vak & mens
De Amerikaanse democratie heeft met de verkiezing van president Trump het paard van Troje binnengehaald, stelt voormalig advocaat Boudewijn van Eijck. Ook de Nederlandse rechtsstaat lijdt onder erosie, constateert hij.
Sinds zijn herverkiezing op 20 januari heeft president Donald Trump een reeks beleidsmaatregelen genomen die de fundamenten van de Amerikaanse rechtsstaat onder druk zetten. Zijn tweede ambtstermijn wordt gekenmerkt door systematische aanvallen op de rechterlijke macht en pogingen om kritische juridische tegenstanders te neutraliseren. Deze ontwikkelingen wijzen op een gevaarlijke verschuiving richting autocratisch bestuur.
Dit artikel onderzoekt de implicaties van deze Amerikaanse koerswijziging en reflecteert tegen die achtergrond op de weerbaarheid van de Nederlandse rechtsstaat. De zorgen hierover groeien, ook in eigen land: steeds vaker klinken publieke waarschuwingen van rechters, advocaten en andere dragers van onze rechtsstaat over de afnemende robuustheid van onze democratische instituties.
Decreten tegen advocatenkantoren
In de eerste honderd dagen van zijn tweede termijn heeft president Trump 141 presidentiële decreten uitgevaardigd. Een aanzienlijk deel daarvan was gericht tegen vooraanstaande advocatenkantoren die eerder tegen zijn beleid in verweer kwamen. Deze kantoren werden onderworpen aan sancties zoals het intrekken van overheidsopdrachten, het schorsen van hun beveiligingsmachtigingen en het ontzeggen van toegang tot federale gebouwen, samengevat als blacklisting.
De officiële rechtvaardiging voor deze maatregelen luidt dat de betrokken kantoren zich schuldig zouden maken aan ‘gevaarlijk gedrag’ en ‘discriminatie van witte Amerikanen’ via hun diversiteitsbeleid. De werkelijke inzet lijkt echter duidelijk: het ontmoedigen van juridische oppositie tegen het Witte Huis. De opgelegde sancties creëren een zogenaamd chilling effect, waardoor toegang tot rechtsbijstand voor regeringscritici ernstig wordt beperkt.
Sommige kantoren kozen ervoor te schikken met de federale overheid. In ruil voor hernieuwde toegang tot rechtbanken en dossiers namen zij afstand van cliënten die in verzet kwamen tegen Trumps beleid. Daarmee weten zij economisch gezien te overleven, maar hun rol als hoeder van de rechtsstaat zijn zij kwijtgeraakt. Dat ontging het grote Microsoft niet: in een van hun zaken verving zij recentelijk het kantoor dat een deal met de regering had gesloten door een kantoor dat het had aangedurfd het decreet van Trump aan te vechten.
Dat was een van de kantoren die gelijk kreeg van de rechter: de maatregelen tegen hen zijn namelijk ongrondwettelijk. De Grondwet verlangt immers van de overheid dat zij afwijkende of onwelgevallige meningen met tolerantie bejegent en niet met repressie.
In een uitvoerige memorandum opinion van 2 mei zet rechter Howell in de zaak van het kantoor Perkins Coie uiteen hoe fundamenteel de onafhankelijke rol van de advocatuur is voor een fair en onpartijdig justitieel systeem. Zij ziet in de betreffende decreten een duidelijke boodschap, namelijk: ‘Lawyers must stick to the party line, or else.’ Dit is de eerste einduitspraak in een blacklisting-zaak; tot nu waren er alleen voorlopige voorzieningen uitgesproken, resulterend in tijdelijke opschortingen van de betreffende decreten tegen advocatenkantoren. De verwachting is dat andere rechters de lijn van Howell zullen volgen.
Intimidatie van rechters
De aanvallen van president Trump beperken zich niet tot advocaten. Ook rechters die zijn beleid juridisch tegenwerken, worden publiekelijk aangevallen, belasterd of zelfs bedreigd. Trumps centrale overtuiging is duidelijk: rechters zijn niet gekozen en hebben volgens hem dus geen legitimiteit om het regeringsbeleid te blokkeren.
Na het blokkeren van een maatregel van DOGE (Department of Government Efficiency) door federaal rechter Paul Engelmayer in februari 2025, verklaarde Trump: ‘No judge should, frankly, be allowed to make that kind of a decision.’
