vak & mens cover

The NextGen: Ambitieus en bevlogen

De nieuwe generatie talentvolle advocaten heeft de uitgesproken drive om zich te blijven ontwikkelen. Binnen de eigen praktijk, maar ook door te doceren, promoveren, lokale politiek te bedrijven of door zich te verdiepen in technologische innovatie. Het Advocatenblad selecteerde tien jonge talenten. In dit nummer deel 2: vijf portretten van jonge mannen en hun ambities.

‘Ik wil de beste in mijn rechtsgebied worden’

Hij was naar eigen zeggen geen gemakkelijke puber. Géza Orbán ging van het gymnasium naar de havo en van HBO-Rechten naar de universiteit waar hij uiteindelijk vier masters cum laude behaalde. Nu is hij advocaat bij A&O Shearman in Amsterdam, solicitor voor hetzelfde kantoor in Londen en docent en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam.

Géza Orbán (31)

Senior Knowledge Lawyer in de herstructureringsprakijk van A&O Shearman.

Staat ook ingeschreven als solicitor in Engeland & Wales en is daarnaast docent en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Niet een alledaagse route. Hoe ben je bij A&O Shearman (toen nog Allen & Overy LLP) terechtgekomen?

‘Lange tijd dacht ik dat ik direct na mijn studie wilde promoveren, omdat de wetenschap mij interesseerde. Het werd aangeraden om wel nog wat stages te volgen om de praktijk te ervaren. Toen kwam ik erachter dat de meest interessante vragen in de praktijk spelen. De stage bij Allen & Overy LLP beviel zo goed dat ik ben blijven plakken en in 2018 kon worden beëdigd.’

Waarom heb je voor herstructureringen als specialisatie gekozen?

‘Ik ben begonnen in de financieringspraktijk en ben zo met herstructureringen in aanraking gekomen. Dat reddingswerk bevalt me. Het helpen van bedrijven in moeilijkheden, een akkoord regelen met schuldeisers, verhuurders en leveranciers. Het is een heel dynamisch veld met grote bedrijven waar veel op het spel staat. De tijdlijnen zijn kort en het is vaak snel schakelen. Het gaat veelal om belangen die normaal parallel lopen en ineens tegenover elkaar komen te staan. Binnen dat speelveld moet de advocaat een oplossing vinden waarbij iedereen een veer moeten laten. Het is eigenlijk onze taak om ervoor te zorgen dat iedereen even ongelukkig is. Je moet soms echt creatief zijn.’

Je doet dit werk niet alleen in Nederland, maar staat ook ingeschreven als solicitor in Engeland.

‘Klopt, we zijn van oorsprong een Engels Kantoor. Sinds mei 2024 zijn we een Amerikaans-Engels kantoor. We werken dus veel internationaal samen. Ik heb een master gevolgd in Oxford en Engeland bleef lonken. Op een gegeven moment ben ik in de avonduren gaan studeren voor de Engelse toelatingstest. Na vier maanden had ik het gehaald. Dat was wat werkdruk betreft geen fijne tijd, maar ik mag me nu ook in Engeland advocaat noemen.’

Hoe gaat die samen­werking?

‘Ik werk veelal mee aan zaken voor bedrijven die zowel met Nederlands recht als met Engels recht te maken hebben. Er zitten grote verschillen tussen Nederlandse wetgeving en Engelse wetgeving. Dat gaat veelal om nuanceverschillen. Ik fungeer dan vaak als een soort vertaalmachine en geef uitleg over rechtsregels en wetten. Ik heb meegewerkt aan de grote herstructurering van een internationale rederij. Die procedure voltrok zich uiteindelijk zowel bij de Nederlandse recht­bank als bij het Engelse High Court. Daar hebben we zo’n zeven jaar aan gewerkt en dat was de mooiste en meest uitdagende klus tot nu toe.’

Toch kon je het idee van promoveren niet loslaten.

