actueel

‘Een sociale Zuidas, voor mensen met een smalle beurs’

De sociale advocatuur kraakt in haar voegen. De uitstroom is groot, voldoende jonge aanwas blijft uit. ‘En toch zijn we ervan overtuigd dat het wél kan,’ zeggen Jaap Stikkelbroeck en Suzanne Knottnerus. ‘Maar dan moet je het anders organiseren.’ Met hun initiatief Suyt Sociaal bouwen zij vanuit Amsterdam aan een alternatief kantoor­model voor de sociale advocatuur: coöperatief, schaalbaar en gericht op opleiding. ‘Een sociale Zuidas, maar dan voor mensen met een smalle beurs.’

De leegloop volstrekt zich sluipend: het aantal sociaal advocaten met tien of meer toevoegingen daalde van 5.034 in 2019 naar 4.389 in 2023. Meer dan de helft van de uitschrijvingen in 2024 betrof jonge advocaten onder de 35. In regio’s in het noorden en oosten van Nederland, in Limburg en delen van Brabant is het aantal toevoegings­advocaten al zorgwekkend laag. Wat beweegt twee commerciële advocaten om zich in deze sector te mengen?

Jaap Stikkelbroeck

‘Het is begonnen met een gevoel,’ zegt Stikkelbroeck (47). ‘Dat het anders moet. Dat er iets dreigt te verdwijnen wat essentieel is voor onze rechts­staat.’ Hij begon zijn loopbaan in de sociale advocatuur en weet uit eigen ervaring hoe essentieel dit werk is. Knottnerus (48) is advocaat en fiscalist. Sinds 2013 werken zij samen bij Griph, een commerciële praktijk die werkt volgens een coöperatief model. Daarin vonden zij ook de basis voor hun nieuwe project. Beiden brengen een sterk ondernemers-DNA en een scherp oog voor structuur mee. Die combinatie komt van pas. ‘We zagen bij ondernemers wat er allemaal wél mogelijk is met samen­werking en schaalvoordelen. Waarom zou dat in de sociale advocatuur niet kunnen?’

Suyt Sociaal is in opzet een coöperatief model waarin zelfstandige advocaten gezamenlijk eigenaar zijn van een centrale onder­neming. ‘De versnippering is killing,’ zegt Knottnerus. ‘Door samen te werken, kun je faciliteiten delen, werk verdelen, stagiairs begeleiden en kennis borgen.’

Suzanne Knottnerus

Het toekomstige kantoor, dat begin 2026 van start moet gaan, bestaat uit regionale teams, verbonden via één centrale infrastructuur. ‘Een collectief van sociaal advocaten, verspreid over het land, onder één naam en gedeelde bedrijfsvoering. Niet vanuit idealisme alleen, maar omdat het gewoon beter werkt,’ aldus Knottnerus. ‘We gaan nu echt van start met de eerste concrete gesprekken met advocaten en in Amsterdam kunnen we waarschijnlijk in elk geval per 1 januari 2026 van start. We bereiden momenteel ook een eerste wervingsactie voor advocaat-stagiairs voor,’ geeft Stikkelbroeck aan.

Samenwerking in deze beroeps­groep is niet vanzelf­sprekend. Veel sociaal advocaten zijn gewend alleen te werken. Is er voldoende draagvlak voor verandering? Knottnerus denkt van wel. ‘De huidige versnippering is volgens mij geen bewuste keuze, maar een overlevingsstrategie. Als je de randvoorwaarden goed organiseert, digitaal, financieel, organisatorisch, willen mensen echt wel samen­werken. Zeker als ze zo kunnen bijdragen aan de opleiding van een nieuwe generatie.’

Centraal in het plan staat De Kwekerij: een eigen beroeps­opleiding voor sociaal advocaten in wording. De opleiding combineert juridische diepgang met intensieve praktijkvorming, soft skills en samen­werking met maat­schappelijke organisaties. Advocaat-stagiairs worden opgeleid in kleine teams onder ervaren mentoren, zo is het plan.

‘We willen elk halfjaar starten met een “elftal”, één advocaat-stagiair per regio,’ vertelt Stikkelbroeck. ‘Zij doorlopen een gespecialiseerd opleidingstraject waarin ze niet alleen leren procederen, maar bijvoorbeeld ook leren effectief te communiceren met getraumatiseerde cliënten, begrijpen hoe interculturele communicatie werkt en hoe ze cliënt­management oppakken.’ Doel: binnen tien jaar minstens 150 nieuwe sociaal advocaten opleiden.

Waarom een speciale beroeps­opleiding voor sociaal advocaten? ‘Omdat die er moet zijn,’ zegt Knottnerus. ‘Er is geen tijd meer om te wachten tot anderen het doen. Als we nu de nieuwe generatie niet opleiden, verdwijnt straks dit vak.’