Tijdens een campagnebijeenkomst op 30 april in Michigan noemde hij rechters die zich verzetten tegen zijn beleid ‘communistische radicale linksen’ en voegde daaraan toe: ‘Nothing will stop me in making America safe.’
Witte Huis-woordvoerder Karoline Leavitt reageerde in maart op een uitspraak van rechter William Alsup, die het massale ontslag van federale ambtenaren had geblokkeerd, met de woorden: ‘If a federal district court judge would like executive powers, they can try and run for President themselves.’
Deze en vergelijkbare uitspraken benadrukken het uitgangspunt van de regering: de rechterlijke macht moet zich niet mengen in uitvoeringsbesluiten, ongeacht hun wettelijke of grondwettelijke basis.
Een bijzonder incident vond plaats rond rechter James Boasberg, die deportaties op basis van de Alien Enemies Act tijdelijk opschortte. Trump noemde hem een ‘radicale linkse gek’ en riep op tot zijn afzetting.
Toen rechter Hannah Dugan werd gearresteerd door de FBI wegens het laten ontsnappen van een immigrant uit haar rechtszaal, reageerde minister van Justitie Pam Bondi onomwonden: ‘Wie het beleid van de regering-Trump dwarsboomt, zal worden vervolgd, ongeacht wie je bent.’
Trumps kritiek beperkte zich bovendien niet tot incidenten. In bredere zin beschuldigde hij rechters die zijn deportatiebeleid blokkeerden van lafheid en van het beschermen van ‘criminelen die illegaal het land zijn binnengekomen’.
Politieke invloed op justitie
Een ander zorgwekkend element in de politiek van de regering-Trump betreft de versmelting van het justitiële apparaat met de uitvoerende macht. Waar het Amerikaanse ministerie van Justitie in eerdere decennia onafhankelijk opereerde ten opzichte van het Witte Huis, zeker op het gebied van individuele strafvervolging, is dat onder de regering-Trump structureel veranderd. Het ministerie functioneert sindsdien in toenemende mate als een politiek verlengstuk van het presidentschap.
Een sprekend voorbeeld daarvan is de strafzaak tegen burgemeester Eric Adams van New York. Adams werd vervolgd voor corruptie en zijn zaak was aanhangig bij de rechtbank toen Trump werd gekozen. Kort na zijn inauguratie kreeg het ministerie van Justitie het bevel van het Witte Huis om de zaak in te trekken. Meerdere federale aanklagers weigerden het bevel te ondertekenen en verlieten uit protest het ministerie van Justitie. De zaak tegen Adams verdween uiteindelijk toch van tafel, waarna hij publiekelijk zijn steun uitsprak voor het federale immigratiebeleid van Trump en toestond dat immigratieagenten weer actief werden op Rikers Island.
Van nog grotere impact was het besluit van Trump om gratie te verlenen aan 1.583 verdachten die betrokken waren bij de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, inclusief honderden zaken waarin al onherroepelijke veroordelingen waren uitgesproken.
Autoritaire dreiging in cijfers
Nu de fundamenten van de Amerikaanse rechtsstaat onder vuur liggen, dringt zich onvermijdelijk de vraag op: mag Amerika zich nog wel een democratie noemen?
De ironie is schrijnend: Donald Trump kwam via legitieme, democratische verkiezingen aan de macht, maar inmiddels wordt zichtbaar hoe diezelfde democratische orde het paard van Troje heeft binnengelaten met een leider die de rechtsstaat van binnenuit stap voor stap ondermijnt.
De Amerikaanse non-profitorganisatie Protect Democracy monitort wereldwijd de staat van de democratie aan de hand van een zogeheten Authoritarian Threat Index. Op een schaal van 1 (volwaardige democratie) tot 5 (volledige dictatuur), worden landen beoordeeld op zes centrale dimensies:
- Behandeling van de media
- Beperkingen op de uitvoerende macht
- Integriteit van verkiezingen
- Bescherming van burgerlijke vrijheden
- Mate van burgerlijk geweld
- Politieke en institutionele retoriek
Volgens de meest recente beoordeling scoren de Verenigde Staten een 3,3. Dat cijfer duidt op een toestand van ernstige democratische dreiging. Ter vergelijking: Duitsland, Canada en het Verenigd Koninkrijk bevinden zich met scores tussen de 1,5 en 1,8 nog stevig binnen de marges van een gezonde rechtsstaat. Alleen India scoort slechter dan de VS, met een 3,5.
