column
Een nieuwe rol, zelfde overtuiging
Toen ik in januari begon als deken van Oost-Brabant heb ik mijn advocatenpraktijk vrijwel volledig neergelegd. Dat is geen kleine stap, maar wel een bewuste. Het dekenaat vraagt aandacht, tijd en betrokkenheid. En het vraagt ook dat je bereid bent om je volledig te richten op de rol die de advocatuur in de samenleving heeft.
Mijn eigen achtergrond ligt bij een klein kantoor. Ik heb een brede praktijk gevoerd – van strafzaken tot horecarecht – en al vrij vroeg een eigen kantoor opgericht. In zo’n praktijk leer je dat de advocatuur uiteindelijk draait om mensen: cliënten die hun weg zoeken in een ingewikkeld systeem, collega-advocaten die onder druk hun werk moeten doen en professionals in de keten die samen proberen een oplossing te vinden voor complexe problemen.
Misschien is het daarom dat innovatie en toegang tot het recht voor mij altijd belangrijke thema’s zijn geweest. In initiatieven rond rechtshulpinnovatie heb ik gezien hoeveel verschil het kan maken als professionals in de keten beter samenwerken en processen slimmer worden ingericht. Technologie kan daarbij helpen, maar uiteindelijk gaat het om iets anders: hoe zorgen we dat rechtzoekenden daadwerkelijk toegang hebben tot goede rechtsbijstand?
Als deken kijk ik nu vanuit een andere positie naar dezelfde vragen. Het toezicht op de advocatuur is daarbij een belangrijk instrument. Veel van dat toezicht is reactief: klachten van cliënten of signalen uit het veld. Die signalen zijn waardevol en geven inzicht in waar het soms misgaat. Maar ze laten niet altijd zien waar zich bredere ontwikkelingen voordoen of waar risico’s ontstaan.
Daarom vind ik het een goede ontwikkeling dat we als dekens de afgelopen tijd meer inzetten op onderwerpgericht toezicht. Door gezamenlijk naar specifieke fenomenen of rechtsgebieden te kijken, kunnen we eerder signaleren waar de kwaliteit of integriteit onder druk staat. Dat doen we niet alleen. In het dekenberaad werken we nauw samen en worden we ondersteund door de Landelijke Organisatie Toezicht Advocatuur. Die samenwerking maakt het mogelijk om trends beter te herkennen en ook uniformer te handelen.
In mijn eigen Raad van de Orde in Oost-Brabant merk ik hoe waardevol die samenwerking is. De Raad bestaat uit advocaten uit verschillende typen praktijken en kantoren. Die diversiteit helpt om vraagstukken vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Het bureau van de orde speelt daarbij een minstens zo belangrijke rol. Goed toezicht is uiteindelijk mensenwerk en vraagt om vertrouwen, professionaliteit en betrokkenheid.
De komende jaren wil ik mij samen met collega-dekens blijven inzetten voor een toezicht dat niet alleen reageert wanneer het misgaat, maar ook vooruitkijkt. Daarbij moeten we oog houden voor de menselijke maat – zeker waar het gaat om rechtzoekenden die afhankelijk zijn van goede rechtsbijstand. Want uiteindelijk is dat waar het om draait: dat mensen erop kunnen vertrouwen dat een advocaat hen deskundig, zorgvuldig en onafhankelijk bijstaat. Dat vertrouwen verdient voortdurende aandacht.
Artikel 13:
het vangnet van de advocatuur
Artikel 13 van de Advocatenwet is regelmatig onderwerp van gesprek. Wat regelt dit artikel precies? En wat betekent het in de praktijk voor rechtzoekenden, advocaten en dekens?
De advocatuur is een vrij beroep met een bijzondere positie in de rechtsstaat. De beroepsgroep kent een eigen organisatie met regelgevende bevoegdheden en een systeem van toezicht. Dat is niet toevallig: advocaten vervullen een cruciale rol in de toegang tot het recht en in het functioneren van de rechtsstaat. Die toegang tot het recht staat onder druk. Vooral kwetsbare rechtzoekenden merken dat het niet altijd eenvoudig is om juridische bijstand te vinden.
De advocatuur kent kernwaarden die vertaald worden in verplichtingen én privileges. Een van die privileges is het procesmonopolie. In veel gerechtelijke procedures kan alleen een advocaat optreden. Dat procesmonopolie brengt ook een collectieve verantwoordelijkheid van de beroepsgroep mee. De advocatuur moet ervoor zorgen dat een ieder ook daadwerkelijk de mogelijkheid krijgt om een advocaat te vinden.
