vak & mens

inkijk

‘Ik ben curator, geen detective’

Wat maakt een rechts­gebied bijzonder? Frank Feenstra (54), advocaat insolventie­recht en curator bij Ross Advocaten in Zevenaar, biedt een inkijkje.

Bij een faillissement kan een bedrijf niet langer de rekeningen betalen. ‘Vaak gaat daar een jarenlange aanloop van financiële problemen aan vooraf omdat ondernemers onheil zo lang mogelijk proberen af te wenden. Totdat bijvoorbeeld een schuldeiser bij een onbetwiste vordering het faillissement aanvraagt. Zo’n verzoek is eigenlijk een ultiem incassomiddel. Wordt het faillissement uitgesproken, dan belt de recht­bank mij en moet ik direct mijn agenda omgooien. Iedere insolventie­advocaat houdt daarom altijd wat overcapaciteit in het team.

Als ik als curator word aangesteld, kom ik fris binnen aan het begin van mijn rit. Terwijl die voor de ondernemer net is geëindigd. Vroeger had ik minder oog voor de persoon achter de failliete ondernemer en wilde ik zo snel mogelijk het faillissement afwikkelen. Tegenwoordig zoek ik meer verbinding. Ik neem meer tijd om te onderzoeken wat er écht is gebeurd en waarom ondernemers bepaalde beslissingen hebben genomen. Dat helpt om de benodigde informatie boven water te krijgen. Een faillissement is meer dan cijfers uit de administratie. Daar moet ik oog voor blijven houden.’

Olifantengeheugen

Zijn cliënten zijn vooral grotere onder­nemingen. ‘Ik ben te duur voor de fietsenmaker om de hoek.’ Als curator wikkelt hij zaken af die zijn misgelopen, als advocaat insolventie­recht adviseert hij wanneer het mis dreigt te gaan. ‘Deze ondernemers verkeren in paniek omdat het fout dreigt te gaan en ze bang zijn alles kwijt te raken. Vooral bij familie­bedrijven in de derde generatie zie ik dat. Opa bouwde een mooi bedrijf. Zijn zoon breidde het uit en paste goed op de winkel. De kleinzoon kwam aan de macht en vergat de basisprincipes: altijd goed en goedkoop blijven leveren, anders lopen klanten weg.’

Feenstra is ook jarenlang fraudecurator geweest bij faillissementen waarbij wordt vermoed dat er fraude is gepleegd. ‘Ik heb een olifantengeheugen, ben een snelle denker en kan met kleine informatiedelen al snel een puzzeltje leggen. Al is een van de eerste dingen die ik heb geleerd: ik ben curator, geen detective.’ Van 2007 tot 2011 maakte hij een uitstap naar het Functioneel Parket als officier van justitie. ‘Maar ik liep aan tegen het capaciteitsprobleem voor opsporing bij justitie en ben toen weer de advocatuur ingegaan.’

Bedreiging

In de top vier rechts­gebieden waar agressie boven­gemiddeld vaak voorkomt, staat het insolventie­recht op één. Ook Feenstra is bedreigd. ‘Ik ben natuurlijk impopulair. Stel, iemand koopt een auto bij een garage, betaalt hem, maar als hij de auto wil ophalen, blijkt de garage failliet. Als curator moet ik dan zeggen: ‘U hebt de auto betaald, maar hij is niet uw eigendom.’ Ik ben verplicht als curator om de boedel veilig te stellen en mensen te ontslaan. Dat voelt onrechtvaardig en dan kunnen emoties hoog oplopen. Maar ik laat me niet snel beïnvloeden.’