‘Klopt, ik ben al zo’n tien jaar docent aan de Universiteit van Amsterdam en combineer dat nu ook met een promotieonderzoek. Mijn proefschrift gaat over de vraag welke offers je van een partij in een herstructurering kunt vragen. Je kunt doorgaans namelijk niet iedereen in contanten uitbetalen, dus zullen sommigen bijvoorbeeld genoegen moeten nemen met aandelen of een ander schuldinstrument. In dat speelveld zijn nog altijd veel vragen onbeantwoord.’

En wat spreekt je zo aan in het lesgeven aan studenten?

‘Binnen de rechtenstudie word je algauw richting het straf­recht of de grote M&A-deals getrokken. Ik probeer studenten enthousiast te maken voor mijn specialisatie: het goederen- en insolventie­recht. Het is een uitdagend rechts­gebied en het is fantastisch als ineens het kwartje valt bij studenten.’

Wat maakt een goed advocaat?

‘Je moet oog hebben voor alle belangen die spelen. Je moet sterk in je schoenen staan en de belangen van jouw cliënt behartigen maar niet ten koste van alles. Ik wil de beste in mijn rechts­gebied worden. In mijn vakgebied gaat het er uiteindelijk om dat je tot de oplossing komt waarmee alle partijen, al dan niet schoorvoetend, kunnen leven. Je moet ook alles over het recht weten, maar uiteindelijk is dat maar een klein deel.’

Heb je de ambitie om partner te worden?

‘Die vraag heb ik even geparkeerd. Vanwege mijn proefschrift heb ik binnen het team nu een iets andere rol gekregen, namelijk die van Senior Knowledge Lawyer. Die rol ziet op het delen en ontwikkelen van kennis en het begeleiden van de junioren. Het transactiewerk is voor nu iets naar de achtergrond, hoewel ik op veel dossiers nog wel meekijk. Uiteindelijk is mijn doel om weer voor de volle honderd procent deals te gaan doen. Wie weet als partner. Niet om het partner worden, maar om het hebben van je eigen praktijk. Het lijkt me geweldig als je zelf kunt kiezen welke cliënten je om je heen verzamelt.’


‘Je kunt AI alleen verantwoord gebruiken als je de taak beheerst’

Als je meer wilt weten over het gebruik van AI-toepassingen voor de advocatuur word je binnen NautaDutilh al snel doorverwezen naar Arthur Boitelle. Vijf jaar geleden startte hij als advocaat. Inmiddels mag hij zich binnen kantoor ook AI-expert noemen en heeft hij samen met collega’s van het Legal Tech & Innovation team bijna zevenhonderd collega’s ‘AI-proof’ gemaakt.

Arthur Boitelle (29)

Advocaat binnen de praktijk­groep Dispute Resolution van NautaDutilh.

Onderzoekt binnen kantoor de mogelijkheden van technologische innovatie, maakt intensief gebruik van AI-toepassingen en verzorgt hierover trainingen voor collega’s.

Waar komt die liefde voor AI vandaan?

‘Mijn interesse is gewekt toen mijn oom me een paar jaar geleden vertelde over Irisa Nova. Dat is een door AI gegenereerd figuur die schilderijen maakt en verkoopt. Het is toch bijzonder dat dit kan? Vanaf dat moment ben ik me gaan verdiepen in AI.’

Hoe vertaalt zich dat in je werk?

‘Binnen NautaDutilh maken we gebruik van verschillende AI-toepassingen om efficiënter te werken, zoals Microsoft Copilot en Ariel, een interne tool die is gebaseerd op ChatGPT. Samen met het Legal Tech & Innovation team test ik deze tools en selecteer ik de meest bruikbare. Zo doen we op dit moment een pilot met Legal AI platform Legora. Ik heb ook een training opgezet en gegeven over nuttige use-cases binnen verschillende praktijk­groepen. Collega’s mogen de tools pas gebruiken nadat ze een training hebben gevolgd. Het is heel belangrijk dat mensen weten wat ze met AI kunnen en hoe ze het verantwoord moeten gebruiken.’

Gaat AI het werk van advocaten op den duur vervangen?

