column

Mr. X wraakt vruchteloos

Wraking gaat over partijdigheid; eventueel kennisgebrek van tuchtrechters speelt daarbij geen rol, zegt de wrakingskamer van het hof. De wrakingspoging van mr. X mislukt.

Er lopen twee tuchtzaken tegen mr. X bij het Hof van Discipline. De griffie meldde hem desgevraagd welke leden van het hof die zaken op zitting zouden behandelen. De volgende dag lag er een wrakingsverzoek.

Volgens mr. X ontbeerden alle vijf de leden de nood­zakelijke specialistische kennis van het bestuurs­recht om zijn zaken te kunnen beoordelen. Dit, zo stelde mr. X, vormde een directe bedreiging voor de rechterlijke onpartijdigheid. Het kon ertoe leiden dat de betrokkenen (al dan niet bewust) normen uit een ander rechts­gebied op zijn zaken zouden toepassen. Of dat ze de specifieke bestuurs­rechtelijke waarborgen en de machtsongelijk­heid zouden miskennen. Dat zou de schijn van vooringenomenheid wekken en leiden tot voor hem nadelige, onjuiste rechtsvinding.

De vijf leden berustten niet in de wraking. Volgens hen was er geen sprake van (objectief gerecht­vaardigde vrees voor) vooringenomenheid. De wrakingskamer van het hof is het daarmee eens.

Een tuchtrechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandig­heden voordoen die zwaar­wegende aanwijzingen opleveren dat hij vooringenomen of bevooroordeeld is, althans dat de vrees daarvoor objectief gerecht­vaardigd is (zie artikel 56 lid 6 Advocatenwet en artikelen 512-519 Wetboek van Strafvordering).

De vraag of de leden voldoende deskundigheid hadden, was volgens het hof niet van belang. Gebrek aan deskundigheid kan op zichzelf niet leiden tot de conclusie of de gerecht­vaardigde vrees dat de leden bevooroordeeld of vooringenomen zijn, zegt het hof. Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard.

Dat ondeskundigheid op een bepaald rechts­gebied geen teken is van (te vrezen) partijdigheid, daar valt weinig tegenin te brengen. Maar advocaten hebben soms wel degelijk de zorg: als je deze praktijk niet kent, snap je niet waarom ik zo gehandeld heb. Daar zegt de uitspraak niks over.

Je hoort wel dat tuchtcolleges zorgen alle belangrijke specialismen in huis te hebben. En dat griffies er bij de planning op letten dat een lid met specialistische kennis deel uitmaakt van de combinatie. Verder mag je hopen dat tuchtrechters over specialistische kwesties hun licht opsteken.

Heb je er als verweerder toch weinig vertrouwen in, dan rest je waarschijnlijk weinig anders dan heel duidelijk voor het voetlicht te brengen hoe het er in jouw werkveld aan toegaat. Wraking is, zo weten we nu, een onbegaanbare weg (ECLI:​NL:​TAHVD:​2025:115).