juridisch opinie
AI verandert de beroepspraktijk, maar de traditionele leerprocessen blijven achter, constateert Nora Streep. Ze pleit voor een fundamenteel andere aanpak van de beroepsopleiding.
De advocatuur staat aan de vooravond van een fundamentele transformatie. Anders dan eerdere technologische vernieuwingen die voornamelijk zagen op ondersteunende taken dringt kunstmatige intelligentie nu door tot de kern van het juridisch werk zelf.
AI-systemen nemen taken over die traditioneel door junior advocaten werden uitgevoerd: due diligence onderzoeken, jurisprudentieanalyse, het opstellen van standaarddocumentatie en het screenen van uitspraken.noot 1
Daarnaast maken cliënten zelf gebruik van AI-tools en vragen hun advocaat om de output te beoordelen, wat het oog van een ervaren advocaat vergt. Deze ontwikkeling creëert wat ik noem een ‘opleidingskloof’; een groeiend hiaat tussen de traditionele leerprocessen en de veranderende beroepspraktijk. De vraag is hoe we de volgende generatie advocaten opleiden wanneer de taken waarmee zij voorheen hun expertise ontwikkelden en ervaring opdeden steeds meer door technologie worden overgenomen.
Wat gaat er verloren?
Om de opleidingskloof te begrijpen, moeten we analyseren welke leerervaringen onder druk komen te staan.noot 2
In transactiepraktijken worden AI-tools steeds vaker ingezet voor due diligence onderzoeken. Ze analyseren contracten, identificeren risico’s en signaleren afwijkingen van marktstandaarden veel sneller dan mensen. Deze efficiëntiewinst is onmiskenbaar, maar er gaat ook iets waardevols verloren.
Jonge advocaten leerden tijdens deze intensieve klussen essentiële vaardigheden: het herkennen van samenhang tussen verschillende juridische documenten, het identificeren van subtiele risico’s die buiten standaardpatronen vallen, het begrijpen van de commerciële context van juridische bepalingen en het werken onder druk met adequate prioriteitstelling.
In de litigationpraktijk nemen AI-systemen steeds meer het jurisprudentieonderzoek over. Waar een junior advocaat voorheen dagen doorbracht met het bestuderen van uitspraken, produceert AI nu binnen seconden een uitgebreide analyse.
Dit elimineert een cruciale leerschool, namelijk het ‘close reading’ van rechterlijke uitspraken. Dit diepgaande leeswerk is essentieel voor het ontwikkelen van juridisch inzicht en het vermogen om nuances in rechtspraak te herkennen – vaardigheden die advocaten onderscheiden van niet-juridisch geschoolde professionals.
De ethische dimensie: nieuwe verantwoordelijkheden
Naast deze directe opleidingsuitdagingen ontstaan nieuwe ethische vraagstukken die om aandacht vragen in de opleiding.
Jonge advocaten moeten leren hoe ze op AI-output kunnen vertrouwen zonder er blind op te varen. Dit vereist inzicht in de werking, mogelijkheden én beperkingen van AI-systemen. Wanneer is menselijke beoordeling essentieel? Hoe herken je situaties waarin algoritmen tekortschieten?
De vraag rijst hoe transparant advocaten moeten zijn naar cliënten over hun AI-gebruik. Moeten cliënten geïnformeerd worden over welke onderdelen van het werk door AI zijn uitgevoerd? Hoe communiceert een advocaat hierover zonder het vertrouwen in diens dienstverlening te ondermijnen?
Er is de vraag naar verantwoordelijkheid: welke aansprakelijkheid dragen advocaten voor fouten gemaakt door AI-systemen? Hoe waarborgen we dat advocaten voldoende inzicht hebben in de door hen gebruikte technologie om deze verantwoordelijkheid te kunnen dragen?
Deze ethische dimensie wordt complexer wanneer we economische aspecten meenemen. Als een advocaat-stagiair voorheen twintig uur besteedde aan een due diligence die nu in twee uur met AI kan worden afgerond, hoe verantwoorden we dan het opleidingsaspect naar cliënten? Moeten cliënten indirect meebetalen aan de opleiding van jonge advocaten door langere processen of moeten kantoren dit zelf absorberen?
De weg vooruit: nieuwe opleidingsstrategieën
Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, moeten we het opleidingstraject fundamenteel heroverwegen. Een nieuwe aanpak vereist vier kernelementen.