‘Nee, zeker niet. Het kan veel tijd schelen, maar je moet toch echt zelf blijven nadenken. Bepaalde werkzaamheden gaan misschien sneller met AI, en andere werkzaamheden moeten we zelf blijven doen. Ik ben van mening dat je AI alleen goed én verantwoord kunt gebruiken als je de betreffende taak zelf beheerst. Dan kun je de resultaten namelijk ook controleren. Jij bent verantwoordelijk, niet AI. Voor wie nu begint in de advocatuur wordt dat nog lastig. Hoe ga je echt nog een vak leren als je alles met AI doet? Je moet ervoor zorgen dat je zelf blijft leren en nadenken.’

Waarom heb je zelf voor de advocatuur gekozen?

‘Een groot deel van mijn familie is advocaat. Dat was voor mij juist een reden om er lang over te twijfelen. Ik wilde iets anders doen. Dokter of consultant worden, bijvoorbeeld. Uiteindelijk heb ik toch voor de advocatuur gekozen omdat ik denk dat dit vak het beste bij mij past.’

Waarom?

‘Als advocaat moet je over bepaalde eigenschappen beschikken. Zo moet je lef hebben. Richting cliënten, maar ook om impopulaire standpunten te verdedigen. Verder moet je creatief en empathisch zijn. Daarnaast geniet ik in elke zaak van het dynamische spel met de weder­partij.’

Waarom heb je voor NautaDutilh gekozen?

‘Het fijne aan dit kantoor vind ik dat collega’s heel geïnteresseerd zijn in de ander. Partners zijn toegankelijk en ik ervaar weinig hiërarchie. Ook is er vanaf dag één veel ruimte voor eigen initiatief en wordt binnen brede praktijk­groepen nauw samengewerkt.’

Waarom heb je voor de procespraktijk gekozen?

‘Als litigator ben je strategisch en psychologisch bezig. Er is maar één versie van de feiten, maar er zijn honderd visies op de werkelijkheid. Je moet je cliënt goed begrijpen, maar ook de weder­partij en de rechter. Dat vind ik een interessant spel en maakt elke zaak een intellectuele uitdaging.’

Welke zaak is je het meest bijgebleven tot nu toe?

‘Dat is de advisering van Shell over de door Milieudefensie ingestelde cassatie. Er zijn veel verschillende meningen en perspectieven over deze zaak. Het is niet alleen juridisch interessant, maar ook maatschappelijk gezien. Dat geldt ook voor de Urgenda-zaak die ons kantoor eerder heeft gedaan.’

Wat hoop je de komende jaren nog te leren of te ontwikkelen?

‘Veel. Ik bewonder mensen die goed kunnen schrijven. Dat wil ik verder ontwikkelen, net als het strategisch adviseren. Bij elke cliënt echt leren te doorgronden waar het om draait. Verder wil ik me nog verder bekwamen in het samen­werken binnen een team en leidinggeven. Hoe ga je op een prettige manier met iemand om? Hoe geef je iemand op een goede en fijne manier feedback? Hoe kun je mensen motiveren?’

Dat gaat al richting een leiderschapsrol. Heb je de ambitie om partner te worden?

‘Binnen NautaDutilh heb je al vrij snel te maken met persoonlijk leiderschap en de ontwikkeling daarvan. Ik weet nog niet of ik partner wil worden. Het gaat voor mij niet om de positie. Het werk moet leuk en leerzaam blijven en het moet me blijven uitdagen.’

Hoe verzet je je gedachten?

‘Tijdens de coronapandemie heb ik Spaans geleerd. Dat probeer ik bij te houden. Ik zwem graag, lees en ik schrijf gedichten. Vooral over emoties. Daar kan ik mijn gevoel in kwijt.’


‘Ik voel me altijd advocaat’

Tiemen Drenth voelt zich advocaat in hart en nieren en wist het binnen tien jaar tot partner binnen de litigationpraktijk van Clifford Chance in Amsterdam te schoppen. ‘Ik had de tijdgeest mee en een beetje geluk,’ zegt hij hier zelf over.

