actueel

Extra geld voor sociale advocatuur laat op zich wachten

De sociale advocatuur krijgt er geld bij, maar minder dan bij de vorige inhaalslag. De beroeps­groep moet zelf het andere been bijtrekken, is de conclusie na twee dagen politiek debat over de justitiebegroting.

Het Tweede Kamerlid Michiel van Nispen (SP) kon zijn chagrijn maar amper verbergen, toen hij staats­secretaris Teun Struycken (Rechts­bescherming) vroeg waarom er op diens begroting geen extra geld is uitgetrokken voor de sociale advocatuur. Heeft het kabinet dan helemaal niets geleerd van de eerste Commissie-Van der Meer?

In 2018 concludeerde een regeringscommissie onder leiding van raadsheer Herman van der Meer dat de gefinancierde rechtsbijstand een extra impuls vereiste van jaarlijks 127 miljoen euro. Het rapport verdween in een la. Pas na eindeloos geruzie met oppositie en advocatuur ging het kabinet-Rutte overstag. De toeslagenaffaire gaf de doorslag.

Het puntentarief ging omhoog van ruim 108 euro in 2019 naar 126,55 euro dit jaar. De toename van bijna zeventien procent is echter meer dan tenietgedaan door de inflatie. Om die reden – én omdat het aantal sociaal advocaten blijft teruglopen – is de Commissie-Van der Meer opnieuw aan het werk gezet. Het advies volgt eind februari.

Hoewel naar verwachting opnieuw een flinke zak geld nodig is, heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid daar in zijn begroting voor 2025 niet op voorgesorteerd. Onbegrijpelijk, brieste de doorgaans zachtaardige Van Nispen eind november in het debat met de bewinds­lieden. ‘Hoe gaan we nou voorkomen dat we straks weer een jarenlange politiek strijd hebben, met enorm gedoe en stakingen en protesten, en dat de debatten daar alleen nog maar over gaan. We hebben dat meegemaakt met Van der Meer I in de tijd van Dekker. Hoe voorkomen we dat we dat straks wéér krijgen met de Commissie-Van der Meer II, met staats­secretaris Struycken?’

De zorgen van Van Nispen werden weliswaar gedeeld door GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren, maar meer momentum kon hij niet creëren. De regeringsfracties hielden hun kruit droog. Nieuwkomer NSC vond helemaal niets over de sociale advocatuur. De PVV zocht het in minder overheidsprocedures, zodat er minder sociaal advocaten nodig zijn. D66 en VVD erkenden de problemen wel, maar zien in geld alleen geen oplossing.

Joost Sneller van D66 signaleerde wel dat ‘alle seinen op rood staan voor de beroeps­groep’, maar vroeg om een uitgebreider aanvalsplan. ‘Zonder extra geld kunnen we het tij straks niet keren, maar met alleen extra geld gaat dat ook niet lukken. Voor het opleiden van voldoende nieuwe sociaal advocaten is namelijk ook een andere aanpak nodig.’

‘Ik wil wat doen, maar ik kan pas wat doen als ik weet wat ik moet doen’

Zijn VVD-collega Ulysse Ellian ging nog een stapje verder. De afgelopen vijf jaren hebben in zijn ogen laten zien dat extra geld de problemen niet oplost. ‘Ik denk dat mensen intrinsiek niet meer gemotiveerd zijn om het te doen en dat het vak, niet alleen vanwege de beloning, maar ook door het type zaken, niet meer interessant is. Ik denk dat een fundamentele herbezinning nodig is, met als onderdelen: geld, de rol van de grote kantoren, uiteraard de rol van de overheid, maar ook of het levensvatbaar is op deze manier.’

Ellian opperde sociaal advocaten in overheidsdienst te nemen, voor een liberaal een opmerkelijk idee. ‘Ik vraag me echt af of dat het vak niet aantrekkelijker gaat maken. Jonge mensen willen namelijk baanzekerheid. Zij willen met andere mensen kunnen werken.’

Een buitengewoon interessante gedachte, zei NSC-staats­secretaris Teun Struycken, maar hij wil niet die kant op. Dan moet je ook deurwaarders, notarissen, gerechtstolken en faillissementscuratoren in overheidsdienst nemen, kortom elke juridische beroeps­groep met een sociale component.

Evenmin wil Struycken nu al extra geld vrijmaken voor de sociale advocatuur. Hoewel hij toegaf dat er iets moet gebeuren, moet eerst Van der Meer zijn zegje doen. ‘Ik wil wat doen, maar ik kan pas wat doen als ik weet wat ik moet doen.’ Met dat rapport in de hand gaat hij vervolgens naar het kabinet, waarna ‘financiële besluitvorming’ kan plaatsvinden. Als bewindsman heeft hij zich nou eenmaal te houden aan het reguliere begrotings­proces, aldus Struycken.

De staats­secretaris zei wel te verwachten dat de financiële gevolgen van Van der Meer II ‘niet van vergelijkbare omvang zullen zijn als die van het advies van de commissie-Van der Meer I’. Ook Strucyken benadrukte dat er meer nodig is dan geld om de sociale advocatuur in de benen te houden. Samen met de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland, de NOvA en de Raad voor Rechtsbijstand wil hij een plan maken dat ‘fundamentele aanpassingen’ bevat. ‘Meer in het bijzonder wil ik met de NOvA toewerken naar een meer duurzaam kantoormodel voor sociaal advocaten, dat bedrijfsmatig efficiënt is, dat aantrekkelijk is voor jonge advocaten en waarin de kwaliteit is gewaarborgd. Daarbij zou ik ook willen verkennen hoe een betere mix van toevoegingen en betaald werk kan worden gecreëerd en hoe de barrières tussen de sociale en de commerciële advocatuur kunnen worden geslecht.’

Struycken hoopt zijn plan in het vroege voorjaar aan de Tweede Kamer te sturen, voorafgaand aan het debat over de sociale advocatuur dat gepland staat voor 13 maart. Enkele weken daarvoor krijgt hij het rapport van de Commissie-Van der Meer II. Commissievoorzitter Herman van der Meer heeft inmiddels in een tussenbericht laten weten dat zijn onderzoek al tot ‘belangwekkende inzichten’ heeft geleid. ‘Ik doel hier bijvoorbeeld op de directe en indirecte effecten van de bekostiging op de duurzaamheid van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Achteraf bezien kan worden vastgesteld dat “jarenlang achterstallig onderhoud” de werking en met name het duurzaam karakter van het stelsel onder een zorgwekkende druk heeft geplaatst. De commissie kan haar ogen daar niet voor sluiten.’

Op welke termijn er extra geld beschikbaar komt, blijft al met al onduidelijk. Het voorstel van Michiel van Nispen om alvast vijftig miljoen euro per jaar extra te reserveren voor de sociale advocatuur is in stemming gebracht na de deadline van dit nummer.