vak & mens cover

dossier sociale advocatuur

Kantoorvergoeding moet kweekvijver in ere herstellen

De komende tien jaar zijn drieduizend nieuwe sociaal advocaten nodig om aan de vraag naar gefinancierde rechts­bijstand te voldoen. Die opdracht vergt een vergoeding voor kantoren die stagiairs in loondienst nemen, stelt algemeen deken Sanne van Oers.

De aanbeveling voor een kantoortoeslag is vorig jaar gedaan door Van der Meer II. Volgens deze commissie hebben sociaal advocaten, gedwongen door lage tarieven, kantoorverbanden verlaten om als eenpitter verder te gaan. Daarmee verdween het ecosysteem, dat voorzag in de opleiding van stagiairs. Een extra subsidie van € 14,82 per toevoegingspunt kan de terugkeer van het sociaal kantoor bewerkstelligen, aldus Van der Meer, en daarmee van de stagiair in loondienst.

De NOvA en de Raad voor Rechtsbijstand (RvR), die gezamenlijk werken aan het ‘sociaal advocaten­kantoor van de toekomst’, hebben de kantoortoeslag omarmd. In de hoop dat staats­secretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid) dat voorbeeld volgt, heeft de NOvA de randvoorwaarden geformuleerd. De RvR toetste die.

‘We spreken echter niet van een toeslag, maar van een kantoorvergoeding,’ licht algemeen deken Sanne van Oers toe. ‘Dat dekt de lading beter. Een toeslag lijkt iets extra’s, maar het gaat hier om een vergoeding voor gemaakte kosten.’

Om in aanmerking te komen voor de vergoeding dient een kantoor minimaal drie advocaten te tellen, die ieder jaarlijks gemiddeld minimaal 500 toevoegingspunten behalen. Een kantoor dat drie tot vijf advocaten telt, dient één stagiair onder de vleugels te nemen. Bij zes tot tien advocaten ligt de norm op twee stagiairs, bij elf tot vijftien worden dat er drie.

Van Oers: ‘In de toekomstvisie van de NOvA kent de sociale advocatuur gezonde kantoren, waar wordt samengewerkt, waar mensen worden opgeleid en waar zowel waarneming als opvolging is geregeld. Het huidige systeem stimuleert dat niet. Het geldende tarief is een stimulans om als eenpersoonspraktijk te werken.’

‘Gelet op de verwachte uitstroom is het zaak de komende tien jaar circa drieduizend advocaten in het stelsel te verwelkomen en te behouden’, aldus Van Oers. ‘Een enorm aantal. Dat ga je niet redden met eenpersoonskantoren. We hebben kantoren nodig, als kweekvijver voor jong talent.’

De uitdaging is tweeledig, zegt Van Oers. Enerzijds dient de leemte te worden opgevuld die gepensioneerde advocaten achterlaten, anderzijds is het nodig jonge advocaten vast te houden. Uit onderzoek blijkt dat te veel advocaten nu voortijdig afhaken, aldus de algemeen deken. ‘Een kantoor met collega’s biedt een aantrekkelijker werkomgeving, zeker ook voor stagiairs die worden opgeleid in een setting waar ze volop kunnen leren én ook al een bijdrage leveren aan het stelsel.’

Een kantoorvergoeding verbetert het toekomstperspectief, denkt Van Oers. ‘Die maakt het mogelijk een kantoor in de lucht te houden en het streefinkomen te verdienen, zodat de sociale advocatuur ook kan concurreren met overheids­instanties. Het is nu voor afgestudeerde juristen aantrekkelijker om ambtenaar te worden. Dan heb ik het nog niet eens over de secundaire arbeidsvoorwaarden die beter zijn. Daar raakt de sociale advocatuur veel mensen aan kwijt, dat moet op orde komen.’

Net als Van der Meer vindt de NOvA dat de vergoeding alleen moet gelden voor kantoren die stagiairs in loondienst nemen. Anders dan samen­werkings­verbanden die stagiair-ondernemers bijstaan, dragen kantoren de volledige verant­woordelijk­heid voor begeleiding, opleiding kwaliteitsborging en financiële risico’s die samenhangen met de stageperiode, stelt Van Oers.

Per saldo moet elke advocaat voor zichzelf uitmaken hoe hij of zij wil werken, benadrukt ze. ‘Natuurlijk staat het iedereen vrij een eenpersoonspraktijk te hebben. Maar om het stelsel toekomstbestendig te maken, willen we een systeem dat de vorming van kantoren stimuleert en de kosten vergoedt.’

De NOvA en de RvR werken ondertussen ook aan andere maat­regelen om de nood in de sociale advocatuur te lenigen. Ze denken daarbij onder meer aan versoepeling van de inschrijvingsvoorwaarden, zodat in diverse rechts­gebieden stagiairs dankzij een toevoeging aan de slag kunnen.