vak & mens

Samen staan ze sterker

Veel middelgrote kantoren overwegen een fusie. Maar voordat je in de zakelijke huwelijksboot stapt, moet er een overtui­gende match zijn. Is de werkcultuur verenigbaar? Hoe zit het met de partnerbeloning? Op bezoek bij drie fusiekantoren. ‘Onze Brabantse klik was heel handig.’

Hendarin Mouselli en Sander van Riel waren helemaal niet bezig met een mogelijke fusie van hun kantoor VRF Advocaten in Oisterwijk. ‘We waren lekker aan het ondernemen, hadden een volle praktijk,’ blikt Mouselli terug. ‘En geloofden heel erg in onze eigen kracht.’ Toen in 2024 het grotere De Voort Advocaten uit Tilburg aanklopte met het voorstel om samen te gaan, waren beide partners zeker niet direct overtuigd. ‘Maar we vonden het interessant om te verkennen wat zo’n stap zou betekenen voor onze cliënten en onze mede­werkers. Na intensieve gesprekken met elkaar en met De Voort zagen we uiteindelijk vooral pluspunten. En zo groeide een voorzichtige kop koffie uit tot een verloving, en per 1 juli 2025 tot een huwelijk.’

‘Een belangrijk argument voor de fusie was dat we onze cliënten beter zouden kunnen bedienen,’ zegt Mouselli. ‘VRF Advocaten opereerde in de niche van het flexrecht, maar we kregen ook vragen over andere rechts­gebieden. Bijvoorbeeld over onder­nemings­recht, als we betrokken waren bij een overname of over huur­recht, wanneer we adviseerden over de contracten van arbeidsmigranten, die ook gehuisvest moeten worden. De Voort had deze specialismes wel in huis. Daarvoor hoef je cliënten dan niet meer door te verwijzen naar andere kantoren. Bovendien kun je er zelf op toezien dat ook deze diensten aansluiten bij jouw eigen werkwijze en ambities.’

Fusiegolf

Meer rechts­gebieden aanbieden onder één dak, het is voor menig fusiepartner in de advocatuur een motief om samen te smelten. ‘De client wint bij voorkeur zo veel mogelijk adviezen in bij hetzelfde advocaten­kantoor,’ weet Bas van Soest van adviesbureau Aeternus. ‘Deze one stop shop realiseer je nu eenmaal sneller met een groter kantoor.’ Aeternus, gespecialiseerd in de begeleiding van fusies en overnames, publiceerde eind vorig jaar een whitepaper waarin het signaleert dat veel middelgrote kantoren een fusie overwegen. ‘De Nederlandse advocatuur staat aan de vooravond van een onvermijdelijke consolidatiegolf,’ aldus het rapport.

Deze trend lijkt te worden bevestigd door een aantal recente fusies verspreid over het land en door statistieken uit de ‘Balie in beeld 2025’ van de NOvA. Zo gingen begin dit jaar in Noord-Nederland de middelgrote kantoren PlasBossinade advocaten en notarissen uit Groningen en Rotshuizen Geense Advocaten uit Leeuwarden samen verder. In Rotterdam fuseert per 1 juli Wybenga advocaten met Bolder Advocaten uit dezelfde stad. NOvA-cijfers laten zien dat vooral het smaldeel middelgrote advocaten­kantoren groeit: het aantal kantoren met 17 tot 32 mede­werkers steeg tussen 2024 en 2025 met 8%, kantoren met 33 tot 64 professionals groeiden met 17%. Het aantal kleine kantoren nam juist af.

Naast een breder inhoudelijk palet zijn er andere motieven om de krachten te bundelen. Een klassiek argument is dat je door schaalvergroting beter in staat bent om kosten te delen en investeringen te doen. Dat is in de advocatuur anno 2026 extra nodig omdat kantoren aan ontwikkelingen als de opkomst van AI en een actiever HR-beleid veel geld besteden. ‘Sinds wij gefuseerd zijn, is het denken en doen rond de inzet van AI in een stroomversnelling gekomen,’ vertelt Paulien Waninge, fiscaal advocaat en lid dagelijks bestuur bij PlasBossinade advocaten en notarissen. ‘Voorheen kwam dat niet echt van de grond, nu hebben we het budget en de mensen om hier daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. Dat werpt meteen zijn vruchten af.’

