vak & mens

gezien

Levend recht

Het gaat met de rechts­staat de verkeerde kant op, waar­schuwt de inmiddels oud-raadsheer Ybo Buruma in zijn boek ‘De onvoltooide rechts­staat – tijdgeest en recht 1813-2025’ (Prometheus Amsterdam, 2025).

Buruma nam vorige maand met het boek afscheid van de Hoge Raad, waar hij sinds 2011 deel van uitmaakte. Hij luidt zijn pensioen in met een scherpe analyse van de staat van de Nederlandse rechts­staat die hij beschrijft in zes bedrijven. Elk hoofdstuk beslaat een periode vanaf 1813 tot 2025: de klassieke periode, het modernisme, de autoritaire periode, de wederopbouw na de oorlog als periode van herstel, de culturele revolutie en de laatste periode van de risicosamen­leving. Per periode worden de belang­rijkste politiek-economische ontwikke­lingen geschetst. Verder komen wetgeving, werkzaamheden van rechters en advocaten, machtenscheiding, vrijheid van menings­uiting en journalistiek en de rol van het Openbaar Ministerie, politie, inlichtingendiensten en deskundigen aan bod.

Buruma waarschuwt voor een aantal verontrustende ontwikkelingen. Zo ziet hij een steeds hardere toon in het straf­recht en een verharding van de georganiseerde misdaad. Ook uit hij zijn zorgen over de druk op de rechtspraak, bijvoorbeeld door politieke uitspraken over rechterlijke vonnissen in gevoelige dossiers zoals asiel en klimaat. Het is volgens Buruma belangrijk voor ogen te houden dat de rechts­staat weliswaar verandert, maar dat de teloorgang ervan niet mag en niet hoeft plaats te vinden. ‘Elke tijd roept nieuwe rechtsvragen op en elke tijd heeft ook zijn eigen vanzelf­sprekende onrecht, waartegen ook steeds weer mensen opstaan. De rechts­staat is altijd onvoltooid, levend recht en we zijn er zelf bij om hem in stand te houden.’


Vrouwenmoord

Hoe kan het dat vrouwenmoord zo wordt onderschat in Nederland? vraagt Telegraaf-journalist Saskia Belleman zich af in haar boek ‘Zij is van mij’ (Ambo | Anthos, juni 2025). Spoileralert: een helder en eenduidig antwoord op die vraag blijft uit.

Tal van factoren en omstandig­heden spelen een rol die, bij elkaar opgeteld, tot femicide kunnen leiden. In haar boek, afgeleid van de gelijknamige podcast­serie, constateert Belleman dat er in Nederland bijna elke week een vrouw door haar partner of ex-partner om het leven wordt gebracht. Hoeveel precies is niet bekend, omdat het CBS een andere definitie hanteert dan bijvoorbeeld het kennisinstituut Atria. Een veeg teken.

Zonneklaar is volgens de recht­bankverslaggever dat geweld tegen vrouwen in Nederland een groot en onderbelicht probleem is. Aan de hand van interviews met slacht­offers, nabestaanden, daders, politieagenten, wetenschappers én straf­recht­advocaten schetst ze de contouren van een veelkoppig monster, dat zich moeilijk laat verslaan.

Zo nemen politie en justitie geweld tegen vrouwen minder serieus dan geweld uit de hoek van de georganiseerde criminaliteit, constateert slachtoffer­advocaat Richard Korver. Ook emeritus hoogleraar Renée Römkens signaleert dat. ‘Er is een onderstroom van seksisme in onze cultuur, waardoor zaken die vrouwen treffen inferieur en minder belangrijk worden gevonden.’

Advocaat Sébas Diekstra bepleit aanscherping van het straf­recht. Vrouwenmoord en vrouwendoodslag dienen wat hem betreft zwaarder bestraft te worden dan ‘normale’ moord en doodslag. Belleman zelf stelt enkele retorische vragen over de opvoeding van kinderen. ‘Maken we onze zonen voldoende duidelijk dat een vrouw niet hun eigendom is? Zijn we in onze ijver om meisjes te emanciperen de jongens vergeten?’


Advocatenroman

Voor wie binnenkort naar de glamping vertrekt, maar de Zuidas toch niet helemaal wil achterlaten, heeft Christ’l Dullaert een nieuwe roman geschreven.

De Amsterdamse oud-advocaat wijdde in 2021 een eerste roman aan advocaat Karina van Amerongen, verbonden aan een van de grote kantoren aan de Zuidas. Nu ligt er het vervolg, Zo ver van de Zuidas, opnieuw uitgegeven in eigen beheer.

Daarin is de hoofdpersoon, na haar vertrek bij het grote kantoor, voor zichzelf begonnen, in de Amsterdamse binnenstad. Ze heeft geen last meer van de onderlinge concurrentie tussen collega’s of interne kantoorpolitiek, maar mist desondanks haar oude werkomgeving. Uiteraard is dat gemis wederzijds. Net zoals in deel 1 komen ook nu weer tal van clichés langs over de advocaten die de Zuidas bevolken. Over hun eindeloze werkweken (tachtig uur) en de trendy etablissementen (Limon en Olivers) waar ze zich profileren met hippe drankjes (alcoholvrije vlierbloesemcocktail) en designgerechten (vegetarische pulled pork van jackfruit). Cocaïne kom je niet tegen in deze advocatenroman, aan drank geen gebrek.

Zo ver van de Zuidas leest als een soap, waarin relatieperikelen de boventoon voeren. Zoals het vakantielectuur betaamt, dient Karina eerst een persoonlijke crisis door te maken alvorens alles op zijn pootjes terechtkomt.