vak & mens
Hij ziet de advocaat als natuurlijke bondgenoot. Tegelijk is patholoog-anatoom Frank van de Goot kritisch over het gebrek aan fysiologische kennis bij advocaten. ‘Vaak hebben ze geen idee.’
‘Ik was als getuige-deskundige door het OM opgeroepen in een zaak waar de vriendin van een houthakker was vreemdgegaan. Die betrapte het stel en de minnaar in kwestie werd onthoofd met een vleeskliever, altijd een slecht begin van de dag,’ vertelt Van de Goot laconiek. ‘Zijn hoofd hing er nog met een paar velletjes aan. De advocaat stelde dat zijn cliënt was uitgegleden en dat de bijl per ongeluk op het hoofd was gevallen. “Mag ik het even voordoen?” vroeg hij de rechter, die daar niet blij mee was en er geen barst van geloofde. Zo’n advocaat heeft gewoon geen benul van de kracht die je nodig hebt om zo’n mes op te heffen en er dodelijk mee toe te slaan.’
Nuchtere feiten
Praat met Frank van de Goot en je wordt overladen met onsmakelijke verhalen die smakelijk worden opgedist. Moordzaken zijn nu eenmaal vaak luguber. Van de Goot slaapt er geen uur minder om. Als forensisch patholoog-anatoom is het handig om een diehard autist te zijn, verklaart hij al jaren. Emoties zitten hem niet in de weg zodat hij zich kan concentreren op nuchtere analyses van de fysieke werkelijkheid die ligt uitgestald op zijn snijtafel. Zijn centrale motto: ‘De feiten moeten kloppen.’ In het boek Post mortem dat eind vorig jaar verscheen (zie kader) neemt Van de Goot zijn lezers op aanstekelijke wijze mee in zijn avontuurlijke werk.
Van de Goot wordt als expert van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau (NFO) regelmatig door advocaten ingehuurd. Enerzijds in strafzaken waarin sprake lijkt van moord of doodslag. Anderzijds in situaties waarbij nabestaanden opheldering willen over iemands dood, bijvoorbeeld als getwijfeld wordt over suïcide. Sébas Diekstra, Richard Korver, Gert-Jan Knoops, het zijn voor Van de Goot bekende gezichten. Over het arbeidsethos in de advocatuur is hij positief gestemd. ‘Bij het OM worden advocaten vaak voorgesteld als onbetrouwbare opportunisten. “Hoe zie je dat een advocaat liegt?” is daar de grap. “Zodra hij zijn lippen beweegt.” Mijn ervaring is dat advocaten, op een enkele bloedhond na, meestal plichtsgetrouw en zo objectief mogelijk te werk gaan.’
Scheve machtsverhouding
Natuurlijk, advocaten zijn beroepsmatig in dienst van een partij, maar dat is het OM ook. ‘Ik zie duidelijk de scheve machtsverhouding tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. Zeker op mijn terrein van het feitenonderzoek. In een strafzaak start de officier met het vergaren van bewijs, de advocaat komt pas veel later aan zet. Het OM heeft bovendien rechtstreeks toegang tot de expertise van het omvangrijke Nationaal Forensisch Instituut, advocaten niet. Tenslotte moet een advocaat alles bekostigen op rekening van zijn cliënt, terwijl de officier bakken met belastinggeld tot zijn beschikking heeft. De facto staat de advocaat bij het begin van een zaak met 10-0 achter. Dit is een fundamentele weeffout in het strafrecht. Daarom ben ik coulant met het ingaan op verzoeken van advocaten.’
De zaak-Sharleyne laat zien hoe het Van de Goot soms lukt de ongelijke weegschaal van het recht in evenwicht te brengen. Was het overleden achtjarige meisje zelf van het balkon op de tiende verdieping van een Hoogeveense galerijflat gevallen? Of had haar moeder haar om het leven gebracht en toen naar beneden gegooid? Het eerste scenario, stelde het OM vast na onderzoek van het NFI. Het tweede, was de stellige overtuiging van Sharleynes vader, bijgestaan door Diekstra. Omdat het dossier al gesloten was, werd gezocht naar een novum, een nieuw belastend feit. ‘Ik zag dat in het NFI-rapport nogal rabiaat was geconcludeerd dat er geen strafbaar feit was gepleegd. Sharleyne had ondanks haar val echter vrijwel geen grote bloeduitstortingen, dat leek erop te wijzen dat ze al dood was voordat ze de grond raakte. Bovendien waren er geen vingerafdrukken van haar gevonden op de balkonreling, terwijl dat in het geval van zelfdoding haast onvermijdelijk is. Ik heb toen een selecte groep kinderen de scène na laten spelen in een gymzaal: de leggers van de brug stelden de reling voor. Zij lieten zich er stuk voor stuk overheen vallen alsof ze Sharleyne waren. Al deze kinderen toucheerden daarbij een of meerdere keren de brug.’
