actueel
OM: Bewijs tegen Weski in ruime mate aanwezig
Volgens het Openbaar Ministerie (OM) is er in ruime mate bewijs dat voormalig advocaat Inez Weski vanuit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught boodschappen en opdrachten doorspeelde van en naar haar cliënt Ridouan Taghi. Dat bleek half januari tijdens de eerste regiezitting in de strafzaak tegen Weski in de rechtbank Rotterdam.

Het OM verdenkt Weski van deelname aan de criminele drugs- en witwasorganisatie van Taghi. Volgens het OM heeft Weski ruim achtduizend cryptoberichten gewisseld met Faissal T., de 24-jarige zoon van Taghi, en anderen. Met haar handelwijze zou zij eraan hebben bijgedragen dat Taghi vanuit de EBI door kon gaan met drugshandel en het witwassen van misdaadgeld. Voor de officieren van justitie is het duidelijk dat Weski haar rol als advocaat en geheimhouder heeft ‘misbruikt. Door deze handelwijze is advocaat Weski onderdeel geworden van de criminele organisatie Taghi’. Het OM zegt er rekening mee te houden dat Weski onder dwang of dreiging boodschapper van Taghi werd.
Weski was zelf niet aanwezig vanwege ‘diverse zwaarwegende, persoonlijke, medische omstandigheden’, maar werd vertegenwoordigd door haar advocaten Geert-Jan en Carry Knoops. Carry Knoops las het laatste woord van Weski voor. Daarin noemt ze de uitlatingen van het OM over de strafzaak tegen haar ‘onzorgvuldig, onrustzaaiend en schadelijk’. Volgens haar heeft het OM in aanloop naar de strafzaak onjuiste dingen gezegd in de media. Tijdens de zitting kwamen ook de omstandigheden rondom Weski’s detentie ter sprake. Weski zegt dat ze enige tijd is vastgehouden in de atoombunker van Kamp Zeist, onder zware leefomstandigheden.
Verschoningsrecht
Weski kan in het kader van haar strafzaak geen beroep doen op haar verschoningsrecht, vindt het OM. ‘Zij verschuilt zich ten onrechte in haar toga. Weski heeft als verdachte het recht te zwijgen, maar het verschoningsrecht is niet ter bescherming van de advocaat zelf. De rechter bepaalt de grenzen van geheimhouding en verschoningsrecht. En die zijn wat ons betreft ruim overschreden.’
Geert-Jan Knoops vindt de uitspraak dat Weski zich verschuilt achter het verschoningsrecht een ‘onbehoorlijke suggestie. Vele cliënten van Weski zouden geraakt kunnen worden als zij haar verschoningsrecht zou doorbreken. En het verschoningsrecht is een van de pilaren van de rechtsstaat, zegt de Hoge Raad’. Weski laat in haar laatste woord weten dat haar procespositie niet anders zal kunnen zijn dan zich te beroepen op het verschoningsrecht. ‘Om mijn cliënten te beschermen die ik gedurende 45 jaar heb bijgestaan.’
De volgende zitting staat gepland voor 10 april om 9.00 uur. Weski zegt te proberen daarbij aanwezig te zijn.