Meer sollicitanten

Een groter kantoor biedt ook meer loopbaankansen. Dat is met de huidige krapte op de arbeidsmarkt ook een stimulans voor een fusie. ‘Voor ons was het aantrekkelijker worden als werkgever de hoofdreden om op zoek te gaan naar een fusiepartner,’ stelt Aldert van der Bent, partner bij Wybenga Advocaten. ‘Het werd steeds ingewikkelder om voldoende collega’s vast te houden en nieuwe mensen te werven. Sollicitanten gaven aan dat ze onze arbeids­rechtsectie klein vonden, ze wilden liever bij een groter kantoor werken. Jonge advocaten vinden het vaak leuk als er meer leeftijdsgenoten werken: dan kun je beter drie advocaat-stagiairs hebben dan één.’ Dit arbeidsmarkteffect merkte PlasBossinade advocaten en notarissen al snel na de fusie. Waninge: ‘We krijgen sindsdien duidelijk meer sollicitanten op vacatures. De gedachte is toch vaak: hoe groter hoe meer mogelijkheden.’

One stop shop belangrijk fusiemotief’

Voldoende motieven dus om een verloving aan te gaan met een aantrekkelijke fusiepartner. Maar hoe maak je de kans op een gelukkig huwelijk vervolgens het grootst? ‘Doe eerst goed je huiswerk voordat je zomaar in het avontuur van een fusie duikt,’ raadt Johan Koggink aan. Koggink spart als adviseur bij Advocaten Raadgevers regelmatig met bestuurders van middelgrote kantoren over de eventuele meerwaarde van fuseren. ‘Onderzoek goed of beide kantoren op wezenlijke punten, zoals werk­cultuur of beloningssysteem, vergelijkbaar zijn. Dat kan de samen­werking maken of breken.’ Dat benadrukt ook Van Soest: ‘Cultuur is van wezenlijk belang. Past jouw DNA wel voldoende bij dat van het kantoor waarmee je samen wilt gaan? Denken jullie hetzelfde over de dienst­verlening aan de cliënt, matcht de werksfeer van beide kantoren? Zeker in sectoren waar het mensen zijn die het verschil maken, zoals in de advocatuur, zijn dit belangrijke factoren.’

Als één of meerdere van deze sleutelfactoren haperen, is het verstandig om de fusieplannen af te blazen, vindt Koggink. ‘Fuseren is een middel, geen doel op zich. Wanneer een voorgenomen samen­werking op kernpunten onvoldoende oplevert, kun je er beter van afzien. Het kan goed zijn dat de problemen die voor een kantoor aanleiding zijn voor een fusie, beter op een andere manier kunnen worden opgelost. Als jij groter wilt worden, onderzoek dan ook de optie om zelf organisch te groeien. Wanneer jij je portfolio kansrijker wilt maken, kan dat eveneens door je kantoor strategisch te herpositioneren.’ Een fusie kan lonen, vindt Koggink, maar dan moet je dat wel scherp hebben.

Elkaar verkennen

Daarom ging Wybenga Advocaten bij het zoeken naar een geschikte partij niet over één nacht ijs. ‘Wij hebben onder begeleiding van een professioneel bureau gestructureerd in kaart gebracht aan welke voorwaarden de fusie met Bolder Advocaten moest voldoen om te slagen,’ vertelt Van der Bent. ‘In het verleden zijn eerdere pogingen mislukt omdat het misliep op soms banale verschillen. Dat wilden we nu voorkomen door systematisch te kijken naar elkaars opzet, cultuur en ambities. “Over drie jaar willen we dat ons kantoor vijftien tot 25 fee earners telt,” was zo’n gezamenlijke ambitie.’

