juridisch opinie
Een verbod op contante betalingen in de advocatuur dient ruimte te laten voor uitzonderingen, beargumenteert Aldert van der Bent.
In 2014 beschreef ik in dit blad, samen met mijn kantoorgenoot Patrick Slob, hoe het ook alweer zit met contante betalingen.noot 1 Per 1 januari van dat jaar was de grens voor overleg met de deken verlaagd naar € 5.000. Vermeldenswaard is dat uit de toelichting op het toenmalige artikel 10 Vafi blijkt dat een volledige beperking van contant betalingsverkeer onwenselijk en onmogelijk werd geacht.
Anno 2024 geven onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam de NOvA in overweging om contante betalingen geheel te verbieden.noot 2 De vraag rijst daarom wat er sinds 2014 is veranderd dat maakt dat de onderzoekers er geen probleem meer in zien om deze eerder onwenselijk en onmogelijk geachte beperking nu wél in te voeren. Het antwoord is: niets.
Ook de onderzoekers onderkennen dat er nog altijd goede redenen kunnen zijn om contante betalingen te aanvaarden. Zo wordt een respondent aangehaald die coffeeshophouders en prostituees noemt als groepen die moeite hebben om een bankrekening te krijgen. Ook wordt het asiel- en vreemdelingenrecht genoemd als praktijk waarin regelmatig behoefte bestaat aan de mogelijkheid de advocaat contant te betalen.noot 3
Aan de groep ‘probleemcliënten’ kunnen worden toegevoegd de inwoners van en de ondernemingen gevestigd in diverse buitenlanden. Zo kwam een Kameroense rederij persoonlijk en contant het door mijn kantoor gevraagde voorschot betalen voor een kort geding ter opheffing van het beslag op een sleepboot (uiteraard na overleg met de deken). Kameroense exportbeperkingen verhinderden namelijk het tijdig overmaken van geld naar Nederland. Maar ook een Egyptische aspirant-cliënt kreeg het recentelijk niet voor elkaar om geld naar Nederland over te maken.
Er zullen ongetwijfeld nog meer groepen zijn aan te wijzen, en de lijst zal ongetwijfeld met de tijd ook wijzigingen ondergaan. Maar het is ook in de toekomst niet goed voorstelbaar dat iedere cliënt met een gerechtvaardigde zaak door de Nederlandse advocatuur kan worden bediend zonder ooit contant geld aan te nemen. Het goede nieuws is: dat is ook niet wat in het rapport wordt betoogd.
Al in 2014 constateerden wij dat advocaten het notoir ingewikkeld vinden om de huidige regels te doorgronden. Waar het uitgangspunt is: ‘nee, tenzij’, is de afdronk van velen: ‘geen probleem, zolang boven de € 5.000 maar wordt overlegd met de deken’. En voor zover men zich bewust was van de verplichting om overleg te voeren, deed het gering aantal verzoeken om overleg vermoeden dat dat bewustzijn niet in alle gevallen daadwerkelijk tot het voeren van overleg leidde.
De onderzoekers van de EUR constateren dezelfde fenomenen anno 2024, en bevelen dan ook in de eerste plaats aan om de onduidelijkheid in de regelgeving uit de wereld te helpen. Bijvoorbeeld door het uitvaardigen van een algeheel verbod. Maar wel een verbod met een hardheidsclausule voor uitzonderlijke situaties.noot 4
Een dergelijke wijziging valt toe te juichen, omdat zelfs, of moet ik zeggen: juist, advocaten behoefte hebben aan heldere en eenduidige regels. En degenen die echt tegen een probleemcliënt aanlopen, weten heus wel de hardheidsclausule te vinden.
Al jaren is duidelijk dat de meeste problemen met contante betalingen zich voordoen in de strafrechtpraktijk. Daar zit niet alleen het grootste risico om betrokken te raken bij datgene wat met de onderhavige regelgeving wordt gepoogd te voorkomen, namelijk witwassen, maar juist daar ook verdienen advocaten harde regels die hen in staat stellen de cliënt duidelijk te maken dat aan hun wens simpelweg niet kan worden voldaan. Zonder dat zij hoeven te vrezen dat de conculega om de hoek zich buigzamer zal tonen.
Noten
-
A.C. van der Bent & P.F. Slob, Contante betalingen, Adv.bl. mei 2014, p. 65.
-
L. Post e.a., Betalingen aan advocaten en daarmee gepaard gaande risico’s, Erasmus Universiteit Rotterdam 2024, p. 92.
-
L. Post e.a., a.w., p. 62.
-
L. Post e.a., a.w., p. 92.