toezicht op de advocatuur

Bepaling Wwft risicoprofiel: hoe doet u dat eigenlijk?

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vereistnoot 1 dat de advocaat een cliënten­onderzoek verricht. De diepgang hiervan (vereenvoudigd, regulier of verscherpt) is afhankelijk van het risicoprofiel van de cliënt en van de specifieke werkzaamheden die worden uitgevoerd voor de cliënt. In dit artikel wordt uiteengezet hoe het risicoprofiel kan worden bepaald, gebaseerd op ervaringen uit de praktijk van de toezicht­houder en het Kenniscentrum Wwft. Uitgangspunt is dat de Wwft risicogericht is en dat de bepaling van het risicoprofiel niet tot in detail is beschreven in de wet.

Risicobeoordeling

Om te bepalen welk soort cliënten­onderzoek moet worden uitgevoerd, is een advocaat verplicht om voor het aangaan van een zakelijke relatie een risico­beoordeling te maken. Daarbij is een goede schriftelijke onderbouwing een wettelijk vereiste. Zonder deze onderbouwing blijkt uit het dossier onvoldoende wat het risico op witwassen en financieren van terrorisme is in de betreffende zaak en wordt mogelijk met onvoldoende diepgang het cliënten­onderzoek uitgevoerd. Een mogelijk ongebruikelijke transactie kan zo aan de aandacht ontsnappen.

Normaal, laag en hoog risico

Uitgangspunt is dat het risico als normaal wordt beoordeeld. Alleen als sprake is van risicoverlagende factoren én er geen risico­verhogende factoren aanwezig zijn, kan het risico als laag worden beoordeeld. De enkele omstandigheid dat een cliënt bijvoorbeeld woonachtig of gevestigd is in een laagrisicoland, is onvoldoende om de classificatie ‘laag risico’ toe te kennen. Indien sprake is van risico­verhogende factoren wordt in beginsel de classificatie ‘hoog risico’ toegekend.

Voorbeeld risicobeoordeling

U stelt in opdracht van cliënt, een Nederlandse vennootschap met één directeur-grootaandeelhouder, een koop-/​verkoop­overeen­komst op van 25% van de aandelen in een Nederlands bedrijf dat in Nederland geproduceerde meubels verkoopt die in bezit zijn van de Nederlandse oprichter van het bedrijf. Hierbij worden geen bijzondere bepalingen overeengekomen en wordt de koopsom bepaald door een deskundige.

Cliëntgebonden risico­factoren Cliënt is een Nederlandse vennootschap zonder complexe structuur
Product-, dienst-, transactie- en leverings­kanaal­gebonden risico­factoren
  • Verkoop van meubels is geen risicosector.
  • Er is geen sprake van bijzondere of ongebruikelijke verzoeken ter verwerking in de overeenkomst.
  • Op voorhand lijkt een redelijke transactieprijs overeengekomen (te worden).
Geografische risico­factoren De transactie speelt zich geheel af binnen Nederland.

In dit voorbeeld is geen sprake van risico­verhogende factoren. Ook dan dient u het risicoprofiel te onderbouwen. Een vastlegging als ‘ik ben alle risico­factoren uit de bijlagen I, II en III nagegaan en heb geen aanwijzingen dat één of meerdere risico’s zich voordoen in deze zaak’, is niet afdoende.

Uit de onderbouwing in dit voorbeeld blijkt dat risico­verhogende factoren ontbreken en dat sprake lijkt van een normaal risico. De onderbouwing dat tevens geen sprake lijkt van risicoverlagende factoren is hier minder relevant.

Bent u bij een risico­beoordeling van mening dat sprake is van een laag risico, dan zult u ook dat moeten onderbouwen en vastleggen. Bij risicoverlagende factoren kunt u denken aan beurs­genoteerde bedrijven, overheids­instanties of onder toezicht staande financiële instellingen.

Praktische invulling

De Wwft somt op welke onderdelen deze risico­beoordeling moet bevatten. Het betreft onder meer: 1) cliëntgebonden, 2) product-, dienst-, transactie- en leverings­kanaal­gebonden en 3) geografische risico­factoren. De bijlagen I, II en III bij de vierde anti-witwasrichtlijnnoot 2 bevatten niet-limitatieve lijsten met voorbeelden van risico­factoren die richting kunnen geven bij de keuze voor een normaal, laag of een hoog risico. Deze risico­factoren zijn uitgewerkt in (onder andere) het National Risk Assessment (NRA)noot 3 en de FATF High Risknoot 4 en Increased Monitoringnoot 5 landenlijsten. In de risico­beoordeling legt de advocaat per type risicofactor vast wat er in het concrete geval van toepassing is en welk type cliënten­onderzoek wordt uitgevoerd.

Tips
  • Maak gebruik van het Model risicobeleidnoot 6 dat de dekens bij de publicatie van de Beleidsregel Toezicht Wwft 2023 beschikbaar hebben gesteld.
  • Gebruik bij het vastleggen van het cliënten­onderzoek, waaronder de bepaling van het risicoprofiel, het Wwft-formuliernoot 7 dat de dekens bij de publicatie van de Beleidsregel Toezicht Wwft 2023 beschikbaar hebben gesteld. Indien de door u gebruikte software het Wwft cliënten­onderzoek ondersteunt, beoordeel of de vastleggingen inzake het risicoprofiel voldoen aan wet- en regelgeving.
  • Bij een nieuwe zaak voor een bestaande cliënt dient u het eerder vastgelegde risicoprofiel van de cliënt te actualiseren en het risicoprofiel te bepalen van de specifieke nieuwe zaak.

Meer informatie

Voor nadere informatie verwijzen wij u graag naar toezichtadvocatuur.nl/​toezicht/​wwft.

Toezicht op de advocatuur

Het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door de dekens van de elf arrondissementen, verenigd in het deken­beraad. De dekens voeren het toezicht onafhankelijk, transparant, uniform en effectief uit. Kijk voor meer informatie op www.toezichtadvocatuur.nl.