actueel

‘OTA mag niet weer een jaar in de la blijven liggen’

Voortvarendheid is cruciaal bij de oprichting van de landelijk toezicht­houder, zeggen Else Loes Pasma en Frank Kroes, beiden lid van de algemene raad.

Else Loes Pasma

Wanneer moet de OTA er staan?

Else Loes Pasma: ‘Morgen gaat niet, want er is een wetgevingstraject nodig. Ondertussen kan wel alvast een kwartiermaker worden benoemd die de organisatie op papier gaat optuigen. Alles staat of valt met het parlementaire tempo, wij dringen aan op voortvarendheid. We willen voorkomen dat dit weer een jaar in een la blijft liggen. Naar verluidt ligt het conceptwetsvoorstel klaar. 2028 klinkt ons ver weg.’

Frank Kroes

Begrijp ik goed dat de dekens de voorlopige visie van de NOVA steunen, inclusief het standpunt dat er geen klachtenloket bij de OTA moet komen?

Frank Kroes: ‘De dekens steunen dat er op dit moment geen klachtenloket bij de OTA moet komen. Eerst moet het klachtrecht worden gemoderniseerd. Van belang is verder dat er ook overeenstemming bestaat dat signalen uit de klachten­behandeling die relevant zijn voor toezicht ook daadwerkelijk bij de toezicht­houder belanden. Hoe dat precies geregeld wordt, zal duidelijk worden bij de modernisering van het klachtrecht. Dan kan nog steeds worden besloten klachtenbehandeling bij de OTA onder te brengen, maar ook bij een ander instituut.’

Is het denkbaar dat de klachtenbehandeling bij de dekens blijft?

Else Loes Pasma: ‘Dat ligt niet voor de hand. Onze randvoorwaarden zijn professio­na­lisering, uniformering, centralisering en depersonalisering. In onze gesprekken met alle betrokken stakeholders is dat gedeelde uitgangspunt steeds bevestigd. Klachten bestaan uit een enorme bulk van zaken, waarvan een groot deel niet relevant is voor het toezicht. Het is mogelijk zinvoller dat deel elders onder te brengen, bijvoorbeeld bij een ombuds­man of apart klachteninstituut. Dat moet nog verder worden verkend.’

Waarom is depersonalisering belangrijk?

Else Loes Pasma: ‘Voor het gezag en de reputatie van het instituut. Nu is de deken een herkenbaar persoon met een praktijk en een sociale omgeving. Dat maakt het toezicht kwetsbaar. Bij de OTA wordt het een besluit van de organisatie, niet van een persoon. Dat is minder persoonlijk en professioneler.’

Wordt het niet erg duur als er straks zowel een OTA als een apart klachteninstituut is, naast de dekens?

Frank Kroes: ‘Dat moeten we afwachten. Onze verwachting is dat modernisering van het klachtrecht juist tot meer efficiëntie leidt. Minder klachten die het systeem binnen­komen, betekent ook minder zaken voor de tuchtrechter. Kostenbeheersing is een breed gedeelde zorg binnen de balie.’

De klachtenprocedure dient te worden gestroomlijnd. Is het ook denkbaar dat klagers worden veroordeeld in de kosten?

Else Loes Pasma: ‘Voor burgers vind ik dat ver gaan. Wel zien we dat klachten steeds vaker strategisch worden ingezet, bijvoorbeeld als opstapje naar een civiele procedure of om het systeem te ontwrichten. Denk aan klachten tegen dekens, waar een andere deken dan weer over moet oordelen. Zo ontstaat een klachtencarrousel. Dat soort misbruik moet worden aangepakt.’

Het plan is om binnen een jaar te komen met voorstellen voor modernisering van het klachtrecht. Het wetgevingstraject vergt echter minstens drie jaar.

Else Loes Pasma: ‘Klopt, maar wij willen het alvast op een presenteerblaadje leggen voor de volgende staats­secretaris of minister. Wij zullen bij dat traject ook alle betrokkenen bij de klachtrechtketen betrekken, zoals de tucht­rechtelijke instanties. Zo ontstaat een breed gedragen visie die snel kan worden opgepakt.’

Een klacht levert voor advocaten vaak veel stress op, ook al blijkt twee derde van de klachten niet-ontvankelijk of ongegrond. Komt er ruimte voor een meer advocaatvriendelijke procedure?

Else Loes Pasma: ‘Helemaal stressvrij zal het nooit zijn, maar we denken wel dat helpt door vroeg in de procedure een afweging te maken. Moet dit wel door, is dit zinnig? En wat is de juiste oplossing: een gesprek, compensatie of toch een tucht­rechtelijke beoordeling? Een zogeheten triage kan veel belasting wegnemen, zowel voor advocaten als voor het systeem.’

Krijgen de dekens een rol bij die triage?

Frank Kroes: ‘Dat is nu nog te vroeg om te zeggen. Samen met de dekens en de tucht­recht­spraak kijken we naar de knelpunten en verstandige oplossingen. Daar hoort ook de vraag bij wie de triage moet uitvoeren. Maar we moeten er voor waken nu al oplossingen te bedenken zonder alle knelpunten eerst diepgaand te onderzoeken en het proces goed te doorlopen.’