‘De democratische orde heeft het paard van Troje binnengelaten met een leider die de rechtsstaat van binnenuit stap voor stap ondermijnt.’
Een tweede en meer uitgebreide index komt van het Zweedse V-Dem Institute, dat wereldwijd democratische prestaties analyseert op basis van honderden indicatoren. In het rapport van 2024 zijn de ontwikkelingen ná de inauguratie van Trump op 20 januari nog niet opgenomen, maar al wel voorzien van een vooruitblik.
De analyse richt zich op:
- Het ondermijnen van toezichthoudende instellingen
- Politiek gemotiveerde zuiveringen binnen het leger
- Beperkingen op vrije media
- De oprichting van het DOGE, dat onder het mom van efficiency de overheid hervormt in lijn met politieke loyaliteit.
Op basis van de eerste zes weken van Trumps tweede termijn waarschuwt V-Dem voor een versnelde erosie van democratische fundamenten.
Volgens V-Dem is de kans op een democratische instorting (democratic breakdown) in Amerika reëel, en vormt het land inmiddels een casus van democratische achteruitgang in de traditie van landen als Hongarije, Turkije en India.
Rechterlijke macht slaat terug
Ondanks de politieke druk toont de Amerikaanse rechterlijke macht zich tot op heden opmerkelijk veerkrachtig. Cijfermatig blijkt dat van de 67 rechtszaken die na 20 januari en tot en met april zijn aangespannen tegen presidentiële decreten in 70 procent van de gevallen het betreffende besluit is opgeschort. Deze uitspraken zijn geografisch verspreid over het hele land en uitgesproken door 51 verschillende federale rechters, benoemd door zowel republikeinse als democratische presidenten. De politieke herkomst van de benoeming lijkt dus geen invloed te hebben op de onafhankelijkheid van het oordeel.
Op 2 mei waarschuwde rechter Ketanji Brown Jackson, lid van het hooggerechtshof, in een toespraak voor de ‘meedogenloze aanvallen’ op de rechterlijke macht. Ze betitelde deze aanvallen als strategisch en doelbewust, gericht op het ondermijnen van de rechtsstaat. Ze wees op een toename van fysieke bedreigingen, intimidatie en professionele represailles, waaronder het lekken van privégegevens en bommeldingen bij rechtbanken. Haar oproep tot bescherming van rechterlijke onafhankelijkheid werd met een staande ovatie ontvangen.
Een week eerder ondertekenden ruim 150 gepensioneerde federale en staatsrechters een gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de arrestatie van rechter Dugan. In deze brief stelden zij dat de acties van de federale regering neerkwamen op gecoördineerde intimidatie van de rechterlijke macht, met als doel deze afhankelijk te maken van de uitvoerende macht.
De reactie van opperrechter John Roberts op de commotie rond rechter James Boasberg was ongebruikelijk scherp: hij herinnerde eraan dat impeachment geen legitiem middel is om juridische meningsverschillen te beslechten en beklemtoonde het belang van een onafhankelijke rechterlijke macht als pijler van de democratische rechtsorde.
De vraag is hoelang deze rechterlijke veerkracht standhoudt. De federale rechtbanken vormen de laatste functionerende tegenmacht binnen de Amerikaanse trias politica. Het hooggerechtshof – politiek gepolariseerd en met een conservatieve meerderheid – zou op termijn alsnog de beslissingen van lagere rechters kunnen overrulen.
Aangezien Amerika het gezag van internationale instanties en tribunalen nauwelijks erkent, vormt het hooggerechtshof de laatste buffer tegen een autocratische rechtsstaat. Trump beschikt in beide huizen van het Congres immers over een comfortabele meerderheid. Tot de tussentijdse verkiezingen in november 2026 lijkt hij dan ook weinig te vrezen van het wetgevende apparaat.
Parallellen met Nederland
Hoewel de Nederlandse situatie onvergelijkbaar lijkt met de Amerikaanse, zijn ook hier zorgen ontstaan over de druk op de rechterlijke macht. Opvallend is dat de Rechtspraak in zijn jaarverslag over 2024 voor het eerst een apart hoofdstuk wijdt aan de eigen positie binnen de democratische rechtsorde. Dit lijkt mede ingegeven door internationale ontwikkelingen, waaronder die in de Verenigde Staten.
