actueel kort nieuws

Ook curatoren onderbetaald

Staatssecretaris Struycken (Rechts­bescherming) vindt dat curatoren tenminste twintig uur vergoed moeten krijgen voor de afwikkeling van een faillissement. Binnen de begroting van zijn ministerie is daar echter geen geld voor beschikbaar.

Struycken reageert daarmee op een rapport van het WODC over de beloning van curatoren bij lege boedels. Een curator wordt betaald uit een faillissements­boedel, maar loopt vaak inkomsten mis omdat er in een kwart van de gevallen niets te halen valt. Daarbij is er geregeld sprake van fraude of wanbeleid door onder­nemers. Volgens het WODC-rapport lopen curatoren per faillissement gemiddeld 7.500 euro mis, wat optelt tot 87 miljoen euro per jaar.

De onder­zoekers achten het wenselijk dat curatoren in de toekomst standaard twintig uur per faillissement betaald krijgen, tegen een tarief van circa 280 euro per uur. Naar schatting is daarvoor jaarlijks 2,8 miljoen euro nodig. Daarnaast zou er nog geld moeten worden gereserveerd dat curatoren in staat stelt onder­zoek te doen naar onregel­matig­heden.

Volgens de onder­zoekers kan de rekening worden neergelegd bij de rijksoverheid, het bedrijfsleven of bij de banken. Zo is onder meer geopperd om bedrijven bij hun inschrijving bij de Kamer van Koophandel een zogenoemde ‘verwijderings­bijdrage’ te laten betalen. Deze bijdrage kan dan worden gestort in een fonds dat de afwikkeling van lege boedels financiert. Ook banken kunnen geld in die pot storten, net zoals de curatoren zelf vanuit gevulde boedels.

In zijn reactie op het WODC-rapport erkent Struycken de ernst van het probleem. De legeboedel­problematiek vormt een bedreiging voor de houdbaarheid van ons faillissements­systeem en daarmee voor het economisch klimaat in Nederland, schrijft hij de Tweede Kamer. De rekening mag echter niet bij het rijk komen te liggen, benadrukt de staats­secretaris. ‘Dekking uit de algemene middelen ligt niet voor de hand en op de begroting van JenV is geen budget beschikbaar.’


Actieplan tegen acuut tekort

De Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) pleit voor ‘snel uitvoerbare maat­regelen’, om jaarlijks tweehonderd nieuwe sociaal advocaten aan de slag te krijgen. Er zou een begeleidings­vergoeding voor patroons moeten komen en een garantiefonds voor stagiair-ondernemers.

Patroons krijgen volgens het plan 15.000 euro begeleidingsvergoeding per stagiair per jaar. Deze subsidie, die boven op de al bestaande subsidieregeling beroeps­opleiding komt, moet patroons tegemoetkomen in hun investering in de opleiding van de stagiair.

Daarnaast bepleit de VSAN de vorming van een fonds dat iedere stagiair-ondernemer 45.000 euro garant­stelling biedt. De NOvA stelt een krediet verplicht voor stagiair-ondernemers. Een garantie­fonds maakt het gemakkelijker een lening af te sluiten.

Ten slotte moet de voorschotregeling voor stagiairs terugkeren, vindt de VSAN. Advocaten wachten gemiddeld een jaar op de uitbetaling van toevoegingen. Niet iedereen heeft voldoende reserves om die periode te overbruggen.

‘De toegang tot het recht staat onder druk, en als we niet snel handelen, zullen de meest kwetsbaren in onze samen­leving hiervan de dupe zijn,’ zegt Reinier Feiner, voorzitter van de VSAN. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat zowel een structureel plan voor de lange termijn als gerichte maat­regelen voor de korte termijn nood­zakelijk zijn om het beroep van sociaal advocaat levens­vatbaar te houden.’

De maat­regelen maken onderdeel uit van een zogenaamde tweesporen­oplossing. Naast de korte­termijn­oplossingen werkt de VSAN aan een structurele aanpak, waarin het opleiden van sociaal advocaten centraal staat.

Feiner: ‘We kunnen niet blijven wachten op betere vergoedingen, minder complexe wetgeving of een kantoor­model van de toekomst, hoewel we al deze oplossingen ondersteunen. Het grootste en meest urgente probleem op dit moment is het uitblijven van jonge aanwas en de vervroegde uitstroom van jonge advocaten. Als we nu geen maat­regelen nemen, hebben we straks simpelweg niet genoeg sociaal advocaten om mensen in juridische nood te helpen.’