actueel
De lokale dekens brachten de afgelopen twee jaar menig afhechtingsadvocaat voor de tuchtrechter. Maar om het probleem definitief uit te bannen is een systeemverandering nodig, zegt deken Eef van de Wiel.

Een Rotterdamse advocaat werd in maart vier weken onvoorwaardelijk geschorst, omdat ze haar naam had verbonden aan een gebrekkig scheidingsconvenant. Het convenant was uiterst nadelig voor de scheidende echtgenote, die afzag van alimentatie, terwijl de echtelijke woning onder de WOZ-waarde naar de man ging. De scheiding voltrok zich via online-mediation. De formele afwikkeling gebeurde door de advocaat, die het echtpaar nooit zag of sprak.
De uitspraak vormt de jongste aflevering in een twee jaar lopend feuilleton. Sinds het dekenberaad in 2024 het oog liet vallen op de afhechtingsadvocaat, die na een mediationtraject de echtscheidingsovereenkomst langs de familierechter geleidt, is het nodige veranderd. Diverse advocaten kregen van de tuchtrechter een maatregel aan de broek, andere staakten uit eigen beweging hun praktijk – al dan niet na een ‘normoverdragend gesprek’. Ook de Rotterdamse advocaat is gestopt.
Eef van de Wiel, deken in Noord-Nederland, kijkt tevreden terug op de gevoerde strategie. ‘Ik vind dat we als dekens werkelijk invulling hebben gegeven aan professioneel toezicht.’
Binnen het dekenberaad, dat de dekens van de elf arrondissementen verenigt, is zij portefeuillehouder gefinancierde rechtsbijstand en het project onderwerpgericht toezicht. ‘Als dekenberaad hebben we besloten proactief toezicht te houden op de kwaliteit van dienstverlening, vooral aan particulieren. Daar werkt de markt niet altijd goed. Een particulier die teleurgesteld is in zijn advocaat is geneigd zich erbij neer te leggen. Hij heeft al ruzie met een ex of werkgever en geen zin in extra ruzie met de eigen advocaat. Hij komt ook niet meer terug, want een particulier is geen repeat player. Doorgaans volgt er geen klacht.’
Concreet lieten de dekens tweehonderd dossiers analyseren, de ene helft van tien afhechtingsadvocaten, de andere van tien advocaten die gedupeerden van de toeslagenaffaire bijstaan. De laatste categorie bleek grosso modo in orde. Bij de scheidingsdossiers was het beeld ronduit negatief.
Van de Wiel: ‘Daar zaten ook dossiers bij van een aantal grootverbruikers. Eigenlijk waren er op de meeste onderzochte advocaten ernstige aanmerkingen te maken. Dat heeft ook geleid tot dekenbezwaren.’
‘De advocaat moet in beeld komen, terwijl de mediator nog niet úít beeld is’
De conclusie luidt volgens Van de Wiel dat de afhechtingsadvocaat zijn werk niet goed doet, maar daar ook niet de kans voor krijgt. ‘In mijn ogen staan afhechtingsadvocaten voor een onmogelijke taak. Ze komen pas in beeld op het moment dat alle afspraken gemaakt zijn. Dan wordt van hen verwacht dat ze actief toetsen en doorvragen en cliënten informeren. Weet je waar je voor gekozen hebt? Je wijkt af van de wettelijke norm, is dat wel verstandig? Terwijl die cliënten voor hun gevoel al klaar waren.’
De tuchtrechter schrapte in februari een 77-jarige advocaat uit Overijssel die jaarlijks 1.700 echtscheidingsconvenanten doorgeleidde. De Overijsselse deken diende een bezwaar tegen hem in, na een seintje van de rechtbank. Van de Wiel: ‘Deze advocaat had er geen moeite mee dat hij niet aan de zorgplicht voldeed. Hij vond dat de keuze van de betrokken partijen, in zijn ogen volwassen mensen die volwassen keuzes maakten.’
Andere onderzochte advocaten toonden zich minder onverschillig, maar doorstonden evenmin de toets der kritiek. ‘Sommigen zeiden samen te werken met een goede mediator, die de alimentatieberekeningen had gemaakt en de gesprekken had gevoerd met de scheidende echtelieden. Die advocaten voelden zich bezwaard om op dat moment nog al die keuzes ter discussie te stellen. Want die mediator wil door en het echtpaar ook. Vergis je niet, vaak zijn dat goede mediators.’
