actueel
De Tweede Kamer heeft zijn zegen gegeven aan het nieuw Wetboek van Strafvordering. Het gemoderniseerde wetboek kende een lange aanloop en moet tientallen jaren meegaan. Toch konden de fracties zich niet helemaal ontworstelen aan de waan van de dag.
Het vergde dertien jaar voorbereiding, vijf wetgevingsoverleggen en een plenair debat, maar nu ligt er dan toch een resultaat: de Tweede Kamer is akkoord met het nieuw Wetboek van Strafvordering (WvSv).
Op 25 maart stemde de Kamer over een reeks moties en amendementen die het sluitstuk vormden van de inhoudelijke politiek-juridische discussies tussen regering en volksvertegenwoordiging. Een week later volgde de eindstemming over de nieuwe wet, maar dat was nog slechts een formaliteit.
Het nieuw WvSv geldt vanaf 1 april 2029 en vormt het fundament voor de opsporing, vervolging en berechting van mensen die van een misdrijf worden verdacht. Anders dan het huidige wetboek telt de gemoderniseerde versie geen zes maar acht inhoudelijke boeken, waarvan nummer twee over het opsporingsonderzoek het omvangrijkst is.
Het aantal wetsartikelen in de acht boeken overschrijdt de grens van duizend. Niettemin leidden de recente Kamerdebatten slechts tot een handvol aanpassingen. Al met al is het wetgevingstraject soepel verlopen, complimenteerde NSC-Kamerlid Willem Koops minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) en staatssecretaris Struycken (Rechtsbescherming). ‘Er wordt een reeks aan onderwerpen die elk van ons aan het einde bezighoudt, naar voren gebracht, maar laten we hier even vaststellen dat meer dan duizend artikelen uit het nieuw Wetboek van Strafvordering niet eens genoemd worden.’
Het weinige venijn zat in de staart van het debat. D66-woordvoerder Joost Sneller wond zich op over PVV’er Emiel van Dijk, die hij beschuldigde van ‘moedwillige wetgevingssabotage’. Van Dijk had eerder op de dag drie amendementen ingediend om te verhinderen dat het Openbaar Ministerie strafbeschikkingen oplegt aan ‘criminele asielzoekers’ en verdachten van misdrijven tegen zeden, persoonlijke vrijheid en mishandeling. Verder wilde Van Dijk strafbeschikkingen beperken tot misdrijven met een maximale gevangenisstraf van drie jaar, in plaats van de huidige maximale zes jaar.
Fundamentele wijzigingen die niet eerder besproken waren, fulmineerde Sneller, en een middelvinger naar burgers die mogen rekenen op zorgvuldige wetgeving. Zijn boosheid miste zijn uitwerking niet. De Tweede Kamer verwierp de voorstellen van Van Dijk.
De Kamer ging evenmin akkoord met het amendement van Sneller die het OM wilde dwingen verdachten minder snel voorlopige hechtenis op te leggen. Bijna een derde van alle gedetineerden zit in voorlopige hechtenis, hetgeen ruim boven het Europees gemiddelde is. Sneller wilde vastleggen dat het OM eerst alternatieven benut, zoals huisarrest, borgsom of enkelband, maar zijn voorstel kwam vier stemmen tekort. Twee amendementen van Sneller om de rechter verplicht te laten motiveren waarom voorlopige hechtenis noodzakelijk en proportioneel is, oogstten wel een meerderheid.
Evenmin succesvol was de kruistocht van voormalig strafadvocaat Koops tegen de in zijn ogen te korte beroepstermijnen. Hij pleitte ervoor de termijn voor het instellen van hoger beroep te verruimen van zes weken naar drie maanden. Verzet tegen een strafbeschikking zou geen twee maar zes weken bedenktijd moeten krijgen. In het eerste geval krijgt de advocaat meer tijd om de kansen op succes te wegen, in het laatste geval heeft een gestrafte meer tijd een advocaat te zoeken. Koops’ argumenten vonden geen gehoor, ook niet bij staatssecretaris Struycken. Hij waarschuwde voor nog langere strafprocedures als Koops zijn zin zou krijgen.
VVD’er Ulysse Ellian behaalde met een zevental aangenomen amendementen in numeriek opzicht het meeste succes. Die leiden ertoe dat verdachten in EBI’s en AIT’s in beginsel via videoconferentie gehoord worden tijdens een terechtzitting, hetgeen duur en risicovol vervoer overbodig maakt. Verder moet het OM in de toekomst ook aan slachtoffers motiveren waarom een strafzaak geseponeerd wordt. Slachtoffers krijgen ook het recht om processtukken in te zien als het OM besluit niet te vervolgen.
Het door Ellian en Sneller gezamenlijk ingediende amendement over het getuigenverhoor door de rechter-commissaris behaalde een nagenoeg unanieme Kamermeerderheid. Het nieuwe WvSv ging er aanvankelijk vanuit dat een verdachte het recht heeft aanwezig te zijn bij getuigenverhoren. Met name het OM en de Rechtspraak bleken daartegen gekant, uit angst dat getuigen dichtklappen in de nabijheid van een verdachte. Slachtoffers van zedenzaken zouden het vermeende misdrijf kunnen herbeleven. Als gevolg van het amendement-Ellian/Sneller blijft de verdachte straks thuis (of in de cel) en wordt de raadsman uitgenodigd voor het getuigenverhoor.
Een van de pijlers onder het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering is de zogenoemde ‘beweging naar voren’. Daarmee wordt bedoeld dat een strafzaak tot in de puntjes moet zijn voorbereid zodra die ter zitting komt. Processtukken dienen tijdig beschikbaar te zijn en het strafdossier digitaal toegankelijk. Zodra er een procesinleiding ligt, krijgt de verdediging een maand de tijd om verzoeken tot getuigenverhoor in te dienen. De negentigdagenregeling vervalt, waardoor minder tijdrovende pro-formazaken nodig zijn.
Diverse fracties vrezen dat die beweging naar voren echter niet goed uit de verf komt. Ze vinden dat de rechter-commissaris best wat meer instrumenten mag krijgen om de regie te kunnen voeren. Zo zou hij advocaten op straffe van sancties moeten kunnen verplichten hun onderzoekswensen tijdig in te dienen. Dat is echter niet wenselijk, oordeelden staatssecretaris Struycken en regeringscommissaris Knigge. Volgens hen kun je de verdediging niet dwingen in het vooronderzoek alle wensen op tafel te leggen. Knigge: ‘Je kunt die mogelijkheid alleen maar faciliteren, aantrekkelijk maken. Wil je verdergaan dan dat, dan kom je onherroepelijk in strijd met de eisen van een eerlijk proces, zeker als het gaat om getuigen à charge, want de verdachte heeft gewoon het recht om die te ondervragen. Zelfs als die in een laat stadium van het geding daarmee aankomt, is er heel weinig ruimte om een dergelijk verzoek te weerleggen.’
Het argument overtuigde de Kamer niet. Een motie die het kabinet vraagt om in een aanvullingswet ‘de beweging naar voren duidelijker te verankeren’ door nalatigheid van de verdediging te sanctioneren, kreeg een ruime meerderheid. Alleen PVV, NSC en CDA stemden tegen.