actueel
Demissionair staatssecretaris Teun Struycken (Rechtsbescherming) wil dat commerciële kantoren op toevoeging gaan werken om acute tekorten op te vangen. De tarieven en toeslagen in de sociale advocatuur gaan in 2026 omhoog, een jaar eerder dan verwacht.
Kort voor het ingaan van het zomerreces van de Tweede Kamer zette Struycken in een brief uiteen welke maatregelen hij voor ogen heeft voor de sociale advocatuur. Eerder was al duidelijk geworden dat de NSC-bewindsman dertig miljoen euro per jaar extra had weten los te peuteren binnen het kabinet. Dat bedrag kwam beschikbaar in reactie op het rapport van de Commissie-Van der Meer II. Die stelde dat er op korte termijn veertig miljoen euro extra nodig is om de sociale advocatuur toekomst te geven.
Tot teleurstelling van de Tweede Kamer én de beroepsgroep leek de toegezegde dertig miljoen pas op termijn beschikbaar te komen. Struycken kon het geld niet eerder beloven dan per 1 januari 2027, vertelde hij in april aan de Kamer. Eind juni bleek er iets veranderd, liet hij per brief weten. ‘Gezien de urgentie van de problematiek in de sociale advocatuur is eerder actie vereist. Daarom zal ik binnen het rechtsbijstandsbudget al voor het jaar 2026 middelen beschikbaar stellen zodat de aanbevelingen van de commissie eerder opgevolgd kunnen worden.’
Daarmee kunnen al volgend jaar de puntenaantallen worden aangepast en de toeslagen (inclusief opvolgingstoeslag) plús basispunttarief omhoog. ‘Hartstikke mooi nieuws,’ zegt Struycken daarover in een mondelinge toelichting. ‘Dat maakt het mogelijk begin 2026 het redelijke inkomen te borgen zoals Van der Meer dat heeft uitgerekend. Het is nog wel nodig dat de betreffende AMvB door de beide Kamers wordt vastgesteld, maar ik verwacht dat dat snel gaat.’
De staatssecretaris acht verschillende maatregelen nodig om de sociale advocatuur perspectief te bieden. Hij rangschikt ze onder de korte en lange termijn. ‘Het accent ligt vooral op de korte termijn. Voor de langetermijnvisie is mijn rol maar beperkt. In belangrijke mate moet de beweging komen van het veld zelf. Dat gesprek is gaande en het is een goed gesprek, met alle verschillende partijen. Maar het is wel een heel traject met langdurig aftasten, langzaam de horizon verbreden, elkaar beter gaan begrijpen. Mijn perspectief kan in dat overleg worden meegenomen, maar is niet doorslaggevend.’
Niettemin hoopt de demissionaire Struycken de advocatuur wel in een bepaalde richting te duwen, bij wijze van erfenis. ‘Als ik iets wil nalaten, dan is het wel dat de waterscheiding tussen commerciële en sociale advocatuur wordt geslecht. We zijn in de afgelopen twintig, dertig jaar gegroeid naar een volledig geïsoleerde sociale advocatuur. Dat heeft verschillende oorzaken, maar het is funest voor de toekomst. Als oud-commercieel advocaat zeg ik zowel tegen de commerciële advocatuur als tegen de sociale advocatuur dat het niet heilzaam is om zo in afzondering door te gaan.’
Op 9 juli praat Struycken met vertegenwoordigers van commerciële kantoren. Hij wil hen bewegen op toevoegingsbasis zaken op te pakken, in het bijzonder op het terrein van het socialezekerheidsrecht. ‘Tijdens die ronde tafel hoop ik dat we allemaal omarmen dat rechtsbijstand, of dat nou op commerciële basis is of op gesubsidieerde basis, een geïntegreerd onderdeel is van de advocatuur in zijn totaliteit. En dus ook tot het potentieel van elk kantoor behoort.’
Maar commercieel en sociaal advocaten zijn toch twee verschillende diersoorten? De een draagt een snel pak op sneakers, de ander geitenwollen sokken en sandalen?
‘Dat vind ik een heel ouderwets beeld. Dat is echt het beeld van tien, twintig jaar geleden. Dat heeft zijn kracht gehad en zijn charme, maar is geen basis voor de toekomst. Want de sociaal advocaat is niet meer de geitenwollensokkenpersoon. En de commerciële advocaat is, zeker de jonge generaties van nu, absoluut breed maatschappelijk geëngageerd. Ik geloof er niet in dat dat een ander type mens is of moet zijn. Ik geloof er ook niet in dat dat een ander type cliënt is of moet zijn.’
Toegegeven, die vraag was een tikje provocerend. Toch geldt er op de Zuidas een andere dresscode dan bij de vereniging voor sociaal advocaten.
‘Dat is niet per se altijd zo. Kijk naar die recente fototentoonstelling bij de Raad voor Rechtsbijstand, de portretten van sociaal advocaten. Die lopen ook gewoon in pak. En op de Zuidas niet meer hoor, dat kan ik ook verklappen. Tot mijn treurnis overigens, want daar is de kledingcode wel heel informeel aan het worden. Maar dat betreft geen beleidspunt, eerder een kwestie van persoonlijke smaak.’