Anders dan bijvoorbeeld het notariaat kent de advocatuur geen ministerieplicht. Advocaten kiezen in beginsel zelf welke zaken zij aannemen. In deze samenhang fungeert artikel 13 als een soort vangnet als de rechtzoekende er, ondanks eigen inspanningen, niet in slaagt een advocaat te vinden.
In de praktijk lukt het vrijwel altijd om een advocaat te vinden. Er zijn veel manieren om een advocaat te vinden, bijvoorbeeld via de website zoekeenadvocaat.nl van de Nederlandse orde van advocaten. Ook de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket helpen rechtzoekenden bij het vinden van passende rechtsbijstand.
Soms lukt dat toch niet. Dat kan verschillende oorzaken hebben: de aard van de zaak, de beschikbare expertise of tijdsdruk. In die situaties kan een beroep worden gedaan op artikel 13 van de Advocatenwet. Dat artikel geeft de deken van het arrondissement waar de zaak dient de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen.
Een verzoek aan de deken
De wet stelt enkele voorwaarden aan zo’n verzoek. Het moet gaan om een procedure waarvoor bijstand door een advocaat verplicht is. Daarnaast moet blijken dat de rechtzoekende zelf al pogingen heeft gedaan om een advocaat te vinden en dat er een redelijk belang bij de zaak bestaat.
Wanneer een verzoek bij de deken binnenkomt, vraagt dat vaak om snel handelen. Niet zelden staat er al een zitting gepland of moet op korte termijn een proceshandeling worden verricht. De hoeveelheid stukken kan sterk verschillen: van enkele e‑mails tot een omvangrijk dossier.
Wanneer de deken besluit een advocaat aan te wijzen, volgt de zoektocht naar een advocaat die zowel deskundig als beschikbaar is om de zaak op korte termijn op te pakken. Dat is niet altijd eenvoudig, zeker in rechtsgebieden waarin relatief weinig gespecialiseerde advocaten werkzaam zijn.
Het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door de dekens van de elf arrondissementen, verenigd in het dekenberaad. De dekens voeren het toezicht onafhankelijk, transparant, uniform en effectief uit. Kijk voor meer informatie op www.toezichtadvocatuur.nl.

Soms spelen ook praktische vragen. Zo kan een advocaat niet geregistreerd zijn bij de Raad voor Rechtsbijstand terwijl de rechtzoekende wel voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komt. In zulke gevallen wordt contact gezocht met de Raad om te zorgen dat de zaak toch binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand kan worden behandeld.
Teleurstellingen beperken
Ongeveer driekwart van de verzoeken wordt afgewezen. Om het proces beter te laten verlopen en teleurstellingen te beperken, hebben de orden een landelijk intakeformulier ontwikkeld. Daarmee kan de rechtzoekende duidelijk maken wat de kwestie is, waarom een advocaat nodig is en welke pogingen al zijn ondernomen om zelf een advocaat te vinden.
Tegen een afwijzing van de deken kan de verzoeker in beklag bij het Hof van Discipline, de hoogste tuchtrechter voor de advocatuur. In 2025 behandelde het hof 59 van dergelijke beklagzaken. In één zaak werd het beklag gegrond verklaard.
Regionale verschillen
Het aantal verzoeken neemt de laatste jaren fors toe en verschilt per arrondissement. In Den Haag en Noord-Nederland ligt het aantal aanwijzingen relatief hoog. In Den Haag hangt dat samen met de aanwezigheid van verschillende rechtscolleges, waaronder de Hoge Raad. In Noord-Nederland speelt daarnaast de geografische spreiding een rol. Het arrondissement is groot qua oppervlakte, terwijl het aantal advocaten er relatief beperkt is.
Artikel 13 blijft daarmee wat het bedoeld is te zijn: een vangnet. Niet als eerste route naar rechtsbijstand, maar als laatste mogelijkheid wanneer het een rechtzoekende echt niet lukt om een advocaat te vinden.
- 2023: 472 verzoeken – 116 aanwijzingen
- 2024: 557 verzoeken – 142 aanwijzingen
- 2025: 627 verzoeken – 194 aanwijzingen
Eind 2025 telde Nederland 19.046 advocaten.
In 2025 ontving Den Haag (1.999 advocaten) 158 verzoeken.
In 2025 ontving Noord-Nederland (772 advocaten) 55 verzoeken.