vak & mens

Weg uit het vaste stramien

Ambitieuze dertigers en veertigers bij grote kantoren kiezen niet meer vanzelf­sprekend voor het partnerschap. Het starten van een eigen nicheboetiek is hip. Wie denkt dat de werkdruk dan lager ligt, komt bedrogen uit. ‘Maar de vrijheid die je in alle opzichten krijgt, is me alles waard.’

‘Maatschappelijke relevantie is een extra drijfveer geworden’

Toen de deuren van Baker McKenzie in coronatijd dichtgingen, verwachtte Robbert-Jan Kamstra dat het thuis­werken en de adempauze die dat creëerde tijdelijk zouden zijn. Maar de pandemie duurde langer dan gedacht en de vraag hoe hij zijn toekomst zag, drong zich op. ‘Ik besloot een moment van bezinning in te bouwen, mijn baan op te zeggen en te gaan reizen. Dat was iets wat ik al heel lang graag wilde.’

Robbert-Jan Kamstra (39)

Werkte ruim tien jaar bij Baker McKenzie in Amsterdam

Gespecialiseerd in commercial litigation en collectieve acties

Sinds juni 2022 eigenaar van Milberg Amsterdam

Alle voorwaarden voor een mooie toekomst binnen Baker McKenzie waren aanwezig. Kamstra werkte er ruim tien jaar, was legal director en de weg om het partnertraject in te stappen, lag open. ‘De droom om een eigen kantoor te starten, had ik al langer. Dat had ik ook weleens kenbaar gemaakt bij een recruiter.’

Het antwoord hoe zijn toekomst er uit zou gaan zien, kwam sneller dan verwacht. ‘De dag voordat ik het vliegtuig zou pakken naar Zuid-Amerika belde een recruiter met de vraag of ik voor Milberg een kantoor in Nederland wilde openen. Ik heb dat idee tijdens mijn reis laten bezinken en uiteindelijk besloten de sprong te wagen.’

Dat hij onder de vlag van het netwerk van Milberg kon starten, gaf de doorslag. ‘Zij boden mij een platform waarop ik zelf kon gaan bouwen. Ondernemen binnen een veilige internationale setting, maar wel met de volledige vrijheid om eigen keuzes te maken. En groot voordeel was dat ik mijn eigen praktijk in commercial litigation kon voortzetten. De focus van Milberg op collectieve acties is daar bij gekomen. Dat gaf een mooie extra uitdaging en een nieuwe cliëntengroep. Bij Baker Mc Kenzie had ik waarschijnlijk nooit namens een groep garnalenvissers opgetreden tegen een chemie­bedrijf aan de Westerschelde. Maatschappelijke relevantie is een extra drijfveer geworden.’

Kamstra moest wel wennen aan zijn nieuwe rol als ondernemer. ‘Ik sta nu voor de rechter, maar ben ook paperclips aan het bestellen. Daar je draai in vinden, heeft tijd nodig. Ik ben momenteel drukker dan ik ooit ben geweest bij Baker McKenzie, maar het voelt anders. Je bent overal rechtstreeks bij betrokken en je doet het echt voor je eigen kantoor.’

Het kantoor van Kamstra heeft nu twee advocaten en drie studenten. Daar moet langzaam groei in komen. ‘We worden nu steeds beter zichtbaar, dus het is tijd om uit te bouwen. Omdat we nog een relatief klein team hebben, wil ik dat extra zorgvuldig doen.’

Door rustig te groeien, houdt Kamstra ook financiële risico’s in de hand. ‘Over elke stap denk je extra goed na wanneer het je eigen kantoor betreft. Ik verdien zelf nu wat minder dan ik zou krijgen als partner bij Baker McKenzie. Daar staat de volledige vrijheid tegenover. Daar hecht ik veel waarde aan, net als aan het doen van zaken die maat­schappelijk impact hebben. Alles bij elkaar geeft het mij nu meer voldoening.’

