vak & mens cover
Vertrekkende sociaal advocaten laten steeds vaker een leegte achter. In een toenemend aantal regio’s en rechtsgebieden is er te weinig jonge aanwas om het stokje over te nemen. Dit blijkt ondubbelzinnig uit recent onderzoek. ‘We dreigen door een ondergrens te zakken’.
‘Als mensen bij mij aankloppen met een socialezekerheidszaak waarin snelle actie is vereist, moet ik ze “nee” verkopen,’ vertelt Edward Cats (61), sociaal advocaat in Emmen. ‘Bijvoorbeeld wanneer iemand zonder geld zit omdat zijn uitkering is ingetrokken door het UWV. Ik vind dat moeilijk, want het zijn problemen die een grote impact hebben. Maar ik heb er gewoon geen tijd voor. Ik heb een drukke praktijk met meerdere rechtsgebieden, ik doe veel asielzaken. Dus verwijs ik deze cliënten door naar collega’s met het specialisme sociale zekerheid. Alleen die zijn er hier in de streek nauwelijks meer. Daardoor moeten mensen verder reizen om hun recht te halen: naar Groningen, Assen of Zwolle.’
Ook Linda Hauwert (40), advocaat personen- en familierecht in Duiven, wijst cliënten die bij haar aankloppen voor een toevoegingszaak vaker af dan ze wil. ‘Ik moet iedere week wel mensen teleurstellen omdat ik geen ruimte meer heb. “O nee, ik heb al zes advocaten gebeld,” reageren ze dan. Collega’s in de omgeving die ik vervolgens benader, zitten ook vaak vol. Het gaat dan bijvoorbeeld om een scheiding of een omgangsregeling, zaken waar je mensen graag snel mee wilt helpen.’ Hoe moeilijk Hauwert het ook vindt, ze strijkt zelden met de hand over haar hart. ‘Je móét wel nee zeggen, anders kun je je andere cliënten niet goed meer bedienen. En je moet ook oppassen voor je eigen overbelasting. Sociaal advocaten werken hard, maar daar zit een grens aan.’
Nijpend tekort
De verhalen van Hauwert en Cats illustreren het probleem dat in steeds meer regio’s in Nederland speelt. Niet alleen in Drenthe en de regio Arnhem-Nijmegen is een nijpend tekort aan sociaal advocaten die opkomen voor de meest kwetsbare inwoners. Ook in de rest van Noord-Nederland, de Achterhoek, Noord-Limburg en andere plattelandsgebieden ontstaan steeds grotere witte vlekken op de landkaart van de sociale advocatuur. Onder meer advocaten gespecialiseerd in het socialezekerheidsrecht of psychiatrisch patiëntenrecht zijn steeds moeilijker te vinden. Het tekort speelt al jaren, maar werd onlangs nog eens ondubbelzinnig zichtbaar in het rapport ‘Aanbod in beeld’. De studie werd uitgevoerd door het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand, in opdracht van de NOvA, de Raad voor Rechtsbijstand en het ministerie van Justitie en Veiligheid.
‘Ik moet iedere week mensen teleurstellen’
‘Onze onderzoekers kenden deze problematiek natuurlijk al goed,’ aldus Jin Ho Verdonschot, als chief science officer verantwoordelijk voor het kenniscentrum. ‘Toch waren ook wij onder de indruk van hoe kritiek de situatie op veel plekken in Nederland is geworden. De cijfers zijn echt zorgwekkend. Op een gegeven moment zakken we door een ondergrens. Dan heb ik het niet alleen over de neerwaartse trend in het aanbod van sociaal advocaten. Het gaat ook om de vergrijzing en het stijgend aantal éénpersoonspraktijken dat geen ruimte heeft voor het opleiden van stagiairs. De Commissie-Van der Meer II noemde de sociale advocatuur vorig jaar al een “sterfhuisconstructie”. Deze statistieken zijn consistent met dat beeld.’
