vak & mens
gezien
Groene misdaad

Groene misdrijven tasten niet alleen onze omgeving aan, maar zijn ook fundamentele, maatschappelijke problemen geworden. Hoog tijd voor een eerste Nederlandstalig onderzoeksboek over groene criminologie, vonden verschillende docenten, onderzoekers en criminologen.
In de afgelopen jaren heeft groene criminologie zich ontwikkeld tot een afzonderlijk vakgebied binnen de criminologie, onder invloed van ecologische crises als gevolg van illegale houtkap, mijnbouw, vervuiling, klimaatverandering en de handel in bedreigde diersoorten. In Basisboek groene criminologie (Boom Den Haag, 2024) bespreken de verschillende auteurs, onder redactie van universitair hoofddocent criminologie Daan van Uhm, de verschillende aspecten van groene criminologie. Het eerste deel richt zich op de ontwikkeling en rol van het vakgebied bij het bestuderen van groene criminaliteit en schade. De verschillende auteurs gaan onder meer in op milieugerelateerde problemen in plattelandsgebieden en het belang van groene culturele criminologie. Het tweede deel richt zich op de daders, slachtoffers en rechten in relatie tot groene misdaden. Aan bod komen onder meer het criminologisch onderzoek naar milieucriminaliteit gepleegd door bedrijven en de rol van georganiseerde misdaad in groene criminaliteit en de schade ervan. Het derde deel gaat in op verschillende vormen van groene criminaliteit, zoals illegale regenwoudexploitaties, de pfas-vervuiling en het mestoverschotprobleem. Het vierde deel behandelt de reacties op groene criminaliteit. In hoeverre wordt milieucriminaliteit bijvoorbeeld geduid als een (belangrijk) probleem, en hoe ernstig vindt men (specifieke vormen van) milieucriminaliteit eigenlijk? Een nuttige bron van ruim vierhonderd pagina’s voor advocaten die zich bezighouden met groene misdaden en eenieder die zich hardmaakt voor een duurzamere toekomst.
Robin Hood als belastingontwijker

Wegens succes geprolongeerd, kun je zeggen van het Groot Juridisch Sprookjesboek 2 (Flying Pencil). Deel 1 kwam vorig jaar uit en werd zo enthousiast ontvangen dat initiatiefnemer Noa de Leon-van den Berg wel een vervolg móést samenstellen.
Ook het tweede deel is een feestje om te lezen, hier en daar een minder geslaagde vertelling daargelaten. Hoewel een gouden greep om oude sprookjes te beschouwen door een hedendaagse juridische bril, vereist het soms een wel erg lenige geest om de auteur te volgen in zijn of haar analyse. Wat bijvoorbeeld Klein Duimpje te maken heeft met de grondbeginselen van de Europese Unie blijft een raadsel, hoe goedbedoeld ook de uitleg van de auteur. En een pamflet tegen agressieve honden, gekoppeld aan een sprookje van La Fontaine, hoort niet thuis in het boek, hoewel geen weldenkend mens het oneens zal zijn met de auteur.
Gelukkig bevat het sprookjesboek genoeg pareltjes om de incidentele minpuntjes te doen vergeten. Zo is het allereerste sprookje van de Vier Volleerde Broers, over onderhandelen en de vaststellingsovereenkomst, meteen een voltreffer. En ook de laatste, van de Chinese Nachtegaal en het kerkelijk recht, is een schot in de roos. Er zijn meer kunststukjes. Wie had ooit kunnen denken dat Belle, die van Het Beest, eigenlijk leed aan het stockholmsyndroom? Of dat Robin Hood, hoewel hij de behoeftigen wilde helpen, eigenlijk een ordinaire belastingontwijker was?
Per saldo telt het Groot Juridisch Sprookjesboek ruim dertig sprookjes, mythen, fabels en legendes, geschreven door evenzoveel juristen. Noa de Leon is erin geslaagd een grote diversiteit aan rechtsgebieden de revue te laten passeren, zodat er voor elke specialist wel een aha-momentje voorbijkomt. Maar ook de niet-specialisten kunnen lering (ende vermaeck) trekken uit de juridische sprookjes. Tenslotte zijn sprookjes niets anders dan amusante levenslesjes voor de gewone man.
Verlangen naar gerechtigheid

Zonder gerechtigheid geen herstel, aldus de Amerikaanse psychiater Judith Lewis Herman. In haar jongste boek Waarheid, eerherstel en gerechtigheid (Mens!, 2024) buigt ze zich over het laatste stadium van herstel voor slachtoffers van geweld.
Herman, klinisch hoogleraar psychiatrie aan de Harvard Medical School, ziet gerechtigheid als een essentiële schakel in het proces van heling en herstel voor slachtoffers van ernstige misdrijven. In haar vorige boek Trauma en herstel beschreef ze hoe het herstellen van trauma in drie fasen verloopt. In de eerste fase richt het slachtoffer zich op de taak om veiligheid te creëren in het heden, om beschermd te zijn tegen meer geweld. In de tweede fase van herstel keert het slachtoffer terug naar het verleden om te rouwen en betekenis te geven aan het trauma. In de derde fase gaat de blik naar de toekomst. In haar nieuwe boek schrijft zij over het laatste stadium van herstel: gerechtigheid. Trauma is volgens Herman een sociaal probleem, dat niet alleen wordt veroorzaakt door daders. Ook de acties of het gebrek daaraan van omstanders slaan wonden. Herman legt in haar boek uit wat rechtvaardigheid en gerechtigheid voor veel slachtoffers inhoudt en probeert een voorstelling te maken van hoe anders onze rechtssystemen kunnen zijn als er echt rekening wordt gehouden met hun behoeften. Het boek is opgedeeld in drie delen. Het eerste deel gaat over macht (regels van tirannie, regels voor gelijkheid en het patriarchaat). In het tweede deel beschrijft ze verschillende visies op gerechtigheid (erkenning, verontschuldiging en rekenschap). Het derde deel gaat over helen (genoegdoening, rehabilitatie en preventie).