Tijdens de verkenningen werden verder compromissen gesloten over de beloning van partners: ‘Wij hadden een strakker regime dan bij Bolder, die als kantoor wat vrijer opereerde,’ legt Van der Bent uit. ‘Bij ons kreeg elke partner een gelijk winstaandeel. Zij verdeelden de inkomsten aan het eind van elk jaar op een redelijke manier. Dat heeft als risico dat iedereen op zijn gouden eitjes gaat zitten, om het eigen aandeel veilig te stellen. Daarom hebben we voor het nieuwe kantoor gelijke winstdeling als uitgangs­punt.’ Tussen de partners van PlasBossinade en Rotshuizen Geense bestond er vooraf een verschil in de drempel voor toetreding: ‘Bij Rotshuizen Geense betaalden nieuwe partners een hoger entreebedrag en hadden daarmee ook een hoger begininkomen. Bij ons waren die bedragen lager,’ zegt Waninge. ‘Om een brug te slaan, hebben we onze systemen gemiddeld.’

De verschillen in beloning zijn een onderschatte factor bij fusies, meent Koggink: ‘Daar moet je goed over nadenken, ook omdat het veel zegt over de onderliggende bedrijfs­cultuur. Kies je voor een meer Angelsaksische benadering, waarin prestaties zwaarder wegen? Dat uit zich in verschillende winsten per partner, in het uiterste geval volgens het principe eat what you kill. Of ga je uit een stabiel locked step systeem met een gelijkmatige verdeling of de tussenvariant van een modified lockstep?’ Dan is er nog het gevoelige issue welke van beide managing partners de leiding krijgt, vult Van Soest aan. ‘Wie komt bovenaan de apenrots te staan? Ondernemers hebben over het algemeen boven­gemiddelde ego’s, dan spelen dit soort emoties een rol.’ Volgens Mouselli moet je bij een goede chemie op elkaar durven vertrouwen: ‘Wij hebben geen externe adviseurs ingehuurd en dit soort zaken prima onderling kunnen regelen. Het gaat om een zakelijk huwelijk. Je moet daar goed over nadenken en je huwelijkse voorwaarden bij hebben. Maar dat hoef je niet te overdrijven.’

Te ver uiteen­lopende werkculturen zijn een ander potentieel struikelblok. Van der Bent: ‘Dat gaat over ogenschijnlijk kleine dingen zoals de wijze waarop werktijden zijn geregeld. Wij waren gewend om klassiek van negen tot zes aanwezig of bereikbaar te zijn. Bij Bolder was dat vrijer volgens het principe “Zolang je je productie maar haalt”. Daar hebben we voor de toekomst een middenweg in gekozen die een balans geeft tussen vrijheid en voorspelbaarheid.’ Het onderscheid in mindset tussen VRF en De Voort zat hem volgens Mouselli vooral in de korte lijnen van een kleiner kantoor tegenover een meer formele besluit­vorming. ‘Wij waren met twee partners gewend om snelle beslissingen te nemen. Bij Van der Voort zijn er meer belangen, dus duurt dat logischerwijs langer. Daarnaast was VRF heel ondernemend, met veel aandacht voor marketing. Zo hadden we als klein kantoor toch een eigen magazine voor cliënten. Bij De Voort was er geen staflid Marketing & Communicatie. Dat is één van de eerste veranderingen die ik heb ingezet.’

Noordelijke nuchterheid

Bij de Gronings-Leeuwardse kantorentandem kwam de bedrijfscultuur van de twee partners al sterk overeen, constateert Waninge. ‘Bij ons allebei heerste de noordelijke nuchterheid van “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, in combinatie met een sterke drive voor kwaliteit. Een treffend voorbeeld was het moment dat ik in Leeuwarden langs het kantoor van Rotshuizen Geense reed met een advocaat-stagiair naast mij in de auto. Zij zei spontaan: “De sfeer op dat kantoor lijkt zo op die van ons.” Terwijl ze nog niks van de fusie wist.’ Ook bij de Brabantse fusiepartners was er een regionale match qua mindset. ‘Onder de rivieren gunnen collega’s elkaar veel, is mijn ervaring,’ stelt Mouselli. ‘Die Brabantse klik was heel handig tijdens het fusieproces. Dat hield ook in dat we allebei heel down to earth waren: het ging ons niet om de buitenkant, maar om het werk dat je levert.’