Enkele nuchtere getallen. Tussen 2015 en 2024 daalde het aantal sociaal advocaten in Nederland van 7667 naar 5934, een krimp van 22 procent in tien jaar tijd. Die achteruitgang is in plattelandsregio’s nog een stuk sterker: in Zuidoost-Drenthe halveerde het aantal advocaten dat met toevoegingen werkt van 43 naar 21. In de Achterhoek werkten in 2024 nog maar 57 sociaal advocaten, tegen 95 in 2015. De cijfers over de vergrijzing van de beroepsgroep liegen er evenmin om. Het aantal sociaal advocaten tussen de 25 en 35 jaar is landelijk in tien jaar tijd geslonken met 45 procent. Terwijl de groep oudere collega’s, die door deze jongere garde vervangen moet worden, zienderogen groeit: de komende tien jaar gaat circa een derde van de senioren in het vak met pensioen. Je hoeft geen demograaf te zijn om te zien dat er een verontrustende scheefgroei is ontstaan.
Geen opvolger
‘Toen ik in Duiven startte, waren er nog toevoegingsadvocaten in het nabijgelegen Westervoort en Zevenaar. Die zijn inmiddels allebei met pensioen en er is niemand voor teruggekomen,’ constateert Hauwert. In Emmen loopt ook Cats er in levenden lijve tegenaan: ‘Ik word 62 dit jaar en wil echt niet doorwerken tot mijn zeventigste. Over een paar jaar begin ik met afbouwen, maar een opvolger heb ik niet. Ook niet mijn zoon: die is wel advocaat geworden, maar had geen trek in “dat sociale gedoe”, zoals hij dat ziet. Hij werkt nu bij een groter kantoor in de stad. Ik laat straks een leegte achter.’ Het Venlose kantoor van Kelly Dohmen, (Venlex Advocaten), is ook op zoek naar nieuw bloed. ‘De vraag naar sociale rechtsbijstand blijft in Noord-Limburg toenemen. Ons kantoor kan die groeiende stroom cliënten nog net aan, maar de rek is er bijna uit. We zijn op zoek naar een vijfde advocaat, om de praktijk toekomstbestendig te houden.’
‘De kosten voor een stagiair zijn idioot hoog’
Een belangrijke hindernis is het tekort aan sociale kantoren dat in staat is om een advocaat-stagiair in dienst te nemen. Landelijk gezien is het aantal stagiairs weliswaar licht toegenomen, maar om de komende vergrijzingsgolf te kunnen pareren, zijn veel meer aspirant-advocaten nodig. Bovendien bestaan ook hier aanzienlijke verschillen tussen regio’s en rechtsgebieden, blijkt uit het rapport. Vooral de grotere toevoegingskantoren in de Randstad kunnen zich een stagiair veroorloven, de eenpitters in de provincie maar zelden. Ook kiezen beginnend sociaal advocaten relatief vaak voor het strafrecht, slechts weinig stagiairs kiezen voor het socialezekerheidsrecht of psychiatrisch patiëntenrecht.
‘Het is meer dan tien jaar geleden dat ik een advocaat-stagiair heb gehad,’ beaamt Cats. ‘Het kost je het nodige en ik heb de indruk dat ze na de opleiding liever naar een groter kantoor gaan in een grotere plaats. Dan pluk je er zelf dus niet de vruchten van.’ Ook Ineke Besjes (56), sociaal advocaat in Nijmegen, denkt als eenpitter wel twee keer na voor ze een stagiair in huis neemt. ‘De kosten zijn zo idioot hoog ten opzichte van vroeger, ik moet heel goed bedenken of mijn praktijk dat wel trekt. Kleine kantoren durven het niet snel aan.’
