court of Arbitration for Sport (CAS), en sinds 2021 voorzitter van de FIFA Dispute Resolution Chamber. Sinds dit jaar zit hij daarnaast in de raad van advies van de Nederlandse Dopingautoriteit.
Tijdens zijn rechtenstudie werd hij gegrepen door het vak sport en recht. Hij besefte al snel dat hij een netwerk moest opbouwen, wilde hij daar een advocatenpraktijk in opbouwen. Een van zijn eerste nevenfuncties was die van juridisch secretaris bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR), dat destijds net was opgericht. Via de jaarcongressen van de VSR leerde hij mensen kennen uit het vakgebied. Eerst zat hij in een lustrumcommissie van de VSR, in 2022 werd hij voorzitter van de vereniging. ‘Een bestuursfunctie binnen een vereniging is een mooie opstap naar een groot netwerk, zeker in een niche of een rechtsgebied in ontwikkeling. Voor jonge advocaten die een niche willen opbouwen, kunnen bestuursfuncties een vliegwiel zijn.’
Mirjam Pieters (30), ondernemingsrechtadvocaat bij Wybenga Advocaten in Rotterdam en voorzitter van de Jonge Balie Rotterdam, erkent dat. Al zit volgens haar de waarde van zulke functies vooral in de ervaring zelf. ‘Je werkt intensief samen met een kleine groep mensen. Daardoor leer je elkaar goed kennen. Dat is prettig binnen een solistisch beroep als de advocatuur.’
Een nevenfunctie vraagt bovendien andere vaardigheden dan het dagelijkse juridische werk. ‘Je moet soms veel praktischer nadenken: wat moet er nog geregeld worden, hoe krijgen we dit voor elkaar?’ Die afwisseling spreekt haar aan. ‘Je bent op een heel andere manier bezig en dat haalt je even uit je dagelijkse werk.’
Verder ziet zij de maatschappelijke component als een belangrijk onderdeel van nevenwerk. Toen ik als Commissaris Opleidingen voor de Jonge Balie Rotterdam sprekers voor lezingen moest regelen, nodigde ik bewust mensen uit die zich bezighouden met maatschappelijke onderwerpen. Om advocaten breder te laten nadenken over wat het recht nou eigenlijk is en wat het betekent om advocaat te zijn. In de commerciële praktijk kom je gemakkelijk in een soort tunnelvisie terecht. Het is goed om dat te doorbreken.’
Daarnaast is het volgens haar ook gewoon goed om iets voor anderen te doen zonder daar direct zelf voordeel uit te halen. ‘Mijn vader is bijvoorbeeld nog altijd ieder jaar vrijwilliger bij de avondvierdaagse, ondanks dat zijn kinderen allang van de basisschool af zijn.’
Bredere vraagstukken
Bestuurswerk voor een specialisatievereniging kent vele facetten die ook doorwerken in de eigen praktijk, aldus de advocaten. ‘We moeten zorgen voor permanente educatie voor onze leden en we organiseren events voor de sociale cohesie en de betrokkenheid bij elkaar,’ vertelt Raap. ‘Die verbinding is belangrijk voor elke advocaat, maar voor familierechtadvocaten misschien nog wel meer omdat wij bij uitstek moeten samenwerken met elkaar. Dan helpt het dat je weet wie de ander is en dat je elkaar kunt bellen indien nodig. Als ik een zaak moet doen met een advocaat die ik niet ken, is dat lastiger. Overleg is heel belangrijk, ook al behartig je natuurlijk altijd de belangen van je eigen cliënt. Je moet als familierechtadvocaat zaaksoverstijgend kunnen werken en denken, zeker als er kinderen in het spel zijn. Dan is het prettig dat je als professionals goed kunt samenwerken op basis van vertrouwen. Dat proberen we middels de vFAS te creëren door op een informele manier bij elkaar te zijn, zoals op het jaarlijkse congres.’
Daarnaast dwingen bestuursfuncties de advocaten om na te denken over bredere vraagstukken. Hoe krijg je jonge advocaten gespecialiseerd en betrokken? Hoe krijg je ook de sociale advocatuur gespecialiseerd? Hoe blijven advocaten zich ontwikkelen na de beroepsopleiding?
Nevenfuncties binnen juridische verenigingen houden je inhoudelijk ook scherp, zegt De Weger. ‘Het dwingt je om ontwikkelingen bij te houden en dieper na te denken over onderwerpen. Je ziet nieuwe trends ontstaan en doet inspiratie op. Dat werkt weer door in je praktijk.’