Kamstra kijkt met plezier terug op zijn tijd bij Baker McKenzie, maar weet nu dat ondernemen beter bij hem past. Als senior advocaat bij grote kantoren is er te weinig tijd voor businessdevelopment, vindt hij. ‘Dat wordt vaak toebedeeld aan partners. De focus ligt er te veel op declarabele uren draaien en minder op het geven van ruimte aan mensen om hun eigen praktijk op te bouwen. Ik heb me daar lang in thuis gevoeld, maar nu gekozen voor het ondernemerschap.’

Desondanks miste hij na zijn vertrek zijn oude vertrouwde team en de sociale activiteiten. ‘Dat is even een fase waar je doorheen moet. Nu zitten we alweer met vijf man en is het ontzettend gezellig op kantoor. Ik heb geen moment spijt.’


‘De scheiding tussen werk en privé is nu meer fluïde, maar voelt goed’

Simone Poot begon na haar studie vol overtuiging bij De Brauw Blackstone Westbroek. Het kantoor bood haar precies waar veel jonge, ambitieuze advocaten naar op zoek zijn: een intensieve leerschool, een stevige inhoudelijke basis en een hechte groep collega’s met wie het werkplezier groot was. ‘Het is echt een snelkookpan, je leert veel op inhoudelijk en op persoonlijk vlak.’

Simone Poot (42)

Werkte ruim acht jaar bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam

Gespecialiseerd in intellectueel eigendomsrecht

Startte dit jaar haar eigen nichekantoor EURICA Law

Poot denderde door, specialiseerde zich in intellectueel eigendoms­recht en werd senior advocaat. Een glansrijke carrière die zich binnen het kantoor verder had kunnen ontwikkelen. Dat veranderde toen ze op persoonlijk vlak ingrijpende gebeurtenissen voor de kiezen kreeg, waaronder het ziektetraject en overlijden van haar moeder. Het dwong haar tot een pas op de plaats en tot het nemen van enige afstand van haar werk. ‘Ik had ruimte nodig om te rouwen en te reflecteren. Uiteindelijk ben ik vertrokken bij de Brauw, zonder vervolgplan. Het was ook nog eens midden in de coronaperiode, dus de wereld was sowieso een beetje raar en het leven langzamer.’

In die periode realiseerde ze zich dat het vaste stramien van een groot kantoor haar niet meer automatisch paste. ‘Het is toch een bepaald keurslijf waar je in zit met bepaalde normen waar je in moet passen en vaste stapjes die je moet doorlopen om jezelf te bewijzen en hogerop te komen. Ik realiseerde me dat ik meer ruimte en vrijheid wilde.’

Poot besloot te gaan praten met advocaten die al voor zichzelf waren begonnen. Uiteindelijk koos ze voor een tussenfase met een interim­opdracht bij TNO. ‘Dat voelde toen veilig, een vaste opdracht voor langere tijd. Het was een waardevolle periode en een perfecte voorbereiding op mijn eigen kantoor.’ Inmiddels runt Simone een eigen boetiekkantoor binnen het IE-recht. De inhoud van haar werk is vergelijkbaar gebleven, maar de manier waarop ze haar praktijk inricht is fundamenteel anders. Ze bepaalt zelf welke zaken ze aanneemt, welke opdrachten passen bij haar expertise en welke samen­werkingen ze aangaat. Naast het juridische werk besteedt ze nu logischerwijs ook veel tijd aan acquisitie, businessdevelopment, administratie en zichtbaarheid. ‘De werkdruk is daardoor niet lager dan voorheen, maar voelt anders doordat ik zelf volledig de regie heb. Ik ben nu echt iets aan het opbouwen en kan zelf bepalen welke zaken ik doe en hoe ik mezelf in de markt zet. Elke dag is anders en je komt als ondernemer in een bepaalde flow te zitten. De scheiding tussen werk en privé is nu wel nog meer fluïde dan bij De Brauw, maar het voelt goed.’

