vak & mens

gezien

Levenslesjes

In David’s CadillacVerhalen uit een advocatenleven (Edicola Publishing, 2025), deelt de Limburgse Roberto Pennino met gulle hand zijn opgedane levenslessen.

Pennino, in 2003 beëdigd en nu zelfstandig advocaat in Heerlen, werkte in zijn loopbaan onder meer bij de familie Moszkowicz. Anekdotes over Bram, David en zelfs Max sr. ontbreken dan ook niet in zijn bundel van 34 losse verhalen. De auteur is nog altijd onder de indruk van het kantoor Moszkowicz en de ‘ijzersterke merknaam’, opgebouwd dankzij ‘dure maatpakken, snelle auto’s, een meer dan vlotte babbel, uitgekiende optredens in de pers (…) en natuurlijk het juridische vakwerk’.

Vermakelijk is de anekdote waaraan het boek zijn titel ontleent: over de jonge Pennino die met zijn haveloze Peugeot de hagelnieuwe slee van David Moszkowicz deukt. Het leidde tot een onrustige nacht. ‘Ik droomde in de stijl van de Centraal Beheer-commercial. In mijn droom waren het niet Senior en Bram die uitstapten maar David. Hij voelde aan zijn nek en riep in mijn richting: “Dit was je laatste werkdag, jochie.”’

David vergaf zijn jeugdige confrère, maar gaf hem ook een wijze les mee. ‘Probeer je niet meer uit uitzichtloze situaties te manoeuvreren.’

Een levensles waar Pennino er meer van heeft. Zijn bundel bevat verschillende, vaak humoristische verhalen met een boodschap. Dat je als advocaat onder werktijd geen alcohol moet nuttigen – na een met drank overgoten lunch met een dorstige cliënt. Dat je nimmer bij een cliënt in de auto moet stappen – na een bange rit met een bedreigde uitsmijter. Of dat je cliënten op het hart moet drukken jou geen leugens te vertellen – na voor schut te zijn gegaan met een whiplash-simulant. Het advocatenmetier is niet eenvoudig, het zorgt er in ieder geval dat je nooit verlegen zit om een goed verhaal.


Hammersteins waarheid

De Raad van Discipline schrapte voormalig advocaat Oscar Hammerstein eind 2021 van het tableau, onder meer omdat hij meerdere keren zijn geheim­houdings­plicht had geschonden. Op zitting toonde Hammerstein geen blijk van zelfinzicht, oordeelde de raad, maar wees hij vooral naar anderen.

In zijn boek Geachte Confrère, liever geschrapt dan vermoord – een komedie van feiten en leugens (Bertram + De Leeuw, 2025) hanteert Hammerstein dezelfde strategie. Weliswaar is hem een beroepsverbod opgelegd, in 2023 definitief, maar dat zegt meer over de advocatuur dan over Hammerstein. Volgens de tekst op de omslag onthult zijn boek ‘een ontluisterend beeld van een wereld waarin collegialiteit verdampt en de Orde van Advocaten haar eigen beginselen inruilt voor zelfbehoud en rituele zuiveringen’.

De titel van het boek verwijst naar de moord op advocaat Derk Wiersum en journalist Peter R. de Vries, de twee mannen die kroongetuige Nabil B. bijstonden in het Marengo-proces. Ook Hammerstein was, na de moord op Wiersum, korte tijd raadsman van Nabil B. In brieven aan een imaginaire confrère verhaalt hij daar uitvoerig over. In een nauwelijks te ontwarren brij van ‘feiten en leugens’ schetst hij in bijna driehonderd pagina’s een beeld waarin hij zo ongeveer de enige is die het roer recht heeft gehouden. Alle andere mede- en tegenspelers in de Marengo-zaak, inclusief advocatenorde en tuchtrechters, hebben in het beste geval hun beroepseer verloochend en in het slechtste geval de waarheid.

Toch schrijft Hammerstein in het voorwoord dat zijn boek niet is bedoeld als een schreeuw om rehabilitatie of een poging tot afrekening. Het is niets anders dan ‘een poging de waarheid te bewaren in een tijd die daar geen tijd meer voor heeft’.


Vileine passages

Voormalig advocaat Rob Polak voelt de tijdgeest haarscherp aan in zijn jongste roman Vandaag is geen dag voor verraad (Ambo|Anthos, 2025).

Daarin dreigt de democratische rechts­staat Nederland ten prooi te vallen aan populistische autocraten. Het land wordt bestuurd door een incompetente regering die zich geen raad weet met de voortdurende, steeds gewelddadiger demonstraties tegen het overheidsbeleid. Een extreemrechtse en een extreemlinkse politieke partij zien hun kans schoon en bundelen hun krachten. Te midden van al die maat­schappelijke en politieke onrust probeert advocaat Werner van Sterken zichzelf staande te houden.

Polak, die schrijft onder het ‘pseudoniem’ Robert Pollack, put in zijn derde roman opnieuw uit zijn ervaringen als Zuidas-advocaat. Zijn ietwat cynische hoofdpersoon, die een vervuilende chemiereus bijstaat, laat geen kans onbenut zijn vakgenoten de maat te nemen. ‘Verdedigen was nobeler dan aanvallen. Hij voelde minachting voor de advocaten aan de andere kant, die van minder allooi waren en het vooral moesten hebben van de sympathie van de media, die op hun beurt weer te oppervlakkig en bevooroordeeld waren om dit soort zaken goed te kunnen beoordelen.’

Ook journalisten beschouwt hij kritisch, vooral de categorie die zich juridisch deskundig noemt, ‘omdat ze rechten heeft gestudeerd’. Enigszins vilein typeert hij de fictieve journalist Keller: ‘Hij schreef regelmatig stukjes onder de titel “De toestand van het recht”, die niet meer waren dan matige samenvattingen van rapporten van anderen, voorzien van een mening die vooral leek te zijn bedoeld om goed te vallen bij het publiek waarvoor hij schreef.’

De roman, die nogal dunne verhaallijnen kent, moet het met name hebben van dat soort vermakelijke passages.