actueel
Bij de Raden van Discipline kwamen vorig jaar 830 nieuwe zaken binnen, blijkt uit de jaarcijfers 2025 van de tuchtcolleges, acht procent minder dan in 2024. Bij het Hof van Discipline steeg de instroom flink.
Over de langere termijn bezien daalt het aantal tuchtzaken bij de raden gestaag. In 2021 bedroeg de instroom nog 984 zaken.
Bij het hof kwamen vorig jaar 420 zaken binnen, een stijging van negentien procent ten opzichte van 2024. De afgelopen jaren kwamen er jaarlijks circa 350 zaken binnen bij het hof.
Van de 800 tuchtrechtelijke oordelen die de Raden van Discipline in 2025 gaven, werd 71,4 procent ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. In 28,6 procent van de gevallen was de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond. Dat aandeel is vrijwel gelijk aan 2024.
De verdeling van maatregelen bleef eveneens stabiel. De meeste gegronde zaken leidden tot een waarschuwing (10,6 procent) of een berisping (6,6 procent). Zwaardere maatregelen kwamen minder vaak voor: voorwaardelijke schorsing (3,0 procent), onvoorwaardelijke schorsing (3,2 procent) en schrapping (2,3 procent). Net als in 2024 werd geen enkele geldboete opgelegd.
Bij het hof werd meer dan de helft van de ingekomen zaken ongegrond verklaard, of niet-ontvankelijk. De tuchtrechter legde in hoger beroep 35 keer een berisping op, 22 keer een waarschuwing en 25 keer een schorsing. In vijf gevallen kwam het tot een schrapping.
Schrapping
In 2025 namen de raden achttien schrappingsbeslissingen, betrekking hebbend op veertien advocaten. Dat is iets meer dan in 2024. Uiteindelijk werden in totaliteit dertien advocaten definitief van het tableau geschrapt. Volgens de tuchtcolleges gaat het om kleine, sterk fluctuerende aantallen, waaruit geen trend kan worden afgeleid.
Afgezet tegen het totaal van 19.046 advocaten werd in 2025 in 237 gevallen tuchtrechtelijk ingegrepen. Per saldo werd daarmee ongeveer 1,2 procent van de Nederlandse advocaten tuchtrechtelijk veroordeeld. Dat percentage ligt iets lager dan in 2024 (1,3 procent).
Communicatie
Net als in eerdere jaren vielen de meeste gegronde klachten in de categorie ‘prestatie onder de maat’. Ook ‘communicatie met de cliënt’ en ‘zorgplicht jegens de wederpartij’ vormden veelvoorkomende klachtcategorieën. De meeste klachten hadden betrekking op de advocaat van de wederpartij, op korte afstand gevolgd door klachten over de eigen advocaat.
In navolging van de dekens waarschuwen ook de tuchtcolleges voor de aanzwellende stroom klachten die bij de lokale ordes belandt. Volgens hof en raden raakt het systeem verstopt doordat alle klachten dezelfde werkstroom doorlopen, ook klachten die evident ongegrond of niet-ontvankelijk zijn. Daarnaast wijzen ze op veelklagers en op klachten tegen dekens zelf, die eigenlijk niet in het tuchtrecht thuishoren.
Voorzitter Jan Blokland van het Hof van Discipline schrijft in zijn voorwoord in gesprek te zijn met de NOvA over modernisering van het tuchtrecht. Daarbij wordt gekeken naar beperking van het aantal klachten (wie mag klagen en waarover), maar ook naar maatregelen om klachten die binnenkomen efficiënter te behandelen. Blokland waarschuwt tegen snelle besluiten. Hij dringt erop aan eerst een fundamentele discussie te voeren over het beoogde doel van het klacht- en tuchtrecht.