Ziet Poot zichzelf nog terugkeren naar de Zuidas? ‘Ik sluit het oprecht niet uit, maar ik kan het me nu ook niet voorstellen. Ik hoop dat ik mijn praktijk kan laten groeien en dat er op den duur een of twee advocaten bij komen. Belangrijk is dat mijn kantoor zich door ontwikkelt zonder dat mijn andere interesses, zoals schilderen, ondergesneeuwd raken.’

Voor advocaten die twijfelen over ondernemerschap ziet Simone vooral ruimte om te experimenteren. ‘Ga het avontuur aan als dat goed voelt. Als het niet lukt, is het ook oké.’


‘Partners houden te krampachtig vast aan het oude model’

Na tweeënhalf jaar partnerschap bij Turing Advocaten in Den Haag besloot Jeroen van Woezik begin dit jaar opnieuw voor zichzelf te beginnen. ‘De tijd verandert zo snel. Dat vraagt om snel handelen. Die ruimte voelde ik niet binnen de structuur van een traditioneel kantoor.’

Jeroen van Woezik (43)

Was partner bij Turing Advocaten in Den Haag

Begon begin dit jaar samen met zijn advocaat-stagiair Robert-Guillaume Chin A Sen Lawrence Advocaten in Den Haag

Gespecialiseerd in Data (Protection), AI & Tech

De kiem voor die keuze ligt in zijn eerdere ondernemersjaren. Na een periode als legal counsel bij Nationale-Nederlanden startte Van Woezik in 2020 zijn eerste eigen advocaten­kantoor in privacy- en technologierecht. De praktijk groeide snel. ‘Ik redde het niet meer alleen en besloot aan te sluiten bij Turing Advocaten.’

Maar niet voor lang. In een partnergroep moet je iedereen meekrijgen bij het nemen van beslissingen. Van Woezik miste de ruimte om te ondernemen, om een strategie en visie te hebben en daar snel op te acteren. ‘De wereld van mijn cliënten wordt gedreven door AI en digitalisering. Daar moet je als advocaten­kantoor in meebewegen. In die wereld red je het niet met heel goed zijn in het juridische vak. Uiteindelijk is dat geen winnende strategie.’ Samen met zijn advocaat-stagiair splitste hij zich af, om zich volledig te richten op data protection, AI en tech met een focus op maat­schappelijke transities, zoals digitalisering van de zorg, de energietransitie en digitale weerbaarheid.

Speerpunt van de nieuwe praktijk is innovatie. Zo ontwikkelden ze een onlinevraagmodule die M&A-advocaten helpt te bepalen welke EU-datawetgeving van toepassing is op een transactie. Ook is een onlinedatabank met praktische kennisvideo’s voor functionarissen gegevensbescherming (FG’s) in de maak. ‘Daar kunnen ze terecht met allerlei vragen,’ vertelt Van Woezik. ‘Waar moet je op letten als je een AI-tool gaat aanschaffen bijvoorbeeld? En heb je wel of geen toegang tot de mailbox van een medewerker die het bedrijf verlaat? De drempel tussen kennis en praktijk moet lager. Dat lukt alleen als je de vrijheid hebt om te bouwen wat je nodig vindt.’

De advocaat riep daarom ‘creatieve woensdag’ in het leven. Die dag draait het niet om declarabele uren, maar om verdieping in nieuwe EU-wetgeving, interne strategie, het ontwikkelen van tools en het schrijven van artikelen en blogs. ‘Werken aan dingen die energie geven. Die afwisseling is prettig en zorgt ervoor dat de werkweek in balans blijft.’