Het experimentele bewijs deed zijn werk. De zaak werd via een artikel 12-procedure heropend en de moeder van Sharleyne is in hoger beroep veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Heel triomfantelijk is Van de Goot daar niet over. ‘Ten eerste doe ik gewoon mijn werk. Ten tweede was dat onderzoekje in de gymzaal best geinig, maar hard forensisch bewijs was het niet. Ik had sterk de indruk dat de doorslag gaf dat ik de zaak besprak in het tv-programma Doden liegen niet, dat ik op dat moment maakte. Dat zou niet nodig moeten zijn.’ Van de Goot gebruikt vaker de publiciteit als breekijzer. ‘Dat werkt frequent, mede omdat de publieke opinie mij ziet als een neutrale partij. Ik zie dat als mijn maatschappelijke rol.’
Van de Goot houdt van zijn professie. Enthousiast vertelt hij over lijken die ‘tamelijk dood’ zijn. Of over krampachtige pogingen om een moord op zelfmoord te laten lijken. Wanneer hij verontwaardigd is over een kwestie, begraaft hij zijn hoofd dramatisch in zijn armen. Hij geniet van zijn eigen slimme vondsten op de snijtafel, zoals we die kennen uit de CSI-series. ‘Krijg ik een man en diens advocaat over de vloer die graag een bevestiging willen van de vermeende zelfmoord van zijn vrouw. Het goede mens lag met haar polsen doorgesneden op de vloer. Met het mes nog in haar hand: “Nou dat was toch duidelijk?” Ik heb ze maar even uit de droom geholpen: als jouw pezen zijn doorgesneden, kun jij met geen mogelijkheid nog een mes vasthouden. Waren ze niet blij mee.’
Onvoldoende kennis
Het geeft volgens Van de Goot aan hoe ontoereikend de kennis van de gemiddelde advocaat is over de rol van de forensische pathologie in de bewijsvoering. ‘Er is in de beroepsgroep duidelijk te weinig bekend hierover. Ik verzorgde op verzoek van tbs-advocaat Job Knoester een cursus aan zo’n twintig strafrechtadvocaten, onder wie Gerard Spong. Als ik uitleg hoe de fysieke kant van het onderzoek in elkaar zit, dan vallen al die kunstgebitten uit van verbazing. Ze zitten goed in hun juridische kennis, maar vraag niet of een bepaalde medicatie giftig is of niet.’ Dat is deels geen probleem, ieder zijn eigen vak. ‘Prima als je mijn soort inhuurt daarvoor, maar veel advocaten kennen die weg niet. En als je mij vindt, is een zekere pathologische basiskennis handig om constructief te communiceren. Als advocaat moet je de juiste vragen stellen. Maar dat wordt lastig als je geen idee hebt.’

Post mortem (Luitingh-Sijthoff, 2025) houdt het midden tussen een morbide rariteitenkabinet en een nieuwsgierig jongensboek. Het staat vol met lastig verklaarbare sterfgevallen, die auteur en hoofdpersoon Frank van de Goot ontrafelt. Tussenkopjes als ‘De hand die boven de aarde stak’ en ‘De man die in het mes liep’ maken de lezer nieuwsgierig. De patholoog-anatoom gebruikt in zijn werk zowel logica als vindingrijkheid. Pleegde fotomodel Ivana Smit in Maleisië suïcide, of werd zij van het balkon gegooid? Hoe kan een experiment met varkenspootjes aantonen dat een menselijk lijk langdurig intact kan blijven? Van de Goot beschrijft het met droge humor en vakmanschap. Tussen de casussen door legt hij in korte intermezzo’s een reeks pathologische basisprincipes uit: wat is ontbinding, wurging of toxicologisch onderzoek? De inleiding van het boek schreef slachtofferadvocaat Sébas Diekstra, die enkele malen met Van de Goot samenwerkte. ‘Wat Frank zo waardevol maakt voor mij en mijn cliënten,’ aldus Diekstra, ‘is de combinatie van wetenschappelijke precisie en menselijkheid. Zijn bevindingen geven feiten, maar vaak ook iets wat nog belangrijker is: erkenning.’
Daarom pleit Van de Goot voor een groter aandeel van de pathologische anatomie in de opleidingen voor advocaten. ‘Zowel de basisopleiding, als de na-en bijscholing. Het zijn tenslotte zaken van leven en dood en je professionele geloofwaardigheid staat op het spel.’ Overall is hij goed te spreken over de drive en deskundigheid in de advocatuur. Vanuit zijn praktijkervaringen, maar ook door die ene keer dat hij vanwege een tuchtzaak zelf de hulp van een advocaat moest inroepen. ‘Ik was woedend omdat ik de aantijgingen zeer onterecht vond. Normaal sta ik aan de goede kant van de beklaagdenbank. Nu werden er opeens allemaal slechte dingen over mij verteld. Ik kon ieder moment in toorn ontsteken, terwijl dat natuurlijk contraproductief is. Mijn advocaat heeft dat ontzettend goed opgevangen. Hij heeft me gekalmeerd en steeds rustig uitgelegd wat hij ging doen. Dankzij hem heb ik het vuurpeloton overleefd. Je realiseert je dan extra hoe essentieel een kundige verdediging is: een goede advocaat houdt iedereen scherp en probeert misstanden recht te zetten. Dat heeft elke maatschappij nodig.’