Tiemen Drenth (35)

Advocaat binnen de litigationpraktijk van Clifford Chance.

Partner sinds mei van dit jaar.

Kun je dat toelichten?

‘Ik ben op mijn negentiende stage gaan lopen bij Spigthoff, een litigationboetiek. Ik zat toen nog vroeg in de studie. Ik ben blijven hangen als werkstudent. Ik vond het prachtig en wist zeker dat ik door wilde in de litigationhoek. Dirk-Jan Duynstee, nu hoofd van de litigationpraktijk van Clifford Chance, was destijds mijn mentor bij Spigthoff. Hij heeft mij onder zijn vleugels genomen. Daar heb ik veel geluk mee gehad. We werken nog steeds samen. Ik had niet gedacht dat ik tien jaar later partner zou zijn. Het is natuurlijk een proces dat niet van het ene op het andere moment voltooid is. Maar als je eenmaal weet dat het werk echt iets voor je is dan wordt het een doel. Het leek me leuk om een eigen praktijk te hebben en uit te bouwen. Uiteindelijk ging het sneller dan verwacht omdat de praktijk hard is gegroeid in de afgelopen jaren. In een snelgroeiende groep is het gemakkelijker om mensen promoties te geven.’

Wat maakt dit rechts­gebied zo leuk?

‘Ik doe corporate en commercial litigation en arbitrages. Het leuke eraan is dat je mensen kunt helpen met de meest complexe en belangrijke problemen die ze hebben. Het is een grote verant­woordelijk­heid en er komt veel bij kijken. Dat maakt het voor mij iets moois. En in onze praktijk zie je steeds iets nieuws. Elke zaak is een soort nieuwe carrière, omdat je steeds weer in een nieuwe sector zit met nieuwe feiten en nieuwe mensen. Het is keer op keer diep graven om je de materie eigen te maken. Daardoor wordt het nooit saai. Ook het ambacht zelf vind ik prachtig. Het schrijven, nadenken, discussiëren met het team over de strategie en het pleiten. Een coherent verhaal maken van iets complex. Als het lukt om die complexe materie op een simpele manier te vertellen en uit te leggen, geeft dat voldoening.’

Je staat Shell bij in de klimaatzaak tegen Milieudefensie, een spannend juridisch gevecht met wereld­wijde belang­stelling. Hoe ervaar je dat?

‘Als bijzonder. Tijdens de inhoudelijke behandeling in hoger beroep hebben we verspreid over twee weken vier dagen lang mogen pleiten. Dat maak je niet snel mee. Maar elke zaak heeft zijn eigenaardigheden. Dat maakt het vak zo uitdagend.’

Welke karaktereigenschappen moet je bezitten?

‘Je moet geïnteresseerd zijn in de klant en in het probleem. Je kunt iemand alleen helpen als je begrijpt waar die persoon vandaan komt. En je moet je echt ergens in willen verdiepen. Dat vraagt een bepaald commitment dat verder gaat dan bij de meeste soorten werk. Op het moment dat eigenlijk alles misgaat en niemand meer iets met het probleem te maken wil hebben, word ik juist rustig. Dat moet je hebben in deze specifieke tak van sport, want anders krijg je er alleen maar stress van. Ik voel me altijd advocaat. Dat zet ik niet uit als ik mijn twee kinderen (vier en een jaar) op ga halen. Het werk stopt nooit en dat moet je wel kunnen en willen.’

Hoe regelen jullie het thuis met zo’n druk bestaan?

‘Wij maken gebruik van de crèche en de buitenschoolse opvang en hebben heel goede oppassen. Mijn vrouw, die ik ooit bij Clifford Chance heb ontmoet en nu hoofd legal bij het Amsterdamse bouwbedrijf Moos is, neemt het gros van de zorgtaken op zich. Maar het voordeel van mijn werk is wel dat ik het grotendeels zelf in kan delen. Het lukt meestal prima om samen met de kinderen te eten en ze naar bed te brengen. Ik log daarna vrijwel elke dag weer in. Dat is gewoon onderdeel van het bestaan.’