‘De toonzetting van Nederlandse ministers sluit nauw aan op de retoriek die republikeinse bestuurders in de VS hanteren wanneer zij worden geconfronteerd met onwelgevallige rechterlijke uitspraken’
In het verslag staat te lezen: ‘In de wereld om ons heen is te zien dat kritiek op rechterlijke uitspraken steeds vaker strategisch wordt ingezet. Zelfs in landen met een eeuwenoude rechtsstatelijke traditie wordt die kritiek gebruikt om een tegenstelling te creëren waarbij rechters worden gepositioneerd tegenover “de wil van het volk”. Ook in Nederland zien we politici uit een steeds breder spectrum dit beeld versterken.’
De Rechtspraak laat het niet bij deze constatering. Hij voegt eraan toe: ‘De rechter is niet voor of tegen politieke plannen. Wij zijn niet voor of tegen het beperken van asielinstroom, woningbouw of natuurbescherming. Dit soort keuzes zijn in een democratie aan de samenleving – aan u. De rechter oordeelt niet over wat wenselijk is, maar over wat rechtens is toegestaan. Dat is een fundamenteel verschil.’
Dat is een duidelijk signaal aan politici die de rechterlijke macht publiekelijk ter discussie stellen. Minister Van Weel sprak in maart 2025 ‘met verbazing’ over een rechterlijke uitspraak over het asielbeleid. Minister Faber noemde een vonnis dat drie islamitische sprekers alsnog toegang tot Nederland gaf zelfs ‘een zwarte dag voor Nederland’.
In een andere zaak – de levering van F-35-onderdelen aan Israël – oordeelde het gerechtshof dat Nederland de export moest staken. In het Kamerdebat dat volgde, benadrukte minister Klever dat het aan de Staat is om het buitenlandbeleid vorm te geven en niet aan een rechter.
De toonzetting in deze reacties sluit nauw aan op de retoriek die republikeinse bestuurders in de Verenigde Staten hanteren wanneer zij worden geconfronteerd met voor hen onwelgevallige rechterlijke uitspraken, namelijk dat rechters het politieke beleid niet mogen doorkruisen.
De politieke interventie in individuele rechtszaken in Amerika heeft ook in Nederland de discussie aangewakkerd over de relatie tussen politiek en justitie. In reactie hierop diende D66 dit voorjaar een wetsvoorstel in dat politieke bemoeienis met strafzaken moet uitsluiten. Aanleiding is de huidige bevoegdheid van de minister van Justitie om onder voorwaarden ‘aanwijzingen’ te geven aan het Openbaar Ministerie.
Volgens de indieners maakt het wetsvoorstel deel uit van een ‘breder offensief voor een weerbare democratie’. Hoewel deze aanwijzingsbevoegdheid in Nederland tot dusver uiterst terughoudend is toegepast, leeft de vrees dat die een gevaar voor de rechtsstaat kan vormen als deze in verkeerde handen komt van bijvoorbeeld een toekomstige autoritaire regeringsleider.
Conclusie
De ontwikkelingen in de Verenigde Staten illustreren op pijnlijke wijze hoe snel een democratisch systeem van binnenuit kan worden uitgehold en in hoog tempo afglijdt naar autocratie. Door ongeoorloofde druk uit te oefenen op advocaten en rechters om uitsluitend de partijlijn te volgen, en tegelijkertijd justitie in te zetten als instrument voor politieke doeleinden, is de Amerikaanse trias politica fundamenteel uit balans geraakt. De zittende regering benut de juridische infrastructuur niet langer ter bescherming van het recht, maar ter consolidatie van de eigen macht.
Deze ontwikkelingen blijven in Nederland niet onopgemerkt. Rechters, advocaten, het Openbaar Ministerie, universiteiten en instellingen zoals de Raad van State slaan publiekelijk alarm. Hun boodschap is eensluidend: de weerbaarheid van de Nederlandse rechtsstaat is niet vanzelfsprekend en onderhevig aan sluimerende erosie.
Het is aan politici en beleidsmakers in Nederland om deze signalen serieus te nemen. Dat betekent: terughoudendheid in politieke uitlatingen over rechterlijke uitspraken en bescherming van institutionele onafhankelijkheid. Democratie is geen vanzelfsprekend gegeven, het is een systeem dat voortdurend onderhoud, versterking en waakzaamheid vereist.