Als voorbeeld noemt hij sportrechtcongressen in het buitenland. ‘Als ik daar ben, valt me op ze dat ze vaak toch wat voorlopen op Nederland, denk met name aan de onderwerpen die op die congressen behandeld worden. Ik gebruik dat dan weer voor onze eigen congressen. Met de vereniging organiseren we inmiddels ook legal workshops. Daarmee doe je dan weer kennis op van specifieke materie binnen het sportrecht, denk aan tuchtprocedures, doping of CAS-procedures. Voor je advocatenpraktijk binnen de sport is dat van grote toegevoegde waarde.’
Een andere vraag waar de verenigingen hard mee bezig zijn: hoe zorg je ervoor dat je als vereniging relevant bent en blijft en dat mensen het bestuurdersstokje over willen nemen? Dat is volgens Raap een uitdaging, helemaal sinds de coronapandemie. ‘Mensen zijn sindsdien wat meer teruggetrokken in hun eigen wereldje. En er zijn meerdere verenigingen: voor welke kies je dan?’
Balans bewaken
Werving en transparantie over het werk zijn in dat kader van belang. Het voorzitterschap van de vFAS kost Raap ongeveer drie dagen per week. ‘Daar staat een vergoeding tegenover, maar financieel is dat natuurlijk iets anders dan drie dagen declarabel werken.’ Daarnaast heeft zij een gezin met twee jonge kinderen en een drukke praktijk. ‘Overal schiet je weleens tekort. Dat is soms lastig, maar moet je accepteren.’
Ook De Weger is eerlijk over die nadelen. Vrijwel al zijn nevenfuncties zijn onbetaald of leveren hooguit een onkostenvergoeding op. ‘En het kost vaak meer tijd dan vooraf gedacht.’
Voor zijn voorzitterschap van de VSR is hij naar eigen schatting gemiddeld zeven à acht uur per maand kwijt, maar rondom congressen of evenementen loopt dat snel op. ‘Vergaderingen vinden meestal ’s avonds plaats, de voorbereiding gebeurt tussendoor. Daarom is het essentieel om keuzes te maken. Je moet de balans blijven bewaken. Je kunt niet alles gratis doen. In het begin van je carrière ligt het gevaar op de loer om overal ja op te zeggen. Zeker wanneer een functie inhoudelijk interessant klinkt.’ Nu bekleedt hij alleen nog functies die hij echt inhoudelijk interessant vindt. ‘Anders staat het niet meer in verhouding tot je praktijk.’
Pieters waarschuwt voor een te instrumentele blik op nevenfuncties. Zeker studenten en jonge professionals voelen druk om hun cv op te bouwen, maar dat is niet de juiste motivatie, vindt zij. ‘Het is belangrijker om jezelf af te vragen of een functie bij je past en of je het leuk vindt om te doen. Die vraag is in de advocatuur extra relevant, omdat de werkdruk al hoog genoeg is. Je hebt gewoon een drukke baan en je doet zo’n nevenfunctie ernaast. Dus ren jezelf niet voorbij.’
Zelf ziet ze haar rol als voorzitter vooral als faciliterend: andere bestuursleden ruimte geven om hun functie op hun eigen manier in te vullen. ‘Je moet ook in een functie groeien. Ik denk dat vooral jonge vrouwelijke professionals soms de lat hoog leggen en verwachten dat ze iets volledig moeten kunnen voordat ze eraan beginnen. Dat hoeft niet. Je mag dingen spannend vinden, maar laat je er niet te veel door tegenhouden.’ Juist daarin kunnen nevenfuncties waardevol zijn, zegt Pieters. ‘Ze bieden een relatief veilige omgeving om ervaring op te doen met organiseren, leidinggeven, spreken voor groepen of het maken van beleidskeuzes. Vaardigheden die uiteindelijk ook binnen de advocatuur van pas komen.’
Raap beaamt dat. ‘Je ontwikkelt jezelf op een manier die je in je dagelijkse praktijk niet snel doet. En naarmate je tijd beperkter wordt, leer je beter plannen.’
Daarom geeft zij ook al jaren atletiektraining aan een groep van 25 jongens. ‘Het is prachtig om te zien hoe kinderen groeien in zelfvertrouwen doordat ze zichzelf verbeteren. Atletiek draait veel minder om competitie met anderen en meer om je eigen ontwikkeling.’
Haar boodschap aan collega’s is helder: ‘Ga het vooral doen. Het is verrijkend, leerzaam en belangrijk voor de toekomst van de beroepsgroep. Verenigingen, opleidingen en maatschappelijke organisaties kunnen alleen blijven bestaan als mensen bereid zijn zich ervoor in te zetten.’