- AI-supervisie als kernvaardigheidJunior advocaten moeten leren hoe ze AI effectief kunnen aansturen, de output kritisch kunnen evalueren en wanneer ze moeten ingrijpen. Dit vereist een dieper begrip van zowel de mogelijkheden als beperkingen van AI-systemen.Concreet betekent dit dat opleidingsprogramma’s modules moeten bevatten over de werking van AI in juridische context, inclusief basiskennis over machine learning, natural language processing en de wijze waarop deze technologieën juridische analyses uitvoeren. Dit is geen pleidooi om advocaten tot programmeurs om te scholen, maar om hen voldoende inzicht te geven om intelligent met deze systemen te kunnen samenwerken.noot 3
- Simulatieomgevingen voor verloren leerervaringenTen tweede moeten we gestructureerde leerervaringen creëren die de kennis simuleren die voorheen werd opgedaan tijdens handmatige taken. Dit vraagt om nieuwe didactische methoden en leermiddelen. We kunnen bijvoorbeeld denken aan gesimuleerde due diligence casus waarbij advocaten in opleiding eerst met een beperkte dataset werken voordat ze AI inzetten of aan oefencasuïstiek waarbij zij AI-gegenereerde analyses moeten controleren en corrigeren. Ook gamification is een goede optie waar binnen de Law Firm School (LFS) nu naar gekeken wordt. Door bewust vertraagde of gefaseerde leerprocessen te creëren, kunnen we ervoor zorgen dat fundamentele inzichten niet verloren gaan in de efficiency van AI.
- Focus op uniek menselijke vaardighedenHet opleidingstraject moet sterker inzetten op vaardigheden waar mensen AI (vooralsnog) overtreffen: strategisch denken, creativiteit, ethische afwegingen, cliëntrelaties en onderhandelingen. Dit betekent meer aandacht voor communicatievaardigheden, conflicthantering, emotionele intelligentie en strategisch-juridisch denken. Ook moet er meer nadruk komen op het integreren van verschillende rechtsgebieden en het verbinden van juridische inzichten met bedrijfskundige of maatschappelijke realiteiten – complexe taken die AI niet snel zal overnemen.
- Expliciete ethische trainingDe ethische dimensies van AI-gebruik moeten een integraal onderdeel worden van de beroepsopleiding, met concrete handvatten voor verantwoorde inzet. Dit omvat niet alleen de traditionele beroepsethiek, maar ook technologie-ethiek toegepast op de juridische context. Jonge advocaten moeten leren reflecteren op vragen rond transparantie, verantwoordelijkheid, bias in algoritmen en de grenzen van automatisering in rechtspraktijken. Deze ethische reflectie moet concreet worden toegepast op dagelijkse dilemma’s in de praktijk.
Conclusie: een gezamenlijke verantwoordelijkheid
De juridische sector staat voor een fundamentele keuze: vasthouden aan verouderde opleidingsmethoden of het traject herontwerpen voor een AI-gedreven toekomst. Deze uitdaging geldt voor alle advocatenkantoren.
Het is zaak te werken aan nieuwe opleidingsmodellen met een gedifferentieerde aanpak, toegesneden op verschillende rechtspraktijken. AI dient een volwaardige plaats te krijgen naast de stagiair, en de stagiair moet worden getraind om de uitkomst van AI op waarde te schatten en aan te vullen met menselijke vaardigheden. Daarnaast is het van belang na te denken over het inrichten van een leeromgeving waarbinnen met mock cases en gamification de ervaring wordt opgebouwd die normaal gesproken in de praktijk wordt opgedaan.
De advocaat van morgen is geen concurrent van AI, maar een orchestrator die technologie strategisch inzet waar mogelijk en uniek menselijke expertise toevoegt waar nodig. De NOvA, opleidingsinstituten en kantoren dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze transitie zorgvuldig te begeleiden.
Door nu te investeren in nieuwe opleidingsmodellen kunnen we ervoor zorgen dat de juridische expertise die generaties lang is opgebouwd niet verloren gaat, maar wordt verrijkt met nieuwe digitale vaardigheden. Zo waarborgen we dat de rechtspraktijk menselijk blijft in een steeds meer geautomatiseerde wereld – niet door technologie te weerstaan, maar door haar intelligent te integreren in een steeds evoluerende professie.
Noten
-
Interessant in dit verband is de analyse van Daniel Susskind over wat het zijn van een professional inhoudt. Een beroep (zoals dat van advocaat) is niet een vaststaand iets, maar goedbeschouwd een verzameling van verschillende taken die in meer of mindere mate vatbaar zijn voor digitalisering of overname door AI. (de ALM-hypothesis) D. Susskind, A world without work, Technology, Automation and How We Should Respond, Londen, Penguin, 2020, p. 38 e.v.
-
Vanwege de omvang van deze bijdrage beperk ik me tot de twee belangrijkste werkterreinen van de LFS-kantoren.
-
En te beschouwen als een uitvloeisel van de kernwaarde deskundigheid.