De volkswijsheid dat een goed huwelijk voortdurend onderhoud behoeft, gaat ook op voor fusies. ‘Na het zetten van de handtekeningen begint het eigenlijk pas,’ aldus Van Soest. ‘Je moet ervoor zorgen dat de gemaakte afspraken soepel worden ingevoerd. Niet alleen op strategisch niveau maar ook zaken als administratie en ICT, dat zijn heel bewerkelijke processen. Wij werken bij fusies vaak met bureaus die in deze post fusion integration gespecialiseerd zijn. Zij nemen het stokje van ons over nadat de deal gesloten is’. Blijvende aandacht voor de mede­werkers is net zo hard nodig, vindt Mouselli: ‘Toen we na de fusie allemaal gingen werken in het gebouw van De Voort hebben we de zogenaamde kwartaalaftrappen geïntroduceerd. Daarin praten we vier keer per jaar onze mensen bij over hoe het bedrijf loopt. Dat doen we kantoorbreed, van advocaten tot mede­werkers. Dat vinden ze prettig, zo voelen ze zich deelgenoot van de transitie.’

‘Nieuwe schwung op de werkvloer’

Even belangrijk als een goede nazorg is het mentaal voorbereiden op de nieuwe werkelijkheid. Soms gebeurt dat geleidelijk, zoals bij PlasBossinade en Rotshuizen Geense. ‘Wij waren vijf jaar geleden al een nauwe samen­werking aangegaan op het gebied van fiscaal recht,’ vertelt Waninge. ‘Daardoor hebben we elkaar langzaam beter leren kennen en was de overgang minder groot.’ VRF en De Voort Advocaten verzonnen om de werkvloer mee te nemen een speciaal project met een ludieke naam: Kei-Zen. Mouselli: ‘Dat is een Brabantse variant op het bekende Japanse bedrijfsmodel Kaizen. Er kwam op beide kantoren een Kei-Zen brievenbus te hangen waar collega’s vragen konden indienen. Die varieerden van “Kan ik in het nieuwe bedrijf ook partner worden?” tot “Op welke kantoorplek zit ik straks?” Dat heeft goed gewerkt. Mensen voelden zich gehoord en werden nieuwsgierig naar hun nieuwe collega’s. Zodat er al voor de officiële fusie gezamenlijke hardloopgroepjes werden gevormd.’

Meer schwung

Het meest zichtbaar wordt een fusie in haar uiterlijkheden. Welke naam komt voortaan op de gevel te prijken? Trekt de ene fusiepartner bij de andere in? Blijven er meerdere locaties bestaan of verhuist iedereen naar een nieuw kantoorpand? Dat laatste gebeurt bij Wybenga en Bolder Advocaten, waar de nieuwe combinatie de naam gaat dragen van de kleinste huwelijkspartner: Bolder. Het Groningse PlasBossinade was als grootste van de twee de naamgever van het fusiekantoor, maar de locatie in Leeuwarden blijft bestaan. VRF Advocaten pakte zijn koffers en verhuisde naar Tilburg, waar ze de naam van het grotere De Voort Advocaten gingen voeren. Het opgeven van een lang bestaande kantoornaam ligt gevoelig, weet Waninga. ‘Daar moet je ook aandacht voor hebben.’ Bij Mouselli wekte het inleveren van de eigen naam weinig emoties op. ‘Ik had daar geen moeite mee. Cliënten komen niet voor de naam, maar voor een persoon. Ze hebben met jou als advocaat een band, omdat jij hun probleem gaat oplossen.’

Wat is de eerste oogst van de verschillende fusies? Zijn de verwachtingen al deels ingelost? ‘We zijn pas drie maanden officieel samen, maar ik merk al dat er een nieuwe schwung op de werkvloer is,’ constateert Waninge. Het werken met nieuwe collega’s en vergezichten geeft extra energie. En het is een prettig idee dat we voldoende formatie hebben voor grotere opdrachten. In het verleden konden we soms niet meedoen met een grote aanbesteding van een bedrijf omdat we daarvoor te weinig mensen in huis hadden. Dat is nu verleden tijd.’ Ook bij Mouselli zijn de ‘wittebroodsmaanden’ goed bevallen. ‘Ik moet af en toe geduld hebben met de soms minder snelle besluit­vorming, maar de extra mogelijkheden overheersen. ‘Ik heb nog steeds kleur op de wangen, zei ik laatst tegen mijn oude compagnon Sander. Dat was precies ons criterium voor een geslaagde fusie: het moet leuk blijven.’