actueel

Grote kantoren overstag in discussie over sociale advocatuur

Commerciële advocaten­kantoren staan open voor samen­werking met de sociale advocatuur en willen meewerken aan een toekomstbestendig stelsel van gesubsidieerde rechts­bijstand.

Dat bleek deze zomer tijdens een ronde­tafel­gesprek tussen demissionair staats­secretaris Teun Struycken (Rechts­bescherming) en vijftien grote commerciële kantoren.

Alleen samen kunnen we van de sociale advocatuur iets duurzaams en effectiefs maken,’ zei Struycken na afloop van het gesprek.

In een recente brief aan de Tweede Kamer presenteerde Struycken zijn plannen om de sociale advocatuur te versterken. Naast een verhoging van de vergoedingen in 2026 wil hij dat commerciële kantoren bijdragen door op toevoegingsbasis te werken. Zo moeten acute tekorten aan sociaal advocaten worden opgevangen.

De staats­secretaris vindt dat de afgelopen decennia een te sterke scheiding is ontstaan tussen de commerciële en sociale advocatuur. ‘Als oud-commercieel advocaat zeg ik zowel tegen de commerciële advocatuur als tegen de sociale advocatuur dat het niet heilzaam is om zo in afzondering door te gaan,’ zei hij eerder.

Volgens Struycken zijn uiteen­lopende samen­werkingsvormen denkbaar. Het gesprek met de grote kantoren was bedoeld om de bereidheid tot medewerking te peilen. ‘Er heerst een breed besef dat zij een verant­woordelijk­heid hebben, en zij zijn bereid die te dragen,’ aldus Struycken. ‘Sommige kantoren hebben al initiatieven lopen en weten wat werkt en wat niet. We werken nu verder aan blauwdrukken om de dijk tussen de commerciële en sociale advocatuur te doorbreken.’

De commerciële kantoren lijken daarmee hun eerdere standpunt te hebben verlaten dat de zorg voor de sociale advocatuur uitsluitend bij de overheid dient te liggen. Tot dusver gold het adagium dat de staat de toegang tot het recht voor lagere inkomensgroepen moet garanderen, niet de (commerciële) advocatuur. Niettemin zijn er de afgelopen jaren al wel diverse initiatieven ontplooid waarbij commerciële kantoren ondersteuning bieden aan sociale kantoren, bijvoorbeeld met stagiairs of met toegang tot juridische bibliotheken.

Ervaring in huis

Loyens & Loeff is een van de kantoren die al ervaring hebben met sociale advocatuur. Via pro-bonozaken en de inzet van advocaat-stagiairs binnen de eigen Lawyers Academy levert het kantoor juridische hulp, onder meer in huur­rechtzaken.

Karin Gerbens, hoofd communicatie, noemt het gesprek met Struycken constructief. ‘Wij erkennen dat de sociale advocatuur een gezamenlijke verant­woordelijk­heid is en staan open voor samen­werking. De overheid moet zorgen voor ondersteuning en randvoorwaarden, maar alleen samen kunnen we er iets duurzaams van maken.’

Ook NautaDutilh ziet mogelijkheden om bij te dragen. Het kantoor meldde zich onlangs bij de Raad voor Rechtsbijstand om sociale rechts­bijstand te gaan verlenen. ‘Naast ons pro-bonowerk verkennen we initiatieven zoals de samen­werking met de Praktizijnsbibliotheek in Amsterdam,’ zegt partner Sjoerd Meijer, die aanwezig was bij het gesprek.

Managing partner Ruud Smits voegt daaraan toe: ‘Toegang tot het recht is essentieel. De hele advocatuur draagt daar verant­woordelijk­heid voor. Het is nu zaak om met vertegen­woordigers van de sociale advocatuur te kijken naar concrete en effectieve invulling van die verant­woordelijk­heid.’

Andere kantoren vinden het nog te vroeg om inhoudelijk te reageren. Komend najaar staat een vervolggesprek met de staats­secretaris gepland.

Nieuwe aanwas: jong en vrouwelijk

Ondertussen blijkt uit een eerste ‘entry-rapportage’ van het Kennis­centrum van de Raad voor Rechtsbijstand dat de recente instroom van sociaal advocaten vooral uit jonge vrouwen bestaat. Zeventig procent van de nieuwe sociaal advocaten is jonger dan 35 jaar, 65 procent is vrouw.

Voor het onderzoek werden ruim honderd advocaten bevraagd die zich recent hebben ingeschreven. Driekwart van de debutanten werkt in loondienst, meestal bij kleine kantoren: de helft van deze groep werkt op een kantoor met twee tot vier advocaten.

De belang­rijkste motivatie voor toetreding is maatschappelijk en ideëel: het geloof dat iedereen recht heeft op een advocaat en de wens om een maat­schappelijke bijdrage te leveren. Voor 36 procent speelt ook persoonlijke groei een rol. De afwisseling in cliënten en zaken wordt eveneens als aantrekkelijke factor genoemd.

Daarnaast zijn er praktische overwegingen. Veertig procent zegt via toevoegingen cliënten en zaken te krijgen; eenzelfde percentage ziet toevoegingswerk als nood­zakelijk vanwege het soort zaken waarin zij optreden.