vak & mens

inkijk

Klompen voor de deur

Wat maakt een rechts­gebied bijzonder? Anne-Henk van der Wal (58), advocaat agrarisch en vastgoedrecht bij Bunder Advocaten in Heerenveen, biedt een inkijkje.

Zijn kantoor heet Bunder, naar de oude oppervlaktemaat die nog informeel in de provincie wordt gebruikt. De opa van Van der Wal was agrariër; de boerderij werd overgenomen door een oom. Toch viel de appel niet ver van de boom, want Van der Wal staat in zijn praktijk vooral boeren bij, meestal in het Fries. ‘Het type klanten spreekt mij aan. Het zijn gewone, hardwerkende ondernemers die hun klompen voor de deur zetten en zeggen: “Gooi de beuk er maar in.” Agrariërs runnen bedrijven waar miljoenen in omgaan en weten uitstekend waar ze het over hebben. Ze denken goed mee en ik vind het mooi als ze tegengas geven. Al is het wel zo dat cliënten tegen­woordig vergelijkbare uitspraken op internet opzoeken. Dan is het mijn rol om uit te leggen waarom hun zaak nét even anders ligt.

Ik houd me bezig met alles wat met grond en stenen te maken heeft, met het accent op het agrarische. Ik doe veel pachtzaken. Een boer heeft natuurlijk grond nodig voor landbouw en mestafzet. Als er landbouwgrond vrijkomt voor pacht, staan de agrariërs in de rij. Maar pacht leidt geregeld tot ingewikkelde conflicten. Want een mondelinge afspraak om een stuk grond tijdelijk te gebruiken, verandert al snel ongemerkt in een pachtovereen­komst voor onbepaalde tijd.

Omdat de wet slechts een paar opzeggingsgronden kent, kan een verpachter jarenlang aan de pachter vastzitten. Als de verpachter de grond vervolgens wil verkopen, blijkt dat koop geen pacht breekt. Verpachte grond is gemiddeld dertig procent minder waard: bij een gemiddeld perceel van tien hectare is dat ruim twee ton. Mijn insteek is om dit soort zaken onderling op te lossen, want dat geeft meer voldoening en scheelt in de kosten. In het uiterste geval moeten partijen voor de pachtkamer verschijnen.’

Landelijk wonen

Een ander deel van het werk van Van der Wal gaat over erfdienstbaarheden. ‘Het zogeheten recht van overpad: het recht om over het erf van de ander te gaan om bij het eigen perceel te komen. Voor een agrariër is dat van groot belang en vormt een bron van conflicten. Het gaat meestal mis bij opvolgers aan een van beide kanten of bij de westerling die landelijk wil wonen. Want de boer die elke ochtend vroeg op een zware trekker langs de woning rijdt, maakt lawaai. Het zorgt voor overlast en ruzie.

Ik heb meegemaakt dat er vechtpartijen uitbraken, en zelfs dat een nieuwe bewoner vuurwerk naar de koeien gooide die twee keer per dag langs zijn tuin moesten om te worden gemolken. De koeien renden vanwege het vuurwerk in blinde paniek de tuin in, waarna de boer aansprakelijk werd gesteld voor de schade.’