actueel
ten geleide
Om de kernwaarden van advocaten te waarborgen, mogen niet-advocaten in principe geen aandeelhouder in of meerderheidsbestuurder zijn van een advocatenkantoor. Ook zijn er grenzen aan samenwerkingsverbanden met niet-advocaten.
Op deze regels bestaan uitzonderingen, zoals de mogelijkheid voor advocaten in dienstbetrekking om voor hun eigen werkgever op te treden. Ook is er sinds enkele jaren een experiment waarin voor partijen als BrandMr en VvAA een additionele mogelijkheid is gecreëerd om advocaten in dienst te hebben die ook voor niet-rechtsbijstandsverzekerden kunnen optreden. Komend jaar zal de NOvA dit experiment evalueren.
Ook om andere redenen staan ‘alternatieve bedrijfsstructuren’ (ABS) in de belangstelling. Vorig jaar verscheen een WODC-rapport over ABS, waarop het ministerie van JenV een vervolgonderzoek heeft aangekondigd. Het wachten is ook op een uitspraak van het Europees Hof naar aanleiding van prejudiciële vragen. De kwestie: is het Duitse verbod voor niet-advocaten om aandelen te hebben in een advocatenkantoor in strijd met het vrij verkeer van kapitaal en diensten?
De laatste jaren gaan er stemmen op om toe te staan dat het kapitaal van een advocatenkantoor in handen mag zijn van niet-advocaten. Het aangevoerde argument is dan dat dit voor innovatie- en kwaliteitsimpulsen kan zorgen en de toegang tot het recht kan bevorderen. Andere geluiden roepen om meer terughoudendheid. Zo neemt in de accountancy de roep om strengere eisen te stellen aan private equity-investeringen de afgelopen tijd juist sterk toe.
De vraag of bestaande of nieuwe ABS-structuren anders gereguleerd of gefaciliteerd moet worden, verdient een antwoord. De advocaat neemt binnen de rechtsstaat een bijzondere positie in die noopt tot extra zorgvuldigheid. De algemene raad zal dan ook in het komende jaar eerst breder en verdiepend onderzoek laten doen naar de reeds in Nederland bestaande ABS-structuren en hoe de advocatuurlijke kernwaarden daarin tot hun recht komen.