Wat is jouw leidinggeefstijl?

‘Ik hoop dat mensen in ieder geval het gevoel hebben dat ze de ruimte krijgen om zelf verant­woordelijk­heid te nemen. En dat ze gehoord worden en zich onderdeel van het team voelen. Ik vind het belangrijk om altijd zo veel mogelijk perspectieven te horen. Het credo binnen ons kantoor is dat wij zaken serieus nemen maar onszelf wat minder. Dat vind ik een fijne werksfeer. Het is hard werken waar je plezier in moet hebben. Dat probeer ik mijn team mee te geven.’

Wat hoop je de komende jaren nog te leren?

‘Het voordeel van dit vak is dat je met elke zaak meer leert, ook al weet je aan het begin van een zaak nog niet wat dat precies gaat zijn. Ik hoop daarom vooral dat ik nog veel mooie zaken mag doen met het team. Ik geef daarnaast veel cursussen en ben hoofddocent contracten- en aansprakelijk­heidsrecht bij de Law Firm School (LFS). Daar leer ik ook veel van.’


‘Je bent altijd op zoek naar die argumenten die het juiste duwtje in de rug geven’

Op zijn tiende riep Ko Hamelink al dat hij advocaat wilde worden. Sinds zijn beëdiging in 2019 bij het Brabantse Holla combineert hij zijn advocatencarrière met een bestaan als politicus in de gemeenteraad van Hilvarenbeek.

Ko Hamelink (30)

Bestuursrechtadvocaat binnen de sectie overheid van Holla legal & tax en lid van het Green Team.

Gemeenteraadslid in Hilvarenbeek en fractievoorzitter van de lokale partij HOI Werkt.

Twee gelijktijdige stages, bij de provincie Noord-Brabant en bij Holla, maakten duidelijk dat je hart ligt bij het omgevings­recht. Wat is daar zo interessant aan?

‘Ik zit sinds 2016 in de gemeenteraad van Hilvarenbeek. Daar heb ik veel te maken met overheidsbesluiten en het omgevings­recht. De vele belangen die binnen dat rechts­gebied spelen, vind ik boeiend. Je hebt met veel partijen te maken: iemand die een ontwikkeling mogelijk wil maken, de vergunninghouder, het bestuursorgaan die de vergunning verleent en vaak ook nog partijen die daar iets van vinden. Die complexiteit maakt het interessant.’

Ook binnen Holla ben je maatschappelijk betrokken.

‘Klopt, ik vind de energietransitie interessant en ben lid van het Green Team van Holla. Dat team bestaat uit vijftien mensen die zich vanuit verschillende secties bezighouden met de energietransitie en hoe je je als partij moet gedragen in de energiewereld. We geven webinars en cursussen, bezoeken netwerkevents en publiceren regelmatig in vakbladen.’

Een druk bestaan. Hoe hou je alle ballen in de lucht?

‘Het is zeker hard werken. Maar ik ben intrinsiek gemotiveerd, dus ik doe het graag. Dat geldt ook voor de politiek. Dat is goed te combineren, omdat dat veelal avondwerk is. Die combinatie komt ook goed van pas in mijn werk als bestuurs­rechtadvocaat. In mijn eerste jaar bij Holla zat ik bij een overleg met een cliënt, een ontwikkelaar van zonneparken. Die cliënt wist dat ik gemeenteraadslid was en was heel benieuwd wat ik van de situatie vond. Mijn kennis van hoe het werkt in een gemeenteraad komt vanaf de eerste dag goed van pas.’

Wat maakt een goed advocaat?

‘Voor mij zijn er twee dingen waar je scherp op moet zijn: de feiten en de belangen. Ik vind complexe politiek-bestuurlijke vragen het meest interessant. Dat zijn vragen waarop je het antwoord niet in het wetboek vindt, maar waar bestuurlijke afwegingsruimte in zit. Veel zaken gaan over het rijk die een bepaalde kant op wil. Wij staan vaak provincies of grote bedrijven bij. Het is dan aan ons om een juridische gereedschapskist te vormen waar de cliënt iets mee kan. Je bent altijd op zoek naar die argumenten die het juiste duwtje in de rug geven. Dat in kaart brengen van het bestuurlijke speelveld vind ik leuk.’