Vragen over hun eigen rol

Hun eigen rol roept ook vragen op. Ze zijn zelf geen sociaal advocaat en blijven hun commerciële praktijk deels voortzetten. Hoe geloofwaardig is dat?

‘Een terechte vraag,’ zegt Stikkelbroeck. ‘We weten nog niet of wij straks zelf ook fulltime aan het sociale kantoor werken. Maar we investeren wél onze tijd, kennis en middelen in de opbouw ervan. Wij worden niet de leiders van Suyt Sociaal, die rol is voor de aangesloten advocaten zelf. Wij faciliteren.’

En verdienen eraan? ‘Dit kantoor krijgt een duurzaam verdienmodel,’ zegt Knottnerus. ‘Advocaten dragen bij aan het kantoor met een vast en een variabel bedrag om de kosten zo eerlijk mogelijk te verdelen. De rest wordt maandelijks aan hen uitgekeerd. We reserveren een beperkte bijdrage voor teamleiders die zich extra inzetten voor de opbouw van een team en voor onszelf voor de opbouw van de centrale onder­neming. We denken dat het redelijk is dat de teamleiders 2,5% ontvangen en wij als initiatiefnemers ook ongeveer 2,5% voor de centrale organisatie, al moet het exacte model nog worden uitgewerkt. Bij winst kunnen de advocaten die onderling verdelen of investeren in het kantoor. En die bepalen ook samen het beleid. Het is hún kantoor.’

Waarom is het wél betaalbaar?

‘Wij bouwen aan één werkbaar model gericht op de toekomst en een nieuwe generatie sociaal advocaten’

In een tijd waarin sociaal advocaten worstelen om het hoofd boven water te houden, klinkt een nieuw kantoor als een risico. Waarom zou dit model wél betaalbaar zijn?

Het antwoord zit in de schaal, denkt het tweetal. ‘Als je systemen deelt, kun je goedkoper en efficiënter werken,’ stelt Knottnerus. ‘Met goede tools kun je administratieve lasten verlagen, facturatie automatiseren, kennis delen. Dat scheelt snel dertig procent van je tijd.’ Daarnaast kiest Suyt Sociaal bewust voor locaties in de wijk, niet op de gracht. ‘Geen dure meters,’ zegt Stikkelbroeck. ‘We willen naar de mensen toe, letterlijk. In de winkelstraat, in een gedeelde ruimte. Daar ben je zichtbaar en betaalbaar.’

Sociaal advocaten gaan bij Suyt Sociaal een stoel huren tegen relatief lage kosten, is de insteek. Die lage kosten worden mogelijk gemaakt doordat zij met elkaar samen­werken en collectief investeren in IT, administratie en kantoorvoorzieningen. Ook het verdienmodel is hybride. Advocaten kunnen een mix doen van sociale zaken op toevoeging en betaalde zaken, ook bijvoorbeeld zaken tegen een vaste prijs. ‘Die combinatie is financieel gezond én maatschappelijk relevant,’ zegt Knottnerus.

De toekomst van de sociale advocatuur

De timing van Suyt Sociaal is niet toevallig. De crisis is diep, maar de energie voor vernieuwing groeit. Overheid en beroeps­groep werken aan hervormingen. Universiteiten starten met opleidingen. Steeds meer jonge juristen zoeken zingeving in of naast hun carrière. ‘We krijgen heel veel positieve reacties,’ zegt Knottnerus, ‘van sociaal advocaten zelf, maar ook vanuit allerlei instanties zoals de orde, het Ministerie, de Raad, commerciële kantoren, opleiders, IT-partijen enzovoort. We merken echt dat er een gedeeld gevoel bestaat dat er snel iets moet gebeuren.’

Natuurlijk blijven er vragen. Krijgen ze voldoende steun? Zullen sociaal advocaten willen samen­werken in een nieuwe structuur? Is er genoeg geld? ‘Voor het slagen van het plan is het essentieel dat advocaten bereid zijn om samen te werken om een nieuwe generatie sociaal advocaten op te leiden. En dat er geld en middelen beschikbaar komen voor dit initiatief,’ zegt Stikkelbroeck. De oprichters verkennen verschillende financieringsbronnen: van subsidies en gemeentelijke steun tot bijdragen van fondsen, kennisinstellingen en maat­schappelijke investeerders.

‘We zijn realistisch,’ zegt Knottnerus. ‘Het is niet voor iedereen. Maar het is ook niet bedoeld om de hele sociale advocatuur te veranderen. Wij bouwen aan één werkbaar model gericht op de toekomst en een nieuwe generatie sociaal advocaten. Hopelijk kan dat een springplank worden voor nog veel meer initiatieven en samen­werking.’