De slotsom is dat de werkwijze, waarbij een mediator het eigenlijke werk doet en de advocaat aan het eind wordt ingevlogen, niet deugt. Ook bij advocaten die te goeder trouw zijn, zit de methodiek hen in de weg, stelt Van de Wiel. ‘Met de bestaande systematiek is het niet mogelijk om als advocaat aan je zorgplicht te voldoen. De chronologie klopt niet. Ik denk dat het goed is dat de advocaat al in beeld komt, terwijl de mediator nog niet úít beeld is. Dat de advocaat kan zeggen: goh, ik zie dat de auto naar de man gaat, terwijl de vrouw er ook aan heeft meebetaald. Hoezo?’
Het is echter niet aan de dekens om de modus operandi voor te schrijven, zegt Van de Wiel. ‘Wij signaleren dat het niet goed gaat, dat de randvoorwaarden moeten veranderen. Het is aan anderen dat over te nemen.’
Een belangrijke rol ligt bij de Raad voor Rechtsbijstand (RvR), die over de toevoegingen gaat. Momenteel krijgt een mediator tien punten voor een scheiding op gemeenschappelijk verzoek en de afhechtend advocaat 2,5 punt. Eén punt staat voor € 143 ex btw. De RvR is op de hoogte van het dekenonderzoek, aldus een woordvoerder. ‘We zijn geschrokken van de constatering dat de kwaliteit van deze advocaten onder de maat was en zij zich niet hielden aan hun wettelijke verplichtingen.’
De RvR laat weten samen met de NOvA en mediatorsfederatie MfN te bezien hoe de samenwerking tussen mediators en advocaten het beste vormgegeven kan worden. ‘Daarbij is het gedeelde belang en uitgangspunt, dat professionele, gespecialiseerde mediators en advocaten met elkaar een kwalitatief goed scheidingsproces moeten kunnen realiseren.’
Ook het systeem wordt aangepast, aldus de woordvoerder. ‘De RvR is bezig met een ICT-vervanging en dat maakt het mogelijk om gegevens over de afhechtingsadvocaat te ontsluiten en te analyseren. Dat biedt de gelegenheid om in de toekomst het aantal zaken per advocaat te maximaliseren, zodat advocaten voldoende tijd aan de zaken kunnen besteden.’
Directeur Jasper Horsthuis van De Scheidingsdeskundige pleit voor ‘een constructieve samenwerking’ tussen advocaten en mediators. ‘Van advocaten mag, gezien hun zorgplicht, worden verwacht dat zij onderzoek doen naar de kwaliteit van de scheidingsprofessional waarmee zij samenwerken. Op basis daarvan kunnen zij binnen een kwaliteitsprotocol samenwerken. Hierdoor is voor beide professionals duidelijk wat er van hen wordt verwacht.’
Volgens Horsthuis kunnen advocaat en mediator elkaar versterken. ‘Het vierogenprincipe zorgt ervoor dat afspraken niet alleen zorgvuldig tot stand komen, maar ook juridisch goed worden getoetst. De mediator begeleidt het proces, de advocaat sluit aan op de cruciale momenten.’ Horsthuis noemt dat een dakpanconstructie. Gezien de grotere rol binnen deze samenwerking dient de puntentoekenning voor advocaten volgens hem te worden verhoogd.
Eef van de Wiel gaat ondertussen verder met het onderwerpgerichte toezicht. ‘Komend jaar willen we ons op de verplichte zorg gaan richten, het psychiatrisch patiëntenrecht. Dat is een rechtsgebied waar je bijna nooit klachten krijgt, omdat die mensen misschien dementeren of psychotisch zijn. Die zijn superkwetsbaar. Het is typisch een rechtsgebied waar je advocaten treft die voor hun cliënten de benen onder hun kont vandaan lopen. Maar ook advocaten die hun werk te gemakkelijk nemen, omdat er toch geen haan naar kraait. Arbeidsrecht zou ook kunnen, of huurrecht. Strafrecht zelfs. Nog ingewikkelder. Hoe ga je dat in vredesnaam toetsen?’