Wat hoop je de komende jaren nog te leren te ontwikkelen?

‘Praktisch adviseren vind ik altijd een uitdaging. Je weet als jurist natuurlijk hoe de wet in elkaar zit, maar het is een veel breder speelveld. Hoe kun je ervoor zorgen dat een cliënt in één oogopslag weet wat te doen? Dat blijft lastig. Je kunt lange adviezen schrijven, maar als je niet uitkijkt, worden die veel te complex. Een cliënt, of dat nou een directeur, een bestuurder of een juridisch adviseur is, wil gewoon weten wat te doen. Daarnaast kom ik nu in een rol waarin ik meer bezig ben met acquisitie en leidinggeven. Daar is ook genoeg in te leren.’

Hoe omschrijf je jouw leidinggeefstijl?

‘Daar ben ik nog een beetje zoekende in, maar ik vind het zelf prettig om dingen echt samen te doen. Voor de cliënt zijn we allemaal zichtbaar, ook de junior. Iedereen moet leren en daar hoort gecontroleerd vallen ook bij.’

Wil je uiteindelijk partner te worden?

‘Dat voelt nog best ver weg. Ik ben nu medior en hoop volgend jaar senior te worden. Voor nu vind ik het gewoon leuk om met ons jonge team aan de weg te timmeren. We worden nationaal gezien bij cliënten steeds bekender. Op die manier is er de ruimte om echt het werk te doen wat we graag willen.’

Heb je een kinderwens en denk je al na over de praktische invulling daarvan?

‘Ik heb zeker een kinderwens en ik geloof erin dat dat samen goed te regelen is. Het kan nooit bij één iemand komen te liggen. Als ik kijk naar collega’s dan is er altijd een mouw aan te passen, dus ik maak me daar niet heel druk over om eerlijk te zijn.’


‘Zondag is voor mij rustdag’

Al op de basisschool werd zijn interesse voor juridische beroepen gewekt. Lange tijd wilde Mathijs Jonkers rechter worden. Totdat hij zich in de loop van de middelbare school realiseerde dat partijdigheid hem meer ligt dan onpartijdigheid. Vanaf dat moment werkte hij toe naar zijn beëdiging in 2021 bij Dirkzwager in Arnhem.

Mathijs Jonkers (29)

Advocaat aanbestedingsrecht binnen de sectie Overheid & Vastgoed bij Dirkzwager legal & tax.

Voorzitter van de onder­nemingsraad van Dirkzwager en lid van de Raad van Toezicht Stichting Gebiedsfonds Neder-Betuwe.

Waarom past de partijdige rol je beter?

‘Ik vind het fantastisch om me helemaal te verdiepen in de belangen en de juridische positie van de cliënt. Om vervolgens samen met die cliënt en collega’s voor het resultaat te gaan wat de cliënt voor ogen heeft. Daar kan ik echt van genieten, helemaal als dat resultaat ook daadwerkelijk behaald wordt.’

Was de keuze voor Dirkzwager een makkelijke?

‘Ik heb bij meerdere kantoren stage gelopen waaronder ook bij een kantoor op Curaçao. Dirkzwager zat tijdens mijn studie al wel in mijn achterhoofd omdat het een belangrijke landelijke speler is met een kantoor in Arnhem. Je krijgt er alle gelegenheid om te specialiseren, verant­woordelijk­heid te nemen en klantcontact te hebben. Die combinatie miste ik bij de kleinere kantoren. Uiteindelijk trok het enthousiaste aanbestedingsteam mij over de streep om voor Dirkzwager te gaan en me direct te specialiseren in het aanbestedingsrecht. Dat was echt een toevalstreffer, want tot dat moment was ik breed georiënteerd binnen het privaatrecht.’