Struycken verklapt dat NautaDutilh onlangs uit eigen beweging heeft aangeboden een aantal toevoegingszaken op zich te nemen. Is dat wat hij voor ogen heeft, alle grote kantoren straks een eigen toevoegingssectie?
‘Het kunnen ook andere vormen van samenwerking zijn. Het kan zijn dat een commercieel kantoor kantoorruimte ter beschikking stelt van een sociaal advocaat of een samenwerkingsverband van sociaal advocaten. Het kan ook zijn dat er knowhow wordt uitgewisseld of dat ze elkaar versterken in de opleiding. Er zijn allerlei samenwerkingsvormen denkbaar.’
‘Ik ben onder de indruk van de roeping die sociaal advocaten voelen. Zonder daarmee te zeggen dat ik sociaal advocaat word. Maar ik sluit het ook niet uit’
Sociaal advocaat mr. X, sponsored by Houthoff?
‘Dat vind ik eerlijk gezegd weer te beperkt. Dat veronderstelt dat de grote commerciële jongens de kleine sociale jongetjes funden en sponsoren. Ik heb een toekomstvisie waarin er meer geïntegreerd wordt samengewerkt. Waarin de commerciële advocatuur en de sociale advocatuur geen gescheiden werelden zijn en dus ook niet in een dergelijke afhankelijkheidsrelatie komen.’
In bepaalde regio’s zijn er nu al te weinig sociaal advocaten, weet ook Struycken. Dat verklaart zijn beroep op de commerciële kantoren. ‘Hoe kun je daar nou heel snel in voorzien? Niet door meer sociaal advocaten op te leiden, want dat vergt tijd. Dus hoop ik dat de commerciële kantoren zich bereid verklaren de urgente lacunes op te vullen. Dat ze zich committeren een pakket van tien of twintig zaken van een bepaald type te doen.’
Maar de tekorten doen zich voor aan de randen van het land, terwijl de grote kantoren met name in de Randstad zitten.
‘Ook hier nodig ik de markt uit om wat creatiever samen te werken. Denk aan de digitale vergadermogelijkheden. Waarom zou een advocaat die in Amsterdam zit of in Alkmaar niet een cliënt in Roermond of in Noord-Groningen kunnen helpen, eventueel via een digitale verbinding met het juridisch loket? Laten we creatief gebruikmaken van de technieken die er zijn. Natuurlijk, als er naar een rechtbank gegaan moet worden, is het handig als het een lokaal advocaat is. Maar in Nederland is alles bereisbaar. Het kan niet zo zijn dat dat nou de bottleneck is.’
De NSC-bewindsman wil ook dat er meer aandacht komt voor wat hij noemt ‘de mooie kanten van het beroep van sociaal advocaat’. Op korte termijn volgt er een (social)-mediacampagne om (aankomende) advocaten te enthousiasmeren. Hoe en wat is nog niet duidelijk, maar er wordt in ieder geval een belangrijke rol weggelegd voor ‘ambassadeurs voor de (sociale) advocatuur en boegbeelden waarin aankomende advocaten zich kunnen herkennen’. ‘Ik ga stimuleren dat men nadenkt hoe we het beeld van de sociale advocatuur kunnen kantelen. Ik schrok eerlijk gezegd wel een beetje van de geitenwollen sokken waarover u sprak. Het gaat om eigentijdse in de maatschappij ingebedde sociaal advocaten. Eigenlijk wil ik zelfs van die term af. Het betreft advocaten die óók gesubsidieerde rechtsbijstand doen, want veel sociaal advocaten doen ook commercieel werk. We moeten weg van het beeld dat alle sociaal advocaten alleen maar gesubsidieerde rechtsbijstand doen. De meesten hebben een gemengde praktijk. Als dat beeld kan kantelen door middel van een fotoserie, een boekje, een tv-serie of wat dan ook, dan denk ik dat we dat vanuit de NOvA, vanuit het ministerie, vanuit de Raad voor Rechtsbijstand, moeten aanmoedigen en ook financieren.’
Wat betreft uw eigen loopbaan. U bent nu demissionair, de toekomst is ongewis. Keert u straks weer terug naar de advocatuur?
‘Ik weet het niet. Ik heb als bewindspersoon zoveel meer gezien van de samenleving dan voorheen als insolventieadvocaat. Mijn horizon is enorm verbreed. Het openbaar bestuur roept wel. Dus ik weet het echt nog niet. Ik zet me nu dag en nacht nog in als bewindspersoon. Het is buitengewoon intensief. Je hebt niet echt tijd om na te denken over de toekomst. Dat hoeft ook niet, dat komt nog wel. Ik weet niet of ik terugga in de advocatuur. Als ik terugga, weet ik ook niet of dat dezelfde soort advocatuur wordt. Ik ben onder de indruk van de roeping die sociaal advocaten voelen. Zonder daarmee te zeggen dat ik sociaal advocaat word. Maar ik sluit het ook niet uit.’