Samen stagiairs opleiden
Een mogelijke oplossing hiervoor is de zogeheten kantoortoeslag, een landelijke subsidie voor sociaal advocaten die samenwerken in een gedeeld kantoor. Uit onderzoek van het kenniscentrum blijkt dat het huidig puntentarief niet toereikend is voor sociaal advocaten die werken in een kantoor dat bestaat uit meerdere collega’s. De kantoortoeslag is bedoeld om voor deze groep de kantoorkosten te dekken en meer mogelijkheden te scheppen voor het in loondienst hebben van advocaat-stagiairs. De NOvA is voorstander van zo’n vergoeding. Verdonschot: ‘De oplossing voor de vergrijzing staat of valt met het opleiden van voldoende jonge mensen. Ons rapport laat helder zien dat stagiairs vooral worden opgeleid door kantoren met meerdere advocaten. En eigenlijk nauwelijks door de advocaat met een éénpersoonspraktijk, wiens aandeel sinds 2015 met bijna een kwart is toegenomen. De kantoren met meerdere advocaten zijn de kweekvijvers voor nieuwe sociaal advocaten. Mede daarom vinden wij de kantoortoeslag een goed initiatief.’
Ook Hauwert uit Duiven verwelkomt de kantoortoeslag. ‘Dat kan zeker helpen. Alleen heb ik begrepen dat alleen kantoren vanaf drie of vier advocaten voor de toeslag in aanmerking komen. Dat sluit niet aan bij de situatie in Oost-Nederland. Hier is vaak onvoldoende werkaanbod en schaalgrootte om met een grotere groep advocaten op één fysieke plek een kantoor te runnen. Het zou goed zijn als je de toeslag ook krijgt wanneer je kiest voor een minder vergaande vormen van samenwerking.’ Besjes uit Nijmegen sluit zich hierbij aan: ‘Veel sociale kantoren tellen minder dan vier advocaten. Zij zouden ook een financiële prikkel moeten krijgen om stagiairs aan te nemen. Wat mij betreft, vallen daar ook de eenpitters onder.’
‘Een ander soort advocaat’
De belangrijkste oorzaak van de geringe animo om sociaal advocaat te worden is nog altijd de slechte beloning. De recente verhoging van de landelijke tarieven verandert voor Dohmen weinig aan de dagelijkse realiteit. ‘Het kernprobleem blijft dat het aantal uren dat wij als sociaal advocaten mogen declareren in geen verhouding staat tot het werk dat we daadwerkelijk verrichten. Kwetsbare mensen hebben vaak te maken met multiproblematiek. Onze hulp omvat daardoor veel meer dan het enkele rechtsgeschil. Neem zaken over uithuisplaatsingen, die zijn niet afgerond na één zitting. De nazorg en begeleiding van ouders lopen vaak nog weken, maanden en soms zelfs jaren door op de achtergrond. Deze voortdurende bereikbaarheid, begeleiding en regie zijn cruciaal. Maar het wordt niet vergoed door de Raad voor Rechtsbijstand. Het wordt tijd dat de instanties erkennen dat wij een ander soort advocaat zijn. En dat zij de toevoegingstarieven daarop fundamenteel aanpassen.’
‘Het wordt tijd dat instanties erkennen dat wij een ander soort advocaat zijn’
In sommige rechtsgebieden worden aanwas en doorstroming van sociaal advocaten bemoeilijkt door de wijze waarop zij aan hun cliënten worden gekoppeld. Zo werkt de Raad voor Rechtsbijstand in het psychiatrisch patiëntenrecht met een beperkte lijst van ervaren advocaten die piketdiensten draaien. Besjes, voorzitter van de landelijke specialisatievereniging vPAN: ‘Dat is een bewuste keuze omdat de raad en wij enorm hechten aan kwaliteit en specialisatie, juist bij deze kwetsbare cliënten. Door dit systeem is het lastiger voor jonge collega’s om ertussen te komen, zij staan vaak een tijd op de wachtlijst. Dit effect wordt versterkt doordat we in reguliere zaken werken met zogenaamde stamadvocaten: als je een cliënt eenmaal bijstaat, blijf jij diens vaste advocaat. Die vertrouwdheid is van belang wanneer je mensen bezoekt die angstig of in de war zijn.’ Als gevolg van deze opzet is het beroepsperspectief voor jonge advocaten weinig rooskleurig. ‘Daar maken we ons bij de vPAN wel zorgen over,’ zegt Besjes. ‘Zeker in de regio’s waar ons specialisme het moeilijk heeft.’