Wat maakt het aanbestedingsrecht zo interessant?

‘De partijen waar je voor optreedt, zoals gemeenten en grote onder­nemingen. Daarnaast heb je te maken met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, maar wordt het aanbestedingsrecht ook voor een belangrijk deel gevormd door het Europees recht. Je moet je verdiepen in het bestuurs­recht, Europees recht en Nederlands privaatrecht. De combinatie van die drie dimensies maakt het zo interessant.’

Wat moet een goed advocaat binnen dit rechts­gebied hebben volgens jou?

‘Je moet geïnteresseerd zijn in de cliënt, in de zaak en in de juridische materie die daarbij hoort. Verder moet je de drive hebben om jezelf te blijven ontwikkelen. Als jurist op inhoudelijk gebied, maar ook als mens. Je moet bijvoorbeeld goed leren samen­werken met veel verschillende soorten cliënten, van ambtenaren tot ondernemers. Ook moet je stressbestendig zijn. Het is een dynamische wereld. Dat maakt het zo leuk. Bij Dirkzwager doen we mee op het hoogste niveau en zijn we betrokken bij grote zaken die forse impact hebben op de rechtspraktijk, zoals de Didam-arresten. Voor extra vakinhoudelijke ontwikkeling volg ik nu de specialisatieopleiding Europees & Nederlands Aanbestedingsrecht bij de Grotius Academie.’

Wat was je meest interessante zaak tot nu toe?

‘Dat was een soort Didam-casus. De gemeente Nieuwegein wilde tijdelijk een locatie verhuren aan een supermarkt. Vijf concurrerende supermarkten waren het daar niet mee eens en wilden ook in aanmerking komen voor die locatie. Wij hebben toen in een kort geding betoogd dat de gemeente in strijd handelde met het gelijk­heids­beginsel. Met succes, want de rechter vond ook dat onze cliënten een kans hadden moeten krijgen om die locatie te huren. Het lastige was alleen dat de supermarkt al op het punt stond om open te gaan. Uiteindelijk is het in een spoedappel gekomen tot een schikking. Het was juridisch vernieuwend en het moest allemaal snel. Daarnaast was het een mooie groep cliënten en we werkten met een team van specialisten aan de zaak. Het was een hot topic in de media. Die maat­schappelijke impact maakt een zaak voor mij extra mooi.’

Zijn er maat­schappelijke projecten waar je bij betrokken bent?

‘Ik ben lid van de Raad van Toezicht Stichting Gebiedsfonds Neder-Betuwe. Dat fonds keert geld uit aan maat­schappelijke projecten binnen de gemeente Neder-Betuwe waar ik woon. Daarnaast ben ik voorzitter van de onder­nemingsraad van Dirkzwager. Dat doe ik met veel plezier. Op die manier kan ik meedenken, meepraten en richting geven aan de koers van kantoor. Dat vind ik belangrijk. Ik wil graag doorgroeien en hoop uiteindelijk partner te worden.’

Wat is er naast je werk nog meer belangrijk voor je?

‘Ik ben vader van twee kindjes van vijf en twee jaar. Daar geniet ik enorm van.’

Hoe hou je alle ballen in de lucht?

‘Het is zeker uitdagend naast mijn drukke fulltimepraktijk, maar we hebben inmiddels een goed ritme te pakken. De ochtenden zijn echt ons gezinsmoment, we ontbijten altijd samen. Ik probeer altijd thuis te zijn als de kinderen naar bed gaan. Mijn vrouw neemt iets meer zorgtaken op zich. Die verdeling werkt goed voor ons.’

Hoe zorg je voor de nodige ontspanning?

‘Zondag werk ik nooit. Dat is voor mij echt een rustdag. Ik ben christelijk en ga dan naar de kerk. Het is de dag om tijd te besteden aan mijn gezin. Daar hou ik me strikt aan vast. Dat geeft mij energie en zorgt ervoor dat ik op maandag weer vol frisse moed en met nieuwe energie aan de slag kan.’