Financieel was de stap spannend, zegt Van Woezik. Maar het feit dat hij zijn eigen praktijk mee kon nemen, scheelde een hoop. ‘Je begint natuurlijk niet zonder spanning aan zo’n stap, maar vanaf januari gaat het eigenlijk heel goed. Dat sterkt me in de overtuiging dat dit het juiste moment was om weer zelfstandig te bouwen. Ik denk ook dat je met een eigen praktijk meer kunt verdienen dan als partner binnen een groter kantoor, al is dat voor mij niet de belang­rijkste drijfveer.’ De advocaat denkt wel al aan uitbreiding. ‘Ik wil op korte termijn flink groeien. Een jonge club mensen om me heen verzamelen die durven te experimenteren en innoveren binnen ons vakgebied.’

Volgens Van Woezik staat de advocatuur op een kantelpunt. Er zijn maar weinig kantoren die echt flexibel zijn, zegt hij. ‘Een hele partnergroep overtuigen van een bepaalde strategie of keuze is heel moeilijk. Ik denk dat de partners die het nu voor het zeggen hebben bij de grotere kantoren nog te krampachtig vasthouden aan het oude model. De vraag is niet hoe we een traditioneel kantoor kunnen behouden, maar hoe het kantoor van de toekomst eruitziet nu AI zich zo snel ontwikkelt. Cliënten kunnen steeds meer zelf, waardoor de standaardtarieven onder druk komen te staan. Dáár moet het gesprek over gaan. Je ziet dat jonge mensen meewillen in die veranderingen. Bij grotere kantoren met een lockstep-model staan de trajecten vast. Maar jonge mensen willen flexibiliteit. Waarom zou je daar niet mee experimenteren?’

De opkomst van het boetiekkantoor

De opkomst van high end boetiekkantoren is begonnen na de financiële crisis. De coronacrisis gaf weer een extra boost. Dat vertelt Robert van Beemen, partner strategie bij adviesbureau DRB. ‘Een crisis is een natuurlijk moment om pas op de plaats e maken en te kiezen voor een nieuwe koers.’

Volgens Van Beemen komt daarbij dat dertigers en veertigers steeds beter nadenken of het traditionele partnershipmodel, zoals veel kantoren dat kennen, nog wel bij ze past. ‘Het governance­model van besluit­vorming, eigenaarschap en winstverdeling werd lang geleden opgezet en gaat uit van het lockstep-model. De vraag is of de kantoren nog voldoende rekening houden met wat jonge partners van nu willen.’

Zuidaskantoren zijn continu bezig om hun eigen strategie en positionering aan te scherpen waardoor de performance-eisen steeds omhoog worden bijgesteld, zegt hij. ‘De uurtarieven moeten omhoog, net als de omzetten die gerealiseerd moeten worden door het hele team dat je aanstuurt. Sommigen binnen die kantoren willen of kunnen daar niet meer in meegaan.’

Dat is ook afhankelijk van het type praktijk en cliënt. Je ziet vaak nog dat verschillende praktijk­groepen verschillende cliënten en verschillende positioneringen hebben. ‘Dat kan een reden zijn om een gespecialiseerd nichekantoor in het hogere segment op te richten. Er komen ook nieuwe soorten praktijken op, zoals de massa­schade­claims, die daar geschikt voor zijn.’

Volgens Van Beemen is het een gezonde ontwikkeling en zorgt het ervoor dat de markt steeds volwassener wordt. ‘Kantoren kunnen duidelijkere keuzes maken en worden zich steeds meer bewust van het feit dat je er niet voor iedereen kunt en wilt zijn.’

Het kan geen kwaad als de grote kantoren daar wat flexibeler in worden, vindt Van Beemen. Dat ze niet meer standaard verlangen dat inkomende partners binnen vijf, acht, of tien jaar automatisch doorgroeien. ‘Ze kunnen bijvoorbeeld ook pauzes toestaan, afhankelijk van levensfase en persoonlijke omstandig­heden. Dat kan rust geven. Ik merk dat kantoren over dit soort modellen nadenken en in toenemende mate omarmen.’