Bij het bieden van nieuw perspectief voor sociaal advocaten ziet Hauwert duidelijk een rol weggelegd voor de orde van advocaten: zowel op nationaal als regionaal niveau. ‘We zijn met de orde Gelderland het traject “Boost de sociaal advocaat” gestart. Dat bestaat uit vijf gratis bijeenkomsten over onder meer winstgevend ondernemen, communiceren met lastige klanten en samenwerking. Dit loopt goed. Mooi om te zien hoe collega’s elkaar leren kennen, ervaringen delen en hier en daar de eerste stappen zetten naar samenwerking.’ Verder legt de orde gericht bezoeken af bij rechtswinkels en commerciële kantoren in de eigen regio. ‘Bij de rechtswinkels willen we jonge mensen enthousiast maken voor ons waardevolle beroep, zoals dat vanuit de NOvA ook op universiteiten en hbo’s gebeurt. Met de grotere commerciële kantoren uit Arnhem en Nijmegen bespreken we mogelijkheden voor stages en kennisuitwisseling. Zulke samenwerkingen zie je in de Randstad al langer.’
Volgens Dohmen kunnen commerciële kantoren de sociale advocatuur concreet ontlasten door de steeds stijgende eigen bijdragen voor cliënten te voldoen. ‘Het innen van die bijdragen kost veel tijd en administratie. Tijd die beter besteed kan worden aan inhoudelijk werk of het begeleiden van stagiairs. Bovendien kan een rechtzoekende die eigen bijdrage vaak moeilijk opbrengen, bijvoorbeeld omdat zijn WIA-uitkering is stopgezet. In mijn praktijk gaat het jaarlijks om een bedrag van circa 15.000 euro aan eigen bijdrages. Het wegnemen van die last zou direct veel lucht geven aan sociaal advocaten.’
Mooi ambacht
Eigenlijk klinkt het allemaal té problematisch, vinden Dohmen, Besjes, Hauwert en Cats. Ja, de sociale advocatuur staat voor grote uitdagingen. Maar in de kern hebben ze een van de mooiste beroepen die er bestaat, benadrukken ze allemaal. ‘Als ik iemand bijsta die tegen zijn wil is opgenomen op een psychiatrische afdeling, dan is dat zo’n elementair recht. Ik vind het hartstikke mooi en belangrijk die rol te vervullen,’ aldus Besjes. ‘Laatst heb ik een vrouw die in scheiding lag en de Nederlandse taal nog niet goed sprak, goed kunnen helpen. Zodat zij met haar kinderen een nieuwe woonplek heeft gevonden,’ zegt Hauwert. ‘Het geeft mij voldoening om zo iemand, die de weg niet kent in het systeem, van het begin tot het eind bij te staan’. Ook Dohmen laadt haar batterij op door de betekenis van haar werk: ‘Wij staan de kansarmen bij die zonder juridische bijstand vastlopen in het systeem. Daarmee vervullen sociaal advocaten een essentiële rol, daar mogen we trots op zijn.’
Er is een groeiende groep advocaten die wel staat ingeschreven voor het doen van toevoegingen, maar daar in de praktijk niets mee doet. Dit gold in 2024 voor 27 procent van alle sociaal advocaten, tegen 18 procent in 2015, blijkt uit het rapport ‘Aanbod in beeld’. Het kan volgens science officer Verdonschot lonen om hier verder onderzoek naar te doen. ‘Waarom is deze groep gegroeid, wat zijn hun motieven om geen toevoegingen te doen en met welk beleid kun je ze stimuleren actief te worden? Dat is interessant, want het gaat om advocaten die relatief snel aan de slag kunnen omdat ze alle papieren al hebben. We willen immers elke optie benutten om de vijver van sociaal advocaten te vergroten.’
